Drysdale-verhaal

Een lange bushwalk van 4 weken, slechts onderbroken door een voedseldropping per helicopter na 2 weken. Dat is wat Daan en ik voor ogen hadden, en dat is wat we gedaan hebben. En natuurlijk was Willis's Walkabouts weer de enige organisatie die zoiets kon realiseren. Twee van Russell's gidsen begeleidden ons op de wandeling: Peter (Tommo) Tomlin gedurende de eerste 2 weken, en Bruce Swain gedurende de laatste 2 weken. Buiten Daan en mij was Colin Johnstone de enige andere klant die de volledige 4 weken deed. Alle andere wandelaars deden alleen de eerste, of alleen de laatste 2 weken. Halverwege zouden 2 helicopters ervoor zorgen dat voedsel en mensen werden in- dan wel uitgevlogen. De eerste 2 weken waren we met z'n achten: Daan, Colin, Tommo, Dorothee, Ingrid, Ray, Dennis, en ik. De tweede 2 weken waren we met z'n negenen: Daan, Colin, Bruce, Jenny, Patricia, Neill, Ronda, John, en ik.

Voedselvergiftiging

De eerste 2 weken begonnen niet zo goed: De dag ervoor hadden Daan en ik een echte voedselvergiftiging. De dag daarvoor hadden we een sunset-cruise gedaan waarbij het enige wat we allebei gegeten hadden de zalm-dipsaus was tijdens de zonsondergang. De dag waarop we vertrokken voor de wandeling waren we nog ziek van een onrustige nacht en zwak van een paar dagen nauwelijks eten. We vlogen 's ochtends per vliegtuig (6-zitter, 1 propellor-vliegtuig) naar Kalumburu, een Aboriginal-gemeenschap, vanwaar we per auto naar de Drysdale-rivier werden gereden. Hoewel we nog steeds behoorlijk zwak waren, begon daar voor ons de wandeling van 28 dagen.

De eerste dag was voor ons heel zwaar. Ipv zo snel mogelijk kamp op te slaan, besloot de gids nog enige kilometers verder te trekken, hoewel we hem de avond tevoren al hadden ingelicht over onze situatie. Toen het terrein zwaarder werd konden Daan en ik eenvoudigweg niet verder meer. "Ik wil snel kamperen, ik voel me niet goed." roept Daan op een gegeven moment tegen de gids. "Drink je wel genoeg?" vraagt die op zijn beurt. Als antwoord geeft Daan over achter een rots. Dat overtuigde de gids dat we inderdaad moesten stoppen. Eindelijk. 's Avonds konden we eindelijk weer eens wat eten, en na een goede nachtrust konden we de volgende dag tenmiste weer goed meekomen.

Schoenendrama

Toen de voedselvergiftiging eenmaal over was ging het snel steeds beter, totdat mijn voeten begonnen te vervellen. Het waren geen blaren, maar de huis ging er gewoon af als ik er over wreef. Na een week leende de gids mij een paar van zijn sokken en vanaf toen gingen mijn voeten er normaler uitzien. Tot dan toe had ik op dunne sokken gelopen. De geleende sokken waren wolliger en dikker, wat veel beter ging.

Daarna gingen de zolen van mijn schoenen loslaten, wat iets griezeliger is, want zonder schoenen kom je daar niet ver. Na 2 lijm-acties vielen na de 3de week de zolen er helemaal vanaf, terwijl we nog onderweg waren naar een goede kampeerplek. Een noodreparatie met secondenlijm deed de zool weer aan de schoen kleven, en de schoen aan mijn knie. Met een snelle actie wist ik mijn knie weer los te rukken ten koste van wat haren en een stukje vel, en daarna ging het allemaal weer wat beter.

Aan het eind van de 4 weken waren mijn schoenen zowel binnen als buiten zover versleten dat ik ze in Australië heb achtergelaten in een vuilnisbak. Na de vakantie van 2001 keer heb ik ze laten verzolen bij Bever zwerfsport. Tijdens de wandeling hoorde ik van mijn reisgenoten dat verzolen erg onbetrouwbare resultaten geeft. Het was een bekend probleem dat verzoolde schoenen hun nieuwe zolen kunnen afstoten.

Australië is bovendien een erg hard land voor schoenen. Bruce vertelde dat hij 9 weken in Patagonie had gelopen zonder een krasje op zijn nieuwe schoenen, en tijdens deze wandeling waren ze al half versleten. Het probleem is dat Australië uit veel losse brokken zandsteen bestaat, varierend in grote van kiezels tot huizen. Het is scherp en ruw materiaal (maar ook bros) wat op schoenzolen werkt als schuurpapier op hout.

Territoriale zoetwaterkrokodillen

Tijdens de wandeling deden we 4 grote rivieren aan, Drysdale, Carson, Palmondoora Creek, en Morgan. We hebben daarin vaak zoetwater-krokodillen gezien, en zelfs met ze gezwommen. Niet te dichtbij natuurlijk, want hoewel ze ongevaarlijk zouden moeten zijn voor mensen, begonnen ze soms tegenover ons territoriaal gedrag te vertonen.

Op een gegeven moment hadden we voor de lunch een mooi plekje gevonden langs het water. Zoals meestal installeerden we ons en wilden vervolgens gaan zwemmen. Neill was als eerste in het water en was lekker aan het plonzen toen we opeens vaag een gebrul hoorden. Het werd steeds sterker en uiteindelijk zagen we een krokodil van net iets meer dan een meter lang komen aanzwemmen. Bij elke plons krulde het dier zich half omhoog uit het water en stiet een laag gebrul uit.

Ik zag mijn kans op lekker zwemmen verdwijnen dus ik sprong er ook gauw in voordat de krokodil te dichtbij zou zijn. Met een flinke sprong landde ik in het water. En toen ik weer bovenkwam riep Daan vanaf de kant: "Hij is nu ondergedoken." Twee seconden later stond ik weer op de kant (en Neill ook), maar die krokodil hebben we niet meer gezien.

Zoetwaterkrokodil van 75 cm in water

Schildpad in Palmondoora kreek

Verder hebben we hier en daar kangaroes gezien (misschien een half-dozijn in totaal), zo'n 2 a 3 slangen (1 niet giftig, de anderen waarschijnlijk wel), en veel spinnen en zoetwaterschildpadden.

Vliegen en runderen

Wat ik niet zal missen zijn de duizenden vliegen die ons vermoeiden met hun aanwezigheid. In het Drysdale park lopen heel veel koeien, en dat resulteert in heel veel vliegen en koeiestront. Je went eraan dat ze op je lichaam zitten (op een doorsnee rug van een doorsnee bushwalker zaten altijd zo'n 40 vliegen), maar je went er niet aan dat ze in je oren, ogen en neus kruipen. Ze zijn altijd op zoek naar vocht en laten je eten gewoon met rust. Met 30 tot 35 graden in de schaduw, en ver over de 40 in de zon, zweetten we enorm tijdens het sjouwen met de rugzak van 25 kg. Zodra we onze bepakking dan ook afdeden tijdens een pauze streken vele honderden vliegen op ons neer om het (zweet)vocht op te zuigen.

In tegenstelling tot de runderen in de Nederlandse weiden, bewogen de runderen in Drysdale zich bijzonder sierlijk en met speels gemak over zelfs het meest lastige terrein. Dit waren geen dieren die je met een sprintje even voor kon blijven, en al helemaal niet met 25 kg op je rug. Meestal sloegen de dieren voor ons op de vlucht, maar niet altijd.

Eén keer stonden we met z'n achten tegenover een heel grote stier met een fraai stel hoorns. Op een afstand van een meter of 15 tot 20 keken we elkaar strak aan. Lawaai maken met bestek en waterflessen en dmv schreeuwen hielp niets. De stier bleef onbeweeglijk staan. Er werden grapjes gemaakt als "Die boom is voor mij", en in gedachten was ik de handelingen aan het doornemen om mijn rugzak los te maken zodat ik wat harder zou kunnen rennen. Toen ik achterom keek zag ik Dennis op een wel zeer respectabele afstand van ons af staan; half omgedraaid en klaar om weg te rennen.

Runderen bekijken ons lands Carson rivier

Na wat een eeuwigheid leek, maar het zal niet meer dan een korte minuut zijn geweest, draaide de stier ons zijn rechterflank toe. Spontaan barstten we in een juichen uit, wat we beter niet hadden kunnen doen. Alsof hij zich beledigd voelde bij het idee dat hij verloren zou hebben draaide de stier zich weer frontaal naar ons toe. Het spel begon opnieuw. De gids (Tommo) en Colin deden nog wat passen dichterbij, maar de stier week niet en de spanning in mijn keel steeg naar een nieuw hoogtepunt.

Nogmaals draaide de stier ons zijn rechterflank toe, en hoewel we inmiddels beter moesten weten barstten we van de opgekropte spanning weer in een juichen uit. Wederom draaide de stier zich weer frontaal naar ons toe. Het was net een slechte film, maar dan één die ik liever in een bioscoop had gezien. De boompjes om ons heen waren niet echt stevig; een beetje boze stier zou daar dwars doorheen gaan. Ik vond dit allang niet leuk meer en had al bijna besloten om zelf maar in een hele grote boog om de stier en zijn koeien heen te lopen.

Plots zagen we tussen de bomen de koeien van de stier in beweging komen. Zouden zij ervandoor gaan? Nee, ze kwamen op ons af, de stier kreeg versterking. Dit beslechtte de strijd in ons nadeel en ieder draaide zich om en begon zo snel mogelijk weg te lopen zonder in paniek te gaan rennen. Toen we een paar passen gedaan hadden keken we om naar de stier. We zagen helemaal niets. Met zijn koeien was hij er vandoor gegaan zodra we ons hadden omgedraaid, en ver links van ons renden ze tussen de bomen. We konden doorlopen, maar ik kan niet zeggen dat ik me daardoor oppermachtig voelde. Ik had eerder een nieuw ontzag voor de natuur gekregen wat ik niet snel zou vergeten.

Verbrand bos

Een minder leuke eigenschap van het Drysdale park is dat zo'n 50 % is verbrand. Sinds mensenheugenis brandden Aboriginals de natuur af. De natuur had zich daaraan aangepast en er was sprake van een goede symbiose van Aboriginals en natuur. Door echter alle ellende die de blanke overheersing over de Aboriginals heeft uitgestort is die traditie grotendeels verdwenen. De blanken realiseren zich dat thans en men probeert de oude manier van natuurbeheer weer in te voeren.

Helaas weten de Aboriginals zelf niet meer goed hoe het branden moest gebeuren. De voorzitter van de Kalumburu- gemeenschap mopperde uitgebreid op zijn stamgenoten, omdat ze zijns inziens maar wat aanrommelden. De feiten geven hem helaas gelijk. Op veel plaatsen is de natuur verkeerd verbrand, zodat echt alles daar dood is. Waar het goed is gebeurd zie je al gauw weer kleine groene planten opschieten. Voor het overgrote deel maakt Drysdale echter een deprimerende indruk met alle verbrande bomen. De asgrond zorgt bovendien voor enorm fijn opwaaiend stof tijdens het lopen, wat ook niet echt prettig is (laat staan gezond).

Resultaat van vroege brand dit jaar (vernieuwend)

Resultaat van late brand dit jaar (deprimerend)


Terug naar begin Australië

Hosted by www.Geocities.ws

1