| Proloog Omlaag, omlaag De blik gericht omlaag! Omlaag, omlaag Want anders krijg je slaag! Breng mij gevangene 24601 Jouw tijd is om Je proeftijd gaat nu in Je kent het gebruik Ja eindelllijk vrij Nee, je krijgt van mij De gele vrijlaringsbrief Je blijft een dief Ik stal een brood, niet meer Nee, jij brak in Ik sloeg een venster in Mijn zusters kind was de dood nabij Stierf van de honger Honger krijg je weer Tenzij je leert te luisteren nat de wet Ik luisterde al jaren: negentien Als slaaf van de wet Vijf jaar, voor wat je deed De rest omdat j'ontvluchten wou, Ja 24601 Mijn naam is Jean Valjean IK ben Javert Vergeet niet hoe it heet Nee niet vergeten 24601 Omlaag, omlaag, Een slaaf volbrengt z'n straf Omlaag, omlaag Twee benen in het graf Vrij ben ik nu, De aarde is stil Ik voel de wind, Ik adem weer En opgeklaard Licht oop de hemel Ik drink uit de bron Ik heb weer dorst Na al die tijd verspild, vermorst Hen vergeven is niet mijn taal, Zij zijn schuldig - allemaal. Een nieuw dag wat die mij brengt? Op zoek, wat mij De wereld schenkt. Zeg de Monseigneur de waarheid? Mogelijk is hij zeer verrast, Jij was, zeg je, gisteravond, Bij de Monseigneur te gast? En uit louter Naastenliefde Heeft hij jou toen toegestopt Immers ketel, dat beweer je, Al dit zilver? Ja, dat klopt Maar je bent zo snel vetrokken dat jou een ding is ontgaan Dit had ik jou ook geschonken Waarom liet je het mooiste staan? Lat hem vrij, hij sprak de waarheid dat is meer dan duidelijk nu. Dank u voor uw plichstbetrachting En Gods zegen rust op u. Broeder wil een ding onthouen Zie dit in een hogere lijn En gubruik dit kostbaar zilver Om een eerlijk mens te zijn Bij het bloed der martelaten Bij hun lijden, bij huns lot God verost jou van het duister Want Ik kocht jouw ziel voor God Wat deed ik, Heer? wat heeft mij hiertoe gebracht? Ik werd een hond op de vlucht! En zoek ik al zo diep, en lijkt het al zo laat, Dat niets overblijft dan de schreeuw van mijn haat. Niemand hoort mij. Ik die hier sta bij het keren van het tij, Als er een weg is in de mist Dan heb ik die lang geleden gemist Mijn leven was oorlog, twintig jaar lang. Men verklaarde, getekend, mij dood. Enkel voor het stelen van een stuk brood. Toch liet ik toe dat deze man, mijn ziel weer raakt leert. Hij gaaf mij als een broeder's hoeder, Vertrouwen terug. De naam van broeder. Jouw leven is naar God gekeerd Verkondigt hij. Ik die de wereld haatte mij! Oog om oog, tand om tand Leer om leer, geen gevoel. Dat was altijd mijn lijfspreuk Dat was altijd mijn doel, Een woord van Hem en ik daal weer Op de aloude pijnbank neer. In plaats daarvan schenkt hij mij vrijheid, De schamte, die opeens weer in me snijdt. Hi zei, dat ik een ziel bezit Hoe hij dat wist? Een licht dat naar verlossing leidt? Is er een weg nog in de mist? Ik wil grijpen, maar glij weg, Om mij heen wordt alles zwart. Als ik in de leegte staar Van de zonde in mijn hart. Ik onvlucht nu Jean Valjean Jean valjean en zijn bestaan Jean Valjean is nergens meer. Een nieuwe bladzij vangt nu aan. |