Uitjes in Wallis

Wo 18-8: Uitje St Bernard-pas

Na een korte wandeling rond La Fouly, gaan we op weg naar de St Bernard-pas, waarnaar de beroemde hondensoort vernoemd is. En jawel, bovenop is een klein museumpje daarover, met ook een aantal levende St Bernards. De honden werden ooit ingezet door het klooster op de pas om noodlijdende reizigers op te sporen, waarbij ze hun beroemde tonnetje om de nek hadden. Het klooster was al in de 11e eeuw gesticht om de reizigers een toevluchtsoord te bieden. De route over de pas was namelijk erg gevaarlijk vanwege rovers en vanwege het mogelijke slechte weer.

Leuk detail is dat het klooster is gesticht ter ere van de bisschop Nicolaas van Myra; onze Sinterklaas. Kennelijk hebben we een beetje van zijn zegen mee terug genomen, want 's avonds en 's nachts is het gelukkig een keer droog. We kunnen zelfs op onze branders koken. Het is voor mij en Anne de eerste keer dat we dit doen, maar het resultaat is alleszins eetbaar, smakelijk zelfs.

Do 19-8: Dino-wandeling

We rijden vandaag naar Le Châtelat, vlak voor de Franse grens, om vandaar naar Lac d'Emosson te rijden: Een stuwmeer op 1930 m hoogte met fraai uitzicht op het Mont-Blanc brergmassief. Hogerop, op 2440 m, ligt nog een stuwmeer, Lac de Vieulle Emosson, en daar weer boven ligt ons reisdoel: versteende voetafdrukken van dinosauriërs (les traces des dinosaurs). Vanaf Lac d'Emosson is de enige manier om daar te komen te voet. Men kan daarbij kiezen voor een betonnen weg waarover het ruim 2 uur lopen is naar de voetafdrukken, en een bergpad dat een fraaiere route biedt. We kiezen voor het bergpad.

Volgens de bordjes duurt het 1 uur en 40 minuten om via het bergpad te lopen. Na 2 uur vraag ik een Fransman hoever het nog is, en hij schat dat het nog wel een drie kwartier is. Weer een uur later vraag ik het nog een wandelaar, die wederom beweert dat het nog wel drie kwartier wandelen is. Nog een uur en een heel steile klim later hebben we er inmiddels 4 uur opzitten en staan we vlak onder een bergrug op een T-splitsing. Er komt net een groep wandelaars over een sneeuwveld aanlopen. Hun gids is al voorbij, dus ik vraag 2 wandelaars naar de dinosaurussporen. Ze weten niet waar ik over heb en weten ook niet waar ze heen gaan. Ze lopen verder, schaapachtig achter hun gids aan.

Anne stelt voor om het sneeuwveld over te steken zodat we over de bergrug kunnen kijken. We verwachten van daaraf namelijk Lac de Vieulle Emosson te zien liggen. Als ik aankom blijkt dat te kloppen; we zitten er zelfs ver boven, wat in principe goed is. Wat niet goed is zijn de grijze wolken die mij in een paar seconden het zicht op het stuwmeer volledig benemen. Als Anne naast mij staat is het meer al niet meer te zien. De wolken stromen als water over een onzichtbare bedding verder en stromen dan het dal in waar we net uitkwamen. Onze terugweg lijkt in de mist te verdwijnen. Verder gaan is echter ook geen optie, want het is al half vijf, en we moeten nog een heel eind terug voordat het donker wordt. We besluiten hals-over-kop terug te keren, terwijl de regenwolken ons op de hielen zitten.

Toevallig komen we weer twee Fransen tegen die ons vertellen dat de dinosaurussporen nog een half uur lopen zijn, maar dat de hemel daar echt zwart ziet. Ze wezen trouwens precies in de richting waarin de groep wandelaars slaafs achter hun gids aan gelopen was. Anne en ik besluiten om te keren en we proberen zo snel mogelijk af te dalen. Na een poosje lost de mist op en stabiliseert het weer zich. We lopen door en na 2 uur en 40 minuten komen we eindelijk bij de auto. Het is dan 19.10 uur (we vertrokken om 12.30 uur) en het begint te regenen. De schemering was al eerder ingezet. De regen groeit uit tot een noodweer met bliksem, zodat we blij zijn dat we zijn omgekeerd.

Vrij 20-8: Uitje Kasteel Le Chillon

De regen was 's nachts zo hard en lang dat tegen de ochtend de tent in de nok begon te lekken. Gelukkig houdt het dan eindelijk op. We draaien een was (4 frank wassen en 6 frank drogen) en doen het even rustig aan.

's Middags rijden we naar het kasteel Le Chillon nabij Montreux, wat op een rots een vlak voor de kust is gebouwd. Het kasteel is uit de 13e eeuw, met gaanderijen (overdekte looppaden hoog langs de muren) uit de 16e eeuw. Het is erg fraai en vol met Japanse toeristen die vlak bij elkaar in een grote groep achter hun gids aansjokken. Wij doen de rondleiding aan de hand van een heel goede beschrijving in het Nederlands.

's Avonds hebben we natuurlijk weer regen, hoewel de wind is gaan liggen. De vrouw van de camping zegt elke dag tegen nieuwe gasten "Morgen wird's besser", maar dat geloof ik inmiddels niet meer.


Terug naar begin Zwitserland

Hosted by www.Geocities.ws

1