![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||
![]() |
![]() |
![]() |
||||||||
![]() |
Vader, nu lig je als een eik geveld, Je bent niet meer de man op wie ik steunde. Vader, zoals een bokser uitgeteld Zou jij nu breken als ik op je leunde� Toen op die zomerdag, Je rende voor me uit, met reuze kracht. En riep: �Toe haal mij in, En kom weer aan mijn zij.� Jouw klare oogopslag, Je bronzen stem klonk in je schaterlach. Je stond daar als een reus, Zo fier, zo sterk, zo vrij� Vader, ik wou toen wezen zoals jij� Waar is die zomerdag? Toen jij mij ziet liet wat een man vermag. Nu sta je m�in de weg En je laat me maar niet vrij. Ik wil die zomerdag, Dat alles wordt als toen, bij toverslag. Je haalt me er weer bij En je wordt weer ��n met mij� Vader, ik wou toen wezen zoals jij� Vader, ik wou toen wezen zoals jij� |
![]() |
![]() |
|||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||