![]() |
||||||
| Tijd om met elkaar te spreken. Om het zwijgen te doorbreken. Je kent me. Ja. je kent me. Ik zei jou als kleine jongen: Rudolf, wees er van doordrongen, dat ik steeds in de buurt ben. Vriend, ik heb je nooit vergeten. Altijd zal ik om je roepen, als de angsten aan mij vreten. Ik kom als jij dat wilt. Er valt een zwarte schaduw. En geen mens die daar voor open staal. Men volgt de rattenvanger. die zacht fluitend naar de afgrond gaat. Er valt een zwarte schaduw. Het is vijf voor twaalf. Het uur der waarheid slaat. Zal de wereld exploderen? Kon ik maar het onheil keren. Maar ik mag niet reageren. Mijn handen zijn gebonden. Weten dat we aan de rand staan, van de gapende ravijnen. En dan macht'loos aan de kant staan? Die aanblik maakt mij ziek! Er valt een zwarte schaduw. En de lied'ren klinken koud en schril. De Duivelszang wordt luider Maar men hoort slechts wat men horen wil. Er valt een zwarte schaduw. Het is vijf voor twaalf. Waarom wordt het nu stil? Wat weerhoud je nog? Dit is het ogenblik! Grijp naar de macht! Dit is je roeping! Roeping? Er valt een zwarte schaduw, nu we langzaam naar de afgrond gaan. De Duivelszang wordt luider. Wie kan de wrede Satan aan? Er valt een zwarte schaduw. Keizer Rudolf zal de ondergang weerstaan. |
||||||
![]() |
||||||