Trektocht door Gregory National Park en Stokes Ranges

Voorbereiding

Trekken

Landschap

Kamperen


* Voorbereiding

Daan en ik kozen voor de Gregory Explorer trip omdat deze een verkennend karakter had. Simpel gezegd, de gids wist ook niet waar we allemaal terecht gingen komen: het terrein werd echt verkend. Als zodanig liepen we het risico dat de reis onverwacht zwaar kon zijn, maar dat zagen we wel als een uitdaging. Die kregen we dan ook. Achteraf gezien vind ik het de mooiste trip van de hele vakantie, en ik zal zeker nog een keer zoiets gaan doen, maar tijdens de trip zelf had ik momenten waarop ik me afvroeg waar ik mee bezig was.

De avond voor vertrek was een pre-trip meeting gepland. Op de afgesproken plaats ontmoetten Daan en ik nog &eactue;én andere reizigster: Simone uit Duitsland. Na een half uur wachten kwam iemand die zich voorstelde als Russell Willis himself ons ophalen: de locatie was veranderd, maar wij drieën hadden op de één of andere manier dat bericht nooit ontvangen. Op de goeie plek ontmoetten we de rest: Alan, Roger, Rachel, Kim, en Christian: allen ervaren bushwalkers. Russell vertelde ons dat hij toestemming heeft gekregen om door de Stokes Ranges te trekken: een gebied dat eigendom is van de Aboriginals. Hij had een route van zo'n 60 km uitgezet, grofweg van noord naar zuid. Door de overvloedige regenval de laatste tijd had hij besloten de volledige 2 weken te gaan trekken, zonder tussendoor in de beschaving terug te komen.

De volgende ochtend gingen we met 9 mensen en 2 4-wiel aangedreven trucks op weg. Ruim 500 km van Darwin, via Katherine, naar de Gregory-Stokes Ranges. Tegen de schemering kwamen we aan en zetten onze tenten op in de buurt van de weg, terwijl Russell met Alan één van de trucks aan het andere eind van de route parkeerde. De ochtend daarop begon de trektocht. De weg en de truck achter ons zou het laatste zijn wat we de komende 13 dagen van de beschaving zouden zien.

* Trekken

Met kampeerspullen, voor 13 dagen voedsel, en ongeveer 3 liter water, was mijn rugzak tegen de 25 kg zwaar. 's Ochtends liepen we een uur of 3 met 2 à 3 pauzes van ongeveer een kwartier. Het terrein was hobbelig, de temperatuur iets boven de 30 graden, en ik schrok een beetje van de moeite die ik moest doen om vooruit te komen. Door het struikgewas en de spinifex duwen ging nog wel, hoewel het verre van plezierig liep omdat je niet zag waar je stapte.

Ik kreeg het echter te kwaad toen men, om het struikgewas te ontwijken, door de kreekbedding ging lopen. Deze was bezaaid met rotsen varierend in grootte van een tennisbal tot soms een hele woonkamer. De enige stenen waar ik tot nu toe op gelopen had lagen in een keurig geplaveide straat. Ik was dan ook absoluut niet gewend van de ene naar de andere rots te stappen c.q. springen, en al helemaal niet met 25 kg op mijn rug. De eerste dag struikelde ik dan ook en verstuikte mijn vingerkootje, waarna ik bleek in de schaduw moest bij te komen. Wonder boven wonder was mijn vinger niet gebroken, maar het incident maakte mij wel duidelijk dat ik bijzonder voorzichtig zou moeten zijn. In mijn hele leven ben ik mij waarschijnlijk nog nooit zo bewust geweest van elke stap die ik zette als in de 2 weken die hierna volgden. Maar na anderhalve week voelde ik me zeker en comfortabel op de rotsen, en kon ik genieten van de ruigheid van het gebied.

Tijdens de trek werd er mbv GPS, kaart, en kompas genavigeerd. Ondanks deze moderne hulpmiddelen bleek het nog een hele toer om precies uit te vinden waar we zitten, laat staan wat de beste route verder was. Alleen Alan was eerder in dit gebied geweest, en wel in het regenseizoen. Verder kende niemand het gebied en het gebeurt dan ook wel een paar keer dat we op onze schreden moeten terugkeren om een andere route te vinden.

* Landschap

Ruigheid was het trefwoord voor het landschap van de Gregory-Stokes Ranges. Het was als een licht heuvelachtig terrein wat doorsneden werd door kreken. De kreken liepen vaak in kloven van een meter of 40 tot 100 diep. In de kreken lagen rotsblokken ter grootte van woonkamers afgewisseld met kleinere stenen. De wanden van de kloven waren begroeid met spinifex gras en hier en daar een boom. Op het heuvelachtige terrein lagen overal stenen ter grootte van een tennisbal, wat heel vervelend lopen was, lagen de graspollen ongeveer een halve meter uit elkaar, en stonden hier en daar boompjes. Doordat het gebied veelvuldig afgebrand werd, een beheersmaatregel om echt grote branden te voorkomen, gebeurde het veelvuldig dat je tussen zwartgeblakerde stammen door loopt, wat een nogal verlaten indruk maakte.

De temperatuur in het gebied varieerde van ongeveer 25 tot 35 graden, en dat maakte het tezamen met de ruigheid een zwaar terrein om door te trekken. Het dierenleven liet zich niet erg zien, wat niet verwonderlijk was daar we met 9 mensen nou niet direct geruisloos rondtrokken. Een jonge death- adder van een centimeter of 15, een wandelende tak van 25(!) cm, en een paar manshoge Euro's (een type kangaroe) was alles wat we zagen aan niet-vliegende dieren. Het vogelleven was veel talrijker vertegenwoordigd, en het moment waarop wij, staand op een rotswand, neerkeken op een wedge-tailed eagle die langzaam voorbij kwam zweven, zal me nog lang bij blijven.

* Kamperen

Voor de avond zochten we een redelijk vlak stuk grond waar we alle 9 op passen, en waar water in de buurt was. De meeste dagen konden we ons zelfs even afspoelen (zeep was niet toegestaan in het natuurpark) en opfrissen. Terwijl je thuis nog niet uit je eigen badkuip drinkt laafden we ons hier gulzig aan het frisse water dat niet eens gezuiverd hoefde te worden. Het smaakte ook stukken beter dan in de steden waar men chloor aan het water had toegevoegd. Dankzij de overvloedige regenval dit jaar konden we zelfs bijna elke dag met de lunch ook nog zwemmen.

De kloof waarin we kampeerden

Omlaag kijkend in de kloof

Daan's en mijn tent omcirkeld

Op één avond kampeerden we bij een tamelijk grote poel waarin, naar later bleek, 2 zoetwaterkrokodillen zaten. We kwamen daar pas achter nadat ik en Kim luid plonsend een paar keer heen en weer waren gezwommen. Van de krokodillen hebben we verder niets gemerkt, de vissen waren daarentegen heel wat minder schuw. De grotere, tot 30 cm, vonden onze tenen en vingers buitengewoon aanlokkelijk, en ze probeerden dan ook steeds weer of ze misschien eetbaar waren. Dat is op zich niet zo erg, ware het niet dat deze vissen behoorlijk hard konden bijten, tot bloedens toe bij een paar van ons. We hebben gruwelijk wraak genomen door 2 exemplaren te vangen, ze om te brengen, op het vuur te roosteren, en ze daarna op te eten.

Mijn tent, rechts Rachel aan het tanden poetsen

Avondeten bij het kampvuur

Elke avond pakten we alles uit, zetten onze tent op, brachten de vereiste voedselzakken naar onze kok (Russell), en gingen zitten wachten tot hij het eten klaar had. 's Ochtends was het wachten op het eerste licht, wat altijd door een vrij luid vogelconcert vooraf gegaan werd. Daarna met schop en toiletpapier een plekje ver weg van het water zoeken, en vervolgens je ontbijt eten bij het kampvuur. Vervolgens was het inpakken en wegwezen. We hebben 2 dagen gehad waarbij we niet verdertrokken, maar met dagrugzakken de omgeving gingen verkennen. Gezien de inspanning op de andere dagen was dat telkens een zeer welkome afwisseling.


Terug naar begin Australië

Hosted by www.Geocities.ws

1