Deze trip stond te boek als lichter dan de Gregory, en nu ik die overleefd had zag ik deze dan ook met vertrouwen tegemoet. Deze trip was in 2 stukken gedeeld van elk een week. Onze spullen voor het tweede deel lieten we achter in het huis van de gids, Justin Harrison, en zijn vrouw Judith. Judith zou ons op het tweede deel vergezellen, terwijl Justin de hele trip voor zijn rekening nam. Justin en Russell verschilden bijna als dag en nacht van elkaar in een aantal opzichten. Russell was rustig, verwachtte dat je wel achter hem aanloopt als hij vertrok, en was een goede verteller als mensen 's avonds wat rustiger werden. Justin was enthousiast, lette goed op hoe de groep erbij liep, en voerde snel de boventoon in groepsgesprekken. Het waren beiden echter heel goede bushwalkers die wisten wat ze deden.
Het trekken was heel anders dan in Gregory. Moeilijke stukken werden snel afgewisseld door veel makkelijkere. Er moest nogal eens een wat langere klim gedaan worden, terwijl in Gregory de klimmen kort en hevig waren (om een kloof uit te komen). De groep bestond de eerste week uit 10 mensen (Daan en ik, Justin, Helen, Katherine, June, Judy, Roger, Sally, Marian) en de tweede week uit 12 (Helen en Katherine eraf, en Judith, Emma, Tony, en Jan, erbij). De groep was duidelijk minder fit dan die van de Gregory, en het tempo lag dan ook een stuk lager. Bovendien werd zo nu dan een makkelijker route gezocht als die voor ons te moeilijk bleek. In Gregory moest er op z'n minst een gladde rotswand van enige meters hoog op onze weg komen wilde Russell omkeren en een makkelijker route zoeken.
|
|
|
|
Er was één ding in de MacDonnell waar ik een enorme hekel aan had: lopen op zand in de rivierbedding. Terwijl de rest vrolijk babbelend eroverheen sjokte, wenste ik alleen maar dat er weer een paar fatsoenlijke rotsen aankwamen. Wat ik weer erg fijn vond en de rest niet was dat er een dag tussen was met regen. De kleuren leken helderder te worden nu het felle zonlicht weg was, en de natuur begon heerlijk te ruiken. Je werd natuurlijk wel een beetje nat, maar als Hollander was ik dat wel gewend.
|
|
|
|
De MacDonnell Ranges waren een reeks bergruggen die van oost naar west liepen ten noorden van Alice Springs. Er liep een hoofdweg langs zodat je nooit erg ver verwijderd was van ander mensen. Anders dan in Gregory boden deze bergruggen fantastische vergezichten. Tussen de bergruggen lag licht glooiend terrein (heuvels tot zo'n 20 meter hoog) die schaars begroeid waren met spinifex gras (een hardere soort dan in Gregory), lage struiken en hier en daar een boom. Waar we in Gregory nogal eens groepen bomen bij elkaar aantroffen (het woord bos gaat wat te ver), zagen we in de MacDonnell slechts alleenstaande bomen.
|
|
|
|
De temperatuur was bovendien zo'n 10 graden lager, wat wel zo aangenaam was. De rotsen in de rivierbeddingen hadden vaak een witte laag die nogal glad kon zijn als je erop stapte. Bovendien leek er veel meer zand te liggen, wat op rotsen ook vervelend kan glijden. Daarnaast waren veel hellingen bezaaid met plaatvormige rotsen. Vrij dun (een centimeter) en niet zo groot (10 tot 30 cm) lagen ze op sommige plaatsen lagendik op de grond. Als je daar op ging staan bij het afdalen fungeerden ze als een soort slee en kon je zo beneden zijn. (Of je dan ooit weer op had kunnen staan is een andere vraag.)
Kamperen volgde hier dezelfde routine als in Gregory. Het was alleen uitzonderlijk als we hier tijdens de lunch konden zwemmen, en 's avonds lukte het ook niet altijd. De watertemperatuur was hier bovendien veel lager (ik schatte soms een graad of 6) wat uitgebreid zwemmen eigenlijk onmogelijk maakte. De waterpoelen waren niet altijd zo diep en lang, en door de aanwezigheid van veel andere kampeerders was het raadzaam het water te zuiveren voor het te drinken.
De dagen waren kort (het was midden winter in Alice Springs) en dat zorgde ervoor dat je vroeg naar bed gaat. Het duurde echter ook erg lang voordat het weer licht werd. Voordat het licht werd kon je niet veel doen, dus bleef je maar wat liggen doezelen tot je er eindelijk uit kon. Doordat de trip minder inspannend was dan in Gregory had ik ook minder slaap nodig. 's Ochtends was het koud genoeg om een warme trui aan te willen trekken, maar zodra je even met de rugzak gelopen had kon je die weer uit doen.
Kamp op de laatste avond
