Schuld
Ik stond bij de deuropening onderaan de trap en hoorde een man schreeuwen en schreeuwen. Het ging maar door. Geschreeuw, klappen, gesmijt met schoenen en allerlei ander naar gebonk overheerste het gegil en gehuil van een vrouw. Jammer genoeg waren deze man en vrouw mijn vader en moeder. Wat wilde ik graag dat dit niet waar was. Ik luisterde naar de gebeurtenissen die boven plaats vonden terwijl ik zelf daar maar bij de deuropening bleef staan en alles hoorde wat ik helemaal niet wilde horen.

Wat moest ik doen? Naar boven gaan natuurlijk! M�n moeder beschermen, daar hoefde ik toch niet over na te denken!

Toch ging ik niet naar boven. Er was iets dat me tegenhield. Nee, ik was gewoon te laf, ik durfde niet, ik was een bange schijterd. Het medelijden voor mijn moeder werd onderdrukt door de enorme angst voor mijn vader. Toch probeerde ik iets te doen. Ik huilde en riep en schreeuwde naar boven dat hij op moest houden en mama met rust moest laten, wat slechts een onbenullige poging uit onmacht was en natuurlijk totaal geen nut had.

Wat was ik onzettend laf dat ik niet naar boven ging. Hield ik dan niet genoeg van m�n moeder? Geloof me, ik hield verschrikkelijk veel van mijn moeder. Waar was ik dan bang voor? Wat hield me dan tegen? Het was niet dat ik bang was dat mijn vader mij iets zou doen, want dat kon me op dat moment echt geen ene bal schelen. Het enige wat ik wilde was dat hij mama met rust liet, hoe dan ook. Was het dan misschien de angst om te zien wat ik hoorde? Was het de angst om te zien wat ik al zou kunnen hebben voorkomen?

Om de een of andere reden bleef ik beneden. Mijn zinloze geroep had ik intussen al opgegeven en huilend ging ik als een klein bolletje met een deken zo strak mogelijk om me heen op de bank liggen, wachtend op de stilte die toch ooit zou moeten komen.

Daar was die dan. De doodse stilte. Niet lang, want ik hoorde al gauw mijn vader de trap af lopen en ondertussen probeerde ik de de deken nog strakker om me heen te wikkelen, wat eigenlijk onmogelijk was. Terwijl ik hoopte dat hij meteen het huis uit zou gaan en dat hij wat mij betrefte het liefst ook gelijk voorgoed zou verdwijnen, voelde ik dat hij mijn kant op liep. Hij legde zijn hand, waar hij net waarschijnlijk mijn moeder mee in elkaar had geslagen, op mijn rug neer en hij mompelde iets vaags van dat hij het moest doen, dat het hem speet en dat hij wel van ons hield. Zo kwaad als ik was bleef ik onder die deken liggen en bracht ik geen woord uit. Ik bewoog heen en weer, opdat hij weg zou gaan en gelukkig was hij even later dan ook ons huis uit.

Voor mij was mijn vader toen echt totaal onbegrijpelijk. Dat hij zei dat hij het moest doen was al complete onzin. Maar als hij vond dat hij dat moest doen, waarom had hij er dan spijt van? En als hij er spijt van had, waarom deed hij het dan elke dag weer? En waarom deed hij het steeds weer als hij van ons hield? Ik kon er niet bij met m�n hoofd.

Nog even bleef ik liggen, totdat ik zeker wist dat hij al een eindje van ons huis weg was. Voorzichtig kwam ik onder de deken vandaan en bang voor wat ik te zien zou krijgen liep ik langzaam en huilend de trap op naar mijn moeders kamer.

Vanuit de overloop keek ik in mijn moeders kamer waarvan de deur open stond en daar zag ik haar helemaal blauw en met rode ogen van de tranen op haar bed liggen. Ze was helemaal afgetakeld. Ze zag er niet uit. Ze kon zich niet bewegen van de pijn.

Ik voelde een grote overstroming van tranen in m�n hart. Ik voelde me zo hulpeloos, zo schuldig. Dit had ik kunnen voorkomen. Verder was er niemand in huis, dus was het op dat moment mijn taak om mama te beschermen. Als een slome koe was ik onderaan de trap blijven staan.

Hoe kon ik in hemelsnaam zo stom zijn.
Hosted by www.Geocities.ws

1