|
Het leven zelf is ��n grote, diepe vraag. De aandachtige mens voelt deze vraag van het leven elke dag. Vele vragen stelt het leven aan de aandachtige mens. Alleen aan hem, want aan de op zichzelf gerichte mens is elke vraag vergeefs gesteld en vergeefs is een woord dat het leven niet kent. Alleen de aandachtige mens, de mens die op zoek is naar de kern van het leven, alleen aan deze mens stelt het leven zijn vragen. Het leven verlangt van deze mens echter geen antwoorden, want antwoorden zijn bedoelde eindingen, bedachte grenzen waarachter men ophoudt met kennis vergaren. Het antwoord op een vraag is vaak nog schadelijker dan het niet stellen van een vraag. Want geen vraag is geen bewustzijn, maar een slecht antwoord is iemand de verkeerde weg wijzen, waardoor deze een vertraging oploopt of helemaal in het geestelijke landschap verdwaalt en in het eigen onbewuste oplost. Het antwoord is dus niet het doel van een vraag. Een vraag is als een brug. Ze leidt naar een volgende vraag die aan de overkant van de rivier is gelegen. Een vraag is ook een ladder, bij iedere vraag kan je hoger komen op de trap van het weten. Een vraag leidt dus tot beweging en niet, zoals bij een antwoord, naar een conclusie, wat stilstand betekent. Elke vraag vertelt over de mens die haar stelt. Elke beweging die de vraag oproept, vertelt iets over de geestelijke reis die de aandachtige mens onderneemt. Elke beweging die naar een nieuwe vraag leidt, gaat in de richting van het leven. |
|