| AFRIKA De omgekeerde wereld rijk van levenden en doden. |
| In het algemeen is het pasgeschapen universum tweeledig , een bovenste gedeelte voor de levenden en een onderwereld voor de doden. Volkeren aan de zuidelijke oevers van het Tanganyika meer , is het dodenrijk een omgekeerde wereld van de wereld der levenden , waar mensen overdag slapen en s'nachts bij maanlicht naar buiten gaan. Het is toegankelijk via het hol van een stekelvarken. In de Noordafrikaanse gebieden van de Sahara en de Sahel worden de twee domeinen voorgesteld als twee tegengestelde aspecten van een kosmische boom , die boven de vorm van een wijnstruik heeft en beneden die van een vijgeboom. De aarde , dat wil zeggen het middenstuk is een grenadineboom . In de oasen van de Sahara planten de mensen representaten van de drie lagen van de kosmische boom. In het Oosten een wijnstruik die naar de hemel verwijst , een grenadineboom die naar de aarde verwijst in het midden , en in het Westen een vijgebom voor de onderwereld. In andere delen van Afrika wordt het dodenrijk voorgesteld als een hemelrijk en niet als een onderwereld. De Thonga in Mozambique verhalen over een meisje dat op weg naar de rivier haar waterpot brak toen ze begon te roepen verscheen er vanuit de lucht een touw. Het meisje klom omhoog en kwam in een dorp terecht waar de doden leefden. Een oude vruw zei dat ze moest doorlopen en dat ze het advies van een mier , die in haar oor was gaan zitten, ter harte moest nemen. Ze kwam algauw bij een ander dorp , waar de ouderen haar lieten werken. Tevreden over haar werk lieten de ouderen haar enkele baby's zien , sommige in rode en andere in witte doeken gewikkeld. Toen de jonge vrouw een baby in het rood wilde uitkiezen , fluisterde de mier dat ze er een in het wit moest nemen. Dat deed ze dan ook. Toen ze terug naar huis ging werd ze door haar familie goed ontvangen . Haar zus was echter heel jaloers en ging naar de hemel om voor zichzelf een baby te halen. Maar ze was brutaal tegen de oude vrouw en ze luisterde niet naar de raad van de mier. Toen ze een baby in rood gewikkelde doeken koos veranderde ze meteen in een skelet. Haar witte botten vielen neer op aarde |
| DOOD Volgens veel Afrikaanse volken bestond de dood eerst niet , zijn bestaan wordt veelal toegeschreven aan een of andere overtreding van mensen of dieren. De Nuer-herders in Zuid-Soedan vertellen dat een touw ooit de aarde met de hemel verbond , en dat iedereen die oud werd langs het touw omhoog klom en door de Hoge God weer jong gemaakt en dan naar aarde terugkeerde. Maar op een dag klommen er een hyena en een wevervogel omhoog , de Hoge God liet die twee goed in de gaten houden opdat ze niet terug naar aarde gingen , waar ze ongetwijfeld problemen zouden veroorzaken. Op een dag ontsnapten ze en gingen ze toch naar beneden , en toen ze vlak boven de grond waren sneed de hyena het touw door. Toen het bovenstuk werd opgetrokken , konden de mensen neit meer omhoog , en als ze nu oud worden gaan ze dood. De Koeba verklaren de komst van de dood met een variant op de scheppingsmythe , de scheppende God Mboom , ofwel Oerwater, had negen kinderen , die allemaal Woot heetten en die om de beurt meehielpen bij de schepping. De Woot die alle stekelige dingen zoals vissen en doorns had uitgevonden , maakte ruzie met de Woot die alles aanscherpte en die het mes maakte. Toen Woot van de stekelige dingen door een scherp mes stierf kwam de dood op aarde. De Ganda aan de Noorderlijke oever van het Victoriameer vertellen dat Kintoe , een immigrant die de koninklijke dynastie van Boeganda had gevestigd , ging hij een vrouw zoeken in de hemel , hij kreeg Nambi , een dochter van de Hoge God zelf , maar de kersverse schoonzoon moest wel met zijn vrouw naar de aarde terugkeren , anders zou haar broer Walomebe (de dood) meegaan. Kintoe nam haar mee , maar onderweg herinnerde ze zich dat ze het graan voor de kip die de Hoge God hun had geschonken vergeten was. Vergeefs probeerde Kintoe haar tegen te houden , en toen ze met het graan weer terugkwam werd ze achtervolgt door haar broer de dood en hij ging naast hen wonen. Sedert dan zijn alle mensen op aarde sterfelijk. Ook in een mythe van de Dinka , veehouders is het Zuidelijke Soedan is de dood aan een vrouw te wijten , volgens hen gaf de Hoge God in het begin elke dag aan ��n echtpaar ��n gierstkorrel , waar ze genoeg aan hadden. Garang en Aboek kregen dit ook , maar Aboek zaaide uit hebzucht nog meer gierst , waarbij ze per ongeluk de Hoge God met haar schoffel raakte. De God was zo kwaad dat hij zich van de mensheid terugtrok tot op zijn huidige afstand, hij stuurde een vogel om het touw los te maken , waarmee de aarde aan de hemel vastzat. Sinds die tijd moesten de mensen hard werken voor de kost , werden ze ziek en gaan ze dood. |
| naar afrika 3 |