De laatste meerdaagse wandeling van de vakantie was in Pofadder; Een stadje dat net zo goed nergenshuizen had kunnen heten. Hét is niks, en ér is niks. Het was echter vlakbij Keetmanshoop, wat zo mogelijk nog kleiner was, waar de Pofadder-wandeling begon en eindigde. De wandeling duurde 4 dagen en was zwaar. We wandelden van half acht 's ochtends tot vijf uur 's middags. Het gebied was zeer fraai en de route niet moeilijk, maar de lange dagen maakten de wandeling zeer vermoeiend.
|
Begin Pofadder wandeling |
Pofadder uitzicht |
Pofadder uitzicht |
Onze gids was een Nama-man, Maikel, die Afrikaans als moedertaal had en geen Engels sprak. Ik moest 4 dagen lang vertalen voor mijn reisgenoten, wat erg leuk was, zij het soms wat verwarrend. Sommige woorden in het Afrikaans hebben de tegenovergestelde betekenis gekregen van de Nederlandse, wat de vertaling (en het begrip) bemoeilijkte:
Verder zei de man op bijna al mijn vragen "ja", wat het soms wat moeilijk maakte om duidelijkheid te krijgen. Nadat hij 3 keer "ja" had geantwoord op mijn vraag of er water was bij een bepaald punt zei hij opeens "Maar daar is nie water nie".
Ik vond het echter zeer speciaal om aan de andere kant van de aarde een man te ontmoeten met een Afrikaans uiterlijk die als moedertaal een variant van de mijne had. Het was geweldig toen hij zei: "Jij kunt mooi praat. Ik kan jou verstaan.". Daar kwam bij dat Maikel een fijn persoon was. Hij praatte graag over van alles en nog wat en hield heel goed in de gaten of niemand achterbleef.
|
Ikzelf voor de Verkeerdomvalle |
Zonsondergang |
Keetmanshoop; begin en eind van Pofadder-trip |
Maikel was een interessante mengeling van de Nama-cultuur (welke taal hij pas op zijn 35ste van zijn vader geleerd had) en de christelijke westerse. Hij was katholiek, maar had ook nog wat animistische trekjes. Toen er regenwolken boven ons verschenen (het was drie jaar droog geweest en nu wij er waren kwam er regen) begon hij takken met bladeren te verbranden. Op mijn vraag waarom hij dat deed zei hij dat dat de wolken zou moeten verdrijven. En warempel, ze waren nog niet verbrand of de wolken losten op en de zon brandde weer ongenadig. "Dat werkte een bietje te goed" was Maikels droge commentaar