![]() |
||||||
| Steeds bleef de leugen ons leven regeren. Waarheid kwam te dichtbij. Altijd die hoop dat jij eens terug zal keren. Maar waar was jij? Maar waar was jij? Waar bleef die zomer? Waar is die man van toen? Waar bleef dat zonnig seizoen? Jij was een dromer, de hemel vermiljoen. Jij liet mij naar de sterren zweven. Wij waren kinderlijk blij en ik weet nog toen jij zei �kies mij�, jij bent mijn leven. Die zin zit nog in mijn hoofd. Heb er steeds in geloofd en ik zou er jou alles geven. Toen kwam de winterse kou, zette de wereld in rouw Alles grauw en zo leeg, de bloemen van ons geluk, bevroren in ��n nacht stuk. Ik riep jou, maar je zweeg. Al is die wond nooit geheeld. K heb het spel toen gespeeld dat ik zonder jou kon leven. Maar jij ging nooit uit mijn hoofd, in mijn hart, nu verdoofd, staat voorgoed jou naam geschreven. Weer zal de leugen ons leven verkrachten. Jij staat er zwijgend bij. Ik bleef altijd hopen en bleef op je wachten, maar waar was jij? Maar waar was jij? Waar bleef die tijd van weleer? Keert die zomer ooit weer? Wanneer wordt de kou verdreven? Kijk niet terug, maar vooruit. Voel de zon op je huid. En geef ons die kans weer, wat wil jij? Wat wil jij? Wat wil jij? |
||||||
![]() |
||||||