![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||
| Jij die ik in mijn armen hield, jij. Kijkt me met grote ogen aan. Kleine man, jij kunt ervan op aan, dat ik voor jou mijn leven geef. Jij kwam ter wereld ongevraagd, jij. Jij mag niet weten van de pijn. En hoe gemeen de mensen zijn. Ik zweer dat ik mijn leven geef. De liefde ging de angst voorbij. Dat het echt liefde was, bewijs toch jij. Toen in die ene nacht, die ik nooit meer vergeet; toen wist ik wat ik deed. Ik geef je echt alles wat ik zelf nooit had. Ik geef je een wereld die ik nooit bezat. Jij zult eens zijn wie jij wilt zijn, jij. Jij wordt gezegend door het lot. Zolang jij kansen hebt, mijn God, zweer ik dat ik mijn leven geef. Soms word ik wakker, tastend naar hem. Ik voel zijn schaduw langs mij gaan, maar in het zilver van de maan� Was het een geest, die ene nacht, waardoor mijn lichaam huilt en lacht? Nee, �t is zijn kind � ik kijk opzij � dat tastbaar is. Oh, God, breng Chris terug bij mij. Jij zult eens zijn wie jij wilt zijn, jij. Jij wordt gezegend door het lot. Dat zal mijn opdracht zijn. Mijn God, Ik zweer ik dat ik mijn leven geef. �k Zal zorgen dat jij overleeft. Ik zweer�dat ik mijn leven geef. |
||||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||