| Had ik mijn vrijheid weer, dat zou ik varen, Naar plaatsen nog voorbij de horizon. Geen wetten in de weg en geen bezwaren alleen de lieve vrede als het kon. Geen schuld en geen verplichting hield me tegen. Voor altijd in het land waar ik van hou. De goden staan me bij op al mij wegen. Zodat ik hoop en houvast vinden zou. Maar waarom vertel ik dit Die vreemde harde man, Die vrouw die ik niet ken en beter maar vergeten kan? We zien elkander uit de verte, als schepen in de nacht. En toch heb ik er ��n moment, heel even aangedacht. Dit is zinloos, ik ga niet met je zeilen; nooit! Ik kom Egypte nooit meer uit! U praat alsof � geknecht bent! U bent uw eigen meester! U draagt geen boeien! Verwacht dan ook geen begrip of medelijden van deze nederige slavin! Blijf staan! Ik beveel het je! Blijf staan! Maar waarom vertel ik dit die vreemde sterke vrouw? Die vrouw die ik niet ken en beter maar vergeten zou. We zijn elkaar allang voorbij als schepen in de nacht. En toch, ze kende mijn verhaal, ze wist het allemaal. Ik voel haar kracht... |
|||||||
![]() |
|||||||