Belgische Mythologie
Steden & dorpen
WEST VLAANDEREN     -  KORTRIJK
Hoe Kortrijk aan zijn naam komt

In de VIII eeuw woonde een oude koning op een slot.
Die koning had drie zoons , die hem alle drie meehielpen om het land te besturen. Vooral de oudste zoon gedroeg zich voorbeeldig. Om zijn naarstigheid en zijn moed te belonen, liet de koning hem op een dag roepen en zei : Wulfaart , ge zijt mijn oudste, ge hebt het volk lief en ge zijt uwe oude vader getrouw. Ik wil u daarom vandaag nog een bewijs van mijn erkentelijkheid geven. Neem het beste paard dat ge in mijn stallen vinden kan, spring erop en rij vooruit zonder stil te staan, zover als ge kunt, zover als ge in een rit kunt rijden , zover zal uw rijk zich uitstrekken.
De zoon bedankte zijn vader en sprong blijmoedig op het snelste paard en rende de stal uit.
Ondertussen smeedde hij plannen van rijkdom en weelde, hij had wel honderd uren kunnen rijden zonder stilstaan.
Maar nauwelijks had hij een beetje gereden en was hij gekomen waar nu de esplanade ligt , of zijn paard viel steendood.
Ach , zuchte de koningszoon die daar nu in het zand lag .
Hoe kort is mijn rijk toch.
Sedertdien draagt de plaats de naam Kort-rijk .
WEST-VLAANDEREN ----- OOSTENDE
De wraak van het lijk.

Het gebeurde net na de Eerste Wereldoorlog. Een oostendse vissersboot voer de zee op.
De vissers wierpen de netten uit en zie , toen ze de netten ophaalden zat er het lijk van een man in. Nee , het was geen visser, wel een zo te zien rijk man. Hij droeg een aan zijn pink een gouden ring met een kostbare steen, en aan zijn gilet was een gouden horloge met een gouden ketting vastgemaakt. De vissers vonden op hem geen enkel papier , geen identiteitsbewijs, helemaal niets. Ze wisten dus niet wie hij was.
Er stelde zich een probleem , want ze zaten nog drie weken op zee en ze konden onmogelijk zo lang het lijk bij zich houden. Dus naaiden ze het in een zeildoek en gaven de man een zeemansbegrafenis , over boord , de diepte van de zee in.
Het horloge en de ring zouden ze later bezorgen aan de familie van de drenkeling.
En als we de familie  niet vinden wilde een van de matrozen weten.
Dan is het horloge van ons sprak de kapitein , van degene diehet lijk heeft bovengehaald.
Na enkele dagen vonden de matrozen dat ze de horloge en de ring beter konden bij houden dan terug geven aan de familie , vooral omdat het veel geld opbracht wat niet kon gezegd worden van de visserij. Ze besloten dus alles te houden en ze zwoeren elkaar allemaal een heilige eed om nooit iets te verklappen.
Eens terug aan wal verkochten ze het goud in Brugge en verdeelden het geld onder elkaar
Maar toen ze hun boot gingen schoonmaken vooraleer weer af te varen, riep een matroos die het dek aan het schrobben was naar zijn maats , hij wees naar de plek waar het opgeviste lijk had gelegen en zei : kijk daar eens , ik krijg het er niet uit.
Toen zagen de anderen het ook , in de planken van het dek was als het ware een menselijke gestalte gebrand.
Pak wat bruine zeep en goed schrobben beval de kapitein.
Maar de donkere plek verdween niet, zelfs niet toen ze de dekplanken schaafden.
Niemand wilde nog met de boot uit vissen gaan.
De schipper kon nergens nog bemanning vinden , en zo bleef dat maanden lang en de boot bleef aan wal, tot hij naar het erf werd gebracht om af gebroken te worden/
Zo zie je maar dat zelfs een lijk zich wreken kan.
Hosted by www.Geocities.ws

1