| Mythologisch Verhaal |
| VERHAAL VAN DE TLINGIT INDIANEN STAM AFKOMSTIG VAN DE NOORD KUST IN ALASKA . |
| In de begin tijd , voordat er iets op aarde was , leefde er een oude man in een huis op de oever van een rivier met zijn enige kind , een dochter . In deze tijd was de aarde pikdonker , de oorzaak waarom het zo donker was had te maken met de oude man in het huis bij de rivier , hij had een kist waarin een andere kist zat , en daarin weer een andere , en weer een andere , tot er een piepklein kistje overbleef . Het kistje was zo klein dat het alle licht van het universum kon bevatten. De raaf , een vogel die al wel bestond toen , vloog van hier naar daar af en toe botsend op een boom vanwege het donker. Uiteindelijk kwam hij bij de man aan de rivier aan . De raaf streek neer bij het huis en hoorde de man zeggen ; ik heb een kist en daarin zit nog een kist , en daarin nog een en nog een , en in de kleinste zit al het licht van het universum en het is alleen van mij en van niemand anders. De raaf besloot het licht te stelen . Maar hoe hij ook zocht hij vond geen ingang in het huis , er was nergens een deur . De raaf dacht na maar kwam niet tot een idee. Toen dacht hij aan de dochter van de man , zou ze mooi zijn of lelijk als de nacht , want hier in het pikdonker kan je dat niet zien. De raaf had de man en zijn dochter al vaak uit het huis zien komen en hij kende hun voetstappen uit elkaar. Toen hij de dochter uit huis hoorde komen , ze liep naar het water om water te halen , de raaf kreeg een idee en veranderde zichzelf in een dennenaald , hij liet zichzelf in het water vallen om net op tijd gevangen te worden in de emmer van de dochter . Zelfs in veranderde vorm was de raaf in staat nog magie te gebruiken en hij maakte de dochter dorstig , waardoor ze de dennenaald inslikte. Hij nestelde zich in haar baarmoeder waar hij zich veranderde in een klein mensje . De dochter had er geen idee van wat er gebeurde en natuurlijk vertelde ze niets aan haar vader , die niets bijzonders ontdekte omdat het zo donker was , tot hij plots schrok , de raaf kwam triomfantelijk te voorschijn in de vorm van een baby met spitse neus en hier en daar nog wat veren en glinsterende raven ogen . Na een tijd begon de liefde van de man voor dat kleine wezentje te groeien en hij bracht veel tijd door met spelen met die nieuwe huisgenoot. Na een tijd , toen de raaf meer en meer de liefde en vertrouwen van de man voor zich had gewonnen , ging de raaf opzoek naar het kistje met het licht. Toen hij de grote kist gevonden had opende hij het deksel en voelde een tweede kist . Opa hoorde het en riep blijf af of ik zal je vreselijk straffen . het ravenkind bleef de oude man smeken met een lief zacht stemmetje en uiteindelijk gaf de man de eerste kist aan het ravenkind . Even was die zoet maar al gauw zeurde hij om de volgende kist , pas dagen later gaf opa toe . En zo ging het verder tot aan het kleinste kistje met het licht . Na een tijdje kreeg hij het laatste kistje , de oude man pakte het licht in de vorm van een gloeiende bol en gaf het aan het ravenkind. Slechts vluchtig keek het kind en in een flits veranderde hij zichzelf terug in een enorme, zwart glinsterende schaduw , de vleugels gespreid en de bek wijd open , wachtend op het licht. In het volgende moment greep de raaf het licht met zijn klauwen , sloeg zijn vleugels met kracht naar beneden en schoot als een pijl door het rookgat van het huis de oneindige duisternis van de wereld in. Die wereld was plots veranderd , in de verte zag je bergen en valleien zichtbaar worden en de rivieren weerkaatsten verblindende reflecties en overal ontwaakte leven. De raaf was dolblij dat hij eindelijk zag waar hij vloog en niet steeds weer tegen bomen aan knalde. Achter een berg vandaan verscheen een adelaar die de raaf meteen opmerkte die in hem een lekker hapje zag. De raaf vloog genietend van het zich verder en zich van geen kwaad bewust . Toen dook de adelaar en net als die boven de raaf was zag deze hem en in paniek probeerde hij te ontkomen , daarbij verloor hij een groot stuk van het licht , het viel op de rotsen en er braken heel veel splinters af , ze stuiterden terug, hoog in de lucht en bleven daar tot op de dag van vandaag , als de maan en de sterren die de nachten verlichten. |