Hier volgt een beschrijving van mijn reis door Kenia en Tanzania, van de voorbereiding tot en met de afronding. De reis zelf is geordend per dag. Via onderstaande index kan snel naar een bepaald onderdeel gesprongen worden. Ik heb dit verhaal voornamelijk voor mezelf geschreven om op die manier nog wat langer na te kunnen genieten.
Dag 2: Trips in Nairobi (Kenia)
Dag 3: Rit naar Snake Camp (Tanzania)
Dag 5: Bezoek Hadzabe en Datoq
Dag 6: Karatu: schooltje en disco
Dag 10: Victoriameer: Skoma en fietsen
Dag 11: Rit naar Kisii (Kenia)
Dag 12: Rit naar Kakamega regenwoud
Dag 13: Bezichtigen Kakamega regenwoud
Dag 15: Trips rond Baringo-meer
Dag 16: Bezichtigen Bogoria-meer
Dag 18: Bezoek Samburu en schooltje
Dag 20: Game drive en rit naar Mount Kenya
Dag 21: Paardrijden en rit naar Nairobi
Dag 22: Shoppen in Nairobi en terugvlucht
* Voorbereiding
Nadat ik eenmaal besloten had om een safari te gaan doen in Kenia en/of Tanzania ben ik wat organisaties gaan vergelijken. Ik heb gekeken naar Afriesj, Baobab, Djoser, en Sawadee. Het was opvallend dat hun aanbod zo op elkaar leek. Zelfs de route die afgelegd werd was vrijwel hetzelfde. Uiteindelijk koos ik de goedkoopste, Afriesj, die bovendien een wat afwijkende route leek te hebben. Dat bleek tijdens de reis een goede keus te zijn, want wij kwamen andere groepen weliswaar tegen, maar dat was nooit meer dan één avond. Van andere groepen hoorden we daarentegen dat ze vaak dagenlang elkaar telkens weer tegenkwamen op de campings die ze aandeden.
Toen ik de organisatie had gekozen moest ik nog een hele berg inkopen doen, want ik had namelijk nog nooit gecampeerd. Die aankopen heb ik over een periode van een half jaar verspreid aangeschaft. Dat zorgde ervoor dat het leuk bleef om zoveel te moeten regelen, want alles op het laatste moment doen is niets voor mij. Het bracht mij bovendien langzaam steeds meer in de juiste stemming voor de vakantie, zodat ik er echt bijzonder veel vertrouwen en zin in had toen de dag van vertrek was aangebroken.

* Dag 1: Vertrek vanaf Schiphol
's Ochtends ga ik naar Schiphol met één grote rugzak. De laatste reisinformatie die ik van Afriesh heb gekregen vermeldt dat ik naar een van de KLM incheckbalies moet gaan, alwaar de rest van de groep te vinden zal zijn. Dat klopt, er staat een grote groep en ik begin met mij voor te stellen. Vrolijk schudden de eersten mij de hand en vertellen mij dat ze helemaal niet meegaan, maar alleen maar hier zijn om de rest uit te zwaaien. Vriendelijk zeg ik dat het leuk is met hen kennis te maken en wis dan subiet hun namen weer uit mijn geheugen. Ik houd stug vol en zo nu en dan ontmoet ik weer iemand die wel meegaat, wiens naam ik dan wel probeer te onthouden. Aan het eind van deze beproeving blijkt de groep 11 mensen groot te zijn: Sjak, Edwin, Franka, Marjan, Natasja, Emiel, Wendy, Dave, Sandra, Dieter, en ikzelf.
We zijn compleet en vervolgens begint iedereen zich voor te bereiden op de nieuwste garanties van KLM ten aanzien van het afleveren van bagage. Om precies te zijn: Er wordt niets meer gegarandeerd. Nadat iemand bij KLM verhaal was gaan halen toen zijn bagage niet op dezelfde bestemming als hijzelf was aangekomen, heeft de KLM in haar reisvoorwaarden opgenomen dat er op dit punt niets meer gegarandeerd wordt. Als je op de plaats van bestemming dus je eigen bagage ook aantreft dien je dit te beschouwen als een gelukkig toeval.
Vanwege die bagage-garanties haalt iedereen uit zijn rugzak een kleinere rugzak (daypack) waarin de hoogst noodzakelijke overlevingsatributen zitten: paspoort, tandenborstel, medicijnen, en een leesboek (voor tijdens het wachten op de rest van de bagage). Nadat de bagage is gewogen en alles en iedereen is ingecheckt kunnen we het vliegtuig in. Na een lange vlucht komen we aan op Kenyatta Airport in Nairobi. Daar blijkt dat bijna iedereen gezegend is van een gelukkig toeval dat de bagage ook in Nairobi terecht is gekomen. Bijna iedereen. Terwijl de meesten zich vrolijk en opgelucht babbelend richting uitgang begeven, blijven twee personen achter. Het zijn Sjak en Edwin. Eén van hun tassen lag niet bij de grote hoop tassen en rugzakken die we naast de bagagebanden aantroffen.
Vertwijfeld achtervolgen ze nog even wat schoonmakers om die te vragen of ze misschien nog iets gezien hebben (het andere luchthavenpersoneel is ineens vrijwel verdwenen). Met behulp van de reisleidster, Angelique, die we inmiddels ontmoet hebben, wordt een officiëel verzoek ingediend om het missende stuk bagage met de volgende vlucht te laten meekomen.
Eindelijk kunnen we naar het tentenkamp in Nairobi, nadat we de chauffeur (Wayne, een Australiër) en de kok (John, een Keniaan) ontmoet hebben. Omdat het laat is hebben Angelique en Wayne de tenten al voor ons opgezet, zodat we, na een korte babbel van Angelique, de slaapmat kunnen uitrollen. Het is ongeveer 18 graden en ondanks het feit dat we naast een discotheek zonder geluidwerende muren liggen slaap ik redelijk. Dat is raar, want thuis (in Nederland) kan ik absoluut niet slapen als ik muziek hoor of mensen hoor praten. Hier ronk ik dwars door het geblèr van Madonna en Mariah Carey heen. De muziekkeuze verraadt geen moment dat we niet meer in Nederland zitten.
* Dag 2: Trips in Nairobi (Kenia)
Deze ochtend sjokken we nog wat onwennig rond in ons kampement, terwijl Angelique naar het vliegveld gaat om te zien of de bagage misschien al gearriveerd is met de nachtvlucht. Helaas blijkt dat niet het geval, dus zullen we in Nairobi moeten blijven om te wachten op de avondvlucht. Om de dag door te komen heeft Angelique 3 trips georganiseerd: Naar het dierenweeshuis, Giraffen voeren, en het bezichtigen van het huis van Caren Blixen.
We worden over 3 wrakken, pardon ... , over 3 auto's verdeeld en gaan op weg. Onderweg valt op hoe groot de verschillen zijn in welvaart. Terwijl onze rammelkast over de weg stuitert glijden er nu en dan superluxe 4-wiel aangedreven auto's voorbij. Op veel plaatsen zie je vervallen hutjes staan waarin gewoond wordt en waar meestal ook wat verkocht wordt. Op andere plaatsen zie je bankgebouwen die op een A-locatie in een westerse stad niet zouden misstaan. Onze chauffeur huurt zelf een huis van $200,= (f 500,-) in de maand. De luxere huizen zijn echter $600,= (f 1500,-) in de maand, wat zelfs naar onze maatstaven duur is.
Het dierenweeshuis is wel aardig, maar ook niet zo bijzonder. Je ziet er een jong olifantje, 2 jonge neushoorns, en 2 jonge zebra's. Allen hebben ze hun moeder verloren, hetzij door stroperij, hetzij door andere oorzaken. Het voeren van giraffen is wel een interessante belevenis. Terwijl je op een platform staat van +/- 3,5 meter hoog kom je op ooghoogte met een stel tamme giraffen. Je kunt ze iets voeren wat nog het meest lijkt op hondebrokken, waarbij je nader kunt kennismaken met hun lange, ruwe, en slijmerige tong. Zo'n hoofd is bovendien echt ontzettend groot van nabij, en de hoornen knobbels bovenop voelen aan alsof je zo'n beest niet kwaad moet maken.
Na de lunch gaan we naar het huis van Caren Blixen. Hier gaat men ervan uit dat iedereen in de wereld de film "Out of Africa" heeft gezien, dan wel het boek heeft gelezen. Dat geld dus niet voor mij, en ook niet voor veel van mijn reisgenoten. Men diende ons dus eerst uit te leggen wie de goede dame was. Kortweg: Ergens aan het begin van deze eeuw verbleef Caren Blixen dus bij Nairobi waar ze een koffieplantage runde. Zakelijk gezien was het een ramp en de zaak ging dan ook op de fles. Wat ervoor gezorgd heeft dat ze nog herinnerd wordt is dat ze heel goed was voor haar (zwarte) personeel, en ook veel deed om de bevolking betere levensomstandigheden te bieden. Verder had ze een mooi huis met een grote tuin die beide dus nog te bezichtigen zijn. In de tuin kom je fraai ge-uniformeerde jongens tegen. Zo fraai zelfs, dat je bijna denkt op verboden terrein te zijn gekomen en gearresteerd te zullen worden. Het blijken echter gewoon gidsen te zijn die je graag rondleiden en tot in details kunnen vertellen over hoe de grote koffiebrander op het terrein ooit gewerkt moet hebben. Het contrast tussen de fraaie uniformen van de gidsen en de weelderig groene tuin met de eenvoudige kleding van de gewone bevolking en het dorre struikgewas van de omgeving is enorm.
's Avonds is eindelijk de ontbrekende bagage aangekomen. De volgende ochtend kunnen we eindelijk aan de rondreis beginnen.
* Dag 3: Rit naar Snake Camp (Tanzania)
De ochtend begint al niet zo goed: overgeven en diarree. Ik neem een kopje thee voor het ontbijt en niet meer. We laden de spullen in de truck (een oude Bedford van het britse leger) en gaan op weg. Met z'n elven en John (de kok) zitten we achterin naar elkaar toe kijkend op houten banken met kussens. Angelique en Wayne zitten voorin in de cabine. De enige manier om met hen te communiceren is door op een belletje te drukken zodat ze stoppen. Naar een uur moet ik plat gaan liggen (ik voel me beroerd) terwijl de truck over de hoofdweg naar Tanzania raast. We passeren de grens bij Namanga en razen verder.
Om de snelheid op de wegen te beperken hebben de Tanzanianen verkeersdrempels gebouwd; in dezelfde kleur als het asfalt, in de schaduw, en zonder verdere waarschuwingen. Zo nu en dan herkent onze chauffeur er weer één op het laatste moment. Die "Aha-erlebnis" resulteert vervolgens in een krachtig remmen waardoor iedereen achterin de truck naar voren schuift en op een hoopje komt te liggen. Dat hoopje mensen wordt vervolgens in twee opeenvolgende schokken (veroorzaakt door het passeren van de drempel) richting dak geschoten. Op zich is de drempel dan voorbij, maar wij zijn dan nog vanaf dak naar beneden aan het vallen, wat gevolgd wordt door een harde landing op de houten banken. Als je ziek bent is dat bovendien buitengewoon onplezierig. In de pauzes beurt Angelique me op door te zeggen dat ik morgen beter moet zijn, omdat de wegen dat pas echt slecht worden.
We stoppen nog even in Arusha voor boodschappen en om dollars om te wisselen in Tanzaniaanze shillingen. 's Avonds komen we aan in Snake Camp, waar voor mij de tent opgezet wordt. Laat in de avond ga ik me eindelijk wat beter voelen en ben ik in staat een kopje soep te nemen.
* Dag 4: Rit naar Eyasi-meer
Ik voel me vanochtend weer redelijk goed en kan zelfs weer een boterham verdragen. Monter vertrekken we naar Mtowambu (wat lijkt te worden uitgesproken als "mo-twamboe"). Daar aangekomen mogen we even los rondlopen. Ieder van ons wordt al gauw begeleid door een of meer Mtowambezen die ons zeer geïnteresseerd vragen hoe we heten en waar we vandaan komen. Als we vertellen dat we uit Nederland komen vragen ze al gauw of we Patrick Kluivert en Dennis Bergkamp kennen. Voetbal is populair in Tanzania.
Nadat we de souvenirwinkeltjes met houtsnijwerk bezichtigd hebben stappen we weer in voor een tocht naar het Eyasi-meer. De wegen zijn volledig onverhard, op wat natuurlijke rotsblokken na dan, met veel stijgen en dalen en draaien. Het is bewonderenswaardig wat onze Britse legertruck (genaamd "Hakuna Matata" = "Geen probleem") allemaal kan doorstaan. Hotsend en botsend, van links naar rechts slingerend, plotseling remmend en dan weer versnellend beweegt hij zich langzaam maar zeker in de richting van Eyasi. Ik begrijp nu waarom ik zo nodig vandaag beter moest zijn. Elke vijf minuten worden wij, de inzittenden van de truck, door elkaar gegooid, en zodra we met moeite weer enigszins een zittende positie hebben kunnen aannemen zorgt de volgende hobbel ervoor dat onze inspanningen voor niets zijn geweest. Even onderbroken door een lunchpauze in Karatu gaat dit enige uren zo door, dan zijn we bij de camping bij het Eyasi-meer. De rest van de dag geniet ik van het feit dat ik weer vaste grond onder de voeten heb.
* Dag 5: Bezoek Hadzabe en Datoq
Vandaag is een grootse dag, want mijn eerste contact met een primitief levende stam staat op het programma; met de Hadzabe. Het zijn bosjesmannen (en vrouwen) die nog een echt zwervend bestaan leiden en leven van de natuur. Onze gids, Julius, weet waar ze zich ophouden en spreekt bovendien hun taal. Hij komt uit deze streek en kan ook honderduit praten over de uienteelt die er plaatsvindt, de belangrijkste bron van arbeid en inkomsten voor de omgeving. Op weg naar de Hadzabe wandelen we langs vele akkers en een enkele pijp om irrigatiewater doorheen te pompen. Meestal wordt het water geleid via greppels die voortdurend moeten worden schoongehouden om te voorkomen dat ze dichtslibben. In Nederland gaat dat met speciale graafmachines die in één dag een aantal sloten afwerken. Hier staat één man met een eenvoudige schop die klus te klaren. Ik schat die hij wel een paar dagen met één slootje bezig zal zijn.
Totdat we de Hadzabe op zo'n tien meter genaderd zijn zie en hoor ik helemaal niets van ze. Ondanks het feit dat Julius zegt dat we er bijna zijn ben ik daarom toch verrast door hun plotselinge verschijnen. Het zijn er zo'n 15 tot 20 die op hun gemak op de grond tussen de struiken zitten. De vrouwen met de kleine kinderen bij elkaar, en de mannen een paar meter verderop. Ze zijn ongeveer een kop kleiner dan ik, en daarmee groter dan ik verwachtte. Hun kleding bestaat uit wat leren lappen en wat kralenkettingen. Die kralenkettingen komen gewoon uit de stad, maar de rest maken ze zelf. Een van de mannen zit een paar pijlen te maken. Aan het uiteinde van een stok bevestigd hij met een soort touwtje wat vogelveren. Aan het andere einde zit een rotsen punt en het geheel ziet er verassend netjes afgewerkt uit.
De Hadzabe begroeten ons en kijken dan niet meer naar ons om. Ze gaan volledig hun eigen gang. Onze reisleidster biedt ieder van hen een sigaret aan als cadeautje en dan begint de meest walgelijke voorstelling van verslaving die je je maar kunt voorstellen. Het begint aardig met het handmatig maken van een vuurtje om de sigaretten aan te steken. Als dat eenmaal gelukt is wordt de sigaret met zoveel gretigheid opgezogen (dit is echt een beter woord dan opgerookt) dat dit resulteert in zo'n enorme hoestbui en gerochel dat we mekaar even niet kunnen verstaan. Om dit heugelijke feit te vieren gaan de mannen hierna over op een soort pijp, gemaakt uit bot, waarin wat Marihuana zit (niet door ons aangeleverd trouwens). De hoestbui die dit oproept is zo mogelijk nog smeriger en wordt volbracht met één hand op de grond steunend om niet om te vallen en de ander, kennelijk in opperste verrukking, tegen het voorhoofd gedrukt.
Nadat de Hadzabe hun shot binnen hebben zijn ze in een goede stemming, en worden we uitgenodigd om naar hun boogschietkunsten te kijken. Deze tengere mannetjes spannen hun bogen tot het uiterste en raken een soort zak met takken van ongeveer 40 cm groot die zo'n 20 meter verderop ligt. Zelfs zonder het nog zelf geprobeerd te hebben is duidelijk dat dit bewonderenswaardig goede schutters zijn. Het valt op dat het spannen en schieten in één vloeiende beweging gebeurt. Men houdt de boog niet eerst een poos gespannen en op het doel gericht, maar schiet bijna direct nadat het uiterste punt van spannen is bereikt.
Dan is het onze beurt. Vol zelfvetrouwen nemen de mannen onder ons de boog ter hand om die kleine mannetjes eens even te laten zien hoe wij westerlingen, afstammelingen van de woeste Germanen, zo'n boogje even spannen. Stuk voor stuk kijken we na onze eerste poging om de boog te spannen of het ding soms ergens vastzicht. Er is namelijk bijna geen beweging in te krijgen. Dan, beseffend dat onze reputatie op het spel staat, spannen we onze spieren tot het uiterste aan en slagen er kreunend en steunend in om de boog ongeveer half zover te spannen als de Hadzabe. Volkomen uitgeput laten we dan de pees los waarna de pijl met een lullig boogje niet ver van ons vandaan in het stof ploft. Ergens in onze afstamming moet iets mis zijn gegaan.
We worden nog getrakteerd op een paar traditionele dansen, en bij de laatste mogen we meedoen. Daarna volgt het afscheid. Gedurende de hele tijd was het duidelijk dat de Hadzabe er veel plezier in hadden om met ons hun levenswijze te laten zien, en het enige wat ze ervoor terugkregen waren wat sigaretten. Dat was heel anders dan de Datoq bij wie we 's middags op bezoek gingen. De mannen waren weg om vee te hoeden en er waren alleen wat vrouwen in de "Boma": een kraal met twee hutten. Elke hut bood plaats aan man, vrouw, kinderen, en jong vee. Het volwassen vee liep gewoon buiten. De vrouwen deden een dansje voor ons waarbij de desinteresse eraf straalde. Maar alla, we konden nu op ons CV alweer een contact met een primitieve stam opnemen om thuis indruk te maken. Toch dacht ik met weemoed terug aan de Hadzabe die zo overduidelijk lol hadden tijdens onze ontmoeting.
's Avonds werden we naar het Eyasi-meer gebracht om daar de zonsondergang te aanschouwen. Het was, voor mij althans, een ware anti-climax voor een dag die zo goed begon. Het Eyasi-meer is volstrekt oninteressant: Een verlaten plas nat water met kale modderige oevers. Nijlpaarden hielden zich schuil tot wij wegwaren en vogels stonden zover weg dat zelfs met een verrekijker alleen nog kon worden vastgesteld dat het vogels waren. De zonsondergang was precies wat het woord zegt: de zon ging onder en verder niets. Geen roodkleuring van de hemel, geen wolkenpartijen die fraai belicht worden, geen weerkaatsing van de zonnegloed op de berghellingen, niets. De zon ging onder en wij gingen slapen.
* Dag 6: Karatu: schooltje en disco
Vandaag gaan we op weg naar Karatu waar we kunnen douchen. Door de slechte wegen van 2 dagen geleden zijn we allemaal bedekt met een dikke laag rood stof. Na een verkwikkende douche pak ik dan ook opgelucht mijn handdoek met de aangename gedachte dat ik nu weer eens schoon ben. Nadat ik mijn gezicht heb drooggewreven zie ik dat mijn blauwe handdoek ineens rood ziet. Stomverbaasd wrijf ik ook over mijn zojuist gewassen andere ledematen en zie de handdoek steeds roder worden. Mijn conclusie dat ik schoon zou zijn blijkt herzien te moeten worden. Mijn poriën blijken nog vol met rood stof te zitten.
's Middags bezoeken we een schooltje. Het gaat om een lagere school ("Primary School" geheten) waar leerlingen tegen zo'n 2000 Tanzaniaanse Shilling per jaar (+/- f 6,=) les kunnen krijgen. Er zijn 7 groepen, en idealiter begint men met groep 1 op zijn 7de, en eindigt men met groep 7 op zijn 14de. De variatie in leeftijd is echter nogal groot binnen één groep. Het lagere onderwijs kampt met een tekort aan middelen. De onderwijzers vertellen ons dat ze gebrek hebben aan balpennen, schriften, en vooral leerboeken. We mogen met de leerlingen praten en in hun boeken kijken bij groep 7. Het valt me op dat het niveau zonder meer goed is. Men leert er Kiswahili, de officiële taal van Tanzania en voor geen van de leerlingen in Karatu de moedertaal, Engels, de tweede taal, rekenen tot het niveau van breuken, aardrijkskunde, geschiedenis, enzovoort. De vragen die we over Nederland krijgen behelzen voornamelijk wat voor gewassen wij verbouwen. Wij stadsfatten staan daardoor even met onze monden vol tanden, maar na enige moeite komen we toch op aardappelen, graan en maïs.
's Avonds gaan we naar een plaatselijke disco waar we veel te vroeg binnen komen, een uur of tien, en daarmee de blanken in de meerderheid plaatsen. Na een uurtje komt er wat meer kleur in de zaal en zwoegen we gezamenlijk op klanken van Reggea en plaatselijke muziekhelden. Terwijl ik zo dun mogelijk gekleed, rustig dansend en koel bier drinkend probeer te voorkomen dat ik drijfnat van het zweet wordt, gaan de 'locals' gigantisch tekeer op de dansvloer. Ze drinken geen drup, zijn gekleed in winterjassen, en zweten nauwelijks! Het is inderdaad winter in Tanzania, maar ook +20 graden ('s avonds), zodat ik me afvraag waar ze die jassen vandaan hebben. Hevig transpirerend wandel ik die avond in een dun T-shirtje naar mijn tent.
* Dag 7: Ngorongoro krater
Vandaag, na een kleine week in Afrika, krijgen we dan datgene tezien wat je verwacht te zien in Afrika: groot wild. Voortdurend oefenen we met elkaar de opsomming van de "Big Five": Olifant, Neushoorn, Waterbuffel, Leeuw, en Luipaard. We gaan met twee jeeps de Ngorongoro krater in waar we de rest van de ochtend en het begin van de middag zullen rondrijden. De jeep met chauffeur kost $120,=, en na afloop krijgt de chauffeur nog een fooi van een paar dollar. Dit is exclusief de toegang tot het Ngorongoro reservaat, wat veel meer omvat dan alleen de krater.
Na een lange rit omhoog begint dan eindelijk de rit omlaag naar de kraterbodem die zo'n 260 vierkante kilometer groot is. Als de eerste gnoe's en zebra's in het zicht komen beginnen we enthousiast te fotograferen. Het is ons weliswaar verteld dat er nog vele duizenden zullen volgen, maar zo'n eerste moment heeft nou eenmaal dat effect op een toerist. Later zouden we echter wat minder enthousiast worden bij de aanblik van hoefdieren. Een uitzondering vormen de roofdieren. Elke hyena en leeuw wordt door ons aangestaard alsof het een godheid is die ons zegent met de aanblik van zijn krachtige gestalte. Het is druk in de krater. Gnoe's, waterbuffels, zebra's, gieren, bavianen, en zijde-aapjes lopen kris-kras door elkaar en vlak langs de jeep (zo'n 2 meter afstand minimaal).
Aan het eind van de dag hebben we echt enorm veel dieren gezien (van de "Big Five" alleen de luipaard niet) en ook veel gefotografeerd. Voor mensen als wij die die dieren nog nooit in het wild gezien hebben heeft dat wat speciaals. Het besef dat deze dieren vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen, en de aanblik van de karkassen van die dieren die daarin minder succesvol waren, geeft je het gevoel op een speciale plek te zijn. Het voelt niet aan als echt wilde natuur, daarvoor rijden er teveel auto's rond en zitten de dieren te dicht op elkaar. Je hoeft er geen enkele moeite voor te doen om ze zien.
's Avonds kamperen we op de kraterrand op 2100 meter hoogte. Het wordt relatief koud, zo'n 10-15 graden, en er waait een harde wind die het bivak wat extra fris maakt. Dit werkt stimulerend op de blaas en 's nachts moet ik dan ook even wat lozen. De WC's zijn onbereikbaar, omdat eerder op avond een mannetjes-olifant besloot vlak daarvoor te overnachten, zodat ik maar een boom opzoek. Als ik weer in bed lig hoor ik gegaloppeer. Ik kijk door het gaasje in mijn tent en zie een kudde zebra's langskomen, op zo'n 5 tot 10 meter van mij vandaan.
* Dag 8: Serengeti, 1e dag
Vandaag rijden we naar de ingang van de Serengeti, de grote steppen die van Noord-Tanzania reiken tot in Zuid-Kenia. Het land is droog en dor, het struikgewas is bruin van droogte en stof. Alleen de Acacia-struiken hebben hier en daar wat groene bladeren die bovendien beschermd worden door 6 tot 10 cm lange doorns. Terwijl we naar de camping rijden komen we wat leeuwen tegen die we uiteraard weer in opperste verrukking aanstaren. Het valt op dat deze leeuwen echt notie van ons nemen. Dit in tegenstelling tot de antilopen die gewoon hun eigen gang gaan als wij langskomen. We kunnen ons echter niet aan de indruk onttrekken dat de leeuwen een zekere culinaire interesse in ons ontwikkeld hebben. Het feit dat onze truck ook volledig open is, zodat een slimme leeuw gewoon naar binnen kan springen, draagt niet bij tot onze gerustheid, maar geeft samen met de eenzaamheid en uitgestrektheid van de vlakte een echt wild-Afrika gevoel.
Na het avondmaal gaan 5 van ons bovenop de cabine zitten, ik zit met de 5 anderen achterin, en beginnen we aan onze eerste echte game-drive. In tegenstelling tot de Ngorongoro-krater moet je het wild hier echt zoeken, anders zie je niets. We zien hier en daar wat antilopen en zebra's, en verder helemaal niets. De Serengeti lijkt wel uitgestorven, en zonder dat het hardop gezegd wordt beschouwd iedereen de avond als een teleurstelling. 's Avonds is het bovendien buitengewoon stil. Het lijkt wel of de parkwachter vergeten is om de plaat met afrikageluiden op te zetten voor de campinggasten. Ik hoor precies één krekel. Zelfs in Nederland kan ik er meer horen.
Na elf uur 's avonds komen hyena's dichterbij, aangelokt door het voedsel wat de campinggasten als aas hebben neergelegd. Het blijft bij schuchtere verkenningen tot zo'n 10 meter van het kamp. Pas na twaalven, als ik alleen met Angelique en Wayne nog rond het kampvuur zit is het rustig genoeg en wagen ze zich dichterbij. Op een gegeven moment zien we op 10 meter van ons vandaan twee hyena's de tonijnsalade van gisteravond al grommend naar binnen schrokken. Ze staan vol in het schijnsel van onze zaklantaarns en zijn verassend groot. Op dat moment realiseer ik me dat er tussen ons en hen geen hek zit. De chauffeur van een andere groep, die bij ons is komen zitten vraagt me vervolgens eens achter ons te schijnen omdat hij daar wat hoort. Daar zien we een paar nieuwsgierige hyena's tussen het kookgerei van een andere groep scharrelen op zoek naar etensresten.
Tegen één uur is het weer buitengewoon rustig en gaan wij als laatsten naar bed. Hoewel de WC's zo'n 10 meter van mijn tent afstaan, heeft Angelique mij verboden er 's nachts heen te gaan vanwege de wilde dieren. Ik heb echter al meer dan een half uur lang helemaal niets meer gehoord of gezien, maar besluit toch haar raad op te volgen. Op 4 meter van mijn tent af doe ik een kleine boodschap en stap dan mijn tent in. Als ik 2 minuten lig hoor ik iemand lopen naast mijn tent. Ik gluur door het gaasje om te zien wie het is en ben stomverbaasd als ik daar een hyena zie staan op de plek waar ik mijn kleine boodschap heb achtergelaten. Hoewel hij prachtig zichtbaar is in het schijnsel van de bijna volle maan, druk ik toch mijn zaklamp tegen het gaas om hem nog beter te zien. Bijzonder geïnteresseerd blijft het dier staan om te zien waar het schijnsel vandaan komt. Gedurende een aantal seconden staren we elkaar zo aan terwijl het hart in mijn keel klopt en ik me afvraag of dit wel zo verstandig was. Het dier mist een stuk van zijn rechter achterpoot, wat verder niets afdoet aan zijn indrukwekkende verschijning. Liggend op de grond in mijn tent kijk ik naar hem op wat hem nog groter doet lijken dan hij al leek. Na een ogenblik draait hij zich weer om en hinkt verder.
Van opwinding kan ik niet meer slapen en blijf liggen wachten of er nog meer langskomen. Ik wordt niet teleurgesteld. In de verte hoor ik een leeuw brullen en zeker nog vijf keer komen er hyena's langs, prachtig zichtbaar in het maanlicht en tot op zo'n anderhalve meter van mij vandaan. Bovendien hoor ik ze de potten en pannen van een andere campinggroep ondersteboven keren, ze lopen kris-kras tussen de tenten door. Het is spijtig dat ik niet naar buiten kan om de andere leden van onze groep te wekken zodat ze dit ook kunnen meemaken. Helaas zijn ze vast in slaap en hebben alleen ik, Angelique en Wayne dit gezien.
* Dag 9: Serengeti, 2e dag
We staan vroeg op, pakken in het halfduister onze tenten in, ontbijten vlug, en gaan dan beginnen aan onze laatste game-drive in de Serengeti. Dit keer zit ik bovenop de cabine met 4 anderen. Zo hoog op de truck heb je een mooi uitzicht en is het ook allemachtig koud. Met een T-shirt, een overhemd, en een dikke trui aan zit ik nog steeds te vernikkelen. Na een poosje rijden hebben we al wat meer wild gezien dan gisteravond. Opeens vergeten we alle kou omdat we een jachtluipaard zien zitten onder een boom. Terwijl wij het dier aanschouwen, vol bewondering voor haar mooie vacht, blijkt hoe goed die vacht is voor camouflage. Na een paar minuten roept Wayne, onze chauffeur ineens dat er twee jongen in de boom zitten. We moeten moeite doen om ze te zien, en op foto's zijn ze later bijna niet meer terug te vinden.
Na een poosje willen we verder te rijden als we het moederdier ineens zien verstijven. Ze kijkt strak naar de horizon en wij volgen haar blik. Hoewel wij vier meter boven de grond zitten, en zij maar één, kost het ons moeite om te zien waarnaar ze kijkt. Het blijkt een éénzame Thomson Gazelle te zijn die een paar honderd meter verderop loopt. De jachtluipaard loopt er met een zekere tred op af, terwijl de gazelle niets door lijkt te hebben tot zij vlakbij is. Dan gaan beide dieren als een pijl uit een boog ervandoor. In het blikveld van mijn verrekijker speelt zich een tafereel af als uit een natuurfilm. Na een korte sprint verdwijnen beide dieren in een enorme stofwolk. Kort daarna schiet de gazelle weer uit de stofwolk tevoorschijn, dicht op de hielen gezeten door de jachtluipaard. Zij doet de gazelle struikelen en vindt in een tweede stofwolk een smakelijke beloning voor haarzelf en haar jongen. Binnen een paar minuten werken moeder met jongen voldoende vlees naar binnen en trekken dan weer verder. Het unieke aan dit alles was dat wij dit tafereel gezien hebben, en dat er verder niemand in de buurt was: geen hyena's, geen gieren, en geen mensen.
Diep onder de indruk van het jachttafereel crossen we nog wat rond over de vlakte en bewonderen nog vele antilopen en hertesoorten. Vooral de topi's zien er prachtig uit met hun zacht glanzende flanken. Uiteindelijk zitten we allemaal weer achterin de truck en gaan we op weg naar de uitgang van het park. Terwijl we daar naartoe willen rijden komen we vast te zitten in de file. Een troep leeuwen heeft vlak naast de weg een zebra geveld en is die aan het oppeuzelen. Om de leeuwen heen staan zo'n tien toeristenbusjes met filmende en fotograferende toeristen. Onze truck kan niet voor of achteruit, terwijl we echt op tijd bij de uitgang moeten zijn omdat we anders vele honderden dollars extra moeten betalen. Op een gegeven moment staan we in de rivierbedding klem, op ooghoogte met de leeuwen, en in een open truck. Eén van de leeuwinnen staat ons op zo'n drie tot vier meter aan te staren met een nogal dreigende houding. We zijn immers erg dicht bij haar prooi en haar welpen. Het is een benauwend ogenblik, en één van de weinigen waarin ik niet naar buiten durf te leunen om een foto te maken. Gelukkig kunnen we op een gegeven moment weer verder rijden. Een aantal fraaie ervaringen rijker rijden we even later de Serengeti uit naar het Victoriameer waar ons een echte warme douche wacht.
* Dag 10: Victoriameer: Skoma en fietsen
's Ochtends gaan Marjan, Franyke, en ik naar een vissersdorp van de Skoma. Deze mensen leven van de visvangst en zetten twee keer per dag netten uit. Die netten zijn zo'n honderd meter lang en staan zo'n 4 km uit de kust. Vervolgens worden ze vanaf het land onder gezang ingehaald. Er staat dan aan elk eind van zo'n net een rij mannen aan de touwen te sjorren. Het gezang draagt ver en klinkt harmonieus. Gisteravond dacht ik nog dat iemand de radio ergens had laten aanstaan, maar nu blijkt het "live" gezang te zijn van de mannen.
In het vissersdorp worden we verwelkomd door een schare kinderen en al gauw lopen we allemaal met 2 à 3 kinderen aan elke hand door het dorpje. De volwassenen nemen nauwelijks notie van ons. Op de grond liggen kleine tilapia visjes, ongeveer 4 cm lang, te drogen. Daarna worden ze gerookt en zijn ze 2 maanden houdbaar. Door ze daarna weer in water te koken kan men ze met ougali eten. Tilapia kunnen ook heel groot worden, ongeveer 20 tot 30 cm en smaken heel verfijnd. De avond ervoor heeft John voor ons Tilapia gebakken en het smaakte verrukkelijk, een beetje tussen vis en kip in. In het dorp lopen nogal wat maraboe's die de restjes vis opeten. Ze lijken extra groot zoals ze naast de hurkende vissersvrouwen staan terwijl die de vissen schoonmaken.
's Middags staat er een fietstochtje van 35 km op het programma. Voor iemand die gewend is wat verder te fietsen dan alleen naar het werk (Dieter en ik) is het een lekker tochtje. De meesten van de groep raken echter volkomen uitgeput hier op 1100 meter hoogte en bij 35 graden. De vele doornen van de acacia-struiken maken fietsen echter niet altijd even leuk. Met slechts twee lekke banden komt onze groep er nog genadig vanaf. Onze gids heeft standaard vijf nieuwe binnenbanden bij zich. Al met al is het lekker rustige dag na alle belevenissen op de Serengeti. Het is vreemd, maar dat lijkt alweer zo lang geleden.
* Dag 11: Rit naar Kisii (Kenia)
Een lange rit naar Kisii waarbij we de grens met Kenia passeren. In Kisii overnachten we in een soort klooster. Lekker rustig, een echt bed, maar geen bier (= alcohol) bij het eten! 's Avonds trek ik me terug op mijn kamer om even lekker te lezen en alleen te zijn. De rest zit beneden te kaarten.
* Dag 12: Rit naar Kakamega regenwoud
's Ochtends is de verjaardag van Dieter en zingen wij hem toe in de truck die versierd is met ballonnen. Op weg naar het Kakamega regenwoud gaat ongeveer de helft van de ballonnen verloren. In Kakamega aangekomen zetten we onze tenten op. Hoewel het niet warm is gaan we door de hoge luchtvochtigheid daar enorm snel zweten. 's Avonds zien we een blauwe aap in een boom zitten en zien we neushoornvogels heen en weer vliegen. Dieters verjaardag wordt verder gevierd met een taart en cadeautjes.
* Dag 13: Bezichtigen Kakamega regenwoud
We staan vroeg op om vanaf een uitkijkpunt de zon boven Kakamega te zien opkomen. Daar aangekomen zien we twee bushbuck in het struikgewas. De zon laat zich echter nauwelijks zien door een sterk opzettende bewolking. De gidsen vertellen ons dat Kakamega het laatste regenwoud is van Kenia. Totaal is het zo'n 250 vierkante km groot. Hiervan wordt 40 vierkante km strikt beschermd door de Kenya Wildlife Service; dwz dat het bos zo natuurlijk mogelijk wordt gehouden. De andere 210 vierkante km staat onder beheerste houtkap. Er worden daar financiëel interessante soorten aangeplant om later te kunnen kappen.
Tijdens een lange boswandeling laten de gidsen ons allerlei bomen met medicinale werking zien en zien we colobus- en roodstaart-apen. Het voelt continu vochtig aan en is te donker voor mijn camera om foto's te maken. Zodra je even op open terrein komt waar de zon vrij kan schijnen voel je echter hoe warm het is. In het bos zelf is het echter relatief koel. Vanaf een uur of vier doet het regenwoud zijn naam eer aan en gaat het regenen.
* Dag 14: Rit naar Baringo-meer
Vandaag ben ik jarig en dit keer hangen er slingers in de truck. Die laten zich wat beter vastknopen dan ballonnen en blijven dan ook beter zitten, al slingeren ze dan niet meer zo leuk. We rijden naar het Baringo-meer door een schitterend gebied wat deel uitmaakt van de Grote Slenk. Dat is een soort enorme geul dwars door Afrika, vanaf Mozambique tot aan Jordanië. De aardkorst breekt hier als het ware langzaam doordat de oostkant van Afrika zich langzaam afscheidt van de rest van het continent. We overnachten aan het Baringo-meer waar we twee dagen en drie nachten zullen blijven. Het is een laaggelegen gebied en een stuk warmer, zodat ik 's nachts mijn slaapzak niet nodig zal hebben. 's Avonds is er weer taart, en deze keer voor mijn verjaardag.
* Dag 15: Trips rond Baringo-meer
Het Baringo-meer en omgeving staan bekend om de vele soorten vogels die er te zien zijn, zodat we 's ochtends op pad gaan met een ornitholoog (een opleiding van 6 maanden in Nairobi). Deze jongen herkent op grote afstand de meest ingewikkelde vogels en elke keer als wij hem met onze verrekijker en zijn veldgids controleren blijkt hij gelijk te hebben. We komen ook nog een rijke engelstalige blanke tegen die "op safari" is. Dat wil zeggen dat haar gids met haar veel te dure camera met uitgebreid statief rondsjouwt, hem volledig richt en instelt op weer een fraaie vogel en haar even waarschuwt als hij daarmee klaar is. Dan komt ze ietwat verveelt naar de camera toe om even door de zoeker naar het vogeltje te kijken (of ze doet maar alsof, maar dat kunnen we niet nagaan), waarna ze hem opdracht geeft op de ontspanknop te drukken (het idee dat ze dat zelf zou moeten doen). Ondertussen sjouwen wij onze eigen camera's rond en genieten van de spectaculaire omgeving. We lopen aan de voet van een enorm lange en hoge rode rotswand, wat mij een bijzonder nederig gevoel geeft.
's Middags gaan we met een bootje het Baringo-meer op. Het water is bruin vanwege alle aarde die van de hoger gelegen gronden het meer in spoelt tijdens de regens. Op een eiland in het midden (Duivelseiland) zit een visarend op een tak. Onze gids fluit naar hem en houdt een dode vis in de lucht. Daarna gooit hij de vis vijf meter verderop in het water en zegt ons om onze camera's op de vis gericht te houden. Vervolgens telt hij van één tot drie, waarop we moeten afdrukken. Precies op dat moment grist de arend de vis uit het water. Als alle andere toeristen zit ik gespannen turend door mijn camera te wachten op de derde tel en druk dan af. Later heb ik daar wat spijt van, omdat ik daardoor niets gezien heb van de hele duikvlucht van de arend.
Laat in de middag maken Sjak, Edwin, en ik nog een lange wandeling door het gebied waarbij we de rode rotswand opklimmen. Bovenop is het uitzicht bijzonder wijds en zitten we even voldaan uit te hijgen. Onze gids stelde zich voor als Willem Pindakaas, en zei vervolgens "Gaan we jongens?", zodat we vermoeden dat hier wel vaker Nederlanders komen. Hij neemt ons mee naar een vleermuizengrot, waar we even flink moeten klauteren om bij de ingang te komen. Het ruikt er niet zo fris, maar ook weer niet zo smerig als ik verwacht had. Het is bijna zes uur en over een uur zal het donker zijn, tijd voor de vleermuizen om uit te vliegen. Om dat iets te bespoedigen gooit Willem een steentje naar binnen, wat inderdaad een enorm spectakel in werking zet. Sjak en ik staan voor de nauwe rotsspleet te balanceren als we ineens omringd worden door uitvliegende vleermuizen. Eentje landt op mijn broekspijp en blaast daar even uit voordat hij verder vliegt. Het is een buitengewone belevenis en Willem is in zijn nopjes als hij ziet dat wij zo onder de indruk zijn. Hij had eerder op de dag aan Angelique gevraagd of hij de wandeling mocht leiden ipv zijn broer, zodat hij ook weer wat kon verdienen. Een groot deel van hun geld (300 Keniaanse Shilling per persoon, ofwel zo'n 9 gulden) gaat naar de gemeenschap waar ze deel van uitmaken. Een klein deel mogen ze zelf houden en gebruiken ze om hun eigen studie (Ornithologie in dit geval) te bekostigen.
* Dag 16: Bezichtigen Bogoria-meer
Vandaag rijden we naar het Bogoria-meer, een natuurpark waarvoor de entree maar liefst 1000 Keniaanse Shilling per persoon bedraagt (zo'n 30 gulden). Het Bogoria-meer bevat een paar heetwaterbronnen die grote stoomwolken uitblazen. Omdat ik altijd even moet proberen hoe heet zoiets nou echt is loop ik even later met een paar pijnlijke vingers rond, maar ik was tenminste overtuigd. Het is heet genoeg om piepers in te koken. Het Bogoria-meer is heel ondiep, tot maximaal 2 meter, en daardoor een ideale fourageerplaats voor flamingo's. Vele duizenden staan er in het water, en er liggen vele botten van vele honderden lijken op de oevers. Het blijkt dat een epidemie flink heeft huisgehouden onder de vogels. Hierdoor heeft deze plaats iets prachtigs en akeligs tegelijk: Als je vooruit kijkt zie je prachtige vogelzwermen, als je omlaag kijkt zie je een luguber vogelkerkhof.
De rest van de dag relaxen we in het zwembad dat bij onze camping van het Bogoria-meer hoort. De overdadige hoeveelheid chloor maakt onderwaterzwemmen pijnlijk aan de ogen, maar is wel goed om de huid weer eens goed te reinigen.
* Dag 17: Rit naar Maralal
Vandaag pakken we in en rijden over tamelijk slechte wegen naar Maralal. Ik begin langzaam aan een beetje genoeg te krijgen van het gehobbel in de truck. Door de herrie kan je nauwelijks een gesprek voeren, en door het geschud zijn lezen en schrijven ook geen opties. Het landschap is mooi, maar een hele dag lang mooi is wel erg mooi.
* Dag 18: Bezoek Samburu en schooltje
Vandaag wandelen we naar een Samburu-dorp waar we een smid aan het werk zien. Hij zit in een klein hutje zijn ijzers in het vuur te verhitten zodat hij ze kan bewerken. Zijn vrouw houdt het vuur gaande met twee blaasbalgen die ze stoïcijns elke seconde beurtelings indrukt. De smid heeft zojuist aluminium gesmolten en maakt met een stok een geultje in de grond buiten. Daarin schenkt hij het metaal en giet er dan water op om het af te koelen. Hij heeft nu een ruwe reep metaal die hij tot een armbandje kan verwerken. Voor 150 Shilling (f 3,50) kun je een naam op een papiertje schrijven die hij dan op een armbandje kan graveren. Ik laat er twee maken. Ik maak een paar foto's en vervolgens worden we op een klein marktje verleid tot het kopen van wat souvenirs. Geen van ons gaat zonder souvenirs weg.
In de middag bezoeken we nog een lagere school, wat per jaar even duur blijkt te zijn als in Tanzania, zo'n f 6,-. Ik hoor dat de middelbare school echter enorm veel duurder is dan de lagere, zo'n f 4.500,- per jaar, en daarmee vrijwel onbetaalbaar voor de meeste Kenianen. De Samburu-stam kiest een enkeling uit zijn midden om naar school te sturen, die dan later een goede baan kan krijgen om de stam weer te ondersteunen. Hun kapitaal bestaat uit vee, zodat ze koeien moeten verkopen om iemand te kunnen laten studeren. Eén koe levert zo'n 20.000 Shilling op (f 600,-), zodat ze zo'n 8 koeien moeten verkopen om iemand één jaar te kunnen laten studeren. De middelbare scholieren proberen door het maken en verkopen van souvenirs genoeg te verdienen om weer wat lesmateriaal te kunnen kopen, zodat ze hun studie voort kunnen zetten. Eén van hen zegt mij verwijtend dat wij alleen de lagere schooltjes geld geven omdat daar van die schattige kleine kinderen zitten, maar dat de echte problemen bij de middelbare scholen zitten. Hij heeft ongetwijfeld gelijk en dat zit me niet lekker.
* Dag 19: Rit naar Samburu park
Het is vandaag weer een rijdag naar het Samburu-park. Aan het eind van de middag maken we een game drive. Bovenop de cabine zitten is uitgesloten omdat het Samburu-park dicht bebost is, en bovendien bevatten bijna alle bomen daar doorns van zo'n 6 tot 10 cm lengte. De truck is eigenlijk te groot voor de kleine paadjes, die berekend zijn op kleine Volkswagenbusjes. Hierdoor zwiepen zo nu en dan met kracht de bedoornde acaciatakken naar binnen als de truck zich weer eens tussen de bosjes door perst. Om de paar minuten klinkt dan ook de roep "Takken!" en duiken we allemaal met het hoofd tussen de benen omlaag terwijl de takken en doorns over onze ruggen gieren. Vervolgens rapen we grootste doorns van onze zitplaatsen op en proberen ons weer enigszins te installeren.
Doordat we zo gericht zijn op de acaciatakken hebben we op een gegeven ogenblik, als we weer eens een acaciatak op bezoek krijgen, totaal niet in de gaten dat aan de andere kant van de truck een luipaard ons op zijn gemak zit te bekijken. Waarschijnlijk vroeg hij zich af waarom deze toeristen nu eens niet naar hem keken, maar de andere kant op. Als Wayne ons waarschuwt zie ik nog net een achterpoot en een staart tussen de struiken verdwijnen. Teleurgesteld rijden we door, maar als we de bocht omdraaien zit hij ons daar weer op 2 meter afstand pontificaal aan te staren. Iemand flitst met zijn camera en hij glipt er weer vandoor om ons op 10 meter afstand weer te gaan zitten bekijken. Het is een onbeschrijflijk mooi dier, en hoe ik ook tuur en luister als hij door het struikgewas wegglipt, er beweegt niets en er is niets te horen.
Een tijdlang genieten we van de aanwezigheid van de luipaard en ons langdurige stilstaan blijft niet onopgemerkt. Al spoedig waarschuwen de andere toeristenbusjes elkaar via de radio dat hier een luipaard te zien is en krioelt het van de auto's. Langzaam achteruitrijdend volgt er één zelfs elke beweging van de grote kat die zich probeert te verschuilen in het struikgewas. Hier wordt werkelijk de jager bejaagd. Als ik later van een afstand met mijn verrekijker weer naar de plek kijk tel ik 21 busjes en jeeps die de luipaard zo ongeveer omsingeld hebben. We troosten ons met de gedachte dat deze luipaard het dan vanavond misschien moeilijk heeft, maar alle anderen kunnen nu rustig jagen omdat alle toeristen achter deze ene aanzitten.
* Dag 20: Game drive en rit naar Mount Kenya
's Ochtends maken we nog een game drive en zien weer een luipaard in een boom liggen. Dat houdt hij zeker drie uur vol, waarbij hij zich alleen eventjes omdraait om op zijn andere zij te kunnen liggen. Desondanks trekt hij continu veel bekijks. Wij slagen er verder in de grote Kudu te zien, een nogal schuchter dier met een stel prachtige dubbel gedraaide horens, en de gerenuk, ook wel girafgazelle genoemd vanwege zijn lange nek. Vooral als het beest rent ziet het er niet uit. Het lichaam en de gratie zijn als van een antilope, maar het hoofd op die te lange nek is een belachelijk gezicht. Aan het eind van de game drive rijden we nog even langs de luipaard en gaan dan op weg naar Mount Kenya.
* Dag 21: Paardrijden en rit naar Nairobi
's Ochtends kunnen we paardrijden, wat ik nog nooit gedaan heb. Met Sjak en Edwin vorm ik de eerste groep. Mijn hemel, dat mensen voor hun plezier zo'n marteling ondergaan. Zelfs toen ik klein was heb niet zo'n pak slaag gehad als vanochtend. De gids probeert mij continu te vertellen dat me mee moet laten voeren in het ritme en na een poosje slaag ik er inderdaad in om elke keer iets minder hard op het zadel te landen. Ik blijf me echter de gehele rit meer een stuiterbal voelen dan een ruiter. Na de rit heb ik nog zeker een week moeite gehad met zitten. 's Middags gaan we op weg naar Nairobi.
* Dag 22: Shoppen in Nairobi en terugvlucht
In Nairobi slapen we eerst uit en beginnen daarna aan het inkopen van souvenirs. Over elk artikel moet stevig onderhandeld worden, temeer daar mijn financiële middelen beginnen op te raken, hoewel de Kenianen dat niet geloven. Aan het eind van de dag hebben we een afscheidsdiner in het Safari hotel. Voor een totaal van f 60,- krijgen we een prachtige dansshow en overheerlijk eten voorgeschoteld. Specialiteiten zijn de vele vleessoorten: gnoe (een goede biefstuk), impala (net varkensvlees), eland (voortreffelijk verfijnde biefstuk), krokodil (beetje gummi-achtig, te vergelijken met inktvis), en struisvogel (een goede biefstuk, maar dan anders). De toppers zijn duidelijk eland en struisvogel.
's Avonds worden we op het vliegveld afgezet en bereiden we ons voor op de nachtvlucht terug. Franyke heeft zogenaamde inslaappillen bij haar en deelt uit. De meesten van ons nemen er één in de hoop zo te kunnen slapen. In het vliegtuig doe ik er nog een whisky achteraan, en installeer me met een kussen en een deken zo comfortabel mogelijk in zo'n walgelijke vliegtuigstoel. Na een half uur realiseer ik me dat de pil wel eens niet bij iedereen zou kunnen werken. Na twee uur weet ik heel zeker dat ik bij die groep mensen hoor. Dit wordt een lange nacht.
Tussen vier en vijf uur 's ochtends is het plastijd en staan er lange rijen voor de toiletten. Een Indiër helpt niet echt de rij te bekorten door het toilet maar liefst 20 minuten bezet te houden (iemand van ons had het bijgehouden). Volledig duf en uitgeblust sta ik na zessen op Schiphol eindelijk op mijn koffer te wachten. Ik neem afscheid van de groep en sluit daarmee een beregoede vakantie af. Nu ga ik eerst even een weekje thuis uitrusten van alle belevenissen.
* Financiële terugblik
Voorafgaand aan de reis gaf ik uit wat in onderstaande tabel staat. De variabele kosten zijn dingen die je elke keer als je zo'n reis opnieuw maakt, ook opnieuw moet kopen. Hieronder vallen de reis, het visum, lariam-pillen (tegen malaria), enzovoort. Daarnaast zijn er de vaste kosten. Dat zijn dingen die je één keer koopt en vervolgens op meerdere reizen kunt gebruiken, zoals een slaapzak, vaccinaties, rugzak, enzovoort. Daarnaast wordt het totaal weergegeven: dat is de som van de vaste en de variabele kosten. Alle bedragen zijn in Nederlandse guldens.
| Uitgave-post | Vaste kosten | Variabele kosten | Totale kosten |
|---|---|---|---|
| Reis bij Afriesj | 3370,00 | 3370,00 | |
| Luchthavenbelasting en verzekeringen | 470,84 | 470,84 | |
| Visum | 108,00 | 108,00 | |
| Gezondheid (vaccinaties) | 225,27 | 85,63 | 310,90 |
| Bagage | 1327,35 | 123,80 | 1451,15 |
| Totaal | 1552,62 | 4158,27 | 5710,89 |
Tijdens de reis werd ook nogal wat uitgegeven, wat allemaal onder de variabele kosten valt. Deze bedragen zijn veel minder nauwkeurig door het ontbreken van bonnetjes, mijn eigen slechte geheugen, en de invloed van de wisselkoersen. Het totaalbedrag is wel nauwkeurig, omdat dat gewoon het verschil is tussen waarmee is weg ging en waarmee ik terug kwam. Wat ik nog miste heb ik onder drankjes en eigen snacks geplaatst. In de excursies zitten de grote wildparken (Serengeti, Ngorongoro, en Samburu) niet inbegrepen. Deze waren onderdeel van de reiskosten.
| Uitgave-post | Totale kosten |
|---|---|
| Souvenirs | 185 |
| Excursies | 128 |
| Kleding wassen | 27 |
| Etenspot | 500 |
| Transitvisum Kenia | 30 |
| Drankjes en eigen snacks | 650,17 |
| Totaal | 1520,17 |
Het totaal voor de hele reis is te zien in onderstaande tabel. Waarschijnlijk komen daar nog psychiaterkosten bij om deze klap te boven te komen.
| Vaste kosten | Variabele kosten | Totale kosten |
|---|---|---|
| 1552,62 | 5678,44 | 7231,06 |