Ik sleet mijn kinderjaren in Uw geboortestad. Meedogenloos en onverwacht kwam oorlog op ons pad: Egyptenaren overal, wij werden weggevoerd. U heeft het zien gebeuren, ik zie: U bent geroerd. Ja, ik ken U, o, ik ken U. Toch was tot aan die morgen bevoorrecht ons bestaan, in veiligheid en weelde, want mijn vader had een baan als  raadsman van de vorst, jawel, dat zegt U iets misschien, per slot bent U zijn dochter; dat had ik zo gezien. Ja, ik ken U. o, ik ken U.

Je weet teveel en ieder woord leidt enkel maar tot spijt. Ik ben een slaaf, precies als jij, wij zijn ons leven kwijt.

Nooit zal ik laten varen, zo min als U dat kunt, dat sprankje hoop op vrijheid dat 't bange hart ons gunt.

Ik heb geen hoop, je kent me niet, je hebt me nooit gezien!

U blijft een koningsdochter sta toe, dat ik U dien!

Niemand kent mij.

Ja, ik ken U,

niemand kent mij...

Ja, ik ken U. O, ik ken U.
Hosted by www.Geocities.ws

1