De haas en de kikkers
droevig loopt hij door het bos
bevend voor wat komen kan
nooit eens rust
altijd bang
hij is 't leven moe
dan kraakt er iets
zijn hart dat bonkt
angstig rent hij voor zich uit
maar bij de vijver
staat hij stil
en kijkt verbaasd zijn ogen uit
kikkers springen in 't water
bang als een haas
naar hun veilige plaats
dit geeft hem moed
hij voelt zich beter
want met een ander vergeleken
is zijn leven
beseft hij nu
toch eigenlijk best goed