| BELGISCHE Mythologie Steden en dorpen |
| LIMBURG . HASSELT Hendrik en de Virga Jesse Lang geleden moest Hendrik uit Hasselt een verre reis maken. Omdat hij te voet was en paard noch koets kon betalen , liep hij te voet, de dag was lang. Maar toen de avond viel, wist hij in geen honderdjaar waar hij was. De schrik sloeg hem om het hart, hij rende de ene zijweg in , de andere uit. Overal meende hij struikrovers te zien of te horen , die hem zouden beroven van zijn schamele bezittingen. Ten einde raad nam hij zijn toevlucht tot Onze Lieve Vrouw Hij herinnerde zich hoe vaak zijn moeder hem had leren bidden tot de Virga Jesse. Virga jesse riep hij vertwijfeld uit, red me uit deze nachtmerrie, ik ben hopeloos verdwaald , Ik hou het niet lang meer vol en wat moet er dan worden van mijn zeven kindertjes ? Plots hoorde Hendrik het geluid van klokken , hij liep eropaf en kwam even verderop uit bij een stadspoort , die van Hasselt. En zo zie je maar dat de Virga Jesse nooit een dolend mens in de steek liet . |
| LIMBURG - TONGEREN Het Galgenmaal Toen er in het begin van de achtiende eeuw nog Spanjaarden waren hier in het veld , moesten ze veld ruimen voor de Oostenrijkers. Toen leefde er in Tongeren een Bonnepee , de grootste wildstroper aller tijden. geen jachtwachter kon hem snappen. Maar op den duur werd hij overmoedig en begon hij de schamele bezittingen van de arme mensen af te nemen ( hij stal kippen , konijnen , eieren enz) . Op zekere dag liep hij tegen de lamp. Niemand wilde verzachtende omstandigheden uitspreken en hij Bonnepee werd opgehangen op een lage heuvel bij Tongeren. Het was in die tijd van de oogst en op een veld, niet ver van de galg, bracht een meid pap, wat vlees en brood voor het middagmaal. Een jonge kerel die Tijs heette wilde indruk maken op de meisjes , hij pakte een stuk brood , zwaaide ermee naar de galg en riep : H� Bonnepee, daar hang je nu en je krijgt niet eens een hap , jij die alles durfde stelen en alles kon , spring van je galg ik inviteer je op brood en sp�k. En je kan het geloven of niet , daar sprong Bonnepee uit de strop en rende op Tijs af. Hij slokte het brood en het vlees op en priemde een vinger in de richting van Tijs en zei : ik heb gedaan wat jij me vroeg, nu is het jouw beurt , tot vannacht om twaalf uur, onder de galg. Tijs bibberde op zijn benen en ging een heilige pater om raad vragen. Je kunt beter maar naar de galg gaan zei de pater, maar om de vloek af te wenden moet je in je armen een kind dragen, hoe jonger hoe beter. Een zus van Tijs had net een kind gekregen en tegen middernacht nam Tijs het kind in zijn armen en , omringd door gewapende familieleden en buren trok hij naar de galg. daar bonsden twaalf zware slagen uit de klokkentoren van Tongeren. Goddank zei Tijs, nu is het al middernacht voorbij. Maar op dat moment kreeg hij een slag in zijn gezicht, hij weerde zich af en kon met het kind ontsnappen. S'anderendaags zag hij er echter wel twintig jaar ouder uit. Hij had een gezicht vol rimpels en zijn haar was in ��n naccht witgrijs geworden . In Tongeren zeggen ze nog steeds dat je met de doden niet de spot mag drijven , zelfs niet met gehangen dieven en moordenaars. |