Hoofdstuk 8: Een aanbidder
“Fiona, dit briefje lag op de mat,” zei Jane. Fiona pakte het aan en begon te lezen. “Oh Jane, kijk!” zei Fiona met rode wangen en glanzende ogen. Jane las:
Lieve Fiona,
Iedere
dag hoop ik dat ik je zie! Je bent de vrouw van mijn dromen.
Waarom draag je je prachtige haar niet los?
Je Adonis
Angstig keek Jane Fiona aan. “Er staat geen naam onder,” zei ze. Fiona maakte haar haar los “Het is vast Michael,” zei ze verlangend. “Maar je weet het niet zeker!” zei Jane. “Nee,” zei Fiona. “Wat als het hem niet is?” dacht ze even aarzelend, maar ze onderdrukte die gedachte snel. Ze nam haar toilettas en shampoo. “Ik ga mijn haar wassen!” zei ze vastbesloten.
Sally
stond in haar badjas haar tanden te poetsen toen Fiona binnenkwam. Ze
beantwoordde Fiona’s groet niet. Ze was nog steeds boos. Even later hoorde
Sally haar vals zingen onder de douche. De deur ging weer open en Claire
verscheen. “Goedemorgen Claire,” zei Sally vriendelijk. Claire mompelde
iets. Ze wilde een douche binnengaan. “Allemaal bezet!” zei Sally
behulpzaam. Claire fronste. “Wie is die kraai?” vroeg ze. “Fiona,”
antwoordde Sally. “Het zou verboden moeten worden!” zei Claire. “Dat
liedje vind ik wel mooi,” merkte Sally op. “Ik niet!” Sally schrok van de
walging in Claire’s stem. Waarom deed Claire zo vreemd? “Some
day he’ll come along, the man I love….” zong Fiona weer. Claire rilde en keek nog bozer.
Alice en Betty kwamen druk pratend binnen. “Sssst,” zei Sally. Ze wees op de
douche, waar Fiona nog steeds stond te zingen. “Fiona...” fluisterde ze.
“Dus het werkt!” giechelde Alice. De drie meisjes proestten, maar trokken
hun gezicht meteen weer in de plooi toen ze Fiona de douche uit zagen komen.
Jodie
liep de kamer van Artemis binnen en vond haar achter haar bureau.
“Studeren?” zei ze. Artemis rekte zich uit en glimlachte. “We zijn hier
tenslotte op een college!” zei ze laconiek. Ze negeerde Jodie’s verbaasde
blik. “Heb jij een Dickinson bloemlezing?” vroeg Jodie serieus, “de
bibliotheek is nog dicht en wil hem hebben voor het college begint.” Artemis
lachte. “Ik heb er zelfs twee, maar de ene gebruik ik zelf en de andere is van
Pitty.” Jodie ging op het bed zitten. “Je bent toch wel voorzichtig?”
vroeg ze bezorgd, “Ze is nog zo’n groentje. Ik weet dat Melissa en ik er
grapjes over maken maar….”
“Geen zorgen Jodie. Pitty is een schatje, ze zal m’n hart vast niet
breken,” grinnikte Artemis. “Dat bedoelde ik niet,” zei Jodie met een
kleur. “Dat weet ik,” zei Artemis, ze knipoogde. “Ga nu maar naar de
bibliotheek, je kunt best een paar minuten te laat komen. En er staat een leuke
dame achter de balie!” Jodie stond op. “Art, je bent echt onverbeterlijk,”
ze kon haar lachen niet inhouden, “vergeet vanmiddag de Poëzieclub niet!”
Tegen de middag vond Fiona het tweede briefje. Met trillende handen vouwde ze het open.
Lieve Fiona,
Ik zag je vanochtend, schoonheid. Je prachtige haar was los! Je mooie ogen, je zwoele lippen… Hoeveel mooier zou je zijn als je wat make-up zou gebruiken.
Altijd de jouwe,
Je Adonis
Die middag paradeerde Fiona met los haar door de tuin. Ze had zelfs, een beetje onwennig nog, wat lippenstift op gedaan. De tuinman reageerde niet. “Hij is vast verlegen,” dacht Fiona en ze liep nog eens heen en weer. Camilla was ontzet toen ze haar zus zag. “Waarom dirk je jezelf zo op Fiona?” vroeg ze gebiedend “Je maakt ons te schande!” Fiona vertelde dat ze een aanbidder had. “Het is toch wel een man, Fiona?” vroeg Camilla bezorgd. “Natuurlijk!” zei Fiona. “Dan is het goed,” verzuchtte Camilla.
Het volgende briefje was vastgespeld op Fiona’s kussen.
Lieve Fiona,
Ik zou je rode lippen willen kussen. Mijn aanbiddelijke godin. Waarom verberg je je mooie lichaam toch?
Je Adonis
Met een gelukzalige glimlach ging Fiona weer haar haar wassen.
Sally vroeg zich af waar Pitty was. Ze zit vast te dromen over Artemis, bedacht ze verdrietig. Wat zou ze Pitty graag vertellen over de grap met Fiona. Maar Pitty zou toch niet luisteren, niet naar haar in ieder geval. Er werd geklopt. Sally rechtte haar schouders en deed open. Ze schrok. Voor de deur stond Artemis. “Is Pitty er?” vroeg deze. Sally nam de lange ouderejaars op. “Ze heeft weer die lange broek aan,” dacht ze vol afschuw. “Ze is er niet,” zei Sally kortaf. “Nou Sally,” teemde Artemis, “wil je haar dit boek geven, ze heeft het nodig voor de Poëzieclub.” Sally nam het boek aan, met het onbehaaglijke gevoel dat de ander precies wist wat ze dacht. “Bedankt!” zei Artemis nadrukkelijk.
Artemis verheugde zich erop dat ze Pitty die middag weer zou zien. Die kleine Sally was jaloers, wist ze. Een beetje vervelend vond ze dat wel, maar het vooruitzicht van een middag met Pitty verjoeg dat onaangename gevoel. In de gang kwam ze Camilla tegen. “Zo, lekker geroddeld? Ben ik nog steeds je favoriete gespreksonderwerp?” vroeg ze spottend. Camilla keek boos, maar zei niets. “Pas maar op Camilla, het is vast besmettelijk,” grinnikte Artemis. Ze deed een stap naar voren. Tot haar grote plezier deinsde Camilla achteruit.
“Je hebt
post, Pitty” zei Sally, die druk bezig was haar tenniskleren aan te trekken.
“Twee brieven, op je bureau. En een boek van Artemis.”
“Dank je,” zei
Pitty. Ze bekeek de enveloppen. Een brief van Lizzie en één van Gerald. Goede
ouwe Gerald, dacht Pitty, terwijl ze de enveloppen teruglegde op haar bureau.
Vanavond, na de Poëzieclub, zou ze de brieven lezen. Ze pakte de Emily
Dickinson bloemlezing, wierp een snelle blik op de spiegel en liep naar de deur.
“Ik ben naar de Poëzieclub Sally, tot straks!”
Ze
was vroeg, het lokaal was nog leeg. Pitty liep naar het raam. Het was prachtig
najaarsweer. In de verte op de tennisbaan zag ze een eenzame gestalte. Het was
Sally. Pitty zuchtte. Wat was Sally kortaf de laatste tijd. Sally’s jaloezie
maakte Pitty verdrietig. Ze miste Sally’s steun. Ze zou haar zo graag
vertellen over die kus! Artemis... Wat moest ze doen als Artemis straks kwam?
Weer zuchtte Pitty.
“Nachten, zo wild! Was ik bij jou dan werd de nacht zo wild als je wou,”
Therese kwam binnen. Pitty herkende een gedicht van Emily Dickinson. Therese zag
er nog dramatischer uit dan anders. Ze droeg een lang gewaad en was behangen met
allerlei vreemdsoortige sieraden. Ze
sloeg geen acht op Pitty en ging zitten. “Mijn talent wordt niet gezien
hier!” mompelde ze in zichzelf. Vol afschuw keek ze naar de stoere juffrouw
Peters, die binnenkwam in haar rijkleding. Die zag er allesbehalve poëtisch
uit, vond Therese. Ze nam zich voor dat zij zich zou wentelen in haar lijden als
een echte poëtische ziel.
“Kom
je zitten Pitty?” vroeg juffrouw Peters vriendelijk. Verwonderd vroeg ze zich
af waarom die kleine Pitty er zo zorgelijk uitzag. Pitty zocht een plekje.
Iedere keer als de deur openging sloeg haar hart iets sneller. Waar bleef
Artemis?
“We beginnen,” zei juf Peters, “Pitty, wil je iets voorlezen van Emily
Dickinson?” Met een hoogrode kleur bladerde Pitty door haar bloemlezing. “En
leg er gevoel in!” vervolgde juf Peters. Pitty schraapte haar keel. Het werd
stil in het lokaal. Pitty begon. Ze zag niet hoe de deur openging.
"Je
noemde mij dus ‘groot’, die dag
een ‘grote’ vrouw ben ik voor jou,
of klein, of hoe ik ook moet zijn,
als het maar past bij jou."
Pitty keek op. De adem stokte haar in de keel. Ze zweeg. “Oh Artemis, je bent laat,” zei juffrouw Peters ongeduldig, “Ga snel zitten. Ik zie het voor deze keer door de vingers,”zei juf Peters,“ Pitty, ga maar door.”
"Rank
als een ree, of nee,
wat kleiner, meer een mus,
noem maar een maat en alles gaat
aldus."
Dapper las Pitty door. Ze deed alsof ze Artemis’ knipoog niet zag.
"Laat
er iets over los:
wat
wil je, een rinoceros,
een muis,
alleen voor jou?"
Artemis ging naast haar zitten. Pitty kreeg het warm.
"Een
koningin of zo,
een piccolo,
zeg het maar gauw,
tegen geen enkele vorm heb ik bezwaar
als ik tenminste maar
pas bij jou."
Pitty
zweeg. Ze durfde niet opzij te kijken. “Gaat dat over mij kleintje?”
fluisterde Artemis en Pitty’s wangen vlogen in brand. “Prachtig!” zei juf
Peters, “en Artemis, laat ons meegenieten van je commentaar!” Nooit eerder
zag Pitty Artemis blozen. “Of beter, lees er zelf ook één voor!”
“Ik hoef het niet voor te lezen,” zei Artemis. Ze ging midden in de kring
staan. Haar helderblauwe ogen rustten op Pitty. Ze glimlachte en begon.
"Nachten,
zo wild!
Was ik bij jou,
dan werd de nacht
zo wild als je wou."
Pitty wist niet waar ze moest kijken. Ging dit over haar?
"Geen
stormen deren
het schip aan de wal,
weg met het kompas,
met kaarten en al."
Juf Peters’ ogen gingen van Artemis naar Pitty. Wat was er met die twee aan de hand?
"Eden
als haven,
dus ik vertrouw
dat ik straks meren kan
in jou."
“Mooi
voorgedragen,” was juf Peters’ reactie. Artemis kwam weer naast Pitty
zitten. De andere gedichten gingen langs Pitty heen. Zelfs Therese, die een waar
spektakel van haar voordracht maakte kon niet tot haar doordringen.
“Liefde is een breed begrip,” Pitty schrok op, “in jullie schuilt
misschien ook wel een Emily Dickinson. Daarom gaan jullie voor de volgende
bijeenkomst een stukje liefdespoëzie schrijven.” Er ging een geroezemoes door
het lokaal. “maar… over iets anders dan over een persoon. Bijvoorbeeld een
roos of een boek, iets dat jullie mooi vinden. Bedenk zelf maar iets!” De
studentes keken elkaar aan. Wat opwindend! “We zullen aan elkaar voorlezen en
de gedichten bespreken!” Juf Peters keek tevreden naar al die geestdriftige
gezichten. “En jullie moeten allemaal een liefdesgedicht opzoeken dat niet
over een persoon gaat!” De studentes dromden luid pratend het lokaal uit.
Pitty zocht talmend haar spullen bij elkaar. Ook Artemis treuzelde. “We kunnen
samen in de bibliotheek gaan zoeken. Wat dacht je van morgenmiddag?” stelde
Artemis voor. Weer rook Pitty dat parfum. Artemis’ ogen waren heel dichtbij.
Pitty hield haar adem in. Ze knikte, woordeloos.
Juffrouw Peters bleef alleen achter. Ze zag Pitty en Artemis als laatste de deur
uitlopen. “Er speelt beslist iets tussen die twee,” bedacht ze
peinzend.