Monseigneur Verriet Instituut
Titel: Mantelzorg en langdurig verblijvende clienten.
Ik wil in mijn voordracht aandacht geven aan mantelzorg binnen de
instelling. Zoals binnen een bejaarden- en verpleeghuis, een verpleeghuis
of een revalidatie- en wooncentrum.
Voordat ik hierop inga, wil ik een uitleg geven over zelfzorg en
mantelzorg.
Zelfzorg en mantelzorg zijn niet van elkaar te scheiden.
Zelfzorg is de basis van alle soorten zorg. Bij zelfzorg voorziet
degene, die iets verlangt of nodig heeft, zelf in die behoefte.
Voor de meeste mensen is het feit, dat zij zelf in hun behoeften
kunnen voorzien, heel belangrijk; het geeft een gevoel van onafhankelijkheid
en voldoening om zelf voor je eigen lichaam, huishouden en dingen, die
je dierbaar zijn te kunnen zorgen.
Een belangrijke waarde van het zelf zorgen is de vrijheid, die dat
met zich meebrengt. De vrijheid om zelf te kiezen iets wel of niet te doen
en daar uitvoering aan te geven, maakt mensen verantwoordelijk voor hun
eigen gedrag.
Na iedere dag nemen wij beslissingen over al onze gedragingen. Bewust
of onbewust hebben wij gekozen voor het doen of achterwege leten van bepaalde
handelingen. Bepaald gedrag raakt op deze wijze "ingebakken". Attituden
of basishoudingen krijgen zo continuiteit. Deze continuiteit is één
van de voorwaarden om sociaal goed te kunnen functioneren.
Als aanvulling op de zelfzorg onstaat mantelzorg.
Mantelzorg vloeit voort uit de relatie en bindingen, die iemand
heeft. Het is de zorg, die binnen een gezin, familie, of vriendenkring
uit betrokkenheid en of verantwoordelijkheid voor elkaar gegeven wordt.
Tussen deze mensen is reeds een band en de zorg, die zij elkaar geven,
is daar een natuurlijk gevolg van. De band hoeft niet altijd zo sterk te
zijn, maar het is kenmerkend voor mantelzorg, dat de zorgrelatie niet de
enige relatie is tussen de betrokkenen. Dit is een van de punten, waarin
mantelzorg zich onderscheidt van beroepsmatige zorg en vrijwilligerswerk.
Mantelzorg kan waarden bezitten die beroepsmatige zorgers niet kunnen geven,
bijvoorbeeld een reeds lang bestaande vetrouwensband, gemeenschappelijke
herinneringen en waarden
In een instelling heb je ook te maken met vrijwilligerswerk.
Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn wezenlijk verschillend. Het
verschil tussen mantelzorg en vrijwilligerswerk is vaak niet geheel duidelijk.
Toch is dit verschil essentieel. Bij vrijwilligerswerk wordt een bewuste
keuze gemaakt. Mantelzorg wordt je niet, je rolt erin, het overkomt je
als het ware.
Daarnaast zit de vrijwilliger in een georganiseerd verband. Zorg
voor familie of vrienden wordt bovendien als zwaarder ervaren, omdat de
verzorgende meer emotioneel betrokken is.
Om mantelzorg duidelijk te kunnen onderscheiden van andere soorten zorgverlening (zoals professionele), wil ik enkele belangrijke kenmerken noemen.
U begrijpt dus uit de gegeven kenmerken, dat mantelzorg ontstaat
uit bepaalde relaties, die de persoon heeft.
Zo'n relatie moet niet van de ene op de andere dag onderbroken of
verbroken worden, omdat de persoon opgenomen is in een zorginstelling.
Er zijn personen, die in hoge mate gebaat zijn bij een herstel van zelfzorg
en mantelzorg tijdens hun opname. Dit komt hun algehele toestand in positieve
zin ten goede en maakt hun welzijn en leefsituatie prettiger.
In de zorginstelling streeft men een bepaald doel na, waarbij vaak
de zelfzorg en mantelzorg uit het oog verdwijnen.
Efficiëntie, orde, huisregels, geen "zingevingsveld", beroepspersoneel
en zorgend bezig zijn, zijn vaak de gebieden, die de meeste aandacht krijgen.
Een mens wordt door opname in een instelling van een zorgend wezen
tot een verzorgd-wordend wezen gemaakt, dat van eigen activiteiten (behalve
zijn "ADL-verrichtingen") verstoken is; Deels door zijn handicap, en deels
ook door het inrichtingsmodel, dat hem de zelfzorg- en mantelzorgactiviteiten,
die nog aanwezig waren, afnam
Als wij dit onderkennen, staan we voor de belangrijke humane opgave,
om zelfzorg en mantelzorg in de instelling opnieuw ruimte te geven, zoveel
als maar mogelijk is. Dan maken we van de passieve verzorgde weer een actor,
al gaat het vaak maar om heel kleine acties.
Met andere woorden: wij brengen kenmerken van de leefgemeenschap
binnen het inrichtsmodel, zodat de bewoners beter in staat zijn:
Een zo diepgaande veranderingsstrategie in de instelling doorvoeren,
eist van alle betrokkenen meer dan men zou denken.
Er bestaat een grote kans dat het personeel zich bedreigd gaat voelen,
hetzij in status en macht, hetzij door verandering in de vertrouwde routine.
Maar ook de zorgvragers, die altijd gewend waren aan zo'n situatie
en zich erbij neergelegd hebben, gaan zich vaak bedreigd voelen bij tekenen,
die duiden op de naderende hervatting van een leefpatroon, waarvan zij
dachten, dat zij dit voor altijd achter zich hadden gelaten.
Voor een succesvol veranderingsproces is hulp van buiten vaak noodzakelijk
of minstens zeer stimulerend.
Een simpel voorbeeld van zelfzorg en mantelzorg is bijvoorbeeld:
"Het eettafel-poject".
Het stuitte aanvankelijk op allerlei weerstanden bij personeelsleden. Echter,
na invoering was men verbaasd over het effect. De bewoners moesten zelf
allerlei keuzen doen, boterhammen aan tafel klaarmaken, elkaar dingen doorgeven
en voor bedlegerige medebewoners zorgen.
Het eettafel-project werd ook een jaar terug in het Monseigneur Verriet
Instituut gestart.
Tot de dag van vandaag is dit een geslaagd project en geleidelijk aan kan
dit door meer afdelingen overgenomen worden.
Het gaat nog maar om een kleinigheid, een eerste stapje naar herstel van
zelfzorg en mantelzorg. Dit kan als model verandering fungeren. Er zet
zich een verandering in bij de zorgverleners, doordat zij uit directe ervaring
de effecten kunnen zien. Zij zijn vaak verbaasd, omdat de bewoners veel
meer blijken te kunnen,dan ze beiden dachten en er pas na korte tijd plezier
in kregen.
Vele stappen moeten op die eenvoudige eerste stap volgen, maar de
hoofdzaak is, dat steeds meer instellingen op weg zijn naar herstel van
zelfzorg en mantelzorg.
Er zijn verschillen te vinden tussen huizen, die nog strak volgens
het inrichtingsmodel functioneren en andere die een leefklimaat hebben
geschapen, waarin zelfzorg en mantelzorg een vanzelfsprekende plaats in
nemen.
De zwakzinnigeninstellingen zijn vaak het eerst gevorderd in het
scheppen van leefgemeenschapjes van pupillen. Het is duidelijk, dat zij
niet, zoals verpleeghuizen, stammen uit de medische sfeer. Hun ervaringen
zijn best wel nuttig in verpleeghuizen en bejaardentehuizen.
Mantelzorg op een revalidatieafdeling is onmisbaar.
Revalidatie heeft als doel de mens, die door ziekte of ongeval tijdelijk
of langdurig afhankelijk is geworden, te helpen zo onafhankelijk mogelijk
te worden binnen zijn mogelijkheden, waarmee hij rekening dient te houden,
zoals: psychische en somatische tekorten.
De professionele kracht hoort vanaf het kennismakingsgesprek afspraken
te maken met de mantelzorger.
Tijdens dit gesprek wordt gevraagd naar een persoon, die de verantwoordelijkheid
draagt of wilt dragen over de zorg van de revalidant gedurende de opname
op de revalidatie afdeling en na het ontslag.
De mantelzorger wordt tijdens de opname ook voorbereid voor de latere
ondersteuning in de thuissituatie.
De mantelzorger moet verantwoordelijkheid kunnen dragen, beslissingen
nemen, kennis en vaardigheid bezitten om te handelen en het willen helpen.
De taken die de mantelzorger op zo'n revalidatie afdeling krijgt zijn o.a.
In een instelling voor verstandelijk gehandicapten spreken wij
over ouderparticipatie.
Misschien wel niet juist, maar het woord ouderparticipatie wordt hier gebruikt,
daar over het algemeen gesproken wordt over kinderen. Er zijn veel veranderingen
binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg.
De relatie hulpvrager-hulpverlener is niet zomaar een realtie tussen
leek en deskundige. De verstandelijk gehandicapte kan weinig commentaar
geven en is afhankelijk van de groepsleiding of van zijn ouders. Er is
besef, dat er een relatie moet bestaan tussen ouders (red: of verzorgers)
en de groepsleiding. Men spreekt hier van een driehoeksrelatie.
In het verleden werd nooit naar de mening van de zwakzinnige zelf
gevraagd, of zelfs niet naar die van zijn ouders. Het waren steeds de huplverleners,
een multidisciplinair team, die bepaalden, wat goed of slecht was. Tegenwoordig
worden ouders bij verschillende situaties betrokken. Er worden ouder-ochtenden
georganiseerd, bewoners gaan met weekendverlof en van de ouders wordt verwacht,
dat zij meebeslissen over de zorg van hun kind.
Bij ouderparticipatie wordt eveneens verwacht, dat ouders meedoen,
meeweten, meedenken, meepraten en meebeslissen.
De hulpverleners zijn belast met de taak om voortdurend informatie
te verstrekken aan de ouders.
De informatie bestaat uit het meedelen van feiten en bevindigen,
zoals rapportage over de gezondheidstoestand, dagelijkse activiteiten van
het kind, stemming en uitslagen van onderzoeken. Wat heeft de interpretatie
van deze feiten en bevindingen, te betekenen, wat zijn de gevolgen en wat
is er verder te verwachten? Overleg over hetgeen, wat te doen staat en
het gezamenlijk komen tot beslissingen en afspraken.
Als informatie op deze manier wordt gegeven, bestaat de mogelijkheid
te komen tot ouderparticipatie, het meedoen ten aanzien van de zorgverlening
aan et kind. Soms blijkt dit in de praktijk niet altijd optimaal te verlopen,
zowel voor de hulpverleners als voor de ouders.
De hulpverleners, waaronder de artsen, psychologen, maar ook de
verpleging, voelen zich vaak door hun deskundigeheid ver boven de ouders
staan. In veel situaties zal hun deskundigeheid ook waardevol zijn, maar
er zijn ook veel situaties denkbaar in het dagelijks leven van de verstandelijk
gehandicapte, waarin deze deskundigheid helemaal niet van belang is. Bovendien
hebben ouders een heel andere kijk op hun kind door de jarenlange omgang
en band met dit kind.
Aandachtsvelden voor de groepsleiding:
Verder is het ook belangrijk rekening te houden met de vraag
of de ouders wel willen participeren.
Er zijn namelijk ook ouders, die om wat voor reden dan ook weinig of geen
contact meer (willen) hebben met hun kind. Het is niet goed hun dit dan
op te dringen.
[Annie Pensa]