Brandberg had drie speciale dingen: het klimmen, de Damara-gidsen, en de rotskunst. Met z'n zessen (Mary en Beatrice moesten wegens griep achterblijven) klommen we in anderhalve dag omhoog (1800 meter, hoogste punt 2500 meter) en evenzo snel weer omlaag. De drie gidsen waren Erik (de manager), Karel, en Siegfried. In hun namen bleek nog duidelijk dat Namibië een Duitse kolonie is geweest. Hun moedertaal was echter Damara, een taal met klikgeluiden (4 stuks) die voor westerlingen ook bijna niet na te doen is. Ze spraken zeer goed Engels en vertelden ons dat het Damara-volk sinds mensenheugenis in dit gebied had gewoond.
|
Rit naar Brandberg met de gidsen |
Het klimmen |
Uitzicht tijdens klimmen |
Lunchen op Brandberg-top |
De klim omhoog was zwaar. Tegen een helling van 30 á 40 graden omhoog klauteren met een rugzak van 15 kg is niet makkelijk. Toch had één van de gidsen het het zwaarst: Erik. Hij was als manager nog nooit naar boven geweest en had altijd geroepen dat hij dat op een dag wel even zou doen. Karel en Siegfried hadden hem ditmaal zover gekregen dat hij inderdaad mee zou gaan. Erik heeft het volgehouden, maar ook maar net. Karel en Siegfried moesten op het eind zijn bagage zelfs overnemen. De rest van ons had het zwaar, maar we zagen meer op tegen de afdaling. En terecht. Een dag lang over zo'n steile helling omlaag lopen is niet prettig voor je tenen. Gelukkig was ik zo wijs geweest mijn schoenen een maatje groter te nemen waardoor ik nergens last van had.
De rotskunst die we dichtbij de top zagen was fenomenaal. De dieren waren met zoveel gevoel voor detail geschilderd, en zo levensecht, dat je direct zag dat ze niet door primitieve wilden waren gemaakt. Tot mijn verbazing waren de dieren vaak zelfs driedimensionaal afgebeeld. Dit was geen kleuterwerk, maar gedaan door artiesten.
|
Rotskunst Brandberg |
Rotskunst Brandberg |
Gids Karel legt rotskunst Brandberg uit |