
De Jacht
De tijger is een nachtdier; het jaagt hoofdzakelijk in de
schemering en in het donker. Tijdens periodes met hoge
dagtemperaturen jaagt hij zelfs alleen maar 's nachts.
Vanwege de hitte verplaatsen de meeste prooidieren zich
's nachts en de tijger past zich daaraan aan.
De prooi van de tijger is zeer gevarieerd en bestaat uit
vogels, padden, vissen, kleine zoogdieren, antilopen,
herten, wilde zwijnen, elanden en zelfs waterbuffels.
Tijgers zijn net als jaguars gek op water en jagen op vis;
met een goedgemikte tik van de poot wordt de vis uit het
water geslagen en daarna opgegeten. Ook springen
tijgers zonder aarzelen achter prooi aan dat zijn toevlucht
probeert te nemen in rivieren en meren, zoals
bijvoorbeeld reeen en herten. Wanneer de tijger
voldoende heeft gegeten verstopt hij het restant vaak in
onder bladeren en takken en zelfs in water.
Tijgers kunnen een kleine 18 kilo vlees per dag tot zich
nemen. Gemiddeld moeten tijgers in het wild zich tegoed
doen met slechts 4 tot 5 kilo per dag. In tegenstelling tot
andere carnivoren kunnen katachtigen in tijden van
schaarste niet overgaan op plantenmateriaal, aangezien
hun spijsverteringssysteem volledig is ingesteld op vlees.
Zo nu en dan eten ze wel gras, maar dat is dan tegen de
haarballen in hun keel nadat ze zich hebben gewassen.
Aangezien grote katachtigen dus zo afhankelijk zijn van
het vangen van prooidieren is het zaak dat de jacht zo
effici�nt mogelijk gebeurt. Ondanks het imago van de
genadeloze killer is slechts een klein percentage van de
jachtpogingen succesvol. Bij de tijger bijvoorbeeld is 1 op
de tien pogingen succesvol. In perioden van grote
schaarste is dit zelfs nog minder. De staart helpt de tijger
tijdens de jacht om in balans blijven, wanneer ze snel
moeten afwijken van hun koers.
De grootte van de habitat van de tijger is afhankelijk van
de hoeveelheid aanwezige prooi. De grootte van het
territorium varieert van 26 tot 78 vierkante kilometer.
Wanneer prooi schaars is moet de tijger grotere
afstanden overleggen om aan voldoende voedsel te
komen. Het territorium omvat dan gemiddeld zo'n kleine
400 vierkante kilometer.
Tijgers doden ook luipaarden; de twee grote katachtigen
zijn rivalen en een volwassen tijger aarzelt niet om te
doden wanneer hij een prooi kan veroveren. Tijgerwelpen
zijn normaal gesproken geen prooi, maar op gezette
tijden worden ze om onbekende redenen gedood door
volwassen mannetjestijgers. Mannetjesleeuwen vertonen
hetzelfde gedrag. Een mogelijke reden zou kunnen zijn
dat in die periode binnen een leeuwenfamilie in
verhouding veel mannelijke welpen worden geboren.
Door ze te doden voorkomt de mannetjesleeuw dat er te
veel toekomstige rivalen komen.
Bij de jacht moet de tijger het van de 'korte actie' hebben.
Ze kunnen geen lange afstanden achter prooi aanjagen
(in tegenstelling tot de cheeta) en moeten ze tot op kleine
afstand besluipen. Vanuit stilstaande positie kan de tijger
in ��n sprong 6 meter overbruggen en ondanks het feit
dat de tijger de zwaarste katachtige ter wereld is kan hij
met gemak over objecten heen springen die ruim twee
meter hoog zijn. Nadat de tijger de prooi te pakken heeft
gekregen wordt diens luchtpijp doorgebeten en wordt
verstikt.
De tijger heeft geen natuurlijke vijanden; hij staat aan de
top van de voedselpiramide. De grootste bedreiging voor
de tijger is de mens. De laatste honderd jaar in is het
totale aantal tijgers geslonken van circa 100.000 aan het
begin van de 20e eeuw naar slechts een paar duizend.
Het leefgebied van de tijger wordt steeds kleiner door
uitbreiding van de bevolking. India bijvoorbeeld heeft ��n
van 's werelds hoogste bevolkingsdichtheidscijfers; aan
het begin van 1999 leefde er ruim 1 miljard mensen.
Bossen worden gekapt en daarvoor in de plaats komen
gras-en akkerlanden. De natuurlijke habitat van de tijger
wordt hierdoor verkleind, waardoor er minder prooidieren
zijn waarop hij kan jagen. Vee is dan een makkelijke
prooi, maar hierdoor onstaat er een conflict tussen de
mens en de tijger. Wanneer tijgers schapen en koeien
doden is dat eigenlijk alleen uit pure noodzaak; deze
tijgers zijn bijna altijd moeders met welpen en oude
mannetjestijgers.
Tijgers vallen soms mensen aan en vaak wordt ook dat
geweten aan de reductie van de habitat. Er zijn echter
ook gevallen bekend waarbij de tijgers in grote, bosrijke
gebieden leefden met voldoende prooi en toch mensen
aanvielen en doodden (Hierover wordt onder andere
verhaal gedaan in het boek 'The Man-eaters of Kumaon'
van de legendarische Jim Corbett). Tijgers vallen mensen
alleen van achteren aan. Vandaar ook dat mensen die
door de jungle reizen of er zelfs in leven zichzelf
beschermen door het dragen van een masker
|