'Saddam
Hussein moet weg, maar als ik dit zie...'
Door Romain van Damme
Maandag 07 april 2003 - ROOSENDAAL - Sinds vorige week is er geen contact meer
met de familie in de Noord-Iraakse stad Kirkuk. Soms kan Tofik Kursheed wel
bellen, maar de telefoon wordt niet meer beantwoord door een familielid.
"Vermoedelijk neemt iemand van de Republikeinse Garde of de fedajien Saddam
de telefoon op. Zij controleren de stad Kirkuk."
Nog
altijd, zegt de in Roosendaal woonachtige Koerd Kursheed. "Wij hoorden het
ook van andere Koerden die hier wonen. Als zij bellen, gebeurt hetzelfde. De
situatie in Kirkuk is slecht en gespannen. Mensen van de PUK (Patriottische Unie
van Koerdistan, RvD) hebben mobiele telefoons en slagen erin berichten naar
Koerdistan te versturen. Naar dat deel van Noord-Irak kunnen we bellen, zij het
moeizaam."
De verhalen die enkele gevluchte jongeren in het niet door Saddam beheerste
Koerdistan vertelden, waren niet bepaald rustgevend. Kursheed: "Vaak worden
er in de stad jongeren opgepakt. Meer dan zestig jongeren zijn al gedood.
Zomaar, op straat."
Terwijl Kursheed vertelt, rollen de meest verschrikkelijke beelden over het
televisiescherm. Vuurspuwende tanks, vluchtelingen met de doodsangst in de ogen
en kapotte steden. "Dit doet pijn. Ons land, kapotgemaakt. Ik weet het,
soms heb je geen keus. Saddam moet weg, maar als ik dit zie..."
In de weekends zitten Kursheed en zijn gezin - vrouw en drie kinderen -
gekluisterd aan de televisie die aangesloten is op een satellietschotel. Op zijn
werk in Vlaardingen, waar hij docent scheikunde is, kijkt hij in een verloren
moment snel op internet.
Ze komen uit Kirkuk, een belangrijke oliestad, op de grens van de zogeheten
no-flyzone. Aan de andere kant begint Koerdistan. Tofik Kursheed heeft in Kirkuk
nog twee broers wonen en heel veel ooms en tantes. "Mijn moeder woont in
een dorp, veertig kilometer van Kirkuk, in Koerdistan."
Inmiddels lijken de Koerden en de Amerikanen elkaar gevonden te hebben in de
strijd tegen het Saddam-regime. Ze rukken op naar vooral Mosul, maar lijken
Kirkuk nog niet aan te vallen.
Kursheed: "Vermoedelijk heeft het Saddam-regime de stad nog onder controle.
Je weet het nooit, maar ik geloof niet dat ze wraak nemen als Bagdad valt. Ik
denk dat het in de andere steden dan ook rustig wordt."
Dus denkt hij: "Nog enkele dagen en het is voorbij. Maar ze moeten Saddam wél
pakken! Hij moet berecht worden en zijn straf krijgen. Saddam heeft voor zoveel
ellende gezorgd."
Daarna moet Irak de tijd krijgen om een stabiel land te worden, vindt Kursheed.
"Misschien moeten de Amerikanen een paar jaar blijven. Misschien is een
paar maanden al genoeg. Nee, Irak zal geen tweede Afghanistan worden. Irak is in
potentie een rijk land en heeft veel goedopgeleide mensen. Dat is een groot
verschil."
Kursheed die voor zijn vlucht naar Nederland jarenlang politiek actief was en
burgemeester van het stadje Sangaw was, denkt dat een federaal Irak dé
oplossing is om een onderlinge strijd te voorkomen. "In het noorden de
Koerden, in het midden de soenieten en in het zuiden de sjiïeten. Ieder een
eigen regering en daarboven een federale regering."
Aan een groot Koerdistan denkt Kursheed absoluut niet. "Daar is de tijd
niet rijp voor. Bovendien, de mensen zijn moe en willen rust. Ze willen geen
onderlinge ruzie. In Kirkuk woonden allerlei gezindten vredig naast elkaar. Dat
ging goed tot Saddam kwam en iedereen tegen elkaar uitspeelde."
Angst voor de Turken die niet bepaald vrienden zijn van de Koerden en al hebben
aangekondigd een vrij Koerdistan niet te dulden, heeft Kursheed niet. "Met
de Turkse economie gaat het slecht. Turkije is afhankelijk van de grote landen
en wil dolgraag bij de Europese Unie. Turkije kan zich geen grote fouten
permitteren."
Meer angst heeft Kursheed voor een chemische aanval van Saddam. "Misschien
doet hij dat op het laatste moment. Als hij geen uitweg meer ziet. Veel mensen
verlaten de stad Kirkuk en wonen op het platteland in tenten. Zo bang zijn ze.
Ooit heeft Saddam chemische wapens gebruikt tegen de Koerden. Dat is niemand
vergeten."
Hij kijkt naar de televisie en zucht. "Ja, ik wil terug. Maar mijn
kinderen? Het is zo moeilijk." Hij kijkt naar nergens en zegt: "Ons
lichaam is hier, maar onze geest is daar."