De maanden op een rijtje:
|
Januari/Februari: Maart/April: Mei/Juni: Juli/Augustus: September/Oktober: November/December:
|
|
|
Het effect van de luchtdruk op het aasgedrag: Luchtdruk heeft een grote invloed op het aasgedrag en wordt tijdens het voorbereiden van een sessie nogal eens vergeten. Hoge luchtdruk: Lage luchtdruk: Over het algemeen is er bekend dat dalende luchtdruk als positief wordt ervaren op het aasgedrag van de karpers.
|
|
Gekkendag 1999De zon schijnt, de lucht is blauw. De ontluikende natuur kleurt de struiken en bomen frisgroen van knop. De lente laat zich van zijn beste kant zien. Weinig keren maakte ik het mee dat de lente zo mooi, zo vroeg begon. Vandaag is het 1 april, de befaamde gekkendag. Bij dit artikel probeer ik serieus te blijven, maar zodra ik opsta en met iemand praat, dien ik op mijn hoede te zijn dat ik niet in een valstrik trap. Hoewel het best leuk kan zijn om expres wat dom te doen, vooral bij kleine kinderen. Volwassen lachebekken reageren nu natuurlijk: 'Maar Evert, dom doen, is voor jou toch niet zo moeilijk?' Inderdaad niet, maar enige naïviteit is toch ook een deugd? Ik glimlach en speel het spel voor de gein weer mee. Op zijn tijd heeft iedereen vreugde en blijdschap nodig. Niet alles is zonneschijn in dit leven. Ik hoef de TV maar aan te zetten en het buitenlands geweld stort continu over ons heen, dag in dag uit. Als sportvissers beoefenen we een prachtige buitensport. Aan de waterkant kunnen we ons uitleven en genieten van de zon en al het prille lenteleven.Twee vragenIn dit artikel stel ik twee interessante vragen aan de orde. Beide spelen een belangrijke rol bij het voeren op karper.
Niet voeren in de lente? Gedurende de 15 jaar dat ik op karper vis, heb ik altijd gevoerd. Welk jaargetijde het ook was - lente, zomer, herfst of winter - ik deed het altijd. Elk jaargetijde mislukte een voerplek wel en dat vind ik vrij normaal. Achteraf was er altijd een reden voor te vinden.Fiasco's het hele jaarZo blankte ik in de koude wintertijd gemakkelijk als ik de karpers niet kon lokaliseren, dus niet wist waar ze zich ophielden. Maar als ik ze eenmaal had gevonden, kon ik ze beslist goed vangen, zelfs bij lage watertemperaturen van 5º - 6º Celsius. Tegengesteld is de zomer. Gevoelsmatig denk je vlug 'Warmte! Lekker zonnen op het strand en fijn spartelen in het lauwe water. De karpers zullen ongetwijfeld goed bijten.' Inderdaad is de zomer een redelijke periode, maar niet de beste. Vooral de tropische zomers vind ik ronduit slecht. Als die koperen ploert de buitenlucht opdrijft tot ver boven de 30º Celsius heb ik ontzettend slecht gevangen. Meestal begon de slechte tijd rond 21º - 23º Celsius. Dat betekent niet, dat ik en mijn vrienden rond 22º graden geen grote karpers meer hebben gevangen. Bij 22º graden ving ik op Loosdrecht een fraaie spiegelkarper van 32 pond en mijn eerste 36'er verschalkte ik ooit in het lauwe water van het Uraniumkanaal, waar het kwik minstens 23º Celsius was! Statistisch echter, vingen we over meerdere jaren gerekend makkelijker onze grote vissen in de koele periodes van het voor- en najaar. Meningen verschillen, maar boven de 25º - 26º Celsius vingen we bijna niets meer. Vermoedelijk heeft dat te maken met de mindere hoeveelheid zuurstof die warm water op kan nemen.Nukkig voorjaarVeel vissers zijn het er tegenwoordig over eens, dat het voorjaar de nukkigste visperiode is van het kalenderjaar. Waar het najaar stabiel is in de bijtlust van de vissen, is het voorjaar wispelturig. Dat houdt verband met de wijze waarop de watertemperatuur stijgt. Bij een geleidelijke stijging is er niet veel aan de hand. Zodra de watertemperatuur als een raket omhoogschiet door een hittegolf in mei en het water stijgt van 13º naar 18º graden binnen enkele dagen, kun je het schudden op de meeste wateren. Die snelle stijging prikkelt de hormonen van de karpers. De vissen worden actief en ongedurig, en speuren naar soortgenoten. Samen zwemmen ze naar ondiepe plekken om te paaien. Ze eten wel, maar de activiteiten zijn niet primair gericht op voedsel. Het snel opwarmende lentewater elektrificeert als het ware het karperlichaam in zijn drang tot voortplanting en dat veroorzaakt een instabiel eetgedrag. Dat is ook de reden, dat lentekarpers het zo moeilijk doen op een voerplek.AasrestenZe eten wel van het voer, wat makkelijk te zien is als iemand op een druk bevist water een karper vangt. Zo'n vis heeft dan duidelijk boilieresten in zijn ontlasting. Vol verbazing roept een visser dan: 'Moet je kijken, die karper poept bruin voer. Dat lijkt wel vismeel en ik vis met rode aardbeiboilies?' Het voorjaar is de enige periode in het jaar, waarin de instantvissers - die niet van tevoren voeren - evenveel of beter vangen dan de ijverige voerplekmakers! Die ontembare drang in de vissen leidt ertoe, dat de karpers lastig op een voerplek blijven hangen, dat ze makkelijk doorzwemmen en dat slechts enkele vissen terugkomen!
|
|