De Westerse astrologie |
|||
De dierenriem
|
De planeten
|
de huizen in de astrologie |
|
Natuurlijk begonnen ze zich af te vragen wat die rusteloosheid van de Zon, de Maan en de Sterren, die voortdurend in beweging zijn, betekende en dat kon pas door nauwgezette en langdurige waarnemingen. Hoe dan ook, er zijn aanwijzingen dat zelfs de Neandertalers al min of meer inspeelden op de verschijnselen die ze bij de hemellichamen opmerkten. Maar van echte studie en waarneming kan eigenlijk pas veel later worden gesproken, in het bijzonder bij de verschillende volkeren die achtereenvolgens over Mesopotamie, het land tussen de Tigris en de Eufraat heersten: eerst de Sumeriers en Akkadiers, omstreeks 3.500 voor Christus, later Chaldeers, Assyriers en Babyloniers. In dit gebied werden tienduizenden kleitabletten met astrologische gegevens teruggevonden. Waarschijnlijk zijn daar ook de klassieke namen van de sterrenbeelden ontstaan.
Overigens mogen we er van uitgaan dat haast alle volkeren in meer of mindere mate astrologisch onderzoek hebben verricht, ook als we hiervan niet altijd iets hebben teruggevonden. Als typisch voorbeeld moge gelden dat de bouwers aan de piramiden in Egypte welbekend zijn als astrologen met name omdat ook orakelteksten van hen overgebleven zijn, maar dat zulks veel minder het geval is met de megalietenbouwers, die omstreeks hetzelfde tijdstip dichter bij ons, met name in Groot-Brittannie en Ierland met de bouw begonnen van monumenten die waarschijnlijk ook observatoria zijn , zoals Stonehenge, Avebury , newgrange en de Rasi valaya yantra . Ook mogen we met zekerheid aannemen dat astrologie in die tijden zeer nauwe bindingen met godsdienst had. Bij vele volkeren waren de priesters ook astrologen. Duidelijke sporen hiervan zijn ook in de Bijbel te vinden.
Het is niet vreemd dat de astrologische wetenschap in de loop der tijden en bij
sommige volkeren wel eens op het verkeerde spoor is geraakt, omdat men overigens
meestal te goeder trouw, verkeerd of teveel interpreteerde. Typische voorbeelden
zijn natuurlijk sommige Midden-Amerikaanse beschavingen, zoals van de Azteken,
waar men meende dat de Zonnegod mensenoffers verlangde, of de sterrenwichelarij
zoals die door de latere Egyptenaren, de Babyloniers, de Etrusken en de
Kelten werd bedreven. Hoe dan ook , de Grieken (onder andere Plato en
Aristoteles) en na hen de Romeinen, zetten het astrologisch onderzoek voort en
tijdens onze middeleeuwen was de hofastroloog vaak een belangrijke adviseur van
de vorst. Ook hier zal het niet verbazen dat daar wel eens misbruik van werd
gemaakt. Zo komt het dat de astrologie in de loop der volgende eeuwen, toen de
exacte wetenschappen een hoge vlucht namen, enigszins op de achtergrond bleef,
mede omdat bij het ontdekken van de eerste belangrijke wetten van de wis- en
natuurkunde, de idealistische, maar thans achterhaalde mening postvatte, dat de
zuivere wetenschap alle problemen van de wereld tot een definitieve oplossing
zou kunnen brengen.
In die periode werd astrologie niet meer aan de
universiteiten gedoceerd, 'waarzeggerij' op de kermis was het enige wat nog
overbleef. Aan het einde van de vorige eeuw kwam het echter tot nieuwe
astrologische impulsen, met name uit Groot-Brittannie, waar vooral Alan Leo
veel voor de wedergeboorte van de astrologie heeft gedaan . De beweging sloeg
over naar het vasteland, en breidde zich snel uit, vooral in Nederland,Frankrijk
,Duitsland en Tsjechoslowakije. In het begin werd nog gebruik gemaakt van het
materiaal dat door de klassieke auteurs was geschreven, maar gaandeweg kwam de
moderne astrologie tot bloei,zowel op zuiver wiskundig als op astropsychologisch
gebied. Thans is het zo, dat de astrologie als wetenschap in ere is hersteld,
behalve bij een zeer beperkt groepje astronomen, die weigeren kennis te nemen
van de resultaten die er in onze tijd mee werden behaald door wetenschappelijk
geschoolde astrologen.