Prinsenlied Wat moet het, dacht ik, zalig zijn wanneer een reus je kidnapt En jij een jaar op houtjes bijt totdat je 'n vals gebit hebt En denkt: hier kom ik nooit meer uit maar h�, wat zie ik gin's: Komt daar geen kleine stofwolk aan? Ach kijk, het is een prins Prinsen breken de voordeur open Met een machtige sabelhouw Draken moeten het duur bekopen Reuzen hebben te laat berouw Prinsen hakken de boel in diggelen Om de dooie dood niet bang En alle traantjes die nog biggelen Kussen ze keurig van je wang Een prins is lief en als een lam totdat een boef zijn mes trekt Dan raakt een prins in vuur en vlam waardoor hij de prinses redt Een prins hakt op de booswicht in maar nimmer met een knots En als een boef niet opgeeft, stort hij krijsend van een rots! Prinsen zwemmen de slotgracht over Met een machtige crawlslag Blauwbaard zelf sloeg achterover Jammer � op z'n ouwe dag Prinsen kunnen van liefde dromen Onbereikbaar... Eersterangs... Waar geen sterveling ooit zou komen rij'en ze heel toevallig langs Prinsen helpen iedere stakker Hulp in nood is prinsenplicht Prinsen kussen iedereen wakker Die in een glazen kistje ligt Prinsen hakken de boel in diggelen Om de dooie dood niet bang En alle traantjes die nog biggelen Kussen ze keurig van je wang Op nummer ��n staat... Prinsen zijn... na de eerste ronde in de Toto:... Prinsen zijn... Prins Guurt van Grasp! niet bang! |
||