Voordat we naar Uis (Oewis) reden om van daaruit de Brandberg te beklimmen, hebben we eerst uitgebreid in de Erongo-bergen rondgereden. Het was een buitengewoon fraai gebied met interessante rotspartijen met boerderijen ertussen. De boerderijen zelf bestonden uit fraaie huizen die mooi afstaken tegen de omgeving, met daarachter vaak een soort sloperij van afgedankte auto's. Het land is inderdaad soms nogal zwaar voor auto's: Op 12 augustus gingen we naar een of andere vage camping om daar te overnachten. De weg erheen was lastig omdat de Nissan een nogal lage wielbasis had. Continu hoorden we de bodem van de auto over de grond schrapen. In Etosha had Russell er al de achterbumber afgereden, dus we probeerden de auto wat te sparen.
|
Typisch boerderijhuis in Erongo-bergen |
Sloperij van Pofadder-boerderij |
Sloperij van Pofadder-boerderij |
Eenmaal op de camping was daar eerst schijnbaar niemand, en toen opeens kwam er zo'n typische neger uit de struiken tevoorschijn. We probeerden hem aan te spreken in verscheidene talen (Afrikaans, Duits, en Engels) maar hij liep gewoon door en glimlachte slechts. Bij een stenen huisje aangekomen haalde hij een groene map tevoorschijn en begon ieder van ons een papiertje te geven. Daarop stond: "Zijn naam is Israël en hij kan niet lezen of schrijven. Hij spreekt heel weinig Afrikaans en is nog Engels aan het leren. Hij zal alles voor u regelen. Geniet van uw verblijf hier." En het is bijna niet te geloven, maar alles was inderdaad dik voor mekaar, met zelfs warme douches. Bij kaarslicht weliswaar (was ook geregeld), want elektriciteit was er niet. We moesten dus niet teveel spatten, anders ging het licht uit.
|
Gespleten rots in Erongo-bergen |
Erongo-bergen |
Deze weelde kon volgens ons alleen maar beter worden als we een echte stad zouden bereiken: Uis. Wat een vergissing was dat. In Uis aangekomen hoorden we dat er alleen water was van 6 tot 8 's ochtends en 's avonds, en een uurtje tijdens de lunch. Logisch dachten wij, er heerste flinke droogte in Namibië, dus moet men zuinig doen met water. Van de jongens die een internetcaf� runden hoorde ik echter een ander verhaal: Hoewel de bevolking van Uis keurig hun gemeentelijke belastingen betaalden, kon de gemeente de waterleidingmaatschappij maar 12 % van het vereiste bedrag geven. De rest van het geld was namelijk op mysterieuze wijze verdwenen. Ach je, dat past ook wel bij Afrika.
Waar ik mij zeer over heb verbaasd was de moderne aanblik van de steden. Er waren geen krotten zoals ik in Kenia en Tanzania heb gezien, maar degelijke huizen. En waar ik verwachtte op lokale marktjes om exotisch voedsel te moeten onderhandelen, daar kon ik in een gewone supermarkt bijna alles krijgen wat ik gewend was, van brood tot chocola.
|
Supermarkt in Tsumeb |
Supermarkt in Tsumeb |
Onze auto's hielden zich niet altijd even goed op de Namibische wegen. Beide wagens gingen vreemd ratelen aan de onderkant. Russell had de achterbumber er al afgereden in Etosha (zijn eigen schuld trouwens), en de VW Polo kreeg twee lekke banden. De eerste lekke band was op weg naar Solitaire, vóór Naukluft. Deze was snel verwisseld, en de lekke band werd in Solitaire gerepareerd en er weer opnieuw opgezet. Men had daar echter alleen niet-gediplomeerde monteurs, en dat was later te merken. Anderhalve week later explodeerde dezelfde band waarmee een gat in de wielkast werd geslagen en de achterbumber van de VW toen ook los hing. In Mariental hebben we toen beide auto's laten repareren (voor een schijntje van � 46,-).
|
Russell met gerepareerde lekke band in Solitaire |
Reparatie van beide auto's |