© 1981 Paul Cooijmans
Opmerking vooraf: Op mijn zestiende besloot ik te beginnen met schrijven. Mijn eerste project was een wetenschapsfictieroman met bovenstaande titel, die ik daadwerkelijk voltooide en meer dan negentig handgeschreven bladzijden lang werd. Helaas was de kwaliteit onvoldoende om tot integrale publicatie van het originele manuscript over te gaan. Achteraf gezien had ik beter met korte verhalen kunnen beginnen. Om toch een idee te geven volgt hier een enigszins bewerkte en hier en daar herschreven versie uit 2006. Voor het geval men zo'n lange tekst liever in PDF-indeling leest dan op een webpagina is voorzien in een PDF-versie die men desgewenst na rechtsklikken kan neerladen en opslaan.
Eddie Zeezicht, een zestienjarige Aardbewoner van het mannelijk geslacht in de tweede helft van de twintigste eeuw, was bijzonder kwaad. Zijn voertuig, een blauwe brommer van het type Yamaha F.S. 1, was op een verlaten asfaltweggetje door brandstofgebrek tot stilstand gekomen, en het was meerdere kilometers lopen maar de dichtstbijzijnde pomp. Bovendien moest hij over twee weken weer naar school, waar hij een enorme hekel aan had hoewel hij uitsluitend negens en tienen haalde. Liever wijdde hij zich aan zijn voorziene carrière als hardrockgitarist.
Een laag geronk trok zijn aandacht. Eddie zag een dakloze rode sportwagen aanstormen en ging veiligheidshalve aan de kant van de weg bij een boom staan. Het gestroomlijnde racemonster remde en de lange motorkap kwam voor hem tot stilstand.
"Pech?" vroeg de man achter het stuur, die zijn zonnebril afzette en rechtovereindstaande witte haren achterover veegde. Ze sprongen terug als in een electrisch veld.
"De benzine is op" zei Eddie.
"Als dat alles is... Rij maar even mee, ik woon hier vlakbij en heb wat jerrycans staan tegen de energiecrisis."
"Wie slaat er nou benzine op?" dacht Eddie bij zichzelf. "Dat is aardig van u. Dan doe ik zolang mijn brommer op slot."
"Zeg maar je. Ik heet Alfa."
"Ik heet Eddie" zei Eddie, voorovergebogen met het slot bezig. "Dus jij woont hier in de buurt?"
De man aarzelde. "Wat heet. Ik heb meerdere behuizingen. Maar als je bedoelt waar we de benzine gaan halen, ik heb een halve kilometer verderop een soort schuurtje."
"Je woont eigenlijk dus ergens anders." Eddie stapte in en sloeg de deur dicht.
"Dat kun je wel zeggen" grinnikte Alfa. Hij liet Eddie de gordel vastmaken en duwde de pook naar voren. Het stationaire gefluister zwol aan tot raketgebulder en de auto sprong vooruit. Seconden later waren honderden meters afgelegd en gierden ze rakelings langs de bomen linksaf op een T-splitsing. De weg ging over in een zandpad en ze bereikten de rand van het bos. Alfa stopte op een open plek. Stofwolken daalden neer. "Ik heb deze auto nog maar pas. Normaal rij ik harder."
Ze liepen naar een vreemd bouwsel. Het was allerminst een schuurtje, zag Eddie. Tussen de bomen stond een een hok van vier bij vijf meter, in het midden drie meter hoog. Het dak was koepelvormig. Het geheel leek van geelbruine kunststof en paste absoluut niet in de omgeving. "Het lijkt meer op iets uit een science-fictionfilm dan op een schuurtje, hè" lachte Alfa. Hij maakte de deur open en ging voor naar binnen. De achterwand van het hok werd in beslag genomen door apparaten met schakelaars op de bovenkant en aansluitingen voor kabels aan de voorkant. Ernaast stonden vier kleine schijnwerperachtige dingen. In het midden een tafel met stoelen, en tegen de rechterwand een lage kast. Daaruit haalde Alfa een jerrycan, waar naar hij beweerde mengsmering in zat. "We zullen eerst die brommer van jou gaan halen, daarna drinken we hier iets. Okay?"
Eddie kon moeilijk nee zeggen, dus vijf minuten later stonden zijn bromfiets en de rode sportwagen naast elkaar op de open plek. In het schuurtje vulde Alfa twee glazen met rum en tonic. Terwijl ze plaatsnamen aan tafel realiseerde Eddie zich iets ongewoons. Er zaten geen ramen in het bouwsel en er brandden geen lampen. Toch was het even licht als buiten. Hij kon hier geen verklaring voor bedenken. En toen hij zijn glas aan de mond zette en een slok nam, wist hij zeker dat er iets niet in de haak was.
Vendex is een binnenplaneet van de ster Alfa Centauri. De planeet doorloopt een bijna cirkelvormige baan met een straal van ruwweg honderdzestigmiljoen kilometer en heeft 1.0001873201 Aardjaren nodig voor een omloop. Zij draait om haar as in 3.56102 Aarddagen. Vendex is gevormd uit dezelfde gaswolk als Alfa Centauri, ongeveer tegelijk met de Aarde. Na het tot rust komen van het meteorietenbombardement is er leven ontstaan, en uiteindelijk evolueerde een levensvorm tot een denkend wezen.
De Vendexanen begonnen zodra hun technologie het toeliet ruimteschepen te maken om buurplaneten te bezoeken. Dat lukte, maar om verder te komen voldeed de gebruikte straalaandrijving niet. Na tientallen jaren onderzoek werd de fotonaandrijving uitgevonden, waarmee een snelheid van zo'n anderhalfmiljoen meter per seconde bereikt kon worden. Dit was genoeg om de rest van het planetenstelsel te verkennen.
Voor interstellaire reizen was zelfs fotonaandrijving te langzaam. Bovendien kreeg men bij lange reizen last van tijdvertraging. Een zekere Giring Venédan ontdekte daarop het principe van dematerialisatie. Hierbij werd een hoeveelheid materie omgezet in energie, om op nagenoeg hetzelfde moment elders te materialiseren.
De uitvinder werd prompt een beroemdheid, en zijn uitvinding toegepast in een nieuw soort ruimteschip: de eerste generatie fotonmaterietransmittors. Hierin werd fotonaandrijving gebruikt voor rangeerwerk op korte afstand, en dematerialisatie voor lange, zelfs interstellaire reizen.
De Vendexanen onderzochten verwoed de sterren in hun nabijheid, ontdekten planeten met leven, en legden contact met beschavingen van voldoende technologisch niveau. Toen de Aarde aan de beurt kwam bleek tot hun verrassing dat Aardbewoners grote gelijkenis vertoonden met Vendexanen. Via overgenomen televisie-uitzendingen werden Aardse cultuuruitingen geliefd op Vendex. Aardse invloeden doken op in Vendexaanse muziek, literatuur en de beeldende en uitvoerende kunsten. Het was een rage, vergelijkbaar met de Egyptomanie na de ontdekking van Toet Ank Amons graf.
Zo was er een muziekgroep genaamd Venédan, die "Aardse" rockmuziek speelde op "Aardse" instrumenten. De leider, Kesing Venédan, droeg de bijnaam Alfa. Hij stond bekend als een onverantwoordelijke losbol en avonturier. Hij was slim, en dat was de voornaamste reden van het succes van zijn groep. In zijn eigenwijsheid had hij het als enige gewaagd de meest omstreden Aardse muziek te gaan spelen: hardrock. Venédan werd de eerste Vendexaanse hardrockgroep, en oogste ongekende roem.
In die tijd werd de laatste hand gelegd aan een tweede generatie fotonmaterietransmittors. Deze toestellen waren verfijnder dan de voorgaande, en moesten het mogelijk maken de gehele Melkweg te verkennen. Het eerste exemplaar, de F.M. 2 I, stond op het punt haar maidentrip te maken. Heel Vendex wist ervan, want ruimtevaart was populair.
Kesing "Alfa" Venédan was de achterneef van Giring Venédan, en op de hoogte van alles omtrent de F.M. 2 I. Hij vond dat zijn loopbaan als rockmuzikant lang genoeg geduurd had, en zinde op iets anders. Niet dat hij het niet leuk vond beroemd te zijn. Integendeel. Maar het zat niet in zijn wispelturige aard lang hetzelfde te doen. De overige beroepsmogelijkheden op Vendex trokken hem echter niet. Alleen coureur op fotonaangedreven dragsters leek hem wel wat, maar eigenlijk wilde hij iets nog veel opwindenders. Om kort te gaan: hij stal de F.M. 2 I, vloog naar de Aarde, bouwde zijn "schuurtje" en beraadde zich op zijn opwindende toekomst. Hij wist genoeg van de Aardse samenleving om niet op te vallen, en had het geluk uiterlijk veel op de bewoners te lijken. Aardse talen had hij op Vendex in zijn vrije tijd geleerd. Snel kwam hij tot de conclusie dat interstellaire reizen zonder enig gezelschap hem te saai waren. Hij versierde een sportwagen en ging op zoek naar een geschikte medereiziger.
Eddie voelde een warm gevoel door zijn slokdarm omlaag zakken. Zijn eerste slok Vendexaanse rum beviel, al wist hij niet wat het was. Hij nam er nog een en keek met wazige ogen naar de fles op tafel. Het felgekleurde etiket was bedrukt met onbegrijpelijke letters en een strandscène. Alfa sloeg hem grijnzend gade. "Ik moet je eigenlijk waarschuwen. Dat is geen gewone rum."
"Is het ongewone rum dan?"
"Het is Vendexaanse ijsrum."
"Vendexaanse ijsrum... Is dat ijsgekoelde rum van de firma Vroom en Dreesman, of begrijpen we elkaar verkeerd?"
"Jij begrijpt mij verkeerd, maar dat is je niet kwalijk te nemen." Hij vervolgde met schoolmeesterachtige stem: "Vendexaanse ijsrum wordt gemaakt uit suikerlagen in de noordpoolkap van de planeet Vendex. Het is na videobanden van de rockgroep Venédan het meest begeerde artikel op Vendex." Hij observeerde Eddie om het effect van zijn verklaring meten. Eddie Zeezicht veegde met denkbeeldige gebaren denkbeeldige rumslierten uit zijn geest en zei: "Aha".
"Snap je wat ik bedoel?"
"Zeker. Deze rum komt dus van de planeet Vendex. Wat ik niet snap is hoe jij er aan komt."
Alfa bromde goedkeurend. Het viel hem mee dat Eddie niet in lachen uitbarstte. "Eenvoudig. Ik kom zelf van Vendex en heb er een aantal flessen van meegenomen toen ik naar de Aarde vertrok."
"Waarom vertrok je naar de Aarde?" informeerde Eddie met een stalen gezicht.
"Ik begon het daar saai te vinden. Ik had zin iets echt opwindends te doen, dus ik stal een ruimteschip en smeerde hem naar deze planeet."
Er viel een stilte. Alfa keek om, zag dat er niets beschadigd was en zei: "Geloof je me niet?"
Eddie grinnikte. "Het klinkt fantastisch. Ik wacht al jaren op zoiets. Maar ik geloof er geen donder van zolang je het niet bewezen hebt."
"Ik zal je iets laten zien" zei Alfa. Hij stond op en beduidde Eddie te volgen. Die dronk zijn glas leeg, zei "Ha, het wordt spannend", en liep mee naar buiten. Ze gingen over een paadje dat Eddie nog niet eerder gezien had naar een heuveltje, vijftig meter het bos in. Het heuveltje was zo'n tien bij vijfentwintig meter in omvang. "Nou?" zei Alfa. "Wat vind je ervan?"
"Wat nou? Gewoon een heuveltje. Waarschijnlijk vroeger een vuilnisbelt geweest." "Niks vuilnisbelt. Dit is mijn ruimteschip" zei Alfa, niet geheel volgens de waarheid want hij had het gestolen. "Natuurlijk gecamoufleerd. Kom, daarachter is de ingang."
Nieuwsgierig liep Eddie hem achterna. Alfa stopte bij het einde van de verhoging, trok aan een ring en opende een met graszoden bedekte deur. Eronder zat nog een deur. "Kijk. Onder deze laag zit plastic. Als je het optilt kun je nog meer van het schip zien."
"Warempel. En hoe moet dit ding hier weer wegkomen?"
"Gewoon, door te dematerialiseren. Dit schip heeft fotonaandrijving, maar die is te traag voor interstellaire reizen. Daarvoor heeft het een materietransmittor. Voor gevallen als dit gebruik je die uiteraard ook. Begrijp je?"
Ja, begrijpen deed Eddie het wel. Over dematerialisatie had hij zelf vaak genoeg nagedacht. Maar Alfa had nog geen bewijs gegeven dat wat hij beweerde waar was, dus hij zei maar niks. Alfa was ondertussen bezig drie schijven in de deur een kwartslag te draaien met een buitenaards uitziend gereedschap. De deur draaide open. Boven een volgende deur, een paar meter naar binnen, ging een soort neonreclame aan. Hij knipperde drie keer LUCHTSLUIS 1 en bleef toen constant branden.
Alfa liep naar binnen, wachtte tot Eddie er was, en sloot de deur. Uit het plafond, zeker drie meter hoog, kwam een geelachtig licht. "Dit is de luchtsluis." Alfa nam Eddie, via een halletje van een bij twee meter waar een felrood licht uit het plafond kwam, en een vijftien meter lange tamelijk brede gang met lichtrose verlichting, mee naar iets dat op een bedieningsruimte leek. De ruimte leek erg groot, maar was in feite zo'n tien meter breed en zes meter diep. De tien meter brede wand aan de overkant bestond uit een centraal beeldscherm van vijf bij twee meter. De rest van de wand zat vol kleine gaatjes. Onder tegen de wand was een tien meter breed instrumentenpaneel, dat er verschrikkelijk ingewikkeld uitzag maar gemakkelijk door één persoon bediend kon worden. Er stonden draaistoeltjes voor het paneel die over een rail verschuifbaar waren. Alfa sloot de deur en wachtte tot Eddie klaar was met rondkijken. In deze ruimte overheerste een lichtviolette kleur, die aan de zijkanten overging in rood. Verspreid over de vloer stond een aantal gemakkelijke stoelen. In de wand waardoor ze gekomen waren zaten twee deuren. Verder waren er kleine deurtjes die toegang gaven tot opslagruimtes. Ik een hoek stond een tafeltje op wielen met flessen en glazen erop.
Eddie merkte dat hij al geruime tijd vergeten was uit te ademen en paars begon aan te lopen. Hij herademde en werd een zwakke geur van alcohol gewaar, die leek op die van de rum die Alfa hem gegeven had.
"Bevalt het je een beetje?" vroeg Alfa vriendelijk terwijl hij naar het bedieningspaneel liep en op een knop duwde. Eddie opende zijn mond om iets te zeggen maar klapte hem onverrichterzake weer dicht. In volmaakte quadrofonie telde een vrouwenstem in Engels met een exotisch accent tot vier, en toen barstte muziek los die hem bekend in de oren klonk, al zat er ook iets vreemds bij. Als gitarist in de dop constateerde hij geïnteresseerd dat de klanken gemaakt werden door en drumstel en twee basgitaren. Een zeer harde meisjesstem zong over rum. De muziek nam in volume af. "Bevalt het je een beetje?" vroeg alfa voor de tweede keer, met een brede grijns.
"Ik weet niet of je de muziek of dit zogenaamde ruimteschip bedoelt, maar ik vind ze allebei indrukwekkend."
"Maar je gelooft nog steeds niet dat ik echt van Vendex kom?"
"Je zei dat je iets zou laten zien waaruit bleek dat het waar was. Wel, ik wacht."
"Je hebt gelijk" bromde Alfa. "Ga in een van die stoelen zitten daar." Eddie nam plaats in een gemakkelijke stoel. Alfa zette zich in een draaistoel en begon het instrumentenpaneel te bewerken of het een schrijfmachine was. Na enige seconden zei hij "Hou je vast" en haalde een hendel over.
Het laatste wat Eddie zag voor het zwart voor zijn ogen werd was dat zijn armen en benen, inclusief horloge en kleren, vervaagden. Het laatste wat hij dacht was: "Het is echt een ruimteschip. Gelukkig is het vakantie, anders zou ik veel te laat thuis komen."
Eddie Zeezicht was niet iemand die vaak teveel dronk. Nu echter voelde hij zich of hij vijftien pullen zwaar bier op had, gevolgd door vijf dubbele whiskey's en een halveliterfles aquavit van Noorse makelij. "Drink dit op, dan gaat het over." Eddie pakte het glas dat Alfa hem aanbood. Er zat een roodbruine vloeistof in met een exotische geur. "Wat was dat? De materietransmittor?"
"Inderdaad, jongeman" zei Alfa. "We zijn zojuist gematerialiseerd in een hoge baan om de Aarde." "Onmogelijk. Dan zouden we gewichtloos zijn" kreunde Eddie.
"Normaalgesproken, ja. Maar op het moment van de materialisatie zorgde de fotonaandrijving ervoor dat onze bovenkant naar de Aarde gekeerd werd, en de snelheid zodanig opgevoerd dat de middelpuntzoekende versnelling ongeveer tien meter per secondekwadraat werd. Dat zou iemand als jij toch moeten begrijpen."
Op dat moment gaf Eddie een krijs waar de duivel zelf zich een hartverzakking van geschrokken zou zijn. Helaas voor de mensheid was de duivel niet aanwezig. Alfa raakte nauwelijks onder de indruk, voornamelijk doordat hij gezien had dat Eddie een slok nam. "Alle vliegende poolkippen!! Wat is dit voor spul?"
"Dit spul," zei Alfa, "is een door mij uitgevonden mengsel van Aardse en Vendexaanse dranken. Ik heb er nog geen naam voor bedacht. De eerste slok is altijd even wennen, maar daarna gaat het wel."
Eddie nam een tweede slok. Het ellendige gevoel was met de eerste slok verdwenen. "Hm. Vertel straks het recept maar eens. Misschien weet ik er een naam voor. Maar als ik je goed begrepen heb ervaren we nu kunstmatige zwaartekracht?"
"Dat begrijp je goed, ja."
"Kun je niet even een raam openzetten of zo, dan ben ik helemaal overtuigd."
"Een raam opendoen in het luchtledige is niet verstandig. Er doorheen kijken is veiliger, maar ik doe het bijna nooit omdat je op het scherm een beter beeld hebt. Daarom laat ik de luiken altijd voor de ramen zitten. Maar als het jou overtuigt, kom dan maar even kijken." Hij liep naar de rechterwand en drukte op een knop. Een paneel schoof opzij, en door het raam erachter was een zwarte hemel zichtbaar, vol met snel bewegende lichtpuntjes. Eddie keek op Alfa's aanwijzing naar boven. "We vliegen met onze bovenkant naar de Aarde" zei hij, maar dat had Eddie al door. Op een afstand van honderdduizend kilometer zag hij een mooi gekleurde bol hangen. Het was moeilijk details te onderscheiden, door de snelheid waarmee ze er omheen cirkelden. "Okay. Ik geloof je" mompelde Eddie. Alfa liet het luik weer dichtschuiven. Ze gingen terug naar hun stoelen en probeerden een naam te bedenken voor Alfa's drankje.
"Ik kwam op het idee toen ik zo'n twee weken geleden 's nachts naar de maan lag te kijken" vertelde Alfa, achterover leunend. "Het was voor het eerst dat ik een volle maan zag op Aarde. De dag ervoor had ik een stel platen gekocht van een hardrockgroep. Ik houd erg van Aardse muziek. Op een van die platen stond een lied waarin iemand gewaarschuwd werd dat hij een hele hoop ellende zou krijgen als hij zijn whiskey mee naar huis nam." Eddie veerde overeind.
"Ken je het?" vroeg Alfa.
"Jazeker. Maar ga door."
"Nou, ik werd nieuwsgierig en besloot uit te proberen wat die beroemde whiskey eigenlijk was. Dus ik scheurde met mijn racewagen naar de drankboer en kocht een krat. Mijn eerste slok nam ik terwijl ik me zat af te vragen hoe al die kraters op de maan gekomen waren. Ik verloor meteen alle interesse toen dat spul mijn strot zowat in brand zette. Ik dronk voorzicht door en concludeerde dat dit tot dusver het beste was wat ik op Aarde gevonden had. Louter en alleen om het effect te onderzoeken mengde ik het met wat ijsrum. Na mijn slokdarm weer uit de knoop gehaald te hebben vond ik dat het niet genoeg sfeer had om zijn agressie te begeleiden. Ik voegde wat Vendexaanse vruchtensappen toe. Het werd beter. Na enig proberen had ik de ideale samenstelling gevonden."
"Ik moet zeggen dat je een goede smaak hebt" mompelde Eddie. "Alleen die eerste slok..."
"Ja, die hakt erin. Dan denk je even: Help!"
"Vrouwen en kinderen eerst!"
Ze bulderden van het lachen. "Een drank als deze verdient een spetterende naam" zei Eddie tenslotte. "Inderdaad. Ik denk er al twee weken over na."
"Wat is dat voor muziek, die je op hebt staan. Het klinkt bekend, maar toch ook weer niet. Bovendien geloof ik niet dat er op Aarde een zangeres rondloopt die zo kan schreeuwen."
"Je hebt gelijk. Deze zangeres is nog nooit op de Aarde geweest. En dat het bekend klinkt komt doordat het min of meer naar Aards voorbeeld gemaakt is."
"Bedoel je dat jullie op Vendex weten wat hardrock is?"
"Het wordt tijd dat ik je vertel dat we op Vendex al een jaar of tien bezig zijn de Aarde te bestuderen. Daardoor ken ik ook zo goed Nederlands."
"Wat voor taal spreken jullie daar dan?"
"We hebben een stuk of vijf talen. Ze lijken wel wat op de Aardse. Ik denk dat jij ze voor een deel zou kunnen begrijpen zelfs. Toen we de Aardse talen ondezochten merkte we dat onze belangrijkste taal, waar je op heel Vendex mee terecht kunt, erg lijkt op het Nederlands. Zowel wat uitspraak als wat schrift betreft. Die taal gebruiken we in onze ruimtevaart en in de media."
"Aha. Ik dacht al, wat lijken die neonletters boven alle deuren hier toch verdacht veel op Nederlands" zei Eddie, knikkend naar de ingang, waar in gele letters "Controleruimte" boven stond.
"Dat is geen neon..." begon Alfa.
"Hoe zit dat nou met die hardrock?" vroeg Eddie.
"Ik zal het je vertellen. Het bleek dat Aardse muziek erg mooi gevonden werd door de Vendexanen. Door mij ook. Ik heb een hele platenverzameling van Aardse popgroepen aan boord. Maar goed, er werden op Vendex vele groepen gevormd die Aardse muziek integreerden in Vendexaanse muziek. Een ervan waagde het hardrock-achtig repertoire te gaan spelen. Je hoort ze op dit moment. In een paar maanden tijd werd Venédan - zo heetten ze - de beroemdste, succesvolste en rijkste groep van heel Vendex. Het waren drie jongens en een meisje. Een drummer, twee basgitaristen en een zangeres. Hun instrumenten waren kopieën van Aardse instrumenten. Het ging voor de wind, tot de basgitarist en oprichter ermee ophield, een ruimteschip pikte en hem smeerde naar de dichtstbijzijnde bewoonde planeet..."
Eddie opende zijn mond maar kon niets bedenken om te zeggen.
"En nu zit hij voor je" besloot Alfa.
"Interessant. Ik wil ook rockgitarist worden namelijk."
Alfa liep naar het paneel en drukte op een knop. "Wat je hoort komt van een videoband van Venédan. Dit is het beeld dat erbij hoort. Ik zal je de bandleden voorstellen."
Op het gigantische videoscherm waren vier personen te zien. "De drummer die je ziet is Kinki Hollejong. Die basgitarist met het rode haar is Goero Gore, bijgenaamd "Mister Foton". Dat meisje met de superhoge hakken en lange witte haren is mijn nichtje, Nancy Venédan. En mij ken je. Kesing 'Alfa' Venédan."
"Is Alfa een bijnaam?"
"Ja. Alfa schijnt in een verouderde Aardse taal de eerste letter van het alfabet te zijn. Op school noemden ze me zo omdat ik altijd de eerste was met dingen. Ik ben bijvoorbeeld op het idee gekomen fotonaandrijving te gebruiken bij dragsterwedstrijden." Hij zette het videoscherm af en draaide de muziek zachter.
"Wanneer breng je me weer terug naar de Aarde?" vroeg Eddie.
"Daar wilde ik het net met je over hebben. Ik ben niet van plan altijd op Aarde te blijven. Ik ben hier vooral gekomen om de voedselvoorraad aan te vullen, en na te denken wat ik zal gaan doen. Er zijn wat planeten waar we de laatste decennia mee in contact zijn geweest, en ik naartoe zou willen. Maar het kan op sommige ervan gevaarlijk zijn me met dit schip te vertonen. De kans bestaat dat de Vendexaanse autoriteiten bericht hebben gestuurd naar bevriende planeten dat er een ruimteschip gestolen is. Daarom ben ik van plan even naar Vendex te gaan en uit te vinden of dat zo is. Heb je zin om mee te gaan? Dan kan ik je meteen mijn planeet laten zien."
"Waarom niet? Ik heb toch vakantie" zei Eddie. "Maar ik moet wel binnen een week terug zijn."
"Natuurlijk. Ik zal je het vluchtschema geven: We draaien nu op honderdduizend kilometer hoogte om de Aarde. Vendex behoort tot het stelsel van Alfa Centauri. Dat is viereneenhalf lichtjaar verderop. Zo meteen schakel ik de materietransmittor in en laat ons voor de veiligheid materialiseren in een snelle baan om Klima, een buurplaneet van Vendex. Daar blijven we een uur of acht, zodat we kunnen slapen en eten. Dan gaan we, weer met de materietransmittor, direct naar de Magariwoestijn, nabij de weg van Magar naar Gesínka. Die weg wordt heel weinig gebruikt, dus we zullen niet opvallen. Eenmaal daar zien we wel wat we doen."
Alfa nam plaats aan het instrumentenpaneel en beduidde Eddie zich goed vast te houden. Eddie wist nu wat hem te wachten stond, maar toch voelde hij zich miserabel toen hij viereneenhalf lichtjaar verder weer zijn gewone vorm aannam. Alfa keek op zijn horloge. "Dan gaan we nu slapen. Twee materietransmissies op een dag is ontzettend vermoeiend. De slaapkamers zijn die kant op."
Eddie volgde Alfa en belandde in de gang. Hij ging op Alfa's aanwijzing de tweede deur rechts door, zag naast zich een deur met "Badkamer" erop, en voor zich een bed. Hij liet zich op het bed vallen. Op een muur las hij in lichtgevende oranje letters "rtrek 2". "Zeker een Vendexaans woord dat ik niet ken" dacht Eddie, en viel kort daarna in slaap.
Eddie droomde over iets dat kort geleden gebeurd was. Hij stond voor de klas en spreekbeurt te houden over UFO's. Niet omdat hij geloofde dat de Aarde bezocht werd door vliegende schotels, maar om zijn klasgenoten duidelijk te maken wat bedoeld werd met het begrip UFO. Iemand vroeg: "Wat zou jij doen als je een vliegende schotel zag landen waar mannetjes uitstapten die je mee wilden nemen?" "Dan zou ik vragen of ik mee mocht naar hun planeet" antwoordde Eddie, grote hilariteit veroorzakend in de klas.
Langzaam werd hij wakker. Hij zag het lichtblauwe plafond boven zich, herinnerde zich waar hij was en dacht "Ze zouden raar opkijken als ze wisten dat ik echt met een ruimteschip mee was".
Tevreden stapte hij uit bed en ging de badkamer binnen. Voor zijn voeten lag een stuk kunststof met kleine zwarte lettertjes. Hij raapte het op en las "Plakstrook verwijderen. Licht aandrukken. Let op dat de contactpunten op de goede plaats zitten". Nieuwsgierig draaide hij het om en zag in oranje letters "Slaapve". Even staarde hij ernaar. "Slaapve"? Dan grinnikte hij, legde het bord op een tafel en bekeek zich in de spiegel.
| Technische bijzonderheden en prestaties | |
|---|---|
| Omvang, gemeten aan buitenkant | 27 m × 11 m × 4.5 m |
| Capaciteit | normaal 4 tot maximaal 12 personen |
| Vereist voor bediening | 1 persoon |
| Type | F.M. 2 I |
| Aandrijving | Fotonaandrijving |
| Topsnelheid fotonaandrijving | 1.5 × 106 m/s |
| Aandrijving voor interstellaire reizen en moeilijke landingen en opstijgingen | Materietransmittor |
| Snelheid materietransmittor | ± ∞ |
Enige minuten later liep Eddie door de gang naar de controleruimte. Alfa zat in een stoel met een dienblad op de leuningen te eten. Er klonk muziek uit zijn Aardse platencollectie. "Ha, ik wou je net wakker maken. Ontbijt staat in de keuken."
Eddie liep naar de deur die er uitzag als een keukendeur, en vond daarachter het dienblad met iets dat op brood leek, een mes, een pot met rood spul en een kop koffie.
Na het ontbijt zette Alfa het scherm aan. "Dat is Klima." Eddie zag een overwegend gele bol die razendsnel leek rond te draaien. Alfa drukte op een knop en het draaien hield op. De gele bol had nu vuile roodbruine vegen. Ook was hij overdekt met kraters.
"Het is een jonge planeet. Er is geen leven, maar wel een ijle dampkring. De rode vegen worden veroorzaakt door zandstormen die de rotsachtige ondergrond blootleggen."
Eddie keek geïnteresseerd toe, maar Alfa zei dat Vendex veel interessanter was en zette het scherm af. "Over drie minuten vertrekken we naar de Magariwoestijn." Vier minuten later zat Eddie te bekomen van zijn dematerialisatiekater, terwijl Alfa probeerde de plaatselijke radiozender te vinden om naar de nieuwsberichten te luisteren. "Hee, ik geloof dat ik iets hoor dat de moeite waard is. Luister!"
Een Vendexaanse stem sprak: "... is hier Nancy Venédan binnen komen vallen. Een paar vragen Nancy? Er gaan geruchten dat jij, veertien dagen na het uiteenvallen van de veelbesproken rockgroep, van plan bent een nieuwe op te richten. Kun je ons daar over vertellen?" "Zeker. Het is allemaal gelul. Ik ga geen nieuwe groep oprichten, en ik wil van de gelegenheid gebruik maken om alle geruchten over mij tegen te spreken." "Zo. Wil je ons dan vertellen wat je wel gaat doen?" "Ik zal het je vertellen, maar je mag het tegen niemand zeggen. Beloof je dat?" "Eh... natuurlijk Nancy." "Ik wacht op de voltooiing van de tweede fotonmaterietransmittor. Zogauw die afgeleverd is steel ik hem en ga ik Alfa zoeken. Ik begin het hier ook beu te worden." "Meen je dat nou?" "Nou en of. De groeten aan de luisteraars!"
Alfa zette de radio af. "Dus Nancy is in Magar" mompelde hij. "Dan zullen we maar eens wat rond gaan kijken daar."
"Hoe lang is het geleden dat je hier vertrok?" vroeg Eddie. "Ik hoorde net iets van veertien dagen, maar..."
"Ja, in Vendexaanse tijd is het veertien dagen. Maar een dag op Vendex duurt drieëneenhalve Aarddag als ik het wel heb."
"Aha. Op welk uur van de dag leven we nu?"
"Het is ochtend. De zon is al tien minuten op. Alfa Centauri, zouden jullie zeggen." Hij schakelde het scherm in om naar buiten te kijken. De F.M. 2 I stond in een woestijnachtige vlakte. Zover het oog reikte was zand. "Daarginds loopt de weg naar Magar. We moeten vijf kilometer door het zand, en dan vijfentwintig over de weg naar Magar."
"Hoe? Lopend?" "Ik heb een bouwpakket van een electrische buggy aan boord. Kom, dan kun je helpen hem in elkaar te zetten." Ze gingen de controleruimte uit, de gang door en de derde deur rechts. "Opslagruimte" zeiden lichtende letters. "Die twee kisten moeten eruit" zei Alfa. Ze droegen de kisten één voor één naar buiten en begonnen de buggy in elkaar te zetten. Alfa wist gelukkig hoe het moest, en twintig minuten later stond het voertuig naast het ruimteschip in het zand.
Ze reden kalm door de stralen van Alfa Centauri. Nu en dan werden heuveltjes met groot gemak genomen. Het was nauwelijks een half uur dag, maar toch al heet. Gelukkig hadden ze enige flessen drank meegenomen. De weg was verder dan verwacht.
"Is het hier overal zo warm" vroeg Eddie, het zweet van zijn gezicht vegend. "Nee, in de steden is het koeler. Maar dit is een woestijn, zie je." "Is dat daar een weg, of lijkt dat maar zo?"
"Dat is de weg ja. Ik denk dat we er schuin naartoe gereden zijn, want we hadden hem veel eerder moeten zien."
Ze bereikten de weg. Hier kon de buggy veel harder rijden. "Nu zijn we binnen tien minuten in Magar. Dat is een kleine stad. Er wonen niet veel mensen omdat het in de woestijn zo heet is."
Magar bleek te bestaan uit enkele honderden hypermoderne gebouwen, die op Aarde zouden zijn aangezien voor Moderne Kunst. Over de straten bewogen zich maar weinig voertuigen. Alfa had zijn zonnebril opgezet om herkenning te voorkomen, en stopte op een parkeerterrein. Uit het gebouw ernaast klonk muziek. "Dit is een bar. We gaan even naar binnen. Jij kunt beter niet teveel zeggen als er Vendexanen in de buurt zijn, want dan horen ze je accent."
Ze gingen door de zij-ingang naar binnen en namen de trap naar de eerste verdieping, omdat daar meer te beleven viel volgens Alfa. Er was geen lift, tot Eddie's verbazing. In de ruimte die ze binnengingen was het roodachtig verlicht, en de muziek stond hard. Een stuk of zes mannen en vrouwen waren aanwezig, en aan een van de muren hingen automaten. Alfa haalde twee glazen rum uit een automaat, gaf er een aan Eddie en ging aan een tafeltje in de hoek zitten. Eddie zag dat er veel afbeeldingen aan de wanden hingen. Op sommige stonden muzikanten met rare instrumenten. Op een aantal stond Alfa, al dan niet in gezelschap van de zangeres die hij op het videoscherm had gezien. "In de grotere steden zijn wel betere café's, maar dit is heel aardig voor een gat als Magar" zei Alfa. Op dat moment ging de deur open en kwam een langharig blond meisje met een enorme zonnebril op haar neus binnen. Ze liep naar een automaat en haalde er een groot glas groene vloeistof uit. Ze draaide zich om, zette het glas aan haar mond en bleef staan. Ze liet het glas weer zakken en liep recht op het tafeltje van Eddie en Alfa af. Eddie vroeg zich af wat ze kwam doen. Alfa zat whiskey uit een klein flesje bij zijn rum te mengen.
"Zozo. Ben je teruggekomen, Alfa?" Eddie zag nu dat het Alfa's nichtje Nancy was. Alfa keek op of hij door vijf verschillende gifslangen tegelijk gebeten werd, herkende zijn nichtje, en zei snel: "Neenee. Alsjeblieft niet zeg. Tenminste, niet voorgoed. Ik laat hem hier even de stad zien. Hij komt van de Aarde."
"Dom van je om terug te komen. Als de politie je ziet ben je erbij" zei Nancy. Ze ging zitten. "Kom jij echt van de Aarde?"
"Eh, ja, inderdaad" antwoordde Eddie. "Ik heb vakantie, dus ik dacht bij mezelf: kom, ik zal eens naar Vendex gaan."
Alfa kuchte. "Ik hoorde je vanmorgen op de radio. Meende je dat, dat je hier ook weg wilt?" "Jazeker, en je kunt er op rekenen dat ik met jou ruimteschip meega. Heb je tien minuten geleden dat nieuwsbericht gehoord over je schip?"
"Nee. Hoezo?"
Nancy werd ernstig. "Het ruimtevaartcentrum heeft vanmorgen laten weten dat er in de computer van dat gestolen schip supergeheime informatie zit, die nergens anders aanwezig is. Je moet hier zo snel mogelijk vandaan."
"Wat voor informatie?"
Nancy boog zich voorover. "De coördinaten van de planeet Zulu."
"Wat hebben we daar aan?" vroeg Alfa teleurgesteld.
"Zoals je weet is onze oudoom Giring een half jaar geleden gestorven. Wel, in een gedeelte van zijn testament, dat zoekgeraakt was en gisteren teruggevonden, staat dat hij een groot deel van zijn erfenis, te weten dat gedeelte dat uit juwelen en voorwerpen van interplanetaire waarde bestaat, tijdens een van zijn vele reizen verstopt heeft op de planeet Zulu."
"Waar is die planeet?" vroeg Alfa gretig. "Wij zijn de enige familileden van Giring Venédan, dus die erfenis is voor ons."
"Wacht even. Dat testament is openbaar gemaakt. Er staat in dat hij de enige is die ooit op Zulu is geweest, en dat de coördinaten alleen aan hem bekend waren. Niemand weet dus waar die planeet is. Maar Giring heeft een geintje bedacht. Hij heeft de coördinaten van die plek in de boordcomputer van de F.M. 2 I gestopt, onder een geheim serienummer, en de eerste die ze eruit weet te halen mag de erfenis hebben."
"Dus... die erfenis wordt toch van ons. En we kunnen ermee gaan leven op welke planeet we maar willen, als de waarde van dat spul interplanetair is."
Nancy's gezicht betrok. "Als we achter het serienummer kunnen komen."
"Maar... de informatie in een databank zit toch onder trefwoorden, en niet alleen onder nummers?"
"Jawel, maar deze computer heeft behalve het conventionele systeem ook een systeem voor geheime informatie, dat met achtcijferige serienummers werkt. Als je het nummer niet weet krijg je de informatie er niet uit."
"Daar heb ik nog nooit van gehoord."
"Het is een uitvinding van Giring. Speciaal voor zijn erfenis."
"Nou ja," zei Alfa, "het is nog niet hopeloos. Een kans van een op een miljard..."
"Het zal wel hopeloos worden als je hem niet gauw smeert. De politie is in de buurt, en jouw gezicht kent iedereen. Waar is de F.M. 2 I?"
Alfa stond op. "Dertig kilometer hiervandaan. Ik ben met de buggy van het ruimteschip. Het staat in de woestijn, onzichtbaar vanaf de weg."
Eddie had met groeiende belangstelling het gesprek aan zitten horen, en bedacht dat het nog een leuke puzzel kon worden de coördinaten uit de computer te krijgen.
"Ik geloof dat jullie nog niet aan elkaar voorgesteld zijn" merkte Alfa rijkelijk laat op. "Nancy, dit is mijn Aardse vriend Eddie Zeezicht, toekomstig rockgitarist. En Eddie, dit is mijn nichtje en voormalige zangeres Nancy Venédan."
"Dat dacht ik al" zei Eddie. "Aangenaam kennis te maken." Nancy stond van de een naar de ander te kijken. "Gaan we nou nog? Als het de heren belieft, tenminste."
Ze liepen naar de uitgang, Alfa voorop. Buiten stond een politiebuggy naast de hunne. "Daar heb je het al" riep Nancy uit. "Die hebben natuurlijk aan het nummerbord gezien dat hij bij het ruimteschip hoort, en zijn nu binnen aan het rondneuzen."
"Des te beter" vond Alfa. "Dan zijn we net op tijd."
Nancy en Alfa stapten in. Eddie aarzelde. De motor sloeg aan en zoemde hard. "Kom je nog?" schreeuwde Alfa. Eddie klom snel naar binnen, en meteen begon Alfa te keren. "Halt! Stop! Dat is overheidseigendom!" Twee mannen in uniform kwamen het gebouw uit gerend. "Mijn neus" bromde Alfa, en draaide met gierende banden de weg op. De politiebuggy werd gestart en zette de achtervolging in. "Ze komen achter ons aan" zei Nancy. Ze draaide zich om op haar stoel om te zien hoe het ervoor stond. "Sneller. Ze komen dichterbij." "Ik doe wat ik kan, maar dit ding gaat niet harder". Alfa scheurde een S-bocht door.
Eddie moest denken aan het woeste autoritje dat hij eerder met Alfa had gemaakt. Hij voelde zijn mes in zijn hand. Op topsnelheid stormden ze op een kruispunt af, op honderd meter gevolgd door de snellere politiebuggy. "Hou je vast. Ik ga linksaf daar" schreeuwde Alfa. Het was geen overbodige waarschuwing, want hij draaide midden op het kruispunt met geblokkeerde wielen negentig graden naar links, en raasde de brede weg op die de stad verliet in de richting van Gesínka. Dit was een lange rechte weg, en de politieagenten wreven zich in de handen omdat ze sneller waren.
Nancy zat achterom te kijken: "Ze halen ons in; nee wacht, er is iets aan de hand. Ze gaan scheef. Ze slingeren. Oei, ze hebben een kapotte band. Ze gaan dwars. Haha, ze gaan over de kop." Achter hun tolde het politievoertuig om zijn as en kwam tot stilstand tegen een openbaar toilet aan de rand van de stad. Alfa zag het in zijn spiegel en juichte. Hij minderde vaart. Eddie stak tevreden zijn mes terug in zijn leren jas. Nancy zag het. "Heb jij... met dat mes..."
"Hun achterband doorgesneden" knikte Eddie.
Alfa begon te lachen en raakte bijna van de weg af. "Fantastisch!" Nancy viel Eddie zowat om de hals. "Zijn alle Aardbewoners zo bijdehand?" "Alleen de rockgitaristen" grapte Eddie.
Nancy wendde zich tot Alfa. "Hoever nog?"
"Zometeen schuin naar links, en dan een kilometer of zeven door het zand. Over een kwartier zijn we er."
Doordat hun bandensporen nog zichtbaar waren kon Alfa de weg gemakkelijk vinden. Ze lieten de buggy buiten staan om tijd te sparen; de politie zou hen vanuit de lucht kunnen opsporen als ze niet snel vertrokken. In de controleruimte schonk Alfa drie glazen vol met zijn speciale drank, terwijl Nancy nieuwsgierig rondkeek en Eddie neerplofte in een stoel.
Aan de rand van Magar, in een openbaar toilet, werd een agent van de Magaraanse politie langzaam wakker met een stuitende geur in zijn neus. Hij opende zijn ogen, zag dat hij met zijn hoofd over een WC hing, en stond vol afgrijzen op.
De F.M. 2 I was gematerialiseerd in een baan rond de planeet Klima, en de drie ruimtevaarders zaten hun dematerialisatiekaters te verdrinken. "Hier zijn we veilig voor de politie" dacht Alfa. "Hoe werkt dat nou met die serienummers, Nancy?"
Ze stond moeizaam op en liep naar het instrumentenpaneel. "Dit is de computerterminal. De zwarte knopjes zijn van het supergeheime geheugen. Je moet eerst het achtcijferige nummer intoetsen, en dan het trefwoord, in ons geval Zulu."
"Probeer nummer één eens" opperde Alfa. "Misschien heeft 'ie het voor de grap helemaal vooraan gezet."
"Dat weten we zo." Nancy drukte 00000001 in, en toen het woord Zulu. Op de monitor verschenen rode lettertjes. Een vrouwenstem zei "Trefwoord niet aanwezig".
Alfa was niet uit het veld geslagen. "Als hij die coördinaten onder een willekeurig nummer heeft gezet hebben we een kans van één op een miljard ze te vinden. Maar dat wil er bij mij niet in."
"Hoe bedoel je?"
"Giring was een ongelooflijke lolbroek. Hij zou nooit zomaar een nummer kiezen. Het moet iets voor de hand liggends zijn, zoals..." Eddie begreep het: "Zijn telefoonnummer, zijn geboortedatum of zo."
"Aha." Nancy sprong op. Ze pakte een opschrijfboekje. "Noem eens wat van die dingen, dan probeer ik ze. Alleen achtcijferige getallen." Alfa begon uit zijn hoofd het telefoonnnummer, de geboortedatum en andere gegevens in verband met zijn oudoom te spuien. Sommige ervan hadden acht cijfers. Nancy toetste ze één voor één in.
Een kwartier later hadden ze al het denkbare geprobeerd, maar zonder resultaat. "Heeft die oudoom eigenlijk iets aan jullie nagelaten" vroeg Eddie. "Niet veel" zei Alfa somber. "Hij moet erg rijk geweest zijn, maar ik geloof dat hij het meeste aan de wetenschap geschonken heeft. Behalve dan die erfenis waar wij achteraan jagen. Heb jij die kopie van zijn testament nog, Nancy?"
"Ja, die heb ik bij me. Na de bekendmaking over dit ruimteschip kreeg ik zin het nog eens na te lezen."
"Zou daar niet iets in staan over het serienummer? Tussen de regels, bedoel ik? Mag ik het eens zien?" vroeg Eddie. Nancy gaf de kopie aan Eddie. "Ik geloof niet dat je daar wijzer van wordt, maar ga je gang." Eddie staarde even naar de tekst en was er uit. "Wat valt er te lachen?" informeerde Alfa. "Moet je horen" begon Eddie. "Het ligt er duimendik bovenop." Hij las voor, bepaalde woorden benadrukkend: "Als er één is die mijn hoogáchting verdient, is het wel mijn gevíerde neef Kesing 'Alfa' Venédan. Ik heb groot respect voor de manier waarop hij er samen met mijn achternicht Nancy in slaagde binnen dríe maanden de absolute nummer één te worden op Vendex. Daarom laat ik hem mijn zéven millimeter laserboortje na, evenals een door mij ontworpen dríepersoons dragster met fotonenaandrijving, en het manuscript van mijn zésdelige bestseller over de planeet Aarde."
"Dat ik dat nooit eerder gemerkt heb" riep Nancy verbaasd uit.
Alfa had het getal genoteerd. Hij liep naar de terminal en toetste 18431736 in. "Nu het trefwoord nog" fluisterde Nancy. Alfa typte "Zulu". Op de monitor verscheen een ingewikkelde reeks letters en cijfers, die ook voorgelezen werd door de computerstem.
"De coördinaten" juichte Alfa. "Zelfs de plaats op de planeet is aangegeven." Toen de vreugdekreten verstomd waren vroeg Eddie "Kunnen we nu rechtstreeks hiervandaan op die plek op Zulu materialiseren?"
"In principe wel ja" antwoordde Alfa. "Maar het is beter eerst in een baan om Zulu te gaan om te kijken hoe de omstandigheden er zijn. Ik veronderstel dat jij er geen bezwaar tegen hebt mee te gaan?"
"Bezwaar? Zoiets heb ik altijd al willen doen! Hoever is die planeet eigenlijk weg?"
Nancy, die de coördinaten had zitten bestuderen, keek op: "Zo'n veertigduizend lichtjaar. Dat is een ochtendwandelingetje voor een schip als dit."
Alfa ging achter het instrumentenpaneel zitten. "Als jullie het goed vinden vertrekken we meteen jongens." De anderen gingen zitten. "Ik verga wel van de honger, maar hoe eerder die materietransmissie achter de rug is, hoe beter" zei Nancy.
"We eten op Zulu wel. Hou je vast!"
Ogenblikken later zag Nancy zich weer materialiseren. "Wat een afschuwelijk gevoel is dit! Als je honger hebt is het nog erger!"
"Weet ik" grijnsde Alfa. "Over tien minuten eten we. Maar eerst wil ik zien wat voor planeet het is." Hij schakelde het scherm in en liep naar de terminal. Een veelkleurige planeet werd zichtbaar. Groenbruine landmassa's lagen in blauwe zeeën. Op de polen zaten witten ijskappen. De computer begon te spreken: "De planeet waar we omheen cirkelen is genaamd Zulu en werd ontdekt door Giring Venédan. De atmosfeer is wat samenstelling, luchtdruk en temperatuur betreft geschikt voor menselijk leven, wat er echter niet voorkomt. Het leven op de planeet bestaat uit planten en reptielen, welke laatste vijandig kunnen zijn."
"Dat weten we ook weer" zei Nancy. "Vijandige reptielen. Mischien zijn er dinosaurussen!"
"Dat merken we dan wel. In ieder geval is Giring er levend vandaan gekomen, en bovendien zal hij voor zijn erfenis wel een veilige plaats hebben uitgezocht."
Nancy ging in de keuken rondneuzen en kort daarna zaten ze te eten.
Een groot groen beest met korte dikke poten en en een lange nek kwam uit het oerwoud en stapte de rotsbodem op om zich te warmen in de zon. Het keek loom naar de steile wand verderop en vroeg zich af wat er achter zou zijn. "Jammer dat ik zo lui ben" dacht het. "Anders zou ik er naartoe kunnen lopen." Op dat moment verscheen een geelbruin beest uit het niets voor de rotswand. Het groene beest schrok zicht te pletter, vergat dat het zo lui was en ging in galop terug het veilige oerwoud in. Kort daarna werd het opgefroten door een roodbruin beest met een vierkante kop en tanden waartussen stukken rauw vlees van de vorige maaltijd nog op weerzinwekkende wijze klem zaten. Wat maar weer bewijst dat het begrip "veilig" zeer, zéér relatief is.
Het geelbruine beest stond zich te koesteren in de stralen van de Zuluaanse zon. In zijn buik hingen Eddie en Nancy in gemakkelijke stoelen met een glas in hun hand. Uit gaatjes in de wanden kwam Aardse muziek. Alfa zat het scherm te manipuleren om een beeld van de omgeving te krijgen.
"We staan op een vlakte, bezaaid met grote en kleine rotsblokken. Twintig meter van ons af is een steile wand. Tweehonderd meter de andere kant op begint een soort oerwoud. Op die wand staan witte letters, van hieraf niet leesbaar."
"Dan wordt het tijd dat je er eens naartoe loopt om ze te lezen" vond Nancy.
"Ik stel voor dat we alledrie naar buiten gaan. Het is waarschijnlijk een aanwijzing van Giring." Nancy en Eddie stonden op. Ze liepen door de luchtsluis en openden de deur. De warmte van Zulu kwam tegemoet. Ze wandelden naar de rotswand.
"Wat een vochtige lucht hangt hier" merkte Nancy op.
"Ja" zei Eddie onheilspellend. "Warm en vochtig. Typisch een atmosfeer voor dinosaurussen." Nancy giechelde. "Als je me soms bang wilde maken is dat niet gelukt. Er is nog geen schoothondje te bekennen."
"Nee, die zijn natuurlijk veel te bang voor de dinosaurussen!"
Alfa had de wand bereikt en bekeek de letters. "Dit is inderdaad door Giring geschreven" zei hij. "Lees maar."
De tekst was kennelijk met een spuitbus aangebracht. "Hallo, geachte vrienden. Ik hoop dat jullie zaklampen hebben, want die zullen nodig zijn als je mijn erfenis gaat zoeken. Al was het maar om de dinosauriërs te verjagen, haha. Honderd meter naar links is een spleet die toegang geeft tot een grottenstelsel. Ik ben bang dat jullie het verder zelf uit moeten zoeken daarbinnen. Als je iets vindt wens ik je veel plezier. Als je niets vindt, bedenk dan dat rijdom alles betekent voor wie het niet heeft, maar niets voor wie het wel heeft.
Giring Venédan"
"Zei je wel, er zijn dinosaurussen" zei Eddie tevreden.
"Ach, Giring maakte gewoon een grapje" zei Nancy snel. "Je zult zien dat we geen kip aantreffen in die grot. En vertel me nou niet dat dat komt doordat ze te bang zijn voor de dinosaurussen."
"Hm. Je hebt waarschijnlijk gelijk" gaf Eddie toe. "Hoewel ik blijf vinden dat hier een raar dinosaurusgeurtje hangt." Hij snoof.
"Beledig mijn aftershave niet, alsjeblieft" grinnikte Alfa. "Ik ga een paar lampen halen, en dan zullen we eens in die grot kijken."
Even later stonden ze voor de spleet in de wand. Die was gemakkelijk te vinden, want de randen waren wit gespoten. "Veel succes" zeiden letters.
"Wat is het donker daarbinnen" zei Nancy. Alfa knipte een lamp aan. "Geen dinosaurus te zien. Zullen we dan maar?" Ze liepen de grot binnen. Het was er een stuk koeler dan buiten. Het plafond was zo hoog dat het niet te zien was. Een brede gang leidde dieper de grot in. Van een erfenis geen spoor. Alfa liep voorop, met zijn lamp op de wanden schijnend.
"Wat is het stil hier" constateerde Nancy.
"Ja, wat dacht je? Dat ze een fanfare afgehuurd hadden om ons te ontvangen? Er is hier gewoon niets en niemand."
"De dinosaurussen slapen natuurlijk" dacht Eddie hardop. "Ze vinden het buiten veel te heet om deze tijd."
De gang splitste zich. "Wat nu?" vroeg Nancy.
"Als we verstandig zijn blijven we bij elkaar..." begon Alfa.
"Maar jij bent zelden verstandig," viel zijn nichtje in de rede, "dus..."
"Dus ga ik alleen rechtsaf en jij en Eddie linksaf. Als je niks vindt kom je terug naar deze splitsing. Wie het eerst terug is wacht op de rest."
Niemand bracht daar iets tegenin, en even later liepen Nancy en Eddie speurend door de linkergang.
Alfa wandelde door de rechtergang. Hij onderzocht alle nissen in de wanden maar vond niets. De gang werd steeds smaller. Toen zag hij witte letters opdoemen. "Je zit op de verkeerde weg. Keer om zolang het nog kan."
Hij besloot verder te gaan. De gang maakte een bocht en liep dood op een poel met smerige vloeistof. Alfa zag hem op tijd, ontdekte dat hij niet verder kon en keerde om. Na enkele minuten was hij terug op de splitsing. Hij vond een rotsblok, onderzocht het op ongedierte en ging zitten. Op zeker moment hoorde hij een geluid. Eerst dacht hij aan een dier, maar toen herkende hij de voetstappen van een mens. Ze kwamen van de ingang van de grot zijn kant op. Er werd nu ook een lichtschijnsel zichtbaar. "Daar komt nog een erfenisjager aan" dacht Alfa, en hij deed zijn lamp uit. Het licht werd sterker. Het was alsof de naderende persoon heel behoedzaam liep. Alfa trok zich terug in een nis en wachtte af.
Naarmate ze dieper de grot in kwamen werd de gang smaller. Af en toe zagen ze teksten als "Geef de moed niet op" en "Volhard in wat u denkt dat het goede is". Er waren veel zijgangetjes die na een paar meter doodliepen. Eddie doorzocht ze allemaal. Opeens bleef Nancy stilstaan. "Hee, wat was dat?" Eddie keek haar aan. "Ik hoorde een geluid" zei ze aarzelend. "Ik niet" zei Eddie. "Misschien een vallende steen of zo." Ze liepen verder. Nancy zei niet veel meer. "Je bent toch niet bang voor dinosaurussen hè" grinnikte Eddie. "Die zitten meestal niet in grotten."
"Welnee, hoe kom je erbij. Zou deze gang nog ver doorlopen?"
"Hij kan niet veel verder gaan als hij zo doorgaat met smaller worden" zei Eddie.
"Hoe zou die erfenis er uitzien denk je?"
"Weet ik veel. Een koffer of zo."
Ze passeerden weer een diepzinnige tekst van Giring: "Wie zoekt zal vinden, maar wie vindt zal blijven zoeken."
"Die oudoom van jou was zeker filosoof in zijn vrije tijd" merkte Eddie op. Veertig meter verder lazen ze: "De moeilijkste weg is vaak de beste; als je snel in het hiernamaals wilt komen tenminste."
"Ik vraag me af of dat op ons slaat" mompelde Eddie. Even later zagen ze een onderaards riviertje dat hun pad kruiste. Er hing een rare geur boven. Ze stonden stil.
"Volgens mij is dit geen gewoon water" dacht Nancy.
"Nee" vond ook Eddie. "We kunnen er overheen springen, het is maar een meter of anderhalf, twee."
"Hm. Wie eerst?"
"Ik. Schijn jij met je lamp op de overkant, dan zie ik waar ik neerkom."
"Okay."
Eddie nam een aanloop en sprong. "Nou jij. Ik schijn wel op de grond hier."
Nancy liep op haar tenen aan en sprong. Ze haalde het net. Of eigenlijk net niet. De oever was glibberig waar ze neerkwam, en toen ze wilde doorlopen schoof ze achteruit terug naar het water. "Help!" Eddie had het gezien en greep haar vast. "Oef. Ik viel er bijna in."
"Je lamp heeft minder geluk gehad" constateerde Eddie. "Kijk."
Nancy's lamp was in het riviertje gevallen. Het borrelde nu op die plaats, er er steeg een groene damp op. "Het is inderdaad geen gewoon water." Nancy zei niets.
Ze liepen voorzichtig verder. De gang was nu twee tot drie meter breed en vier meter hoog. In het licht van Eddie's lamp doemde aan de rechterkant een zijgang op. Ernaast stond in witte letters: "Onderzoek alles en behoud het goede." Ze keken elkaar aan en liepen een stukje naar binnen.
Het plafond was hier lager, hooguit een meter of drie. De vochtige wanden schitterden in het lamplicht. De bodem liep schuin af. Hun stemmen werden gedempt.
"Wat een griezelig hol is dit" fluisterde Nancy.
"Ja. Als je niet beter wist zou je zeggen: een dinosaurushol."
"Praat geen onzin. Dinosaurussen zijn enorm groot en leven aan de rand van meren en zo. Behalve de vleesetende soorten, geloof ik..."
Behoedzaam gingen ze door. Het gangetje maakte een bocht naar links en liep dood. "Geen dinosaurus te bekennen" zei Eddie opgewekt. "En geen erfenis ook, zo te zien." Hij draaide zich om naar Nancy en wilde er nog aan toe voegen dat vleesetende dinosaurussen soms niet groter dan een mens waren, toen er opeens een zacht geschuifel klonk. Het kwam snel dichterbij.
"Er... er komt iets aan" fluisterde Nancy bezorgd. Ze keken naar de bocht in het gangetje. Een roodbruin wezen kwam de hoek om. Het was nauwelijks groter dan een mens en liep op zeer gespierde achterpoten. De voorpootjes waren grappig klein. De gespierde staart sleepte over de grond. De glimmende kop was groot en vierkant en de bek hing half open, zodat een dubbele rij vlijmscherpe tanden te zien was. Stukken rauw vlees zaten op weerzinwekkende wijze klem in het gebit. De ogen waren groot en puilden enigszins uit. Al met al leek het een schaalmodel van de Tyrannosaurus Rex.
Het beest stond stil en keek in het licht van Eddie's zaklamp. De kop schudde langzaam heen en weer, alsof het monster zijn hersens wou dwingen na te denken. Na enkele seconden besefte de minityrannosaurus dat hij geen gevaar te duchten had, al waren de indringers gewapend met een verblindende straal. Hij besloot er een mooie show van te maken en stootte wat rochelende klanken uit, die mooi luguber weerkaatsten tussen de vochtige wanden. Het dier begon naar voren te schuifelen. Eddie en Nancy stonden als verstijfd. De rollende ogen verrieden dat het beest genoeg honger had om beiden te verslinden. Een stinkende adem beroerde Nancy's gezicht. Ze kokhalsde. Plotseling herinnerde Eddie zich zijn mes. Hij greep het, berekende waar het hart van het monster moest zitten en deed een uitval. Met al zijn kracht stootte hij het lemmet in de buik van het beest en deed een paar stappen terug. Rauw gebrul steeg op uit de keel van de dinosaurus. De ogen rolden bloeddorstig en hij kwam met vernieuwd enthousiasme op zijn prooi af.
"Het heeft hem alleen maar kwader gemaakt" observeerde Eddie hardop. Hij zag zijn carrière als rockgitarist somber in. De roodbruine bek hing wijd open, gereed toe te happen.
Lang hoefde Alfa niet te wachten. Hij zag een man uit de gang komen en stilstaan op de splitsing. Alfa herkende hem onmiddellijk. Het was Holle Hoelang, een computerprogrammeur van het ruimtevaartcentrum. Hij was de man die de F.M. 2 I -computer geprogrammeerd had. Enkele maanden geleden was hij ontslagen wegens corruptie. Aan zijn manier van lopen te zien had hij kwaad in de zin, dus Alfa concludeerde dat Hoelang door een of ander technisch foefje de coördinaten van Zulu achterhaald had en nu op weg was naar de erfenis van zijn vroegere werkgever. Hoelang zette zich weer in beweging en liep behoedzaam de linkergang in. Alfa dacht snel na. Er waren twee dingen die hij kon doen; Hoelang achterna gaan, of Hoelangs ruimteschip saboteren. Hij besloot tot het laatste. Toen hij naar buiten wandelde was hij zo in gedachten verzonken dat hij niet zag dat naast de ingang een pijl op de wand gespoten was, met erbij de tekst "Veel plezier ermee".
Naast de F.M. 2 I stond een klein ruimteschip. Alfa opende zonder moeite de deur en ging naar binnen. Via een luchtsluis kwam hij in de controleruimte. Hij maakte het instrumentenpaneel open en verwijderde de aanjager van de materietransmittor. Snel keerde hij terug naar de grotten.
Voorzichtig, een hand voor zijn lantaarn houdend, sloop hij door de gang naar de splitsing, en verstopte zich weer in de nis.
Aan de rand van het oerwoud verscheen het hoofd van een jong dier. Met bijziende ogen keek het om zich heen, en kwam toen helemaal tussen de bomen uit. Behaaglijk gapend strekte het zijn lange nek in de zon. Toen zag het de twee geelbruine beesten voor de rotswand staan. Het hinnikte, sloeg op hol en verdween in het woud.
Eddie keek recht in de keel van de bloeddorstige dinosaurus. Het gangetje was nog geen anderhalve meter breed, en de poten van het beest stonden links en rechts tegen de wanden zodat er geen doorkomen aan was. Even leek de tyrannosaurus te aarzelen. Dan zag Eddie de kaakspieren opzwellen en de kop omlaag buigen om toe te happen.
En of het nu door heldhaftigheid of door puur geluk kwam, op dat moment werden ze gered. Dat hun overlevingskansen daarmee nauwelijks toenamen mag als minder belangrijk beschouwd worden, maar feit is dat de rollende ogen tot stilstand kwamen, de kaakspieren voorgoed verstijfden en de tyrannosaurus voorover stortte.
"Zo" zei een man met een futuristisch pistool in de hand. "De helden zijn op het laatste nippertje gered."
"Wie bent u?" vroeg Eddie.
De man grijnsde. "Iemand die op zoek is naar de erfenis, net als jullie. Alleen ga ik hem vinden en jullie niet. Haha!"
"Dat is een computerprogrammeur van het ruimtevaartcentrum, Eddie" zei Nancy. De man grijnsde nog steeds.
"Ik dacht dat wij de enigen waren die de coördinaten hadden."
"Hoelang was de programmeur van de F.M. 2 I."
"Nou, die heb je in diverse maten denk ik, maar wat heeft dat..."
"Nee, hij héét Hoelang bedoel ik."
"..."
"Ik neem aan dat jullie de erfenis nog niet hebben. Ik denk dat ik jullie maar eens ga opsluiten in mijn ruimteschip, dan kan ik rustig zoeken."
"Opsluiten? Wat wil je dan met ons gaan doen?" vroeg Nancy.
"O, ik gooi jullie gewoon in de luchtsluis en doe de deur open als we in de ruimte zijn" antwoordde Hoelang achteloos.
"En dacht je dat je die erfenis zomaar mee kon nemen?"
"Haha. Wie zou me tegen moeten houden? Van dinosaurussen ben ik niet bang, en mensen zijn hier niet buiten ons drieën."
Eddie begreep plotseling dat Hoelang hem voor Alfa Venédan aanzag, en niet van een derde persoon afwist. Nancy had het ook in de gaten en keek hem aan.
"Kom. We hebben lang genoeg gekletst."
Eddie en Nancy stapten over de dinosaurus heen en moesten onder bedreiging voor Hoelang uit lopen. Het gangetje uit, en naar de uitgang.
Alfa hoorde voetstappen uit de linkergang komen. Nu en dan was een lichtschijnsel zichtbaar. Hij trok zich terug in zijn nis en wachtte af. Na enige minuten kwam Nancy de splitsing oplopen, gevolgd door Eddie en Hoelang, die een pistool gericht hield. "Rechtdoor, naar de uitgang" snauwde hij. Alfa had wel zoiets verwacht en wandelde rustig achter de drie aan. Moeilijk was dat niet, want er was zoveel geluid dat zijn voetstappen niet opvielen. Honderd meter na de splitsing was de uitgang van de grot. Hoelang loodste de gevangenen naar buiten. Alfa bleef binnen om niet gezien te worden. Hij dacht snel na. Hoelang had de erfenis nog niet; Nancy en Eddie evenmin. Hij zou dus onherroepelijk terugkomen naar de grotten. Maar wat zou hij buiten met Nancy en Eddie doen? Zolang opsluiten in zijn ruimteschip waarschijnlijk. En wegvliegen kon hij niet, want de aanjager van het dematerialisatiecircuit zat in de zak van Alfa's leren jas. De F.M. 2 I was afgesloten, dus die kon hij ook niet gebruiken. Hoe langer Alfa nadacht, hoe meer hij overtuigd raakte dat Hoelang terug zou komen. Hij zocht een enigszins aan het gezicht onttrokken rotsblok uit en ging zitten wachten. Voor de derde keer die dag.
Uit verveling knipte hij zijn lamp aan en liet speels de lichtbundel over de wand glijden. Over glinsterende uitsteeksels, langs de ingang, over de witte pijl... de witte pijl! Verbaasd las hij de tekst die ernaast stond: "Veel plezier ermee". Het licht schoof naar beneden en onthulde een vierkant ding dat op de grond lag. Alfa raapte het op. Het was een videoband. Er stond in handschrift op: "Dit is geen grap. Deze opname bevat de locatie van mijn erfenis." Hij schudde grinnikend zijn hoofd en stopte de band in zijn binnenzak. Daar liep je een hele grot af te zoeken naar een erfenis die bij de ingang lag! "Ik ben benieuwd of dit de laatste grap van Giring was" mompelde Alfa terwijl hij weer ging zitten.
Hoelang was ondertussen aangekomen bij zijn ruimteschip. Hij opende de deur en liet zijn gevangenen voorgaan. Ze gingen de luchtsluis door en de controleruimte in. "Ga daar zitten" blafte Hoelang. Hij trok een kast open en pakte een rol touw die hij aan Nancy gaf. "Bind hem vast. Ik zeg wel hoe." Onder bedreiging werd Eddie door Nancy vastgebonden. Eerst zijn voeten aan elkaar. Dan zijn handen aan de stoelleuning. Toen Eddie geen kant meer op kon stopte Hoelang het pistool weg en begon hij Nancy vast te binden. Haar handen op haar rug, haar enkels aan de onderkant van de stoel. "Ik neem aan dat jullie het niet erg vinden om in één stoel te zitten. Jullie zijn tenslotte neef en nicht, haha. Bereid je maar voor op een verkwikkende ruimtewandeling zodra we hier weg zijn." Hij grijnsde vuil en verdween.
"Wat nu?" zuchtte Nancy. "Uit een ruimteschip in het luchtledige gegooid worden is nauwelijks beter dan door een dinosaurus opgefreten worden."
"Alfa is er ook nog, en dat weet Hoelang niet. Die krijgt hem wel te pakken in de grot."
"Of hij wordt ook gevangen genomen."
"Dat lossen we dan wel weer op. Maar zullen we eerst even onszelf losmaken?"
"Hoe?"
"O, dat is geen probleem" vond Eddie. "Ik heb massa's boeken gelezen waarin de hoofdpersonen om de haverklap vastgebonden worden, dus ik weet precies hoe het moet. Ik heb een mes in mijn rechterjaszak. Als jij een beetje scheef gaat hangen kun je het er uithalen."
Nancy strekte haar gebonden armen en voelde de rits van de jaszak. Ze trok hem open en viste het mes eruit. "Wat is dat natte spul?"
"Dinosaurusbloed" lachte Eddie. "Als jij nou mijn handen lossnijdt, kan ik jou losmaken."
Nancy stak het mes achter Eddie's touwen en begon te zagen. "Ik geloof dat het niet al te scherp is."
"Dat valt wel mee" meende Eddie. "Zo'n mes hoeft niet zo scherp te zijn. Als je maar hard genoeg gooit gaat het toch wel overal in."
Het duurde tien minuten eer zijn handen los waren. Toen was het snel gebeurd. Eddie sneed Nancy en zichzelf los en begon in de kasten te zoeken. Hij vond twee pistolen en gaf er één aan Nancy. "Ik denk dat we het beste hier die Hoelang op kunnen wachten en hem overmeesteren als hij terugkomt, al dan niet met Alfa."
"Goed idee" zei Nancy, wrijvend over haar enkels waar de touwafdrukken in stonden. "Dat kan nog wel even duren. Zullen we ondertussen iets drinken? Daar staan flessen." Eddie pakte een fles en bekeek het etiket. Het was Vendexaanse ijsrum. Hij vroeg zich af of alle Vendexaanse ruimtevaarders sterke drank nuttigden. Even later zaten ze ieder in een luie stoel met een glas rum.
Alfa hoorde voetstappen naar de ingang van de grot komen. Hij had zich verscholen tussen wat rotsblokken in het begin van de brede gang. Hoelang stapte naar binnen en knipte een zaklamp aan. Hij keek op zijn gemak rond en begon naar de splitsing te wandelen, er blijkbaar van overtuigd dat hij alleen was. Toen Hoelang zo'n dertig meter afgelegd had begon Alfa hem te volgen. Het viel niet mee, want hij moest opppassen geen geluid te maken, en bovendien kon hij geen licht aandoen omdat Hoelang dat zou kunnen zien. Met moeite slaagde hij erin de afstand gelijk te houden.
Hoelang bereikte de splitsing en stond stil. Alfa hield ook halt, en bedacht wat hij zou doen. Hij moest Hoelang uitschakelen. Liefst onverwacht, want hij was gewapend. Zou hij wachten op de splitsing tot Hoelang terugkwam? Nee. Hij wist niet of die wel terug zou komen, want Hoelang scheen van plan de linkergang te nemen. En Alfa wist niet waar die gang naartoe ging... Volgen dus. Hij was juist tot die conclusie gekomen toen Hoelang de linkergang inliep. Voorzichtig passeerde Alfa de splitsing en volgde.
Iets verder stond Hoelang weer stil. Alfa was even bang dat de gang doodliep en hij ontdekt zou worden als Hoelang zich omdraaide. Hij raapte een flinke steen op van zeker een halve kilo, en keek rond naar een zijgang. Toen zag hij dat Hoelang voor een riviertje stond en er met zijn lamp op scheen. Alfa zag hoe Hoelang een aanloop nam en sprong, en realiseerde zich dat hij niet over dat riviertje zou kunnen springen zonder opgemerkt te worden. Er moest dus iets ondernomen worden, en snel. Twee meter verder zag hij een zijgangetje, waar hij zich in verborg.
Hij raapte nog een steen op, keek of hij het stroompje kon zien glinsteren, en gooide hem onderhands in de richting van het water. Er klonk een schuivend geluid gevolgd door een plons. Het effect op Hoelang was de moeite waard. Het leek of hij iemand uit een stripverhaal was. Hij sprong omhoog, verslikte zich, draaide zich om en begon alle kanten op te schijnen met zijn lamp. Alfa zag met boosaardig plezier dat hij bang was. Hoelang keek wild om zich heen, en dacht waarschijnlijk het met een dinosaurus aan de stok te hebben.
Als beroemd rockmuzikant was Alfa gewend de aandacht te trekken. Hij keerde zich naar de wand tegenover hem om een mooi echo-effect te verkrijgen, en brulde met de stem waar hij vaak zijn concerten mee begonnen was: "Ik ben de geest van Giring Venédan. Ik zal niet dulden dat mijn erfenis wordt ingepikt door een bedrieger. Scheer u weg van hier, of ik zal de rivier doen opzwellen en u doen verdrinken." Alfa's stem galmde nog even na door door de grot. Hoelang had nu van schrik de hik gekregen, en keek naar de rivier. Hij kon niet uitmaken waar het geluid vandaan gekomen was. Hij stond te aarzelen of hij terug zou springen over het riviertje of niet, toen plotseling gesis en geborrel uit het water opsteeg. Hoelang zag het, kon geen andere verklaring bedenken dan dat de geest van Giring zijn dreigement aan het volbrengen was, en sprong zo snel hij kon. Achteruitlopend om de rivier in de gaten te houden kwam hij in Alfa's richting. Die kon zijn lol niet op toen de hikkende Hoelang hem naderde, woog de steen in zijn hand en sloeg toe. De zaklamp kletterde en Hoelang dreunde tegen de grond. Alfa raapte de lamp op en fouilleerde het lichaam. Hij vond het pistool en stak het in zijn zak. Even wou hij weglopen, maar dan bedacht hij dat hij Hoelang niet kon laten liggen. Die zou snel wakker worden, en dat zou lastig zijn. Hoelang's ogen knipperden al. Hij scheen er met de lamp in. Het knipperen werd heviger, kreeg gezelschap van kreunen en zuchten en resulteerde in wakker worden. "Wa..." begon hij, maar Alfa trok het pistool en zei "Sta op." "Wie ben jij?" vroeg Hoelang argwanend.
"Ik ben Kesing Venédan. Ik heb je gered van de geest van mijn oudoom." Hoelang stond op, keek hem even niet-begrijpend aan, en zei "Och, ga weg. Volgens mij gaf jij me die klap op mijn kop."
"Oja?" spotte Alfa. "Hoe kom je erop zeg. Lopen! We gaan naar buiten."
Hoelang zette zich in beweging. "Maar... Als jij Venédan bent, wie is dan die andere?"
"O, gewoon een vriend van me. Waar heb je ze opgesloten?"
"In mijn ruimteschip."
"Dacht ik al." Het was even stil. Tenslotte kon Hoelang zich niet meer inhouden: "Heb jij die erfenis al gevonden?"
"Jazeker" antwoordde Alfa vriendelijk. "Jammer hè?" Hoelang zweeg.
"Sst! Daar komt iets aan!" fluisterde Nancy plotseling. En inderdaad, er klonk gemorrel toen de luchtsluis geopend werd. Ze gingen met getrokken pistool elk aan een kant van de deur staan. Voetstappen naderden. De deur ging open en Hoelang trad binnen. "Je bent erbij, Hoelang! Steek je handen omhoog!" zei Eddie. Hoelang zag Nancy en Eddie, en stak mistroostig zijn handen omhoog. "Laat maar jongens" hoorden ze Alfa zeggen. "Ik heb hem al."
"Alfa! Ik was al bang dat er iets met je gebeurd was!" zei Nancy opgelucht. Alfa liep grijnzend de kamer binnen, Hoelang voor zich uit drijvend. "Je dacht toch niet dat ik me door zo'n kereltje in de luren liet leggen? Ik had hem al in de gaten op het moment dat hij de grot binnenstapte. Ik zag dat hij jullie gevangengenomen had, en heb hem opgewacht. Eddie, bind jij hem even vast? Die snuiter is niet te vertrouwen."
"Hoe heb je hem te pakken gekregen?"
"Dat vertel ik zometeen in de F.M. 2 I. Kom, hij redt zich wel." Hij herinnerde zich de aanjager. "Oja Hoelang, hier is een onderdeel van je materietransmittor dat ik eruit gehaald heb. Je ziet maar hoe je het er weer in krijgt." Hij legde het apparaat op het controlepaneel en liep de deur uit, gevolgd door de nieuwsgierige Eddie en Nancy. Hoelang bleef kwaad kijkend achter.
In de F.M. 2 I vertelde Alfa hoe hij Hoelang te grazen had genomen. Hij had er nog steeds lol in. Daarna vertelde Nancy en Eddie hun avontuur met de dinosaurus, en hoe ze zich hadden losgemaakt. "Aha. Ik vond het al gek dat jullie in Hoelangs schip met pistolen liepen te zwaaien. Goed dat je losgeraakt bent." Hij keek Eddie aan. "Dus jij hebt die dinosaurus aangevallen? Nancy was zeker verschrikkelijk bang?"
"Och, dat viel mee. Dat nichtje van jou kan wel wat hebben."
Nancy onderbrak: "Dit is allemaal heel mooi, maar we hebben nog steeds de erfenenis niet, en..."
"O nee?" vroeg Alfa.
"Wat o nee... heb jij..."
"Asjeblieft. Eén erfenis." Hij overhandigde de videoband aan Nancy. Die stond er even verbaasd naar te kijken. "Dit is geen grap..." begon ze.
Eddie kwam nieuwgierig naderbij. "Dus... hierop staat waar de erfenis ligt?"
"Inderdaad" antwoordde Alfa. "En ik heb het idee dat we daarvoor weer naar een andere planeet moeten..."
Nancy stopte de band in de speler en drukte op de startknop. Onze drie helden keken gespannen naar het scherm. Daar verscheen het gezicht van een jeugdig ogende oude man, met een glimlach van oor tot oor. Na even geglimlacht te hebben begon het gezicht te spreken:
"Hallo, geliefde vrienden. Ik ben wijlen Giring Venédan, zoals jullie begrijpen. Allereerst moet ik zeggen dat ik het tof vind dat jullie helemaal naar Zulu zijn gekomen voor een stomme videoband. Ik ben blij dat de dinosaurussen jullie niet als lunch hebben gebruikt. Maar goed, we hadden het over mijn erfenis: Een gedeelte van mijn bezittingen, bestaande uit juwelen en andere voorwerpen van interplanetaire waarde, heb ik verstopt op een plaats waarvan ik de coördinaten zometeen zal geven. Het is een planeet genaamd Aarde. Jullie zullen haar ongetwijfeld kennen. Mijn achterneef Kesing Venédan heeft met mijn mijn achternicht Nancy zelfs een rockgroep opgericht die Aardse muziek speelt. Ik weet niet wie deze opname gevonden heeft, maar als jullie mijn neef en nicht zijn moet ik toegeven dat jullie heel wat meer in je mars hebben dan muziek maken. Maar nu ter zake. Op die planeet ligt een land genaamd Nederland. Dat kennen jullie ook wel. In Nederland ligt een stad, Helmond, en in die stad staat een school. Ik weet dit zo goed doordat ik er geweest ben om mijn erfenis te verstoppen, zie je. Die school heet 'Professor Scharenheuvel scholengemeeschap'." Eddie riep ongelovig uit "Dat is mijn school!" "Sst" siste Nancy. "Het is nog niet afgelopen."
"Onder de vloer van de begane grond van dat gebouw, tussen de funderingen, heb ik een kist gezet waar de erfenis in zit. Je ziet hem staan als je in de heren-WC de vloer openbreekt. De coördinaten van de Aarde vind je in de boordcomputer van de F.M. 2 I, onder het trefwoord 'Aarde'."
Even was het stil. Giring keek hun ernstig aan.
"Eigenlijk vind ik het helemaal geen leuk idee dat mijn vermogen in vreemde handen komt. Ik weet dat het zwak van me is, maar ik heb geknoeid aan deze videoband. Hij zal ervoor zorgen dat jullie de erfenis niet krijgen. Sorry hoor. Deze band vernietigt zichzelf binnen drie seconden... drie... twee..."
In de controleruimte ontstond plotseling een geweldige bedrijvigheid. Alfa dook vloekend van zijn stoel af en ging plat op de grond liggen, Eddie deed hetzelfde en Nancy verstopte zich achter haar stoel. Giring telde door: "anderhalf.. één..." Er klonk een ontzaglijke quadrofonische knal, en er was een felwitte lichtflits; dan het gebulder van Giring: "Hahahahahahahah... heb ik jullie even mooi te pakken! Ik wou dat ik die gezichten kon zien!" Zijn stem werd ernstiger. De drie ruimtereizigers kregen in de gaten dat de knal en lichtflits op de videoband hadden gestaan, en dit weer een van Girings beroemde grappen was.
"Ik hoop dat jullie mijn kist vinden op de Aarde. Wie weet gebeurt er nog iets geinigs als je hem openmaakt! Maar nu moet ik afscheid nemen, vrienden. Ik wens jullie het allerbeste, en misschien tot ziens." De man op het scherm stak zijn hand op, knipoogde en verdween.
Nancy, Eddie en Alfa zaten nog uit te hijgen van de explosie. "Wat een lolbroek, die oudoom van jullie" vond Eddie. "Nou. Ik dacht echt dat dat ding ontplofte" zei Nancy. "Ik verheug me al op die kist. Zei jij daarnet dat jij op die school zit, Eddie?"
"Ja, de Schaar, dat is mijn school. Toevallig hè?"
"Des te beter" vond Alfa. "Dan hoeven we er tenminste niet naar te zoeken. Is het soms dicht bij dat eh... schuurtje van mij?"
"Ja, in die buurt is het."
"Te gek zeg. En ik zat er al die tijd vlakbij."
"Ik zat al die tijd zelf op die school, dat is nog erger" vond Eddie.
"Tja, het is een fantastische kerel, die Giring" zei Nancy.
"Was" verbeterde Alfa.
"Wat dachten jullie ervan als we eens wat aten en naar bed gingen? Dan kunnen we uitgerust vertrekken. Ik val om van de slaap."
"Goed idee Nancy." Eddie gaapte. "Hebben we de deur trouwens op slot gedaan? Ik heb geen zin om vannacht lastig gevallen te worden door geflipte computerprogrammeurs."
"Maak je geen zorgen" zei Alfa. "Dit schip is inbraakproef." Ze aten snel en gingen naar bed.
In het ruimteschip naast de F.M. 2 I had Holle Hoelang één strengetje touw doorgezaagd met zijn nagelvijltje, en begon hij aan het tweede. Hij ging een rusteloze nacht tegemoet.
Superintendant Oetang Orang van de Magaraanse geheime dienst was belast met het onderzoek naar de verdwenen F.M. 2 I. Hij had nog niet het geringste resultaat bereikt. Toen hij vernam dat Kesing "Alfa" Venédan, de man die het ruimteschip gestolen had, gesignaleerd was in een bar in Magar en twee agenten op weg waren hem te arresteren, was hij dan ook zeer verheugd en begon hij energiek door zijn kamer te ijsberen. Even later bereikte hem het bericht dat Venédan ontsnapt was zonder een spoor achter te laten, en de achtervolgende politiebuggy gestrand tegen een publieke WC. Hij hield op met ijsberen en begon woest de achterkanten van zijn pennen op te eten. Toen hij zijn halve pennenvoorraad afgewerkt had kwam het derde bericht: Op een kleine ruimtevaartbasis in de Magariwoestijn was een ruimteschip gestolen, vermoedelijk door voormalig computerprogrammeur Holle Hoelang. Er waren belangrijke aanwijzingen gevonden, en de directie van de basis stond erop dat de zaak meteen onderzocht werd.
De Superintendant drukte op een knop. Uit een luidsprekertje klonk de stem van zijn secretarese: "Ja?"
"Susie, bel XX5 en XX6 en zeg dat ze ogenblikkelijk hier komen."
"Goed, meneer."
Korte tijd later zaten de geheim agenten XX5 en XX6 in draaistoelen voor het bureau van Oetang. Ze waren zo geheim dat ze hun namen nooit mochten gebruiken tijdens hun werk. De twee X-en duidden erop dat ze alleen bij zeer belangrijke, soms zelfs interplanetaire, zaken ingeschakeld werden. Ze zagen er onuitgeslapen uit.
"Hm, vier minuten en tweeëntwintig seconden. Bijna een nieuw record. Jullie leren het al. Maar ter zake." Orang stond op. "Op de Magaribasis is enkele uren geleden een ruimteschip gestolen, te weten de F.M. 1 XIII, en het schijnt dat de dief een paar aanwijzingen omtrent zijn reisdoel heeft achtergelaten. Het is zeer vermoedelijk een zekere Holle Hoelang, een ex-computerprogrammeur. Kennen jullie hem?"
De agenten keken elkaar aan. "Nee, Super" antwoordde XX5.
"Des te beter. Ik wil dat jullie direct naar de Magaribasis gaan. Als je kunt bepalen waar hij zit, ga hem dan achterna en haal hem terug. Ik zorg wel dat jullie een ruimteschip kunnen lenen. Nog vragen?"
"Nee Super" antwoordden de agenten in koor. Ze schenen bijzonder in hun sas met de opdracht. Even later waren ze op weg, en de Super ging weer zitten. Er klonk een pieptoon en zijn secretaresse zei: "Hier zijn die twee politie-agenten van vanmorgen, meneer."
"Laat ze maar komen." Handenwrijvend ging de Super wat scheldwoorden zitten bedenken. Hij vond het altijd zeer vermakelijk politiemensen die flaters hadden begaan uit te kafferen. De agenten kwamen schoorvoetend met hun pet in de handen binnen.
Eddie werd wakker van een pieptoon. "Eddie, je ontbijt staat klaar. Wakker worden slaapkop."
Hij keek verbaasd naar de microfoon die naast zijn hoofd bungelde. Hij pakte hem beet. "'Hè, watte?" Er klonk gegiechel.
"Je kunt komen ontbijten. Dit is Nancy. Wij zijn in de controlekamer."
"Oja, ik kom eraan. Tot zo."
Vijf minuten later zaten ze met zijn drieën te eten. Het beeldscherm stond aan. Van Hoelangs ruimteschip was geen spoor te bekennen. "Hij zal zich wel losgemaakt hebben en hem gesmeerd zijn" dacht Alfa. "Zeg Eddie, denk jij dat we gemakkelijk die school van jou binnen kunnen komen?"
"Nu wel ja, het is vakantie. Dan is er niemand."
"Mooi. Dan kunnen we over een half uur vertrekken."
XX5 en XX6 materialiseerden met hun geleende ruimteschip op een rotsachtige vlakte op de planeet Zulu. Ze stapten uit en keken rond. "Daar staat een ruimteschip" zei XX6.
"Maar... dat is Hoelangs schip helemaal niet" merkte XX5 verbaasd op.
"Nee, nou je het zegt... Het lijkt de F.M. 2 I wel."
"Dan zit die Venédan er natuurlijk in, waar de Super al zolang naar op zoek is! Kom, dan arresteren we hem. Dit is veel belangrijker dan Hoelang." Ze liepen onbevreesd op het ruimteschip af. Toen ze tot op tien meter genaderd waren vervaagde het plotseling. "Hé, ze gaan weg. Hoho! Hier blijven!" Ze holden er naartoe, maar het was te laat. "Shit. En Hoelang is er ook al niet" mopperde XX6.
"Daar staat iets op de muur geschreven." Ze lazen het.
"Verrek. Dus die ouwe Venédan heeft hier zijn erfenis verborgen. Zou 'ie er nog liggen?"
"Waarschijnlijk zat de erfenis in de F.M. 2 I, die hier net stond. Maar misschien hebben ze hem nog niet gevonden..."
"Als wij hem nou es gingen zoeken? We zijn hier nou toch en..."
Even later dwaalden de twee geheim agenten door de vochtige grotten, op zoek naar een erfenis die er niet was. Een hongerige jonge dinosaurus zag ze naar binnen gaan en bedacht dat hij nog geen ontbijt gehad had.
De F.M. 2 I materialiseerde onder het heuveltje in het bos, waar Eddie's brommer nog steeds naast de racewagen van Alfa stond. De drie helden hadden zoals gewoonlijk een verschrikkelijke kater, maar gelukkig had Alfa nog een fles van zijn eigen brouwsel.
"Zeg Eddie, jij kunt ons van hieraf wel de weg wijzen naar die school hè?"
"Jawel, maar hoe wou je het eigenlijk aan gaan pakken? Inbreken?"
"Waarom niet? We nemen toch niks mee dat niet van ons is?"
"Dat is waar. Het lijkt me ook wel leuk trouwens. Inbreken in mijn eigen school. Maar we zullen moeten wachten tot vanavond. Op klaarlichte dag heeft de politie ons meteen te pakken."
"Dat spreekt. Dan gebruiken we die tijd om wat gereedschap bij elkaar te zoeken. We moeten tenslotte een vloer uitbreken."
"Dan kunnen jullie me ook wel wat van de Aarde laten zien" zei Nancy. "Ik ben hier voor het eerst namelijk."
"Prima idee" vond Alfa. "Dan kunnen we meteen het terrein verkennen. Zullen we naar mijn schuurtje gaan? Daar heb ik ook gereedschap liggen."
Ze gingen naar buiten en wandelden naar het schuurtje. Eddie zag dat zijn brommer er nog stond. Nancy keek naar de voertuigen die ze niet eerder gezien had.
"Het valt me mee dat alles er nog staat" zei Eddie.
"Och, we zijn maar anderhalve dag weg geweest. Zullen we gaan kijken naar die school? Dan kunnen we een plan de campagne maken voor vanavond."
Ze namen plaats in Alfa's racewagen en vlogen over het zandweggetje, dan de hoek om en verder in de richting van Helmond. Eddie wees de weg.
"Weet jij een veilige manier om daar binnen te komen, Eddie?" vroeg Nancy.
"Wat heet. Het veiligste is om via het sportveld te gaan. Dat valt het minst op, maar we zullen een paar deuren moeten forceren."
"O, dat doe ik wel" lachte Alfa. "Ik heb genoeg deuren geforceerd om bij dat ruimteschip te komen."
Een kwartier later zaten ze in de auto tegenover het schoolgebouw. "Van deze kant kunnen we er niet in zonder gezien te worden" merkte Alfa op. "Waar is die veilige weg van jou?"
"Daar links van het gebouw is een park. Dat grenst aan het sportveld achter de school. We hoeven alleen over een hek te klimmen en wat deuren te openen."
Ze stapten uit en staken de weg over. Eddie ging voor over een paadje en een grasveld. "Dit is het hek. Als we daar over zijn, lopen we over het sportveld naar de achteringang."
"Hm" zei Alfa. "Dan moeten we onopvallende kleren aan, of ze zien ons."
Na enig rondkijken reden ze terug naar het schuurtje van Alfa.
"We moeten kort na middernacht gaan. Eenmaal over het hek lopen we langs de rand van het veld, langs de bomen. En binnen mogen we geen licht maken voor we in die WC zijn."
"Waarom forceren we dat hek niet inplaats van er overheen te klimmen?" vroeg Nancy.
"Ja, dat zou gemakkelijker zijn" erkende Alfa. "Goed, dat doen we. Leg jij ons uit hoe we moeten lopen daarbinnen om in de WC te komen, Eddie? Dan zijn we klaar."
"Ik teken het even. Kijk."
Hij tekende een plattegrond en legde uit welke deuren ze door moesten. En half uur later was het plan klaar en hadden ze het nodige gereedschap in de auto gegooid. Om de tijd te doden maakten ze de rest van de dag nog wat muziek met de instrumenten die Alfa in het schuurtje opgesteld had.
"Er komt niemand aan. Begin maar." Eddie kwam over het grasveld hun kant opgelopen. Hij had even rondgekeken of er iemand in de buurt was. Ze stonden nu met zijn drieën voor het hek, en Alfa haalde zijn geërfde zesmillimeter laserboortje tevoorschijn. Binnen tien seconden was het hangslot naar de Filistijnen en konden ze het hek openmaken. Alfa liep er doorheen. De anderen volgden. Eddie sloot het hek weer. "We moeten nu langs deze rij boompjes naar het gebouw lopen" zei hij en wees naar de donkere schaduw die scherp afstak tegen de heldere, met sterren gevulde hemel. Het was doodstil, afgezien van een auto die honderd meter verderop door de nacht raasde, en een kerkklok die één uur sloeg. Langzaam slopen de drie vrienden de kant van het gebouw op. Na een paar minuten stonden ze voor de deur.
"Is hier een alarminstallatie?" vroeg Nancy zacht.
"Niet dat ik weet. In ieder geval niet op de benedenverdieping."
Alfa forceerde de deur en liet Eddie voorgaan naar bininen. "Jij weet hier de weg."
"Okay, volg mij maar." Tien meter verder moest nog een deur geforceerd worden. Daarna staken ze een fietsenstalling over en kwamen bij een dubbele deur, die toegang gaf tot de hal. Eddie duwde ertegen. "Niet op slot. We kunnen zo doorlopen." Ze staken de hal over en kwamen bij de heren-WC. Toen ze alledrie binnen waren deed Eddie de deur dicht en knipte het licht aan. "Er zijn hier geen ramen, dus niemand ziet het." Nancy stond nieuwsgierig rond te kijken. "Dit is de eerste keer dat ik in een herentoilet kom."
Alfa zette de zak met gereedschap op de grond en haalde er een apparaat uit. Eddie had geen idee wat het was, maar toen Alfa het aanzette en ermee in de vloer begon te zagen begreep hij dat het een zaag moest zijn. Het ging verbazingwekkend snel. In vijf minuten zat er een gat van een vierkante meter in de vloer. Nancy scheen er met een zaklamp in... precies op het deksel van een antiek uitziende kist. "Verrek, dat is net zo'n kist als zeerovers vroeger gebruikten om hun schatten in te verstoppen" zei Eddie. Hij ging plat op de grond liggen en pakte de kist vast. Met moeite tilde hij hem uit het gat en zette hem op de grond. "Zullen we meteen kijken wat erin zit?"
"Hij zit niet eens op slot." Alfa tilde het deksel op zodat de inhoud zichtbaar werd. Eddie liet een langgerekt gefluit horen. Nancy keek hem vragend aan. "Dit is Nederlands geld..."
In de kist lagen, slordig zodat het erg veel leek, honderden bankbiljetten. Briefjes van vijf, tien, vijfentwintig, honderd en duizend waren door elkaar gegooid of het damesromannetjes van De Slegte waren. Alfa graaide er in en haalde een envelop tevoorschijn. "Ik wist wel dat er nog iets anders in zou zitten. Zet je maar schrap; misschien is het wel een bombrief" zei hij terwijl hij de brief begon open te maken. De anderen keken met argusogen toe. Alfa scheurde de envelop open en trok er voorzichtig een vel uit, dat achtmaal gevouwen was. Eenmaal open had bleek het van posterformaat. Met letters van drie centimeter was er een boodschap opgeschreven.
"Ja, Giring was in zijn laatste jaren wat kortzichtig geworden" legde Alfa uit, en las voor:
"Hallo jongens. Wat je in deze kist ziet is het wettige betaalmiddel van dit land, en flink wat ervan ook. Ik heb een deel van mijn verzameling juwelen verkocht, omdat ik het geen leuk idee vond ze hier onder een WC te laten liggen. Wat je met het geld doet moet je zelf weten. De rest van mijn erfenis heb ik voor de zekerheid in mijn ondergrondse brandkast in de zuidelijke Magariwoestijn gestopt, in net zo'n kist als deze. Er zit een speciaal slot op de brandkast, dat reageert op dit stuk papier. Je moet het weer opvouwen en in de gleuf duwen waar 'Papier hier' boven staat. Om de brandkast te vinden ga je vanuit Magar ongeveer twaalf kilometer in zuidelijke richting. Je komt dan bij een dal met een rotsachtige bodem. Het is een paar honderd meter breed en heeft de vorm van een gitaar. Op de plaats waar de plug in zou moeten ligt een rij rotsblokken. Achter het grootste blok vind je een onderaardse gang. Daarin bevindt zich de brandkast. Veel geluk!
Giring Venédan."
"Ongelooflijk!" zuchtte Nancy. "Wedden dat er in die brandkast weer een briefje ligt dat de erfenis eigenlijk toch op Zulu is?"
"Hm. Een deel ervan hebben we nu in ieder geval" merkte Alfa op. "Maar dit geld kunnen we alleen op Aarde gebruiken. Ik vrees dat we terug naar Vendex moeten."
"Dan mogen we ons wel goed vermommen. De politie zal op ons liggen te loeren. Jij gaat natuurlijk mee, hè Eddie?"
Eddie hield op met geld tellen. "O, eh, ja, zeker."
"Dat weten we dan." Alfa stak de brief in zijn binnenzak. "Zullen we maken dat we wegkomen? We zijn nog steeds aan het inbreken namelijk." Ze deden de kist dicht, draaiden het licht uit en gingen naar buiten. Eddie had lol omdat hij op zijn eigen school ingebroken had, maar was toch blij toen ze het hek door waren en over het paadje door het park naar de auto liepen. "Wat is dit ding zwaar" klaagde Nancy, die samen met Eddie de kist droeg. Alfa nam het van haar over. Ze kwamen bij de weg, staken over en liepen naar de racewagen die trouw stond te wachten.
Het was kwart over twee toen ze aanreden. "Pas op dat het geld niet wegwaait!" waarschuwde Alfa.
Even later reden ze met een kalm gangetje weer naar het ruimteschip, terwijl Nancy en Eddie geld telden.
"Eénmiljoendriehonderdtienduizendhonderdvijfentwintig gulden" klonk Nancy's stem boven de muziek uit in de lichtpaarse controleruimte. Op het scherm was de planeet Klima zichtbaar, maar niemand keek ernaar. Nancy zat op haar knieën bij het geld, dat verspreid over de vloer lag, en begon het terug te leggen in de kist. Naast haar op de grond stond een glas rode vloeistof. Eddie lag op de grond en dronk hetzelfde, terwijl hij een briefje van duizend bestudeerde. Alfa hing dwars in zijn stoel, de ene armleuning als rugleuning gebruikend. Hij keek ongelovig naar de berg geld.
"Weten we al waar we gaan landen op Vendex?" zei Nancy. "We kunnen moeilijk midden in Magar uit de lucht komen vallen."
"Geen probleem" vond Alfa. "Ik zet hem gewoon op diezelfde plek in de woestijn neer, en als we geluk hebben staat de buggy daar ook nog. In geval van nood, als de politie in de buurt is, kunnen we gemakkelijk weer vertrekken."
"Aha. Maar voor we naar Magar gaan moeten we ons wel vermommen, denk daaraan. Jij ook Eddie, want jou kennen ze van vorige keer." Ze gaapte.
Alfa keek slaperig naar zijn nichtje. "Je haalt me de woorden uit de mond, Nancy. Het is eeuwen geleden dat we geslapen hebben op Zulu. Ik stel voor nu naar bed te gaan, dan zien we morgen wel hoe we dat met die vermommingen doen."
"Mij best. Niks achterhouden Eddie!" Nancy lachte naar Eddie, die de laatste vijfentwintigjes in de piratenkist deed en het deksel dichtklapte.
Tien minuten later lagen ze in bed. Alfa lag op zijn rug en vroeg zich af wat een geluidsinstallatie op Aarde zou kosten. Nancy viel verbazingwekkend snel in slaap. Eddie keek tevreden naar de muur van zijn kamer, waar nu met fraaie letters "Slaapvertrek 2" stond. Hij draaide zich op zijn buik en begaf zich op weg naar dromenland.
...Eddie woonde een rockconcert bij. Hij zag een zangeres die stond te zingen, maar hoorde niets doordat de luidsprekers vol zaten met papier. Nijdig keek hij naar het papier, en zag dat het allemaal briefjes van duizend waren. Ze vielen er één voor één uit, en het geluid werd langzaam luider.
"Oehoe! Eddie! Ben je al wakker?"
Met een schok ging Eddie rechtop zitten en greep naar de microfoon die aan de muur hing. "Hallo? Ben jij dat Nancy?"
"Ja, wie anders? Ik roep al vijf minuten."
"Aha. Ik droomde."
"Over mij?"
"Hoe kom je erbij. Hoewel, die zangeres leek wel op jou, ja."
"Laat maar. Zullen we opstaan? Ik rammel van de honger."
"Ik hoor het" grinnikte Eddie. "Wat klinkt dat hol."
"Dat ben ik niet, grapjas. Dat is Alfa. Die zit in de controlekamer muziek te draaien."
Na het ontbijt was er overleg. "Zo meteen gaan we met de materietransmittor naar de Magariwoestijn" zei Alfa. "Als onze buggy daar nog staat gebruiken we die om naar Magar te gaan en daarna naar dat gitaardal."
"Maar voor we het schip verlaten moeten we ons vermommen" merkte Eddie op.
"Hoe doen we dat? Hebben we vermommingen aan boord, Alfa?" vroeg Nancy.
"In de bagageruimte heb ik een hoop kleren en pruiken en zo liggen. Die schijnen standaard bij deze schepen geleverd te worden, voor het houden van gekostumeerde feesten op lange interstellaire reizen." Even later begon Alfa de materietransmittor in te stellen. Eddie en Nancy zetten zich schrap.
Toen het gekreun weggestorven was keken ze naar het scherm. Er was geen mens te zien, alleen rotsblokken, veel zand en een buggy. "Hij staat er nog!" zei Alfa opgelucht. "We kunnen er zo mee wegrijden."
"Ja, maar zullen we nou eerst in de bagageruimte gaan kijken naar die vermommingen?"
Ze liepen de gang in en de bagageruimte binnen. Het was een hok van vier bij vijf meter, waar een aantal grote kisten stond.
"Dat daar is een bouwpakket van een fotonaangedreven dragster" wees Alfa. "En daar heb ik wat geluidsapparatuur staan. In die kast zitten kleren." Hij opende de kast. Er lagen uniformen in voor officiële gelegenheden, wat overalls, andere kleren in alle soorten en maten, en een paar pruiken. Alfa opende een kleine doos en haalde er twee valse snorren en een baard uit. "Ik plak een valse snor en baard aan. Als ik dan ook nog een zonnebril opzet ben ik onherkenbaar. Eddie, jij plakt deze snor op, dat is genoeg."
Nancy zette een pruik en een zonnebril op, en even later zagen ze eruit als drie willekeurige Vendexanen. Ze gingen naar buiten. De zon hing vlak boven de horizon, en lange zwarte schaduwen gaven het landschap iets lugubers. Het was erg warm, maar niet benauwd. De bandensporen van de buggy liepen nog duidelijk door het zand in de richting van de weg. Het was doodstil.
"Is het nou ochtend of avond?" vroeg Eddie.
"Avond" antwoordde Alfa. "Over ongeveer een uur gaat de zon onder. Tegen die tijd zijn we in Magar. Ik denk dat het beste is te wachten tot het helemaal donker is voor we vertrekken uit de stad."
"Waarom?" vroeg Nancy.
"Er loopt geen weg van Magar naar het zuiden. We moeten door de woestijn rijden. Als iemand ons zou zien, zou het argwaan kunnen wekken."
Ze stapten in de buggy en reden aan, de oude bandensporen volgend. De F.M. 2 I bleef alleen achter in de stralen van Alfa Centauri.
Holle hoelang was er de man niet naar het gauw op te geven. Hij kon koppig als een ezel zijn, vasthoudend als een bull-terriër. Helaas voor hem was hij niet al te slim. Niet dat hij echt dom was, maar zijn IQ stak niet ver boven de middelmaat uit. Net genoeg om computerprogrammeur te worden op een afgelegen ruimtevaartbasis in de Magariwoestijn. Dat was gemakkelijk werk, want de computers deden het meeste zelf, en hij verdiende er een acceptabel salaris mee. Belastingvrij ook nog, want in de ruimtevaartsector waren alle salarissen belastingvrij. Daardoor was hij in staat om wanneer hij maar zin had een rockconcert te bezoeken, af en toe zijn gezicht te laten zien in de duurdere restaurants van Magar en omstreken, en regelmatig een vakantiereis te maken. Ook hield hij zich geregeld op in de café's en nachtclubs van Magar, waar hij een graaggeziene gast was. Hij had een twaalfurige werkdag. Van de rest van de vierentachtigurige Vendexaanse dag bracht hij ruwweg zo'n twintig uur - al dan niet slapend - in bed door. De overblijvende uren hing hij rond in genoemde gelegenheden. Een groot deel van de tijd amuseerde hij zich kostelijk, maar geheel tevreden was niet. Daarom begon hij met het oplichten van miljonairs, wat hem goed afging, en het sjoemelen met het geld voor de salarissen. Dat laatste ging hem minder goed af, waardoor hij oneervol ontslagen werd. Hij deed geen moeite een andere baan te zoeken. Geld had hij toch zat. Tot hij op een dag het radiobericht hoorde waarin gemeld werd dat zich in de F.M. 2 I -computer de ligplaats van een erfenis bevond. Hoelang herinnerde zich dat hij die computer geprogrammeerd had, ging in zijn map met aantekeningen kijken, en vond warempel een afschrift van de supergeheime coördinaten. Hij stal een ruimtescheepje en verdween in de richting van Zulu om de erfenis op te sporen.
Het feit dat hij niet de enige was bracht hem niet van zijn stuk. Zijn gevangeneming en vastbinding in zijn gestolen ruimteschip wonden hem op, maar opgeven deed hij niet. Hij was ervan overtuigd dat Venédan met zijn erfenis zou terugkeren naar Vendex, dus hij maakte zich los en keerde terug naar zijn eigen planeet. Het ruimteschip zette hij neer in een dal, zo'n twaalf kilometer ten zuiden van Magar. Hij begaf zich per buggy naar huis, sliep tot hij wakker werd, en ging in een biertent zitten.
De F.M. 2 I -buggy reed de buitenwijken van Magar binnen. Hoewel de zon half onder was, was het nog lang niet donker. Het was wel minder heet dan midden op de dag, en er reden en liepen veel Magaranen over de straten. Vlak voor Magar was Alfa gestopt om, op Nancy's aanraden, de speciale F.M. 2 I -kentekens te verwijderen van het voertuig.
"Het duurt nog een uur of twee, drie voor het helemaal donker is. Wat zullen we tot die tijd doen?" vroeg Alfa.
"We kunnen het beste ergens binnen gaan, in een café of zo. Dan vallen we het minst op. Kijk! Daar zouden we wel eens heen kunnen gaan." Ze wees naar een reclamebord, waarop een concertaankondiging stond van een onbekende hardrockgroep.
"Ja, goed idee. Dat is in het zuiden van de stad, dus we kunnen van daaruit recht de woestijn in rijden."
Ze gingen via brede gladde wegen naar een gebouw waar met lichtgevende letters op stond dat het een feestzaal was. Alfa zette de buggy op de parkeerplaats ernaast. "Druk is het hier niet bepaald" zei hij, wijzend op de drie andere voertuigen die er stonden.
"Des te beter" vond Nancy. "Dan lopen we minder kans herkend te worden."
Ze wandelden naar de ingang en kwamen in een hal terecht waar een stuk of tien deuren op uitkwamen. Een van de deuren stond half open. Er klonk geroezemoes door. "Ze zijn nog niet begonnen" constateerde Eddie terwijl ze naar binnen gingen.
Het was een grote zaal, met aan de ene kant een podium en aan de andere kant een batterij drankautomaten. Er zouden met gemak vijfhonderd tot zeshonderd mensen in kunnen, maar nu waren er amper zestig. "Zeker een onbekend groepje" dacht Alfa.
De leden van de groep waren bezig hun apparatuur te testen, te oordelen naar lugubere klanken die uit de installatie opstegen. Het waren jonge muzikanten. Waarschijnlijk was dit een van hun eerste concerten.
"Zullen we daar gaan zitten?" vroeg Nancy, wijzend op een bank aan de rand van de zaal. Ze gingen zitten. Van hieraf konden ze het podium gemakkelijk zien. De bandleden begonnen zich voor te stellen.
"Het is maar goed dat die lui niet weten dat er twee ex-Venédanleden onder hun publiek zitten" zei Alfa. "Ze zouden van de zenuwen geen noot meer kunnen spelen."
"En de politie zou binnen vijf minuten hier zijn om ons te arresteren." merkte Nancy op. "Hebben jullie ook zo'n dorst?"
"Ik verga van de dorst" steunde Eddie.
"Ik haal wel even wat." Alfa stond op en beende naar de achterkant van de slechtgevulde zaal. Op het podium begon de rockgroep te spelen voor een klein maar enthousiast publiek.
Superintendant Oetang Orang van de Magaraanse Geheime Dienst parkeerde zijn buggy voorzichtig tussen tween andere langs de weg. Aan de overkant van de straat was een café. Oetang stak de straat over, liep naar de ingang, zette een voet op de drempel en bleef zó plotseling stilstaan dat het leek of hij Bisonkit onder zijn schoenzolen had. Dat was echter niet het geval. Aan een tafeltje vlakbij de ingang zat - men raadt het nooit - Holle Hoelang. Super Orang kende Hoelang van gezicht, want hij was ooit gearresteerd geweest. Zijn eerste gedachte was om te draaien en een andere kroeg op te zoeken. Dan realiseerde hij zich dat hij van de M.G.D. was, en Hoelang nu op zijn gemak kon oppakken. Hij wilde naar binnen lopen, maar bedacht plotseling weer dat hij nu geen dienst had, en dat Holle Hoelang waarschijnlijk toch zou ontkennen. Oetang besloot te wachten tot Hoelang naar buiten kwam en hem dan te volgen om zo aan bewijsmateriaal te komen. Dit alles flitste in een dikke halve seconde door hem heen - superintendanten waren erop getraind snel te denken - en toen hij weer achterwaarts naar buiten stapte had nog niemand hem gezien.
Holle Hoelang was juist aan zijn vierde glas rum bezig toen zijn oog op een reclametekst op de muur viel. Hij las met belangstelling de aankondiging van een rockconcert in Magar, besloot dat dat nog altijd gezelliger was dan in een saai café de nacht door te brengen, en dronk zijn glas leeg. Hij stond op en liep de deur door, de zwoele avondlucht in. Het begon al aardig donker te worden. Twee van de drie manen van Vendex stonden aan de hemel en keken als fonkelend rode ogen toe hoe Hoelang even nadacht, zich herinnerde dat zijn buggy aan de overkant van de straat stond, en er naartoe wandelde.
Even later reed hij de straat uit en begaf zich in de richting van de buitenwijken van Magar. Een weg zoekend door smalle steegjes wiste hij het zweet van zijn voorhoofd. Het was nog steeds tamelijk warm. Hij sloeg een hoek om en kreeg opeens het gevoel of een glas ijsgekoelde rum via zijn oren in zijn hersens werd gegoten. Voor hem langs de weg stond een agent van de Magaraanse politie, met opgeheven hand. "Halt. Stoppen" riep hij vanonder zijn tropenhelm. Met kloppend hart bracht Hoelang de buggy tot stilstand en wachtte af. De agent liep op hem toe, terwijl Holle Hoelang besefte dat hij gezocht werd wegens het stelen van een ruimteschip.
Vloekend probeerde Superintendant Orang zijn buggy tussen twee andere voertuigen uit te krijgen, zodat hij achter Hoelang aan kon gaan. Hij schold voornamelijk op zichzelf omdat hij zo stom was geweest op deze plek te parkeren. Het kostte hem een hele minuut om weg te komen, en toen was Hoelang al uit het zicht verdwenen. Gelukkig had Orang gekeken welke kant hij op ging, en hij reed nu op goed geluk naar de zuidrand van de stad. Mistroostig scheurde hij door smalle steegjes, en na vijf minuten had hij de moed opgegeven Hoelang nog in te halen. Hij minderde vaart toen hij een politieagent op de weg naast een buggy zag staan, en week uit naar rechts om er langs te kunnen. Pas toen hij er zowat voorbij was zag hij dat Holle Hoelang achter het stuur zat...
Hoelang loerde voorzichtig naar de agent die op hem toeliep. Het was een jonge agent, gelukkig. Waarschijnlijk kende hij Hoelangs gezicht alleen van foto's in het politie-archief. En die waren genomen in de tijd dat Hoelang een hippie was, dus die leken evenveel op zijn huidige gezicht als een WC-bril op een contactlens. Hij herinnerde zich nog dat hij toen gearresteerd was wegens woest rijden door de belangrijkste winkelstraat van Magar. Van boven keken de twee manen nieuwsgierig op hem neer. Ze hadden nu gezelschap van een groot aantal sterren. In de buurt van één van die sterren, op een Vendexachtige planeet, stond een conciërge woedend naar een gat in de vloer van de heren-WC te kijken. Hij tierde zo hard dat het op Vendex hoorbaar zou zijn geweest als er lucht tussen de twee planeten gezeten had.
De agent stond nu naast de buggy van Hoelang. "Goedenavond meneer. Zou u het erg vinden als ik u een paar vragen stelde?" vroeg hij vriendelijk. Hoelang keek hem verbaasd aan. "Eh... Nee hoor."
"Het politiekorps is bezig een enquête te houden onder automobilisten. Wij willen erachter komen hoeveel van de automobilisten in Magar ooit bekeurd zijn voor een verkeersovertreding. Hebt u ooit een bekeuring gehad?"
"Nee. Nog nooit" loog Hoelang opgelucht. "Ik rijd al zes jaar zonder overtredingen."
"Zozo. Waren er maar meer zoals u. Nou, goedenavond dan maar weer."
Hoelang groette beleefd en reed voorzichtig aan.
Het was nog steeds donkerder aan het worden. Op Vendex duurt het lang voor het echt donker is. Vaak wordt het niet helemaal donker. Het gebeurt soms dat alle drie de manen tegelijk aan de hemel staan. Dit was een nacht waarop de twee rode manen van Vendex in de lucht hingen.
De temperatuur daalde tot enkele graden boven het vriespunt in de Magariwoestijn. Het was windstil en de hemel was helder, zonder wolken. De sterren schitterden als piepkleine diamantjes, en de manen blonken als robijnen. De hellingen van de zandheuvels rondom het Gitaardal werden beschenen door het rode maanlicht, en staken griezelig af tegen de donkerblauwe lucht. Het zand van de woestijn leek donkerrood. De verspreid liggende rotsblokjes wierpen scherpe schaduwen op de roodachtige grond. Geen geluid doorbrak de stilte... behalve dat geruis in de verte. Geruis? Nu leek het wel een soort gefladder, en het werd luider. Op een of andere manier paste het precies bij de spookachtig rode omgeving. Twee minuten later werd een donkere schaduw zichtbaar tegen de sterren, en na even rondgevlogen te hebben kreeg hij gezelschap van een andere schaduw. Met zijn tweeën landden ze klapwiekend op de bodem van het Gitaardal, vlak bij wat kleine rotsblokken die in een cirkel opgesteld stonden. Het waren Vegonen.
"Bone joerre avé?" zei de ene, terwijl hij zijn vleugels opvouwde. "Avá du, mai ie avé eunes sorre mes hes hermos" antwoordde de andere, eveneens zijn vleugels vouwend. In de verte klonk gefladder.
"Pas da, ies zave res rotre Vegos!" Vegon nummer één wees met een magere zwarte vinger in de richting van het geluid. Zijn mantel ritselde, zijn haren gingen enigszins overeind staan en zijn rode ogen puilden uit hun kassen. Vegon mummer twee ging in het middelpunt van de cirkel staan, sloeg zijn mantel open zodat zijn zwarte, knokige lichaam zichtbaar werd, strekte zijn armen uit en braakte met bloeddorstig schitterende ogen uit: "Zozie sza. Al bakka sabba ga gies!!!"
We zullen de conversatie niet verder volgen, want er zijn slechts enkele tientallen wezens in het heelal die de taal der Vegonen kunnen begrijpen. Achtendertig, om precies te zijn. Het is waarschijnlijk nuttiger te vertellen wat Vegonen zijn.
Vegonen zijn mensachtige wezens, geëvolueerd op de planeet Vendex. Ze hebben vleugels, een zwarte huid, ogen in alle kleuren van de regenboog, en planten zich zeer moeizaam voort. Ze waren altijd in de minderheid vergeleken met de andere Vendexanen, en werden nooit helemaal geaccepteerd vanwege hun bizarre uiterlijk en afschuwelijke karakter. Hun technologie is nooit hoogstaand geweest.
Op de dag van heden zijn er nog precies zevenenderdig Vegonen over, waarvan zesendertig exemplaren zich op Vendex bevinden. Ze houden zich voornamelijk bezig met orgiën, wilde feesten en erediensten voor hun goden. Het feit dat de andere Vendexanen zich steeds verder ontwikkelen en zelfs ruimtereizen maken is als vergif voor hun toch al verdorven karakters.
Het zevenendertigste exemplaar van het Vegoonse ras bevindt zich merkwaardigerwijze op een andere plaats in het universum. De betreffende Vegon verborg zich op een keer, na een schreeuwende ruzie met zijn soortgenoten, als verstekeling aan boord van een ruimteschip. Hij kwam op de Aarde terecht, en ontdekte dat hij zich daar kon vermaken door Aardbewonders de stuipen op het lijf te jagen. Na een tijdje beheerste hij de Nederlandse taal - hij was in Nederland terechtgekomen - en besloot hij een baantje te zoeken.
Hij begon als loodgieter, maar werd na twee dagen op staande voet ontslagen wegens slecht gedrag. Eigenlijk kon hij daar niks aan doen, want als Vegon had hij een typisch Vegoons karakter: wreed, sadistisch en de neiging hebbende anderen onrechtvaardig te behandelen. Dit karakter veroorzaakte daarna nog verscheidene ontslagen, tot hij op een kwade dag een betrekking vond als conrector op een school voor HAVO en Atheneum in het zuiden des lands. Niemand merkte daar iets abnormaals aan zijn karakter of gedrag.
Het achtendertigste wezen dat de taal der Vegonen verstaat is geen Vegon, en bevindt zich heden ten dage ook op de planeet Aarde. Hij is de schrijver van dit verhaal.
Intussen waren alle zesendertig Vegonen gearriveerd in het Gitaardal. Ze zongen, maakten muziek, verzwolgen grote hoeveelheden drank, riepen hun goden aan en voerden onzedelijke handelingen uit met minderjarige vrouwelijke Vegonen. Verder deden ze nog een hele hoop andere dingen, die zo weerzinwekkend zijn dat de meeste mensen er van over hun nek zouden gaan als ze het wisten. Om bevuiling van dit boek te voorkomen zullen we op die afgrijselijke zaken niet verder ingaan, maar ter verduidelijking volgt hier een beschrijving van een der minst afstotelijke bezigheden van jonge Vegonen. Let wel, het is een van de MINST afstotelijke handelingen!
Een oude Vegon - respect voor ouderdom kennen Vegonen niet - wordt gedwongen een flink aantal stenen, besmeurd met uitwerpselen, te verzwelgen. Tot grote hilariteit van de vijfendertig toekijkende Vegonen worden de stenen aangestampt door een stok door de strot van de arme drommel te steken en deze naar beneden te duwen. Vervolgens, als de uitvoerende Vegonen wat bekomen zijn van het lachen, wordt het slachtoffer vastgepakt en heen en weer geschud tot hij de stenen weer uitkotst. Nadat dit enkele keren met dezelfde Vegon en dezelfde stenen is herhaald, gaan de grappenmakers op zoek naar een volgend slachtoffer voor een nog lachwekkender tijdverdrijf. Een bekend gezegde op Vendex, dat je wel eens in lichtgevende letters aan de muur ziet hangen, luidt: "In ieder mens schuilt een Vegon".
Eddie Zeezicht had nog nooit van Vegonen gehoord, en was er zich ook totaal niet van bewust dat een van de conrectoren van zijn school in werkelijkheid een Vegon was. Nancy en Alfa kenden, zoals alle Vendexanen, wel verhalen en legenden over Vegonen, maar hadden er nog nooit een gezien.
Eddie had intussen wat rondgezworven door het café om Vendexanen te bekijken. Toen hij erachter gekomen was dat de meeste er net als Aardbewoners uitzagen ging hij enigszins teleurgesteld weer naast Nancy zitten. Het was iets drukker geworden in de loop van de avond. Er waren nu zo'n dikke tachtig mensen getuige van het concert.
"Zijn er altijd zo weinig mensen bij een rockconcert op Vendex?" vroeg Eddie. "Nee" antwoordde Nancy. "Maar je moet er rekening mee houden dat de nacht hier meer dan veertig uur duurt. Een concert van een rockgroep duurt meestal van het begin van de avond tot ongeveer middernacht, dus zo'n twintig uur, en de meeste mensen vinden dat te lang en komen pas op de helft of tegen het eind. Als je hier rond middernacht zou komen zou het drukker zijn."
"Spelen ze dan twintig uur aan een stuk?" vroeg Eddie verbaasd.
"Nee, ben je gek. Af en toe is het een uur pauze om te eten en zo. Het gebeurt ook wel dat ze de drummer een solo van een half uur laten spelen, en de rest van de groep gaat dan uit zitten rusten."
"Dan moeten ze wel veel liedjes kunnen spelen. Of herhalen ze ieder nummer een keer of tien?"
"Ze kúnnen veel nummers spelen. Je moet bedenken dat een dag op Vendex vierentachtig uur duurt. Daardoor hebben zo veel tijd om muziek te schrijven en te repeteren en... auw!!! Wat doe je nou?!"
Alfa had haar een stomp tegen haar been gegeven. "Kijk eens wie daar loopt!"
"Verrek... Daar heb je Hoelang weer. Zou hij ons herkennen?"
"Welnee, we zijn goed vermomd. Maar blijf toch maar uit zijn buurt."
Eddie zag Holle Hoelang met langzame passen in de richting van de drankautomaten lopen. Hij keek om zich heen voor hij er een glas uithaalde. Met het glas aan zijn mond liep hij naar het podium. Zijn blik gleed langs onze vrienden.
"Ik geloof niet dat hij ons herkend heeft" zei Eddie.
"Nee. We blijven gewoon hier tot het tijd is om te gaan" brulde Alfa terug, boven het geluid van een drumsolo uit.
Hoelang stond op zijn gemak naar de hardrockgroep te kijken. Hij kreeg het er warm van, en maakte zijn jas los. Zijn hand gleed over zijn binnenzak en voelde iets hards. "Ho," dacht hij bij zichzelf, "ik heb mijn pistool nog bij me."
Dit was geen ramp, want het is niet verboden wapens te bezitten op Vendex. Maar toch besloot Hoelang het pistool zo snel mogelijk terug naar zijn ruimteschip te brengen.
De Vegonen vermaakten zich intussen best. Iedere Vegon had zoveel mogelijk gestolen eten en drank meegebracht naar het Midzomernachtfeest dat ze deze nacht zouden vieren. De flessen drank en het eten waren in het midden van de cirkel van rotsblokken gezet, zodat iedereen die honger of dorst had kon pakken wat hij wou. Het was een oud Vegonisch gebruik om tussen die flessen drank één fles te zetten waar inplaats van alcohol gammelolie in zat. Gammelolie is een aftreksel van de plan Gamelius, die alleen op Vendex voorkomt. De Vegonen vinden dit ontzettend grappig, want vroeg of laat krijgt een Vegon de gevreesde fles te pakken en moet hem dan in één keer leegdrinken. Voor de betreffende pechvogel is het helemaal niet grappig, want gammelolie smaakt verschrikkelijk lelijk en heeft bovendien een sterk laxerende werking, die dagen merkbaar blijft en begint binnen dertig seconden na nuttiging van de eerste slok. Dit kan tot kostelijk situaties leiden; de Vegon die na één slok weet dat het fout zit probeert te verbergen dat hij dé fles heeft, want als de anderen erachter komen moet hij alles in één keer opdrinken. Die anderen zijn natuurlijk ook niet gek, en als ze iemand een paar keer kort na elkaar achter een rotsblok zien gaan zitten weten ze hoe laat het is.
Een ander oud Vegonisch gebruik is om te middernacht tijdens het feest een offer te brengen aan hun god van de dood, Szarak. Vroeger bestond dit offer uit een levende Vegon, die zonder verdoving van zijn hersenen ontdaan werd, zodat zijn geest er beter uit kon. Na vele jaren kwamen de Vegonen erachter dat ze op deze manier zeer snel uitgestorven zouden zijn, aangezien er gemiddeld per honderd Vegonen slechts één in de tien jaar geboren wordt. Tot dit besef gekomen gingen ze kleine dieren offeren, en soms mensen die voor dit doel ontvoerd werden.
Deze nacht zou, bij gebrek aan beter, een fles rum geofferd worden. De fles was op een stellage van stenen geplaatst en stond haar ontzieling met bewonderenswaardige kalmte af te wachten. Het was alsof zij wist dat ze deze nacht gered zou worden van de dood. Naast de fles, zich koesterend in het warme rode licht van twee manen, had zich met veel elegantie een mooi, diepblauw glanzend mes met een lemmet van een halve meter neergevlijd. Het was een Mes waarbij vergeleken ieder slagersmes in het universum gedegradeerd werd tot een speelgoedzakmesje, zo oneindig betoverend en tegelijkertijd functioneel was het. Szarak Mach was de naam van het offermes. In gewone taal betekent dat "hand van Szarak". Het welgevormde diepzwarte handvat absorbeerde het maanlicht opvallend goed. Té opvallend. Wanneer we het handvat beter bekijken, de superscherpe rand van het lemmet trachtend te negeren, zien we iets angstaanjagends: In het handvat gaapt een luguber, bijna hoorbaar vloekend zwart gat, in de vorm van een half regelmatig achtvlak...
"Daar is de woestijn al" bromde Alfa.
Ze draaiden van de weg af, de Magariwoestijn in. De buggy zocht kalm een weg door het rulle zachtroodschijnende woestijnzand. Eddie keek gefascineerd naar de twee rode manen.
"Hebben jullie hier ooit een atoomoorlog of zoiets gehad?" vroeg hij, vrij dom. "Welnee" lachte Nancy. "De laatste paar eeuwen hebben we geen oorlogen meer kunnen voeren, omdat de landsgrenzen afgeschaft zijn. Er zijn geen landen meer, dus ook geen oorlogen. En atoombommen hebben we nooit nodig gehad, dus ze zijn ook nooit uitgevonden. Kernenergie wel, maar dat is al bijna ouderwets."
Alfa grinnikte achter het stuur. "En jullie op die arme Aarde doen het in je broek voor een derde wereldoorlog met je atoombommen." Hij had er duidelijk lol in. "Weet je wat er gebeurt als er een atoomoorlog komt?"
"Nee. Wat dan?"
"Het grootste deel van de mensen sterft, door bomaanvallen en in tweede instantie straling. Maar de insecten hebben, doordat ze talrijk zijn, een goede kans te overleven. Waarschijnlijk zal de Aarde overheerst gaan worden door insecten." Zijn gezicht stond ernstig. Eddie huiverde. Hij nam zich voor om voortaan mee te lopen in antibomdemonstraties.
"En weet je wat ook mogelijk is? Door radioactieve straling kunnen mutaties ontstaan in het DNA van insecten. Het is niet uitgesloten dat zo soorten ontstaan die kunnen denken, als mensen. Die zichzelf steeds verder ontwikkelen... technologisch bedoel ik. Misschien worden ze wel net zo groot als wij, of groter nog... om op hun beurt oorlogen te voeren, de atoombom uit te vinden, zichzelf te vernietigen. Snap je wat ik bedoel?"
Eddie knikte langzaam. Hij nam zich voor een antibombeweging op te gaan richten. "Kan dat echt gebeuren?"
"Het is een theorie. Maar ik zal je dit vertellen: Toen wij op Vendex begonnen met het onderzoeken van naburige sterren en hun planeten, zoals Aarde, dachten we dat leven op andere planeten allerlei vreemde vormen zou hebben die ons totaal onbekend waren."
Edde knikte begrijpend.
"Maar toen we er een aantal onderzocht hadden kwamen we tot de vreemde conclusie dat, althans in deze hoek van de Melkweg en op dit moment, er slechts enkele verschillende soorten planeten met leven zijn. Allereerst heb je die waar alleen micro-organismen leven, die zich zeer langzaam tot dieren ontwikkelen. Verder heb je planeten die bevolkt worden door dinosaurusachtige wezens. Dan komen de planeten met zoogdieren als voornaamste bewoners, waarvan sommige intelligent zijn, zoals jij en ik."
"En ik" zei Nancy.
"En dan," vervolgde Alfa luguber, "dan krijg je de planeten die bevolkt zijn met bijna uitsluitend insectachtige wezens, die soms zo groot als mensen worden. We hebben er enkele gevonden met denkende insecten die een complete beschaving opgebouwd hadden, gelijk aan de menselijke beschavingen, afgezien van wat details. Op een stuk of drie denkende-insecten-planeten zijn we stiekem geland om metingen te verrichten en te controleren of die insectentheorie klopte. Die is overigens bedacht door Giring Venédan."
"En?" vroeg Eddie, geïnteresseerd.
"Op alledrie de planeten troffen we een abnormaal hoge radioactieve straling aan."
Er viel een stilte. Afgezien van het geluid van de motor, althans.
"Dus..." begon Eddie.
"Dus jullie moeten zo gauw mogelijk zorgen dat je geen oorlogen meer krijgt en die atoombommen opruimt" viel Alfa in de rede.
"Is het moeilijk oorlogen te voorkomen?" vroeg Eddie.
Alfa keek hem aan. "Weet je wat mijn oudoom altijd zei? Oorlogen zijn niets anders dan ruzies tussen de regeringen van twee of meer landen, die ten koste gaan van de onschuldige inwoners van die landen doordat de regeringen macht uitoefenen over die inwoners. Alles wat je moet doen om oorlogen te voorkomen is dus ervoor zorgen dat niemand meer macht heeft over iemand anders. Zo gemakkelijk is dat. Hier op Vendex proberen we dat al een paar honderd jaar."
"Met succes" voegde Nancy eraan toe.
"Aha. Dat heb ik eigenlijk ook al altijd gevonden" zei Eddie. "Ik dacht al dat die oudoom van jullie filosoof was in zijn vrije tijd."
"Dat was hij niet" zei Nancy. "Hij was ruimtevaartdeskundige in zijn vrije tijd. Filosoof was zijn beroep. Hee... wat is dat?"
In de verte, spookachtig verlicht door twee rode manen, lag een inzinking in het terrein.
"Het Gitaardal" dacht Eddie.
Even later reden ze omlaag het dal in. Alfa stopte de buggy. Ze konden van waar ze stonden slechts een deel van het dal zien. Aan de overkant, nog net zichtbaar, stond een rij rotsblokken.
"Dus daar ligt de erfenis van Giring" merkte Nancy gespannen op. Zonder iets te zeggen staarden ze met zijn drieën door de Vendexaanse nacht.
De buggy zette zich weer in beweging. Bij de rotsblokken aangekomen stapten ze uit.
"Wat stond ook alweer op die brief, Alfa?"
"Achter het grootste rotsblok ligt een onderaardse gang. Dat zou daar moeten zijn dus." Hij wees naar een manshoog blok en liep er heen.
"Verrek, het is nog waar ook." Zijn stem klonk emotieloos van spanning. De anderen kwamen dichterbij en keken achter het stuk steen. In de schaduw die het op de grond wierp gaapte een gat in de rotsbodem, waarin een kunststof trap naar beneden leidde. Op de eerste tree stond met juist zichtbare letters: "Dit is de lichtschakelaar".
Nancy zette voorzichtig haar voet op de tree. Een wit licht spoot hun tegemoet vanuit het gat. "Wie eerst?" vroeg ze. Niemand zei iets, dus ze daalde zelf de trap af. De anderen volgden. De trap liep ongeveer drie meter naar beneden en kwam uit op een gang. Aan het eind van de gang zat een deur in de muur. Ernaast zat een soort brievenbus met het bovenschrift "Papier hier".
"Heb je dat stuk papier nog?" vroeg Nancy.
"Natuurlijk. Waar zie je me voor aan?"
"Jij vráágt er ook om, hè..."
Alfa haalde het papier uit zijn zak, liep kordaat naar de gleuf en duwde het erin. Prompt ging de deur open en werd een kleine ruimte onthuld, waarin een piratenkist stond. Ze traden het hol zwijgend binnen.
"Zou hij op slot zit..." begon Eddie, maar hij stokte toen de deur dichtzwiepte. Alfa begon er onmiddellijk aan te trekken. "We zitten opgesloten..." plotseling galmde een mooi, quadrofonisch gekuch beschaafd door de ruimte. Het was werkelijk een aangenaam geluid, met een volledige, warme basweergave, een middentonengebied waar duidelijk aandacht aan besteed was een een hogetonensysteem dat niet bepaald door een prutser in elkaar was gezet. Onze drie vrienden wachtten ademloos af. De stem sprak:
"Heb ik jullie laten schrikken jongens? Dat was echt niet de bedoeling. Zoals je zult vermoeden ben ik Giring Venédan. Ik vind het zonde om jullie de kist zomaar mee te laten nemen, dus ik heb maar even een bandje opgenomen. De kist zit op slot. De sleutel heb ik verborgen in de F.M. 2 I, in slaapkamer nummer drie, in een boek in de boekenkast. Het is geschreven door mij en heet "Het regelmatig achtvlak van de Vegonen". Denk goed na voor je de inhoud gebruikt; hij is zo kostbaar dat ik me afvraag of het wel goed is hem aan iemand anders te geven. Maar goed. Veel plezier ermee en tot ziens."
De deur schoof weer open. "Dat was kort maar krachtig" vond Alfa.
"Dat is míjn slaapkamer" merkte Nancy op.
"Die kist is zwaar" pufte Eddie, die de piratenkist naar de uitgang probeerde te slepen. Alfa hielp hem, en even later stond de kist achter het grote rotsblok. Eddie en Alfa stonden uit te hijgen in het maanlicht. Het licht in de gang doofde uit zichzelf.
"Hèhè. Ik dacht dat we opgesloten zouden blijven" zei nancy opgelucht.
"Wat niet is kan nog komen, kindje. Juich vooral niet te vroeg. Chahhachachaa". Een bekende stem klonk door de nacht. Eddie schrok zich het apelazerus. Vanachter het tweede rotsblok kwam Holle Hoelang aanlopen. Het zachtrode licht maakte dat zijn gezicht er bijzonder angstaanjagend uitzag. In zijn rechterhand blonk een pistool.
Eddie en Alfa sloegen onwelvoeglijke taal uit. Nancy keek zeer boos. Hoelang kwam breed grijnzend naderbij. "In die kist zit, naar ik veronderstel, de erfenis?"
"Jij veronderstelt maar wat je wilt."
Hoelang liep in een boog om de drie heen, zijn pistool gericht houdend. "Ga alledrie met je rug tegen dit rotsblok staan." Hij keek toe of zijn bevel goed uitgevoerd werd, en probeerde toen met één hand de kist op te tillen.
"Die is zwaar zeg. Heb ik effe mazzel dat mijn voertuig vlakbij staat. Wat zou er toch in zitten?"
"Geen flauw idee" zei Alfa eerlijk.
"Hm. Op slot. Ach, die krijg ik in mijn ruimteschip wel open."
Er viel een stilte. Je kon Hoelangs middelmatige hersenen horen kraken. "Wacht es even... als ik deze kist naar mijn buggy sleep heb ik twee handen nodig. Dan kunnen jullie me overmeesteren natuurlijk."
"Reken maar" gromde Alfa.
"Och, wie weet" zei nancy. "Misschien vinden we wel dat zo'n arme, werkloze sloeber als jij de erfenis meer verdient dan wij."
"En wie zegt dat we je durven aan te vallen? Je ziet er toch veel te sterk uit" slijmde Eddie.
Alledrie vonden ze het gruwelijk stom van Hoelang dat hij niet op het idee kwam hén de kist te laten dragen. Maar ze zeiden niets. Hoelang kreeg een idee. "Ik weet het. Ik laat jullie terug in dit gat klimmen, en gooi die steen erop." Hij knikte naar het twee meter hoge rotsblok. "Dat doe ik."
"Wat een goed idee van je" zei Nancy goedkeurend, terwijl ze inwendig stikte van de lach. Het rotsblok woog zeker tien ton.
"Ja, je moet niet denken dat ik een stommeling ben. Ik ben computerprogrammeur moet je weten, enne..."
"En je bent er gloeiend bij. Zo gloeiend als de sigaar waar ik gisteren mijn kont aan gebrand heb." Een donkere schaduw stapte hun gezichtveld binnen. Het werd nu werkelijk doodstil. Hoelang stond met open mond in de richting van de schaduw te staren. Aan zijn verschrikte ogen was te zien dat hij wist wie het was. Eddie wist niet wie het was, en stond zich dat af te vragen. Nancy wist wel wie het was, maar durfde niks te zeggen. Al met al was Alfa de enige die bij zijn positieven bleef. Hij bekeek de reacties van de anderen, zag angst, verwondering en herkenning, en verbrak tenslotte de stilte. "Wat een taal voor een Superintendant van de Geheime Dienst."
De schaduw kwam dichterbij, bekeek Alfa en zei: "Jij mag je brutale opmerkingen op sterk water zetten, meneer de beroemde rockgitarist. Jou zoek ik ook al weken."
Alfa zweeg. Hij vertrouwde volkomen op de goede afloop, zoals hij altijd deed.
De Superintendant keek de kring rond. Hij glimlachte vriendelijk naar Nancy. "U bent zeker juffrouw Nancy Venédan."
Nancy blikte koel terug. "Inderdaad."
"Ik herkende u meteen van de posters die overal hangen."
"Wat leuk. Wilt u een handtekening?"
"Nee, dank u. Later, als deze onaangename zaak achter de rug is. Ik weet overigens nog niet precies wat voor rol u speelt in dit spel. Ik hoop dat het geen slechte is."
"Goh, wat aardig van u."
"En wat deze jongeman hier uitvoert snap ik ook al niet. Wie ben jij, jongeman?"
"Ik ben Eddie Zeezicht" zei Eddie.
"Zeezicht, zeg je? Waar kom je vandaan?"
"Lieshout."
"Lieshout? Nooit van gehoord. Ver weg zeker?"
"Ja. Viereneenhalf lichtjaar, om precies te zijn."
Orang keek hem argwanend aan. "Zit je me nou voor de gek te houden?"
"Welnee" zei Alfa. "Hij bedoelt gewoon dat hij van de Aarde komt. Ik heb hem daar opgepikt met de F.M. 2 I."
De Super bekeek Eddie alsof hij een wezen van een andere planeet zag. Hij knikte langzaam. "Ik arresteer jullie allevier. Dat vreemdeplanetenverhaal zoek ik nog wel uit. Hoelang en Venédan moet ik sowieso hebben. De andere twee zullen weer op vrije voeten worden gesteld zodra er zekerheid is dat ze geen ruimteschepen gestolen hebben." Hij haalde zijn hand uit zijn zak. Er zat een pistool in. "Laat je pistool vallen, Hoelang." Hoelang aarzelde even, maar liet het wapen uiteindelijk vallen. En toen brak de hel los. Van alle kanten werden ze bestookt met woest gehuil en bloeddorstig geschreeuw. Op hetzelfde moment kwam een groot aantal donkere gedaanten, sommige rennend, sommige fladderend door de lucht, op de vijf af. Binnen enkele seconden waren ze nauwelijks meer in staat zich te bewegen. Vreemde zwarte wezens met felgekleurde ogen en vleugels hielden hen in bedwang. Het geschreeuw hield net zo plotseling op als het begonnen was. Een typisch voorbeeld van een Blitzkrieg. Eddie keek recht in de felgele ogen van een wezen dat hem in zijn armen geklemd hield. Om de een of andere reden moest hij denken aan een conrector op de school waar hij naartoe ging. Dat maakte het alleen nog maar erger. Alfa deed weer als eerste zijn mond open. "Vegonen."
De oplettende lezer zal ongetwijfeld begrepen hebben hoe het kwam dat Hoelang, de Superintendant en de zesendertig Vegonen zo plotseling opdoken. Om aan de wat trager van begrip zijnden tegemoet te komen volgt hier een kort verslag van de gebeurtenissen die zich voltrokken vanaf het tijdstip tien over zevenenzestig tot het moment van de Blitzkrieg der Vegonen. Om vijftien over zevenenzestig, toen de F.M. 2 I -buggy zich door het woestijnzand begon te ploegen, vonden de leden van de rockgroep het tijd worden voor een pauze. Ze stopten met spelen, maakten wat grapjes met het publiek en vertrokken naar hun kleedkamer. Hoelang besloot zijn pistool terug te gaan brengen, en vertrok naar het Gitaardal in de Magariwoestijn, waar zijn ruimteschip stond. Driehonderd meter achter Hoelang reed, met gedoofde lichten, Superintendant Oetang Orang, compleet met walrussnor, pistool en geheime zender in zijn gouden kies.
Ondertussen waren de Vegonen bezig met hun midzomernachtfuif. Ze stonden op het punt hun goden aan te roepen toen, duidelijk hoorbaar in de Vendexaanse nacht, een voertuig het Gitaardal binnenreed. Even later werden koplichtbundels zichtbaar voor de Vegonen. Snel als de wind verspreidden ze zich en omsingelden ze de rustverstoorders.
Hoelang was zich er niet van bewust dat hij gevolgd werd. Hij reed het dal binnen op een andere plek dan Eddie, Nancy en Alfa gedaan hadden, en zette koers naar zijn ruimteschip. Op zeker moment zag hij aan zijn rechterkant een lichtschijnsel. Hij remde abrupt, sloop voorzichtig de paar honderd meter die hem van de betreffende plek scheidden en zag tot zijn met geen Parkerpen te beschrijven vreugde onze drie helden uit de grond kruipen. De rest van Hoelangs verrichtingen is bekend.
Intussen had de Super ook niet stilgezeten. Hij zag dat Hoelang uitstapte, stopte zelf ook, sloop achter hem aan naar het lichtschijnsel en kwam juist op tijd om Hoelang te horen zeggen: "Ja, je moet niet denken dat ik een stommeling ben. Ik ben computerprogrammeur moet je weten, enne..."
Ook Orangs verdere daden kennen we.
Toen de Vegonen dit alles aangezien hadden konden ze het niet meer uithouden van woede en even later stortten ze zich als één man op de vier indringers.
Door de onmetelijkheid van een universum valt een stuk materie. Met steeds hogere snelheid wordt het een zwart gat ingezogen, om er in een ander heelal sneller dan het licht weer uit te schieten. Het bevindt zich nu in onze toekomst en loopt terug in de tijd terwijl het rakelings langs de blauwgroene planeet scheert, waar het explodeert en zo een atoomoorlog uitlokt. Een fragment ontsnapt en vliegt door naar een naburige ster, viereneenhalf lichtjaar verder en jaren verledenwaarts. Het wordt afgeremd, raakt in een baan rond een planeet en stort tenslotte neer temidden van zevenendertig gevleugelde wezens. Die rapen het op, monteren het in het handvat van hun offermes en aanbidden het.
Onze drie helden, vergezeld door twee vijanden die op hun beurt ook weer vijanden waren, werden door de Vegonen het Gitaardal door gesleurd. De gevangenen hadden al gemerkt dat praten niet mogelijk was met deze figuren. Ze kwamen in de hals van de gitaar terecht. Naar Eddie's schatting legden ze twee frets per minuut af, rekening houdend met het feit dat frets in de richting van de brug steeds verder uit elkaar zitten. Hij had gezien dat de Vegonen er uit domheid niet aan gedacht hadden de kist mee te nemen. Het stelde hem geenszins gerust. Toen hielden ze stil bij een kring van rotsblokken waar de wezens hadden zitten feestvieren, te oordelen naar de volle en lege drankflessen en etenswaren op de grond. Eddie dacht dat ze ter hoogte van de vijfde fret waren.
Rechts stond een aantal manshoge rotsblokken. Links zag Eddie een bouwsel van stenen. Het was anderhalve meter hoog en er zouden met gemak enkele mensen op kunnen liggen. Er stond nu echter een fles drank op, samen met een lang diepblauw glanzend mes. In het zachtrode licht van beide manen straalde het lemmet op doordringende wijze, zodat Eddie zijn ogen er met moeite van kon afwenden, en zelfs daarna bleef het nog nagloeien op zijn netvlies. Hij keek verder en schatte de afstand tussen de twee rijen zandheuvels links en rechts van de gitaarnek op ongeveer vijftig meter. De Vegonen overlegden.
"Nikoleux, vra aveux zel zeel?"
"Sisaseux, nitrogavau voervar?"
"Gatowex bloety voel, grimporsabel."
"Vos ames zel tereux ver zem taberneux!"
"Onait."
"Krnait."
"Maynait."
Geen van de gevangenen begreep hier ook maar een woord van, maar feit is dat de Vegonen door uitwisseling van deze zinnetjes een afdoend plan gereed hadden. Een jonge Vegon rommelde tussen de voedselvoorraad en haalde een bos gevlochten touw tevoorschijn, die hij aan zijn kameraden gaf. Die begonnen de slachtoffers elk aan een eigen rotsblok vast te binden. Eerst de Superintendant, die niet protesteerde omdat hij besefte dat verzet zinloos was. Er werden touwen aan zijn polsen gebonden, die achter de rots doorliepen. Zijn enkels ondergingen dezelfde behandeling. Daarna was Alfa aan de beurt. Toen Hoelang, die luid vloekte en tierde op zijn grijnzende bewakers. De Vegonen vonden het prachtig, al begrepen ze hem niet helemaal. Sommige lachten, een floot zelfs op zijn klauw. Vervolgens was Eddie aan de beurt, en tenslotte Nancy, die krijste toen een jonge Vegon zijn nagels in haar enkels zette. Die genoot hier zichtbaar van, maar werd tot zijn teleurstelling van meer vertier weerhouden door een oudere soortgenoot met rode ogen. Roodoog hief zijn armen en het werd stil. Hij keek de gebondenen een voor een aan. Eddie zag in de ogen een mengsel van oneindig begrip, diepe wijsheid, meeleven en duivels leedvermaak.
Roodoog zei niets. Hij scheen te begrijpen dat zijn taal onverstaanbaar was voor mensen. Hij wees naar de vijf gevangenen. Toen naar de stellage met het mes. De rechterklauw maakte een gebaar langs zijn hals. Er ging een rilling door de mensen, maar goedkeurend gemompel door vijfendertig Vegonen. Roodoog maakte een cirkelend gebaar in de lucht en wees naar de grond. Hij keek of hij begrepen was.
"Om middernacht worden we onthoofd" vertaalde Alfa. Roodoog knikte hem minzaam toe. Dan ontblootte hij zijn tanden in een sadistische grijns en liep naar zijn soortgenoten. De orgie werd abrupt in volle hevigheid voortgezet.
"Hoelang duurt het nog tot middernacht?" vroeg Eddie. Nancy wurmde zich in een S-bocht om op haar polsklok te kunnen kijken. "Nog vijftien uur" kreunde ze. "Vijftien uur om op je dood te wachten."
Eddie nam het minder zwaar op: "Och, het is zoiets als heel lang bij de tandarts in de wachtkamer zitten."
"Staan" verbeterde Hoelang somber.
Alfa spande de kroon wat lichthoofdigheid betreft: "Vijftien uur om gered te worden van de dood! Welke veroordeelde krijgt zo'n kans?"
Oetang Orang begon naast hem te grinniken. "Welbeschouwd heb je meer kans op ontsnapping dan wanneer ik je gearresteerd had, Venédan."
"Vind ik ook" zei Alfa. "Kijk niet zo treurig Nancy. Je kunt beter lachend je redding afwachten dan huilend je dood."
"Wie zegt dat we gered worden? En door wie?"
"De helden van het verhaal worden altijd gered" zei Eddie bemoedigend.
"Waar zijn die helden dan?" spotte Nancy.
"Wat zeg je nou!" grinnikte haar neef. "Eddie heeft op Zulu met zijn zakmes een dinosaurus aangevallen, en jij vraagt waar de helden zijn!"
Oetang deed ook een duit in het zakje: "Je bent me nog een handtekening schuldig, Nancy. Je dacht toch niet dat ik je zomaar liet vermoorden?"
En zo doodden de ter dood veroordeelden vrolijk lachend en pratend de tijd. Toch verstreken de uren traag. De lawaaiige Vegonen lieten hen met rust en kwamen zelfs eten en drank brengen. Omdat dit onaangeroerd bleef kwam een slimmer exemplaar op het idee de handen der vijf gevangenen los te maken. Hierbij betreurde Eddie het hevig dat het leren jasje waar zijn mes in zat in de F.M. 2 I gebleven was. Later deed ander probleem zich voelen. Na urenlang vastgebonden staan, eten en drinken moest een zeker biologisch proces zijn loop hebben, en Eddie was de eerste die de oplossing vond: hij spreidde zijn benen teneinde het enkeltouw, dat om het rotsblok liep, meer speling te geven, en schoof voetje voor voetje rond het blok naar de achterkant om uit het zicht van de anderen te urineren. De Vegonen lieten het zonder protest toe. De methode vond snel navolging.
"Hoe lang hebben we nog?"
"Een uur of achteneenhalf."
Eddie zuchtte. Nog acht uur om iets te bedenken. Hij vroeg zich voor de zoveelste keer af waarom die Vegonen hem toch steeds aan zijn conrector deden denken...
In het café, twaalf kilometer naar het noorden, begonnen de musici aan hun succesnummer "Bloody Vegon bricklayer". Honderden meters westelijk van de Vegoonse orgie stond nog altijd een solide piratenkist in de maanschaduw van een manshoge kei. Het zware hangslot deed een kostbare inhoud vermoeden.
Naarmate het uur der redding - of des doods, zo men wil - naderde, werden onze vrienden door moeheid en angst minder spraakzaam. Ze waren op de grond gaan zitten, wat de touwen na enig trekken en rekken net toelieten. De Vegonen werden ook minder rumoerig, en een oude Vegon lag zelfs te slapen. Hij werd wakker gepord door een groep jonge deugnieten. "Né, rézomanén nie kriepieziezoza hrrarh!" schreeuwde hij tot hilariteit van de jongeren. Alfa zag het en vroeg zich af wat hun te wachten stond op deze veelbewogen avond. Hij geloofde geen moment dat zijn hoofd eraf gehakt zou worden. Zijn horloge gaf twintig over drieëntachtig aan. Nog veertig minuten om gered te worden; ruim voldoende, vond hij. De Superintendant zat te wensen dat hij niet achter Hoelang aan gegaan was. Holle Hoelang wenste dat hij niet zo'n haast had gehad met het terugbrengen van zijn pistool. Eddie had zitten denken over een oplossing en was tot de conclusie gekomen dat de kans op redding klein doch wel aanwezig was. Nancy zat zich af te vragen wie de eerste zou zijn om onthoofd te worden. Ze had een akelig voorgevoel.
Om de tijd te doden volgt hier een belevenis van de zevendertigste Vegon, die op Aarde verblijft. Tegenwoordig heeft hij zoals vermeld een baan als conrector op een school voor HAVO en Atheneum. Maar daarvoor ging het hem niet zo voor de wind. Zo had hij eens een betrekking als stratenmaker gevonden. Hij ging op weg met een reusachtige hamer en een kruiwagen vol stenen om een straat te maken. Aangezien hij niet goed thuis was in Aardse gewoontes dacht hij dat de voortuintjes ook bestraat moesten worden. Hij stapte een tuin in, rukte wat planten en bloemen uit de grond, zag dat iemand vanuit het huis woest naar hem keek, en kreeg een van zijn typisch Vegoonse woede-aanvallen. Vijf minuten later was er geen ruit meer heel. Om zijn triomf te vieren slaakte hij enige bloeddorstige Vegoonse kreten. De arme Vegon werd op staande voet ontslagen.
Het was vijf minuten voor middernacht. Het lawaai van de Vegonen was gestopt. Afwachtend keken de gevangenen naar de zwarte wezens, die in een kring om de stellage met het mes gingen staan. Een aantal Vegonen maakte hun touwen los en bracht hen tot in de kring. Ze zagen dat ontsnappen zo goed als onmogelijk was, met aan alle kanten Vegonen. Ze stonden op een rij, zo'n twee meter van het stenen altaar. Een oude Vegon kwam op hun toegelopen, bekeek hen één voor één en greep Nancy bij haar arm.
"Zie je wel" dacht ze bitter. "Ik wist dat ze mij het eerst zouden nemen."
De Vegon trok haar ruw mee. Alfa kon het niet meer aanzien en stormde plotseling op hem af. Onmmiddellijk schoten twee jonge Vegonen toe en sleurden hem terug naar zijn plaats. Scheldend probeerde hij zich los te trekken. Nancy zei niets. Ze was lijkbleek geworden. Ietwat voorbarig, maar een kniesoor die daarop let. Een tweede oude Vegon kwam naast haar staan, en onder zacht gejuich van de toeschouwers werd ze ruggelings op de stellage gelegd, vlak naast het offermes. Ze wou schreeuwen, maar toen ze haar mond opende kwam er geen geluid uit. Eddie voelde de rillingen over zijn rug lopen. Hij kreeg zin om iets te doen, maar wist niet wát.
De oude Vegon greep het enorme mes en stapte achteruit. De toekijkende Vegonen krompen ineen toen hij het wapen liet zien. Holle Hoelang kreeg de hik.
De beul kwam uit de kring op de Vegon met het mes toegestapt. Na wat rituele buigingen werd het mes overhandigd. Op het moment dat zijn hand het zwarte heft greep zag Eddie een wrede schittering van sadisme in de ogen. Opnieuw moest hij denken aan een conrector op school...
Het was nu ijzingwekkend stil. De vier toekomstige slachtoffers durfden nauwelijks te ademen. De Superintendant keek met stijf opeengeklemde lippen toe. Holle had zijn mond halfopen hangen. Alfa en Eddie keken elkaar aan. Nancy lag alsof ze in coma was. Ze wist dat ze bij de geringste beweging gegrepen en teruggelegd zou worden. De beul nam zijn positie in. Ze zag duivels genot in zijn blik. Hij hief het mes, gereed toe te slaan. De adem van negenendertig werd ingehouden. Nancy keek naar het lemmet, draaide haar hoofd opzij en zag recht in Eddie's ogen. Die voelde haar blik als een laserstraal tot in zijn achterhoofd branden. "Help" hoorde hij zacht. De beul haalde uit...
Nancy sloot haar ogen.
Op dat moment werd Eddie zich gewaar van een voorwerp in zijn linkerbroekzak dat daar al zo lang zat dat hij het vergeten was. Hij haalde het tevoorschijn om te zien wat het ook al weer was. Wat toen gebeurde is bijna ongelooflijk. De Vegonen verstijfden hoorbaar. De beul draaide zo woest zijn hoofd in Eddie's richting dat de kauwgum uit zijn mond viel. Toen stortte hij op zijn knieën, pakte het gigantische mes bij het lemmet en bood het met gebogen kop Eddie aan. Die nam het verbijsterd over en voelde een onregelmatigheid. Hij zag een gat in de vorm van een half regelmatig achtvlak in het heft. Het voorwerp in zijn linkerhand was een steen in de vorm van een regelmatig achtvlak. Zonder denken stopte hij de steen in het gat. Alle Vegonen stortten zich ter Vendex. Nancy kwam tot leven en klom van het offerblok.
"Tijd om te vertrekken" zei Eddie tegen Oetang, Alfa en Holle. "Ik... ik ben sprakeloos" stamelde Oetang. "Dat hoor ik" observeerde Eddie. Nancy giechelde. Hoelang hikte, en ineens barstten ze allevijf in onbedaarlijk gelach uit. De zesendertig Vegonen lagen stil met hun gezichten in het zand.
"Hoe kom jij aan die steen?" informeerde Holle. "Waarom zijn die lui er zo bang voor?"
"Geen flauw idee" zei Eddie. "Die steen heb ik gevonden op school. Iemand had hem in mijn boekentas laten vallen denk ik. Maar ik snap niet waarom die beul voor me op de knieën ging. En dat de steen precies in dat gat in het handvat paste, daar kan ik ook al niet bij."
Alfa vond dat het tijd werd om te gaan, en snel verlieten ze de nek van het Gitaardal. "Ik verga van de slaap jongens" zei de Super. "Mijn buggy staat daar achter de jouwe, Holle. Ga je ook terug naar Magar?"
"Nee, ik heb nog iets te bepraten met hun. Maar moet jij ons niet arresteren?"
"Och, je moet soms een beetje vlot zijn in het leven. Ik zal maar doen of ik jullie niet gezien heb. Bovendien heb ik vannacht geen dienst. Nou, het beste ermee." Hij verdween in de richting van zijn voertuig.
Ze liepen een tijd zwijgend voort. Een halve kilometer verder waren de koplichtbundels van Alfa's buggy al zichtbaar. "Wat heb jij nog met ons te bepraten?"
Holle Hoelang keek Alfa aan. "In het testament van jullie oudoom staat dat wie achter de coördinaten van Zulu kan komen de erfenis krijgt. Wij zijn er allevier achter gekomen. Strikt genomen betekent het feit dat jij familie bent niet dat je meer recht op de erfenis hebt dan ik."
"Nou..." begon Alfa. "Hij heeft gelijk" ze Nancy. "Ja" vond Eddie. "We hebben alllemaal recht op die erfenis, al ben ik de enige die de code gekraakt heeft zoals Giring bedoeld had. Wat zouden jullie ervan zeggen te delen?"
"Dat wou ik net voorstellen" deed Alfa enthousiast. "Maar dan moet je wel mee naar ons ruimteschip, Holle. De sleutel van de kist zit namelijk verstopt in de F.M. 2 I."
"Weten jullie waar?"
"Ja, maak je geen zorgen."
"Mij best dan."
Kort daarna kwamen ze bij de F.M. 2 I -buggy. Eddie en Alfa zetten de kist erin. Ze reden Hoelang naar zijn eigen voertuig, en vertrokken in de richting van Magar.
"Dat is goed afgelopen" zei Nancy.
Eddie streelde zijn nieuwe mes. "Een winstgevend zaakje ja."
Snel bereikten ze de stad. Ze reden er doorheen en kwamen uit op de weg naar Gesínka. Holle Hoelang volgde op korte afstand.
De twee manen gingen één voor één onder. De Vegonen lagen nog bevend van schrik in het zand. De zevenendertigste Vegon, die op Aarde verbleef, liep zich intussen suf te zoeken naar het Regelmatig Achtvlak van Szarak Mach, dat hij gestolen had toen hij wegvluchtte van Vendex. Hij herinnerde zich nog goed hoeveel moeite hij had moeten doen het los te krijgen uit het handvat van het offermes.
"Wat een gewicht. Ik vraag me af wat erin zit." Hoelang stond te hijgen. Hij had samen met Alfa de kist naar de controleruimte gesjouwd, en keek nieuwsgierig rond. "Jullie hebben hier veel plaats zeg."
Nancy kwam binnen. "Ik heb de sleutel gevonden." Ze liet iets kleins zien.
"Zullen we hem meteen openmaken?" Eddie wipte van ongeduld op zijn stoel.
"Okay. Aan jou de eer, Nancy."
Nancy liep naar de kist en zakte door haar knieën om bij het slot te komen. Voorzichtig stak ze de sleutel erin. "Waar wacht je op?" fluisterde Alfa.
"Rustig een beetje" fluisterde Nancy terug. Ze draaide de sleutel om. Althans dat probeerde ze. Er was geen beweging in te krijgen. "Het gaat niet."
"Andere kant op." Eddie had al gezien dat het een linksdraaiend slot was. Nancy draaide linksom. Er klonk gepiep waar een ijsbeer kippevel van zou krijgen, en toen klikte het. "Open" fluisterde Holle.
Langzaam tilde Nancy het deksel op. Ze keken in de kist. Vier seconden verstreken. "Wat zullen we nou krijgen..." deed Holle Hoelang ontsteld. "Is dat nou de erfenis..." zei Nancy teleurgesteld. "Och, ik moet toegeven dat het een goede grap is" zei Alfa. "Ze zijn niet eens antiek" merkte Eddie op. Alfa stak een hand uit en tilde een van de vier metalen kandelaars, die keurig op een rij lagen, uit de kist. Het ding was zo'n dertig centimeter hoog en woog bijna een halve kilo. "Ik geloof niet dat er een dubbele bodem of zoiets aanwezig is, dus we zijn snel klaar met verdelen."
De kist werd grondig onderzocht, maar de inhoud bleek slechts te bestaan uit vier identieke kandelaars. "Zoek er maar een uit Holle." Hoelang bestudeerde de kandelaars en wees er een aan. "Doe die maar."
"Inpakken meneer?"
"Nee, ik eet hem zo wel op." Grijnzend stak hij de kandelaar in zijn jaszak. "Dan smeer ik hem nou. Ik wens jullie veel succes verder met je schip. Waar gaan jullie trouwens naartoe?"
"Vermoedelijk de Aarde. Daar komt Eddie vandaan."
"Goede reis dan. Ik kom er wel uit." Hij verliet de controleruimte in de richting van de luchtsluis. "Pas op in het donker" riep Nancy hem na. Hij zwaaide en verdween.
"Daar houden we ook niet veel aan over." Alfa bestudeerde een van de kandelaars.
"O nee?" vroeg Nancy.
"Noem jij drie kandelaars veel soms?"
"Noem jij éénmiljoendriehonderdtienduizendhonderdvijfentwintig gulden weinig"?
Alfa staarde haar aan. "Éenmiljoen... Grote goedheid! Dat was ik vergeten." Ze barstten alledrie in luid gelach uit.
"Hèhè. Ik barst van de slaap. Jullie ook?"
"Ik val om." zei Eddie. "We kunnen maar beter eerst gaan slapen voor we naar de Aarde gaan."
Tien minuten later lagen ze uitgeput in de slaapkamers. Boven Nancy's bed stond het boekwerk "Het regelmatig achtvlak van de Vegonen" stil op een plank.
Holle Hoelang ging zijn huis binnen, zette de kandelaar op tafel en deed zijn jas uit. Met een zucht en een plof viel hij op een stoel. Na een moment van rust ging zijn blik naar de kandelaar. Van de brede voet naar de spitse punt. Hij voelde dat er iets niet klopte. De kandelaar zag er nieuw uit. Het metaal glansde helder. Maar er waren de laatste veertig jaar geen kaarsen gebruikt op Vendex! Welke idioot ging dan kandelaars maken?
Hij stond op en pakte het voorwerp beet. Er was niets abnormaals te zien, behalve dat het een kandelaar was. Hij probeerde of de voet losgedraaid kon worden, maar zonder resultaat. Hij klopte, maar het klonk massief. Teleurgesteld nam hij het ding bij de spitse punt om hem terug te zetten; toen was er een klik. Hij keek opnieuw en zag dat het bovenstuk iets uit het onderstuk geschoven was. Voorzichtig trok hij. Langzaam kwam het bovendeel verder los, tot de kandelaar geheel in tweeën was. Holle legde het bovenstuk weg en keerde het onderstuk om. Ongeveer twintig glinsterende groene steentjes rolden over tafel. Holle Hoelang hield ze met een hand tegen en pakte er een op. Het woog te weinig om een schatting te kunnen maken. Hoelang legde ze alle twintig in zijn hand liep naar een weegschaaltje dat aan de muur hing. Hij woog de stenen. Een ruwe berekening leerde dat er voor twee tot drie miljoen Vendexaanse barrels aan edelstenen voor hem lag.
Verlangend om de Aarde en zijn brommer terug te zien stapte Eddie uit het ruimteschip, dat juist geland was. Hij draaide zich om en nam afscheid van Nancy en Alfa.
De F.M. 2 I verdween in het niets. Eddie keek rond en zag dat zijn brommer twintig meter verder op de grond lag. Een volgende blik leerde hem dat de helft van de bomen van het kleine bos omgevallen was. In de verte hingen donkere wolken in de lucht, afkomstig van een bosbrand. De ruiten van Alfa's racewagen waren gebroken. Met open mond stond Eddie naar de omgevallen bomen te kijken. Achter zich hoorde hij krakende voetstappen, die snel dichterbij kwamen. Hij keerde zich om. Twee muggen, zeker tweeëneenhalve meter hoog en lopend op hun achterpoten, kwamen op hem af. Voor hij pap kon zeggen sloegen ze hun voorpoten om hem heen. Uit de monsterachtige bek van de ene kwam een twintig centimeter lange injectienaald. "Nee... Neeeneeneeneeeee..." mompelde hij. De naald werd met kracht in zijn borst gestoten. Folterende pijn trok door hem heen. Hij deed zijn ogen dicht, in de overtuiging dat hij dood was. De pijn hield echter niet op en dwong hem de ogen weer te openen. Hij voelde zich stijf. Met ontzetting zag hij een tweede injectienaald aankomen. Machteloos voelde hij haar diep in zijn buik dringen. Een brandende pijn ontstond in de maagstreek, liep langzaam omhoog en bleef hangen op de plaats waar zijn hart moest zitten. Hij voelde dat zijn hart nog klopte. De pijn werd sterker, en het leek een eeuwigheid te duren voor het kloppen ophield. De pijn trok nu door zijn luchtpijp naar zijn hersens. Eddie vroeg zich bitter af of dit een aangenamere manier was om te sterven dan dat je gewoon door een atoombom gedood werd. De pijn concentreerde zich in zijn midden-achterhoofd en veranderde langzaam in een aangenaam gevoel. "Zou ik nu dood zijn?" dacht hij opgelucht. Het volgende moment zweefde hij in de lucht en zag zichzelf op de grond liggen. Daarna voelde hij zich met grote snelheid bewegen, en vroeg zich af waar hij naartoe ging. Niet naar boven. Maar evenmin naar beneden. Ook niet naar links of rechts of naar voren of achteren. Eddie concludeerde dat hij zich in een vierde dimensie aan het voortbewegen was. Met een zachte schok hield het bewegen op. Hij stond stil en zag een poort, waarachter een brand woedde. Hij ging dichterbij, en zag dat zich achter de poort een soort zwembad bevond, met inplaats van water brandende benzine. Links van het zwembad stonden rijen stoelen en banken waar mensen in zaten. Aan het begin van de rijen stond een schoolbord, waar een leraar huiswerk op schreef. Zodra het bord vol huiswerk stond veegde hij het uit en begon opnieuw. Het geheel kwam aardig overeen met Eddie's voorstelling van de hel. Hij zag dat er mensen in de brandende benzine rondzwommen. Af en toe uitten ze hartverscheurende kreten. Eddie keek omhoog en zag ichtgevende letters boven de poort. "Hemel. Afdeling A t/m Z."
Hij werd op een schouder getikt en draaide zich om. Voor hem stond een oude man met een staf en een baard. "Goededag, mijn vriend. Hoe is je naam?"
"Eddie Zeezicht."
"Zozo. Die naam heb ik eerder gehoord."
"Wat is dit hier voor iets?" vroeg Eddie. "En wie bent u?"
"Dit, jongeman, is de hemel. De plaats waar mensen, die hun hele leven goed en vroom geleefd en altijd in God geloofd hebben, voor eeuwig mogen lijden voor Hem. En ik ben de conciërge. Maar vertel eens, heb jij je hele leven in God geloofd en goed geleefd, Eddie?"
"Eh,... Nee. Ik geloof daar niet zo in. God bestaat helemaal niet."
"Dat dacht ik wel. Dan ben je hier verkeerd, jongeman. Jij hoort in de hel thuis."
"Ach zo. En waar mag dat dan wel wezen?"
"Dat is daar de hoek om. Ga maar op de herrie af."
Eddie bedankte de man en sloeg de hoek om. Hij stond nu voor een andere poort, met als opschrift "Hel. Afdeling H4. Speciaal voor rockmuzikanten. Vrij toegang."
Eddie stapte tevreden de hel binnen en werd overspoeld door harde muziek. Hij herkende meteen het hier zeer toepasselijke "Sinner's swing". Vreemd genoeg voldeed het interieur van de hel aan Eddie's voorstelling van de hemel. Er liepen serveersters rond om je bestelling op te nemen. Er was een podium waar rockgroepen op konden treden. En tot zijn verrassing zag hij enkele bekende gezichten van overleden muzikanten, zoals Bonn Scott en Jimi Hendrix. Hij vroeg zich juist af of er nog meer bekenden gedood zouden zijn in de atoomoorlog, toen hij struikelde over een electriciteitskabel en met zijn gezicht op de grond viel.
Eddie stond kreunend op, wreef over zijn voorhoofd en keek of iemand het gezien had. Tot zijn verbazing merkte hij dat hij nog steeds op de grond lag, maar dan in zijn slaapkamer naast zijn bed inplaats van in de hel. Hij stond opnieuw op en zag dat het tijd was om te ontbijten.
"Zeg Eddie," zei Nancy tussen het eten door, "ik heb nog in dat boekje van Giring zitten lezen. Dat mes van jou schijnt het offermes van Szarak Mach te zijn. Die steen is waarschijnlijk het Regelmatig Achtvlak van Szarak Mach, dat ooit door een Vegon gestolen is uit het handvat."
"Interessant. Maar hoe verklaar je dat ik die steen had?"
"Die Vegon is vermoedelijk naar de Aarde gereisd als verstekeling van een verkenningschip. Dat staat in het boek."
"Dan is hij dus zijn steen verloren en heb ik hem gevonden. Hoe bestaat het!"
"Je moet maar Eddie Zeezicht heten, dan kom je er wel" bromde Alfa. "Heb je al bedacht wat we nu gaan doen?"
"Dat lijkt me duidelijk. Terug naar de Aarde" zei Nancy.
"Ja, maar daarna. Eddie moet straks weer naar school, maar wij hebben het hele melkwegstelsel als speeltuin met dit schip."
"Kunnen jullie niet beter voorlopig op Aarde blijven? Met die bijna anderhalf miljoen gulden kun je op andere planeten toch niks doen. Bovendien zoek ik leden voor mijn op te richten rockgroep."
"Daar zit iets in" vond Nancy. "Alleen ben ik het zingen beu. Ik wil wat anders. Ik solliciteer als drummer. Nog nooit gedaan, maar ik leer snel."
"Dan neem ik de zang erbij" zei Alfa. "Mijn basgitaarspel ken je al. Hierbij doe ik auditie als vocalist." Hij sprong op en begon met rauwe stem en woest bewegend te brullen als een wild dier.
"Heb je al een naam voor die nieuwe groep?" vroeg Nancy tussen twee animale uithalen door.
"Er schiet me net iets toepasselijks te binnen" schreeuwde Eddie terug, Alfa's toelatingsexamen absolverend.
"...?"
"Catweazle."