Interview met een overlevende.
Ondanks het tragische verlies en grote verdriet liet Rebecca Flos zich toch interviewen. We zijn daar heel dankbaar voor.
Eerst wil ik u condoleren, met het verlies. Hoe gaat het nu met u?
�Dank u wel. Tja, het is best moeilijk te zeggen. Op het ene moment zitten we nog met de hele familie te praten aan tafel en het andere moment moeten we zien te overleven tussen een gillende en schreeuwende menigte. Ik weet niet precies hoe ik me nu voel. Ik heb nu allerlei gevoelens, maar ik laat ze niet blijken.�
Weet u misschien nog wat u aan het doen was, voordat deze ramp gebeurde?
�U zou denken, dat het in je geheugen staat gegrift, maar dat is helemaal niet het geval. Niet dat ik niets meer weet, want ik herinner me steeds meer. Ik zat dus in mijn villa met mijn kinderen, man en andere familieleden. Het was zeer gezellig. We kregen hapjes van onze slaven en vader vertelde wat moppen. Het was een verjaardagsfeestje van mijn zoon: Paradius. Het was een groot feest. Er was een slaaf die spelletjes deed met de kinderen en een poppenvoorstelling gaf. De kinderen genoten. Nu pas weet ik hoe het voelt om arm te zijn. Ik heb helemaal niets meer. Dat is eigenlijk niet waar, want ik heb mijn dochter en zoon nog, alleen ben ik wel mijn oudste zoon en echtgenoot verloren.�
U hebt duidelijk veel verloren. Vindt u het niet eng om opnieuw te beginnen met helemaal niets?
�Natuurlijk vind ik dat eng! Wie zou niet bang zijn? Ik heb niets, geen geld, geen huis. De gedachte dat ik niets meer heb doet nog steeds vreselijk veel pijn. Ik heb dan zin om te huilen, maar als ik begin kan ik niet meer stoppen. Ik moet flink zijn, ik moet optimistisch blijven voor de kinderen. Als ik in paniek raak, wat zullen de kinderen dan maar niet doen? Door de dappere, flinke ouders blijven de kinderen kalm. De meeste die het overleefd hebben zijn nog jong, dus zij hebben het nog niet echt door. Iedereen is hier bang om opnieuw te beginnen, maar ik denk, dat mensen uit andere steden ons zeker zullen helpen. Ze zullen ons vast niet laten verhongeren.�
Even over de ramp. Wat hebt u precies gezien en wat ging er door u heen?
�Ik had al verwacht, dat u die vraag ging stellen. Nou, het was nog �s morgens en we waren de verjaardag van mijn oudste zoon aan het vieren, toen mijn dochtertje, Claudia, naar me toe kwam en zei, dat ze iets vreemds zag. Ze zag zo vaak wat raars, dus nam ik haar niet serieus en antwoordde:�Het is vast niets.� Waarop zei antwoordde:�Maar die wolk hangt boven andere wolken en ziet er vies uit.� Ik snapte haar niet, dus nam ze me mee naar het raam en zag dat ze gelijk had. �Wat is dat, moeder?� vroeg ze. Ik vertelde haar, dat ik het niet wist en zei, dat ze zich geen zorgen hoefde te maken en weer verder moest gaan spelen. Ik was toch wel een beetje ongerust dus haalde ik mijn wijze vader en vroeg wat het was. Hij vertelde, dat het best de Vesuvius kon zijn. We besteedden er verder geen aandacht meer aan en gingen verder met feest vieren. Later die morgen kwam er een goede vriend van de familie. Hij vertelde, dat de Vesuvius heel onrustig was. Hij had dit allemaal gehoord van de oude Plinius, waar hij goed bevriend mee was. �Hij gaat misschien over een paar uur uitbarsten!� zei hij paniekerig. Mijn echtgenoot zei, dat ik en de familie moesten vluchten en dat hij al onze spullen mee zou brengen. Ik aarzelde, want ik was niet van plan om mijn man daar achter te laten. Hij haalde me over door te zeggen, dat hem niets zou gebeuren. Zo gezegd, zo gedaan. Ik nam de kinderen en familie mee naar buiten en vertelde over de Vesuvius. Mijn oudste zoon, wilde perse niet met ons mee, maar de spullen meenemen. Ik hield voet bij stuk dat, dat een dom idee was. Helaas was er niets om hem tegen te houden, zodat hij gewoon terug naar onze villa kon om mijn echtgenoot te helpen met onze dierbare bezittingen in te pakken. Mijn jongste zoon en mijn dochter begrepen niet helemaal wat er aan de hand was, maar wisten wel dat er iets goed mis was. Toch liep ik met mijn zoon en dochter bezorgd verder.
We kwamen aan in de drukke straten, waar honderden mensen waren. Ik zag dat mensen kussens uitdeelden, zo kreeg ik er ook. Ik was hun heel dankbaar. De gedachte dat mijn man en zoon nog in onze villa waren, was nog steeds beangstigend. Stel dat ze omkomen! Ik liet niets merken en liep gewoon door. Mijn kinderen konden me bijna niet bijhouden, maar ik sleurde ze mee. Zij moesten het overleven! Dat bleef in mijn gedachte ronddwalen. We waren net bij de haven, toen er allemaal as delen en stenen naar beneden vielen. Ik kon net op tijd op de boot klimmen en mijn kinderen erop trekken. Wij hadden het gered, maar mijn echtgenoot en zoon niet. Het is echt zo moeilijk om het nu echt eens hardop te zeggen. Ik denk het al dagen, maar als je het hardop zegt dringt het echt tot je door.�
Uw kinderen hebben het toch wel moeilijk door verloren familie?
�Jazeker, ze hebben het heel zwaar. Ze weten niet wat er met hun broer en vader is gebeurd en het ergste is, dat ik ze niet gerust kan stellen. Ik kan niet zeggen tegen ze, dat vader er straks aankomt, want dat gebeurt niet. Mijn ouders zijn ook overleden. Dat vind ik ook moeilijk, maar dat is toch anders dan als je zoon overlijdt of man. Mijn kinderen vragen me ook steeds:�Pap is echt dood, h�?� Ik moet dan altijd even slikken en proberen niet in huilen uit te barsten. Ik knik dan ook, want ik krijg het niet uit mijn mond. Het is gek, want nu lukt dat wel, maar tegen je eigen kind is dat zo moeilijk! Mijn kinderen hebben het daar niet alleen moeilijk mee, maar ook dat we steeds op een boot zitten. Ze hebben geen speelgoed en kunnen niet naar buiten. Op het dek lopen ze alleen maar in de weg voor de zeelieden. Het gevoel, dat je niet weet wat er met je familie is gebeurd knaagt aan je. Het is iets dat je wilt weten ook al zal je, je daar niet beter door gaan voelen.�
Hoe ziet de toekomst er nu voor u uit?
�Toekomst, tja ik heb daar niet echt zo over nagedacht. Ik kan me bijna niets voorstellen van de wereld buiten mijn stadje. Ik vind het ook heel spannend. Er ging op deze boot wel rond, dat er veel banen zouden zijn, waar we zouden aanleggen. Ik hoop dus, dat ik een baan aangeboden zal krijgen. Als naaister of iets anders creatiefs. Dat heb ik altijd al willen doen. Ik hoop dat mijn kinderen daar naar school kunnen gaan, zodat ze een goede opleiding krijgen en hun een goed leven staat te wachten. Het vervelende is, dat we niets zeker weten, dus hopen we maar. Gek, dat ik nooit had kunnen bedenken, dat ik alles zou verliezen en alleen mijn twee jongste kinderen zou behouden. Nu weet ik hoe het voelt en daar moet ik de rest van mijn leven leren leven. Ik moet uit niets iets halen. Bang ben ik zeker, omdat ik van niets zeker ben. Maar ik blijf hopen.�
Wilt u ook gaan hertrouwen?
Ze moet even lachen en zegt dan weer serieus: �Daar denk ik op dit moment niet aan. Ik ben daar dus ook helemaal niet mee bezig. Ik hou nog van mijn overleden echtegenoot, dus wil ik nog niet aan iemand anders denken. Natuurlijk komt er een tijd dat ik zeg, dat ik weer op zoek ga naar een man. Maar dat zal nog wel even duren.�
U blijft zeer optimistisch over wat er met u is gebeurt�
�Tja, ik kan ook gaan huilen, schreeuwen en alles vernielen, maar daar schiet ik toch niets mee op. Nee, het middel voor dit alles is toch optimistisch blijven. Zo krijg je hoop en vergeet je even hoe slecht je het hebt. Na verloop van tijd geef je deze gebeurtenis een bepaald plekje in je hart en ga je weer verder met je leven. Nu is dat nog ondenkbaar, maar ik weet gewoon dat ons een mooi leven op ons staat te wachten en wij varen het tegemoet.�
Met dank aan: Rebecca Flos