Voor een linkse alliantie, links van SP en Agalev

39. Een antwoord van MLinks op de vele vragen en opmerkingen van organisaties en individuen

 

Op 26 december stuurde MLinks per E-mail een uitnodiging aan enkele honderden progressieven, klein linkse organisaties en vakbondsafdelingen met de oproep om deel te nemen aan een conferentie voor de vorming van een linkse alliantie, links van SP, PS, Agalev en Ecolo op 22 januari 2000. Een uitgetypt verslag van die conferentie vinden jullie in de compilatie van teksten/bijdragen. Aanleiding daartoe was onze analyse van de objectieve situatie, in het bijzonder het proces van verburgerlijking van SP en PS die al enige tijd openlijk de beste verdedigers geworden zijn van de politiek van de burgerij. En verder de regeringsdeelname van Agalev en Ecolo waardoor zelfs de minste schijn van het bestaan van een linkse oppositie tegen het neo-liberale beleid is weggenomen. Voor een vollediger inzicht in onze analyse verwijzen we naar artikels in de januari editie van De Militant (Nr 190 blz. 1 en 2).

Een dergelijk initiatief wekt natuurlijk de nodige vragen en twijfels op. In wat volgt proberen we op de belangrijkste in te gaan. Tegelijk maken we gebruik van de gelegenheid om in te gaan op enkele geschreven reacties, onder meer van SAP, Leef, MdT, LIT en Vonk. We hopen de lezer niet te vervelen met onnodige details maar sommige opmerkingen verdienen wat meer aandacht en/of opheldering. Eerst en vooral willen we echter iedereen bedanken die op één of andere manier is ingegaan op onze uitnodiging tot debat. Het was immers net onze bedoeling links te versterken. De eerste voorwaarde daartoe is dat we een methode vinden om onze onderlinge geschillen, in de mate waarin dat mogelijk is, niet langer de prioritiet te geven op de versterking van links. Een absolute voorwaarde daartoe is dat we uiteraard eerst en vooral bereid zijn in debat te treden. In dat opzicht heeft de oproep over een linkse alliantie alvast resultaat opgeleverd.

Arbeiders? Wie zijn dat?

Een veel gehoorde opmerking betreffende onze oproep was dat we het steeds weer hebben over arbeiders en jongeren. Wat doen we dan met werklozen, bedienden, kaders, gepensioneerden, huisvrouwen…? Waarbij steeds weer de bedenking gemaakt werd dat de arbeiders vandaag een krimpende - en niet noodzakelijk de meest progressieve - minderheid geworden zijn in vergelijking met "andere groepen" in de maatschappij. Dit soort opmerkingen kregen we vooral uit anarchistische middens, bij progressieve intellectuelen, maar ook bij Leef, bij een aantal buurtwerkers en bij heel wat wijkbewoners.

MLinks gebruikt het woord arbeiders hier uiteraard in zijn klassieke (marxistische) betekenis: iedereen die verplicht is zijn arbeidskracht te verkopen om te overleven volgens de maatschappelijke norm (dus niet gewoon te overleven, maar met een dak boven zijn/haar hoofd, school voor de kinderen, ziekteverzekering, pensioenbijdragen etc…). Of die arbeider nu werkt met een arbeidscontract (vast, interim of wat dan ook), met een bediendecontract of werkloos is, doet er eigenlijk niet toe. Met arbeidersklasse bedoelen we iedereen die afhankelijk is van het loon verdiend uit de verkoop van arbeidskracht: de arbeiders zelf en hun gezin, de gepensioneerde arbeiders, de werkonbekwame arbeiders etc…

Wat doen we dan met arbeiders die zelf beschikken over interesten uit spaargeld, obligaties of aandelen? Vooral kaders worden meestal gedeeltelijk vergoed onder de vorm van aandelen. Destijds wou Tatcher het zogenaamde ‘volkskapitalisme’ invoeren door arbeiders te laten delen in de winst en hen zo mee verantwoordelijk te maken voor het wel en wee van het bedrijf. Dehaene pleit al jaren voor winstparticipatie van de werknemers, de nieuwe SP-voorzitter-patroon Jansens heeft zich bij dat pleidooi aangesloten.

Uiteraard onderneemt de burgerij, een kleine minderheid, van alles om de arbeidersklasse te verdelen (racisme, sexisme, Waals-Vlaams, jong-oud), op te splitsen in allerlei categorieën (kader, bediende, arbeider, ploegbaas, contractueel, tijdelijk, interim…), te culpabiliseren (je verbruikt toch ook goederen uit de derde wereld, je stookt toch ook olie, je deelt toch ook in de winst, je hebt toch ook gespaard…) etc… om de arbeiders ideologisch aan zich te binden, om ze de burgerlijke heerschappij te doen aanvaarden.

Dat arbeiders over enkele aandelen beschikken of delen in de winst van het bedrijf doet er echter niet toe, wat telt is dat ze voor hun overleven (nog altijd volgens de maatschappelijke norm) geheel of hoofdzakelijk afhankelijk zijn van de verkoop van arbeidskracht.

Maar, hoe kan je dat uitgelegd krijgen? Je gaat dat toch niet in ieder pamflet zetten? Uiteraard niet. Toen MLinks in ’98 een campagne voerde in de Gentse arme wijken (Brugse Poort en Bloemetjeswijk) kwamen we tot de vaststelling dat er heel wat verwarring heerste over de term ‘arbeider’. Sommigen dachten dat dit enkel de industriële en de handarbeiders waren, anderen dachten eerder dat daarmee wat wij de arbeidersaristocratie zouden noemen bedoeld werd, maar zeker niet de werklozen, de zwartwerkers, de interimmers, de tijdelijken…. Geleidelijk stelde wij vast dat de term ‘wijkbewoners’ voor veel betrokkenen het best benaderde wat wij zouden omschrijven als ‘arbeiders en jongeren’. In onze pamfletten hielden we daar uiteraard rekening mee. We spraken over ‘wijkbewoners’, om de aandacht te winnen van de betrokkenen, maar voegden er meestal ‘arbeiders en jongeren’ aan toe om meteen het klassekarakter te benadrukken en zo het bewustzijn daaromtrent op te tillen. Of we daarin geslaagd zijn? Zeker niet bij iedereen, maar wel bij een belangrijke minderheid.

De LiT en Debout

(tekst LIT in bijlage)

Binnen klein links heeft men nogal eens de gewoonte de arbeiders, meestal met het nodige paternalisme, op te hemelen. Een typisch voorbeeld hiervan staat in een reactie van de LIT op onze oproep. Men steekt er wat de draak met onze oproep die geen klasse-alternatief zou voorstellen, maar gewoon een "links" alternatief (lees §4)… "een politiek zonder reëel nut voor de arbeiders, die hun politiek bewustzijn niet vooruit stuwt". Wat de arbeiders, aldus de LIT, nodig hebben is de lijst Debout. "Het komt erop aan een initiatief, geboren uit onze klasse, op te tillen tot het politieke niveau. Dit initiatief is de wil van een voorhoede van arbeiders om zich te bevrijden van de bureaucratische betutteling die hen wordt opgelegd door de traditionele partijen en hun verlengstukken in de syndicale apparaten".

We zullen maar niet ingaan op de formulering. Militant Links heeft de strijd van Clabecq steeds gesteund, was de eerste om op te roepen tot de vorming van lokale comités van BVV overal in het land, stelde als eerste voor een initiatief te nemen naar de verkiezingen en nam zelf, met een eigen kandidaat, deel aan de lijst Debout. We moeten echter niet alleen vandaag, maar ook morgen zien. Niet alleen de mogelijkheden, maar ook de beperkingen. Niet enkel de ontwikkelingen die zich onder onze neus afspelen, maar ook proberen een zicht te krijgen op de globale processen. Het zou bij ons niet opkomen om vandaag Debout als enig referentiepunt te nemen om links te versterken of om een "klasse-alternatief" aan te bieden. Daarvoor is de klasse (en links) te heterogeen en het debat te onbeslist.

Bovendien houdt ML rekening met het feit dat Debout zelf nog steeds niet in staat was haar eigen verkiezingsuitslag te evalueren (door de tegenwerking van de belangrijkste component, de PvdA, die liever onder eigen naam opkomt in de volgende verkiezingen). We hebben aandacht voor het feit dat de herinnering aan de strijd van Clabecq wegdeemstert en dat nieuwe ontwikkelingen en initiatieven nodig zijn om BVV en Debout nieuw leven in te blazen. We hebben oog voor de ontwikkelingen in het buitenland - RC, IU, LO-LCR, Links Blok, SP-Nl., PDS, SSP…- en zien dat een bredere ééheid juist enorme mogelijkheden biedt om bredere lagen te betrekken én te beïnvloeden.

We zullen het programma van Debout (laatste § LIT) nooit als voorwaarde stellen, maar als één van de bijdragen tot discussie. We zullen ons niet verbergen achter Debout, maar Debout integendeel proberen hen te overtuigen mee het initiatief te nemen tot verbreding, tot zo een alliantie, zonder haar eigenheid op te geven. We zouden met Debout, in het kader van een linkse alliantie, een electorale alliantie voorstellen, niet alleen, maar ook aan de PC, zoals de Argentijnse LIT dat ooit deed aan de Argentijnse PC. Op die manier zou Debout een breder publiek aanspreken, de discussie aangaan met de basis van de PC en op termijn haar steun verbreden.

De LIT ziet slechts één deel van het proces. Het is alsof het hoogtepunt van de strijd van Clabecq op hun netvlies is ingebrand en ze daardoor niet meer in staat zijn het verdere verloop te zien. Door die beperking zijn ze niet in staat een strategie en een taktiek te ontwikkelen om die strijd vooruit te helpen, om de "voorhoede van de arbeidersbeweging" in staat te stellen de bredere lagen te bereiken. Juist die kwestie is echter centraal indien we links willen versterken of een "klasse-alternatief" mogelijk willen maken.

Arbeiders, jongeren en organisatie

Arbeiders en jongeren gaan niet zomaar over tot strijd. Als ze denken hun arbeids- en levenscondities op een andere manier te kunnen verbeteren, bv. door te overleggen met de patroon, door beroep te doen op burgerlijke politici, de kerk etc… zullen ze dat eerst proberen. Ze kiezen doorgaans eerst de gemakkelijkst lijkende weg. Het is pas als dat niet lukt dat ze tot strijd zullen overgaan. In die strijd zullen ze zich niet onmiddelijk organiseren. Anarchistische stromingen en het zoeken naar individuele oplossingen waren enorm sterk in het begin van de arbeidersstrijd. Het is pas in de loop van die strijd dat de arbeiders zich geleidelijk aan sterker en sterker zijn beginnen organiseren. Dat is trouwens altijd een proces van vallen en opstaan geweest.

Arbeiders en jongeren organiseren zich niet omdat ze daar één of andere natuurlijke drang of aanleg toe zouden hebben, ze organiseren zich uit noodzaak. Als ze, om een of andere reden het gevoel hebben dat de bestaande politieke instrumenten volstaan om hun arbeids- en levenskondities te verbeteren…. Waarom er dan nieuwe creëeren? Als ze uiteindelijk tot de vaststelling komen dat er langs de bestaande structuren geen uitweg te bereiken valt zullen ze geleidelijk aan opschuiven naar meer radicale, progressief ogende structuren. Zo leunde de Belgische arbeidersbeweging gedurende decennia aan bij de liberalen. Het is pas in 1885, tijdens een enorme opleving van de klassestrijd dat de arbeiders de noodzaak inzagen zich onafhankelijk van de burgerij te organiseren. In de VS, waar de arbeidersbeweging nog steeds niet beschikt over een onafhankelijke partij en nog steeds grotendeels aanleunt bij de burgerlijke Democratische partij, was de arbeidersbeweging nooit in staat een met West-Europa vergelijkbare sociale zekerheid en sociale wetgeving af te dwingen.

Toen de arbeidersbeweging zich onafhankelijk begon te organiseren probeerde de burgerij dit op allerlei manieren te voorkomen: door repressie, door concurrerende organisaties op te zetten of te stimuleren (corporatisme, de anti-socialistische vakbond…) of, als het niet anders kon, door de leiders van de arbeidersorganisaties te integreren in het staatsapparaat en/of de bevoorrechte kringen. Het parlementair systeem en de vergoedingen die ermee gepaard gaan zijn daartoe een uitstekend middel.

Het is dit dubbel karakter dat Lenin ertoe bracht de sociaal-democratische partijen te beschrijven als burgerlijke arbeiderspartijen. Burgerlijk in de leiding, proletarisch aan de basis. Nu eens was de burgerlijke vleugel dominant, dan weer moest die toegeven aan de druk van de arbeidersbasis. In de loop van dit proces ontstonden linkervleugels, tendenzen en frakties. Sommige scheurden zich af om onafhankelijke partijen te vormen die in de meeste gevallen na enkele jaren opnieuw door de moederpartij werden opgeslokt. Het is dit dubbel karakter waardoor de sociaal-democratie in de loop vande geschiedenis, onder druk van de klassestrijd, talloze scherpe wendingen maakte, nu eens naar rechts, dan weer naar links.

Pas na enorme strijd, na een revolutie, de Russische, slaagde de arbeidersbeweging erin zich volledig onafhankelijk van de burgerij te organiseren in massale kommunistische partijen, verenigd in de derde internationale. Zelfs dan stelde de derde internationale de politiek van het eenheidsfront met de sociaal-democratie voor. Niet om de leiding van de sociaal-democratie te vleien, maar om kontakt te kleggen met de sociaal-democratische basis, haar vertrouwen te winnen en ze geleidelijk aan over te winnen voor een revolutionair programma. Wat een openheid naar de arbeidersbasis van de sociaal-democratie!

Als de BVV er vandaag voor opteert om zich niet als een nieuwe vakbond op te stellen, maar als een beweging voor vakbondsvernieuwing binnen de huidige vakbonden, dan is het juist omdat ze -geheel terecht - een onderscheid maakt tussen leiding en basis. De BVV is er zich heel goed van bewust wat het nut is van de huidige vakbonden en waarom heel wat arbeiders en jongeren vandaag nog steeds verkiezen zich in deze vakbonden te organiseren.

De onafhankelijkheid van de arbeidersbeweging is een verworvenheid die steeds opnieuw veroverd moet worden. De stalinistische contrarevolutie herleidde de kommunistische partijen in het westen tot verdedigers van het ‘socialistisch vaderland’ (de sovjetunie) die op geen enkele manier het kapitalisme in eigen land nog in vraag stelden. Dit leidde later tot talloze splitsingen - pro-China, pro-Albanië, pro-Joegoslavië, pro-van-alles-en-nog-wat - die echter in geen enkel geval het stalinisme zelf in vraag stelden, hooguit de ene leider inruilden voor de andere.

De SP als burgerlijke arbeiderspartij

Voor velen is de vraag naar het klassekarakter van SP en PS een abstracte kwestie. Zij hebben die partijen nooit echt beschouwd als een mogelijk alternatief, hooguit als de keuze van het minste kwaad. Voor MLinks is deze vraag echter van doorslaggevend belang. Hoe zien arbeiders en jongeren deze partijen? Denken zij dat dit de politieke instrumenten zijn waarlangs zij via hun aktieve inbreng, hun arbeids- en levenscondities in de praktijk zullen kunnen verbeteren of zien zij de partijen eerder als deel van het establishment, niet fundamenteel verschillend van de burgerlijke partijen (CVP, VLD, VU-ID21, Vlaams Blok).

SP en PS, en hun voorgangers de BWP en de BSP, zijn nooit zuivere arbeiderspartijen geweest, maar altijd burgerlijke arbeiderspartijen. Het gewicht van de arbeiders in die partijen is wel voortdurend veranderd. Na WOII, in ‘44, nog voor de eerste verkiezingen van ’45, traden zowel de BSP als de KPB toe tot een regering van nationale éénheid. De burgerij vreesde immers voor het oprukkende kommunisme en de mogelijkheid van een revolutie in het Westen. Ze was bereid tot enorme toegevingen en deed beroep op de arbeidersleiders om haar systeem te redden. BSP-leider Achilles Van Acker deed zijn huiswerk zo goed dat hij omgedoopt werd tot Achilles Charbon, de man die het vuur liet openen op stakende mijnwerkers. Niettemin werd in een poging sociale vrede af te kopen het sociaal pakt gestemd - de basis voor onze sociale zekerheid -, werden sleutelsectoren van de economie genationaliseerd en werd het sociaal overleg wettelijk bepaald.

De na-oorlogse economisch bloei en de reële loonstijgingen die daarop volgden deden de rest. Hoewel de inbreng van de sociaal-democratie er eerder in bestond erger te vermijden werd zij door veel arbeiders gezien als de partij die dat allemaal mogelijk gemaakt had. Op die basis bouwde ze een enorme autoriteit onder bredere lagen van de arbeidersbeweging. Het is juist dat die autoriteit soms in het gedrang kwam, onder meer toen ze mee de éénheidswet doorvoerde na de algemene staking van ‘60-’61, maar in het algemeen slaagde de BSP er vrij goed in haar positie in de arbeidersbeweging te bewaren.

In ’74 liep de economische bloei teneinde. Economische stagnatie, bedrijfssluitingen en massale chronische werkloosheid deden de spanningen oplopen. Hoewel de sociaal-democratie sindsdien steeds het sanneringsbeleid mee heeft doorgevoerd kon zij nog een tijdlang teren op de idee dat zij in het verleden toch gezorgd had voor heel wat verbeteringen voor de arbeiders. De PS wierp zich op als de verdediger van de Waalse natie - tegende CVP-staat -, de SP speelde in op een aantal nieuwe thema’s (bv. De rakettenkwestie).

De aanwezigheid van een arbeidersbasis bleef een belangrijk obstakel voor de sociaal-democratische leiders. Verschillende pogingen om de BSP om te vormen van een arbeiderspartij naar een volkspartij, een verkapte terugkeer naar de situatie van voor de creatie van de BWP als onafhankelijke arbeiderspartij, mislukten. Onder meer een voorstel in die zin van Simonet (later PRL) en Spitaels werd op het ideologisch BSP-kongres van ’74 verworpen door de basis.

Hoewel SP en PS doorheen de jaren ’70 en de jaren ’80 steeds getrouwe uitvoerders zijn geweest van de politiek van de burgerij, werden ze nog door heel wat arbeiders gezien als hun partij, een partij die misschien niet ideaal was, maar alvast het instrument was waarlangs de arbeiders in de toekomst, als de krisis wat zou luwen, opnieuw verbeteringen zouden afdwingen. Wie buiten die partijen stond ter linkerzijde werd gezien als een splitser, een onoverkomelijke utopist die vroeg of laat wel tot betere inzichten zou komen. In de grootstedelijke wijken en ook in talloze kleinere steden stonden volkshuizen die het verzamelpunt waren van een rijk gemeenschapsleven.

Militant Links - op dat ogenblik nog Vonk - was toen, met een eigen blad en eigen structuren, aktief in de SP. Wij dachten immers dat wanneer de arbeiders massaal in beweging zouden komen, ze dat eerst zouden doen via hun traditionele organisaties, het ABVV en het ACV op syndicaal vlak en SP en PS op politiek vlak. Op dat ogenblik waren de SP-afdelingen nog levende organen met talloze arbeiders die zich aktief inzetten voor de partij. Wij dachten dat het beter was in die partij aanwezig te zijn met een marxistisch programma dan zich erbuiten te isoleren. Vandaag kan men dit in vraag stellen. ML denkt dat we daar iets te ver in gegaan zijn. Vanaf het midden van de jaren ’80 werd het perspectief vaneen toeloop naar de SP steeds onwaarschijnlijker.

Maar alvast tot het midden van de jaren ’80 raakte men buiten de SP niet ver. Bij de progressieve intellectuelen begonnen Agalev vanaf het begin van de jaren ’80 en later ook Ecolo vooruitgang te boeken. Bij de arbeiders werden deze op sandalen lopende ‘68’ers echter raar bekeken. Als de SAP in haar tekst "klare wijn schenken" de vraag stelt naar het mislukken van Regenboog dan denken wij dat we de voornaamste reden moeten zoeken in de autoriteit die de SP toen nog had onder brede lagen van de arbeidersklasse.

Verrechtsing en verburgerlijking

Uit het voorgaande blijkt dat de burgerlijke arbeiderspartijen steeds weer, afhankelijk van het ritme en de hevigheid van de klassestrijd, gezwalpt hebben tussen een rechts beleid en correcties naar links onder druk van hun arbeidersbasis. Die verrechtsing kon zeer ver gaan. Dat was het geval toen de Duitse Sociaal-democratie in 1914 de oorlogskredieten stemde in het Duitse parlement, het was ook het geval toen BWP-voorzitter Hendrik De Man de BWP ontbond en in de collaboratie stapte.

Het verraad van de Duitse sociaal-democratische leiding leidde tot diverse splitsingen en de oprichting in april 1917 van de Onafhankelijke Sociaal-Democratische Partij (USPD) met ongeveer 300.000 leden. Het impakt van de Duitse sociaal-democratie was echter immens, in 1912 had de partij meer dan 1 miljoen leden, 15.000 voltijdse werkkrachten, 90 dagbladen en 62 drukkerijen. In de verkiezingen van 1920 behaalde de USPD 5 miljoen stemmen tegenover 6 miljoen voor de SPD. De nederlaag van de Duitse revolutie en het avonturisme van de KPD herstelden echter de positie van de SPD in de arbeidersbeweging.

In de zomer van 1940 wordt de BWP door Hendrik De Man ontbonden. Na de oorlog gaat een deel van de arbeiders over naar de KPB die in ’46 in Wallonië 21,5% van de stemmen behaalt (tegenover 9,5% in ’39) en in Vlaanderen 5,2% (1,7% in ’39). De regeringsdeelname van de KPB en de economische groei na WOII ondermijnen echter het vertrouwen in de KPB en leggen de basis voor het herstel van de positie van de BSP in de arbeidersbeweging.

Vandaag verloopt de verrechtsing van SP en PS veel minder spectaculair als in voorgaande voorbeelden. Het proces is veel langer uitgerokken dan toen. Het is echter juist de lengte van dit proces die fundamenteel is. Sinds ’74, eigenlijk al sinds de wet Leburton in ’64 hebben BSP, PS en, SP geen enkele hervorming ten goede van de arbeidersbeweging meer doorgevoerd. Sinds ’74 zijn de beide partijen mee verantwoordelijk voor de besparingspolitiek. Sinds ’88 voor het neo-liberaal beleid. Heel wat arbeiders en jongeren zijn dat nu zo lang gewoon dat ze zich niet meer kunnen herinneren dat de SP en de PS ooit hervormingen voor de arbeiders afdwongen, als ze het ooit al meegemaakt hebben. Het is geen toeval dat de SP vooral goed scoort onder bejaarden. De gemiddelde arbeider haat echter die partij, de volkshuizen zijn verkocht of overgelaten aan privé-uitbaters. Partijvergaderingen brengen geen vijfde meer op de been van wat het was in het begin van de jaren ’80. Als er nog arbeiders partijlid zijn, zijn dat meestal oudere, beter betaalde arbeiders met een vast statuut. De SP-jongeren van vandaag zijn intellectuelen, op het randje af yuppies die geen enkele band hebben met de arbeidersbeweging.

Met andere woorden de arbeidersbasis, die de partijleiding op een gegeven moment zou moeten corrigeren is uitgehold, flinterdun geworden, aan het uitsterven. Het dubbel karakter van SP en PS wordt meer en meer een zuiver burgerlijk karakter. De invloed in de vakbonden is meer en meer een invloed aan de top en steeds minder een invloed aan de basis. (steeds meer vergelijkbaar met de invloed van de Amerikaanse Democratische Partij die trouwens nooit een arbeiderspartij is geweest.)

Dat betekent niet dat dit proces voleindigd is. Er zijn gradaties en verschillen. Het is duidelijk dat dit proces in Groot-Brittanië (LP) en Nederland (PvdA) verder gevorderd is dan bijvoorbeeld in Frankrijk. Het is eveneens verder gevorderd in Vlaanderen (SP) dan in Wallonië (PS), maar de richting van het proces is duidelijk en de kans dat dit proces keert door een plotse toeloop van arbeiders en jongeren wordt met de dag kleiner. Daar waar de kommunistische partijen nog over een massabasis beschikten (Italië, Frankrijk) ontwikkelen zij, aan een weliswaar trager ritme, in dezelfde richting.

Het betekent evenmin dat die partijen electoraal van de kaart geveegd zullen worden. In plaats van de partijmilitanten zijn het voortaan wel publiciteitsfirma’s die de campagne voeren. Bij gebrek aan een ernstig alternatief ter linkerzijde zullen echter veel arbeiders alsnog SP en PS stemmen, maar dan niet met enthousiasme, eerder bij gebrek aan beter.

Waarom de MdT zich vergist

MdT slaat de bal totaal mis in haar brief van 14 februari wanneer ze in punt 4 stelt dat onze oproep zich in de eerste plaats zou moeten richten tot de socialistische (bedoeld wordt: leden van PS) arbeiders om hen te helpen vechten tegen een regering waar "hun" ministers in zetelen. Uiteraard moeten we ons ook richten naar die paar arbeiders die nog lid zijn van PS en SP. Wie de jongste jaren nog eens nationale kongressen, federale bijeenkomsten en/of afdelingsvergaderingen van beide partijen heeft bijgewoond weet echter dat het aantal arbeiders, laat staan strijdbare arbeiders die dan nog moeten bereid zijn te vechten tegen "hun" ministers, er herleid is tot een fractie van wat het ooit geweest is. Als we ons in de eerste plaats naar hen zouden richten, zouden we ons isoleren van de overgrote meerderheid van de arbeiders, vooral de jongeren die van de PS een beeld hebben dat ons inziens absoluut niet beantwoord aan de beschrijving van MdT.

"Wat jullie (ML-nvdr) willen komt erop neer de "ontevredenen" die niet langer lid zijn van SP en PS te organiseren en hen te isoleren van diegenen die er nog steeds lid van zijn, dit kan slechts de leidingen van SP en PS helpen om hun greep op de arbeidersbasis van hun partijen te behouden". Los van het feit dat die leiders onze hulp blijkbaar niet nodig hebben, is op dit ogenblik iedereen geïsoleerd. De talloze ontevredenen omdat ze nergens anders terecht kunnen en diegenen die nog lid zijn van SP en PS omdat ze steeds meer oudere arbeiders zien afvallen terwijl de jongeren wegblijven? Wat stelt de MdT voor? De ontevredenen niet organiseren zodat ze de band met diegenen die nog wel lid zijn zouden behouden? Of zouden we misschien beter hen juist wel organiseren zodat die uitzonderingen die wel strijdvaardig zijn en toch nog lid van SP en PS eindelijk eens een degelijk alternatief aangeboden krijgen? MLinks denkt dat enkel de tweede optie de arbeiders en jongeren kan versterken.

Het arsenaal van MdT is echter nog niet leeg. Van het ene uiterste vallen ze in het andere. De ontevredenen organiseren en ze daardoor isoleren van diegenen die nog lid zijn van de PS, dat kan niet. Als je ze echter toch organiseert, dan moet het van de eerste keer perfekt zijn. Ruimte voor debat, verwarring, meningsverschillen, het uittesten van ideeën… dat kan MdT niet toelaten. Resultaat: dezelfde stroming die ons daarnet noch waarschuwde ons niet te isoleren van de PS-arbeiders pakt zonder blikken of blozen uit naar de PC, omdat die de handtekening kreeg van 3 PS-parlementairen bij de vorige verkiezingen. De Italiaanse RC, de Spaanse IU en de Franse LO-LCR worden de waterdragers genoemd van de politiek van… de sociaal-democratie! Pikant detail: de zuivere AET, de voorloper van MdT, komt al enkele verkiezingen alleen op in Luik en Brussel, onafhankelijk van de PS.

De SP is nodig

Het proces van verburgerlijking van SP en PS is gepaard gegaan met een groeiende haat bij veel arbeiders en vooral jongeren ten aanzien van die partijen. Zolang er zich ter linkerzijde echter geen geloofwaardig alternatief aanbiedt, hoeft dat niet noodzakelijk te leiden tot een electorale afstraffing. De PS levert wel in ten voordele van Ecolo, maar Ecolo is omwille van haar elitair kleinburgerlijk karakter niet in staat de leemte op te vullen die de PS achterlaat. De SP in Vlaanderen heeft niet enkel Agalev als konkurrent, maar ook en vooral het fascistische Vlaams Blok dat via een populistische discours kan teren op de sociale drama’s die het regeringsbeleid veroorzaakt. Sinds VLD, PRL, Agalev en Ecolo zijn toegetreden tot de regering slaagt het Blok er bovendien in zich te profileren als enige oppositiepartij.

Na het Agusta/Dassault-schandaal zat de schrik er bij de SP-top diep in. In een poging haar vel te redden startte de partijtop in aanloop naar de verkiezingen van ’95 de operatie "de SP is nodig", zogezegd om de sociale zekerheid te redden. Wie echter gedacht had dat de SP zou afstappen van het neo-liberale regeringsbeleid vergiste zich schromelijk. De operatie was louter bedoeld om links te sussen en een volgende regeringsdeelname voor te bereiden. Het werd een succes. Nauwelijks enkele maanden na de regeringsvorming verschenen open brieven van progressieven die de oproep getekend hadden en zich bedrogen voelden.

Het was niet de eerste keer dat de SP een doembeeld opwekte om de kiezer alsnog te overtuigen. Verhofstadt werd jarenlang opgevoerd als boeman. Met de liberalen zou het alleen maar slechter kunnen. Dus stem voor ons, niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat de anderen nog slechter zijn. Intussen voerde de SP getrouw het programma uit waarvoor zij enkele jaren eerder gewaarschuwd had. De Winter heeft nu de rol van boeman overgenomen van Verhofstadt. Deze keer is het niet het blauwe, maar het zwarte gevaar waarom we SP moeten stemmen. Intussen nemen "socialistische" binnenlandministers maatregelen die zo uit het 70-puntenprogramma van het Blok komen.

Een Rood-Groen schaamlapje

Dat we erger voorkomen door toch maar weer SP of zelfs Agalev te stemmen is al lang achterhaald. Iedere nieuwe regeringsdeelname verlegt de SP-top haar grenzen. Agalev lijkt van plan de SP aan versneld tempo in te lopen. En toch blijven heel wat arbeiders en jongeren voorlopig kiezen voor SP en Agalev in plaats van de stap te wagen naar een onzekere toekomst. Dat geldt niet alleen voor een krimpend, maar toch niet onbelangrijk aantal jongeren en arbeiders, maar ook voor sommige linkse "revolutionaire" en/of "kommunistische" stromingen.

Dit verklaart wellicht waarom in het aprilnummer van ’99 van "andere stemmen voor werk", een initiatief van Vonk, een rood-groen (wanhoops-)memorandum gelanceerd werd tegen … verrechtsing en liberalisme (de boemannen De Winter en Verhofstadt - Nvdr) Bedoeling was een basistekst met 6 punten over een vermogensbelasting, economische democratie, sociale zekerheid, armoede, onderwijs en arbeidsduurvermindering te laten tekenen door "progressieve" kandidaten op SP en Agalev-lijsten. Op de inhoud van de diverse punten kunnen we hier niet ingaan. Een kritiekloze verwijzing naar de wet Aubry in Frankrijk als na te volgen voorbeeld inzake arbeidsduurverkorting deed ons wel even de wenkbrouwen fronsen.

We weten niet of er uiteindelijk "progressieve" kandidaten getekend hebben en zo ja, welke. We weten vooral ook niet wat ze daar dan mee gedaan hebben. Maar het is duidelijk dat dit voorstel in alle opzichten SP en Agalev achterna holt. Al even duidelijk is dat de eisen van het memorandum nog flink wat afgezwakt moeten worden vooraleer SP en Agalev-kandidaten hun kop zullen mogen uitsteken om dat te verdedigen. De vraag luidt echter hoe het nu verder moet? Het memorandum is er geweest, het is getekend of niet, het is in ieder geval niet uitgevoerd en heeft evenmin geleid tot dissidente stemmen bij SP en Agalev. Wat nu? Nog eens proberen? De SP-top dankt u.

Voor zover we begrepen hebben kiest de KP een vergelijkbare weg. Al jaren legt die partij op verschillende plaatsen een "eisenplatform" voor aan de lokale SP-bonzen die er hoe dan ook niet de minste aandacht aan besteden. Zodra dit gebeurt is begint het echte werk: de onderhandelingen over de plaats die de KP toegewezen zal krijgen op de SP-lijsten. Verkozenen horen er al lang niet meer bij. Voor de KP is het een manier om zonder al te veel schaamrood de verkiezingen alweer te overleven. Vechten voor een alternatief? Dat is al lang geleden.

Groen-Links Blok

Andere varianten op "de SP is nodig" komen van SAP-Antwerpen - omdat het Blok een blokkeringsminderheid kan behalen (het thema van de dreiging van het zwart blok) en van E. Decreton te Gent, getekend door … hoe kan het ook anders, enkele KP-ers en SAP-ers van Gent. SAP-Gent is zelfs zo vriendelijk ons de tekst "klare wijn schenken" op te sturen voorzien van het onderschrift "voor een brede linkse eenheid in Gent, om samen met SP en Agalev, blauw en zwart terug te dringen". (blauw en zwart… alweer hetzelfde doemscenario). Iets te veel klare wijn gedronken? Als dat de positie is van de gehele SAP is meteen duidelijk welk het belang was van het loskoppelen van de oproep voor een linkse alliantie van de gemeenteraadsverkiezingen.

Het is verbazend dat een partij die ons zo op het hart drukt "om de tijd te besteden die nodig is", om ons niet te laten vangen aan "electorale voortvarendheid" en "stapsgewijs de dialectiek onder de knie te krijgen", om op basis van deze dialectiek "de structurering en de functionering van een linkse alliantie met organisaties en personen aan te pakken" (probeer dat maar eens te begrijpen)…. Een partij die zoveel voorwaarden stelt aan diegene waarmee ze later eventueel een linkse alliantie zou aangaan…. Zo weinig eisen stelt aan SP en Agalev wiens programma en praktijk toch hopelijk fundamenteel verschillend zijn van dat van de SAP.

Naar ons oordeel ligt het succes van het Vlaams Blok hem eerst en vooral aan de sociale afbraakpolitiek van de federale regering, hierin niet slaafs, maar enthousiast gevolgd door de gemeenschapsregeringen en de provincieraden en stadsbesturen. De sociaal-democratie is niet alleen federaal, maar ook op gemeenschapsniveau en in alle grotere steden - inclusief Antwerpen en Gent - de coalitiepartner die het langst meedraait en het best te identificeren is met het huidig beleid. Die sociaal-democratie laat er bovendien geen twijfel over bestaan: zij wil opnieuw in de coalitie om het huidig beleid verder te zetten, en dat op alle niveau’s. Dat impliceert meteen coalities met de ‘zuiverste’ burgerlijke partijen, niet bepaald een opsteker voor wie gedacht had aan het groot arbeiders-éénheidsfront. Agalev staat te springen om mee in het bestuursbootje te mogen stappen. Dat is niet met de bedoeling het huidig beleid om te keren, maar om het verder te zetten. Denken we nu echt dat we het Blok zullen stoppen door blok te vormen met die partijen? Willen we nu echt dat het Blok kan zeggen dat zij de enige oppositie is tegen het neo-liberaal beleid?

Knutselen is nog geen Gauche Plurielle

In een discussie op het coördinatiecomité meldde A. Todeur (SAP) ons dat de SAP in de komende verkiezingen wil knutselen. Hij vernoemde twee specifieke gemeenten in Wallonië waar de SAP nu al gemeenteraadsleden heeft, deed geen uitspraak over Antwerpen, maar gaf wel het hypothetisch voorbeeld van St. Gillis waar de SAP zou overwegen D. Liebman op een Ecolo-lijst te zetten indien Ecolo daarom zou vragen. MLinks antwoordde dat we dat zelf niet zouden doen, maar dat dat voor ons geen onoverkomelijk probleem was om de gesprekken over een linkse alliantie verder te zetten.

In Aalst zei F. de Bodt van Leef ons dat hij niet a-priori in elke gemeente uitsloot om in een blok op een Agalev-lijst deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, afhankelijk van de concrete situatie. MLinks kan zich niet direct zo een situatie inbeelden. We zouden het zelf niet doen, maar als er krachten binnen een linkse alliantie zijn , die hier en daar in uitzonderlijke situaties taktische stappen in die richting willen zetten, zouden wij dat geen onoverkomelijk probleem vinden voor het verderzetten van de gesprekken voor een linkse alliantie.

In Gent en Antwerpen denken wij echter dat en dergelijke strategie uitgesloten is, dat zowel SP als Agalev (in Gent vanuit de "oppositie") reeds in grote mate verbrand zijn aan het beleid. Meer nog, een lijst van drie, met een SP-blok, een Agalev-blok en een onafhankelijk blok (een soort Spaga!-bis en ter) is wat ons betreft een politieke flater van formaat die enkel in de kaart van het Vlaams Blok zal spelen en het opbouwen van een echt alternatief op termijn ondermijnt. Het is een soort Gauche Plurielle op zijn Vlaams met in plaats van PS, PCF en Groenen een coalitie van SP, Agalev en Onafhankelijken. SP en Agalev zullen ongetwijfeld alles doen om in een coalitie te stappen en het neo-liberaal afbrakbeleid verder te zetten.

Een gecentraliseerde alliantie of een federatie

Zowel bij Leef, als bij heel wat onafhankelijken leefde het misverstand dat wij die linkse alliantie willen centraliseren om van daaruit te zeggen wat lokaal mag en wat niet mag. Alle historische voorbeelden en de huidige internationale voorbeelden tonen juist aan dat éénheid eerst een periode van samenwerking vereist. De gemeenteraadsverkiezingen leken MLinks daartoe een goede testperiode. Laat ons eerst samen een degelijke campagne voeren en van daaruit zien of een linkse alliantie kan ontwikkelen of niet. Begin samenwerking niet door te overstructureren, door de lat onmiddelijk op het hoogste niveau te leggen, maar biedt integendeel een voldoende open structuur aan die iedere organisatie, iedere individu de nodige vrijheid biedt om op eigen tempo aan de gezamenlijke ervaringen deel te nemen en die gemeenschappelijk te verwerken. Enkel op die manier kan het klimaat van vertrouwen gewekt worden waarover de SAP het heeft in §2 van "Klare wijn".

Uiteraard moeten er een aantal basispricipes zijn waarover we het eens raken. Iedereen, zelfs de meest wereldvreemde boekenwurm kan een eindeloos eisenplatform schrijven. Een radikaal eisenplatform biedt echter niet de minste garantie. Het is trouwens een misvatting om onder een programma uitsluitend een eisenplatform te verstaan. Een programma is in de eerste plaats een gemeenschappelijke analyse, vervolgens een gezamenlijke oriëntatie en tenslotte een gezamenlijk eisenplatforrm. De SP had gedurende decennia socialisme in haar programma staan, telkens weer stapte ze in besturen om maatregelen door te voeren die fundamenteel in strijd waren met haar programma. Het eerste en belangrijkste programmapunt voor de linkse alliantie lijkt ons de totale onafhankelijkheid van de burgerij en haar neo-liberale afbraakpolitiek.

Inhoud en vorm

Heel wat individuen en organisaties beweren niet akkoord te gaan met, of toch bedenkingen te hebben over, de methode die MLinks hanteerde om tot een linkse alliantie te komen. Zelden wordt ons verteld wat we dan wel verkeerd deden. Sommigen beweren dat we eerst met hen hadden moeten praten. Wij hebben er echter voor geopteerd om openlijk de kaarten op tafel te gooien zonder wie of welke organisatie dan ook een speciaal voorrecht toe te kennen. MLinks heeft in het verleden nauw samengewerkt met Debout, Leef, PC en talloze onafhankelijken. Wie hadden we eerst moeten aanspreken? Anderen suggereren dat we beter een aantal onafhankelijken het voorstel hadden laten lanceren om pas later als MLinks naar voor te treden. Wij begrijpen dit soort opmerkingen, maar Mlinks heeft niet de gewoonte om te maneuvreren achter de schermen. We hebben dat nooit gedaan en wensen dat ook in de toekomst niet te doen.

We hebben de vorm, de naam en het programma open gelaten om het debat niet onmiddellijk te domineren. We zijn niet uit op posten of wat dan ook. We denken alleen dat een linkse alliantie de huidige situatie zou kunnen deblokkeren. Dat is in het belang van heel links en dus ook in het belang van iedere component ervan, inclusief MLinks. We willen in geen geval het alleenrecht opeisen over de linkse alliantie, we wensen integendeel de actieve deelname van iedereen en elke organisatie links van SP, PS, Ecolo en Agalev.

PvdA

Een aantal sympathisanten, onafhankelijken en organisaties hadden bezwaar bij sommige organisaties die we hebben aangeschreven. LIT en MdT uitten hun bezwaren tegenover de PC. Vonk tegenover MLinks. Leef en de PC uitten bezwaren tegenover de PvdA. Het is niet de bedoeling van MLinks om rechtsbijstand te verlenen aan al die componenten, het is integendeel onze bedoeling een debat op gang te brengen om een uitweg te vinden uit de patsituatie waarin links, en de arbeiders, zich vandaag bevinden. Wij hebben ervoor gekozen in dit stadium geen enkele component uit te sluiten van de discussie.

MLinks is van oordeel dat het stalinisme als historisch verschijnsel geen kans meer maakt. Dat sluit niet a-priori een tijdelijke, geïsoleerde, heropleving onder specifieke condities uit. De stabiliteit van het stalinisme in de periode voor de val van de muur van Berlijn behoort echter definitief tot het verleden. Vooral in het industriële westen, in de meer geïndustrialiseerde ex-coloniale landen en ook in de meest ontwikkelde ex-stalinistische landen is een herop-leving van het stalinisme als maatschappelijk systeem uitgesloten. Daar waar, in meer landelijke gebieden, uitsluitend op basis van guerilla stalinistische formaties aan de macht zouden kunnen komen is het uitgesloten dat die zich over een langere periode kunnen stabiliseren zonder van karakter te veranderen, meestal door het op een akkoordje te gooien met het imperialisme.

Ofwel zal de PvdA dat inzien en zichzelf hervormen -we denken helaas in reformistische zin - ofwel zal de PvdA ten gevolge van haar vasthouden aan een achterhaalde ideo-logie herleid worden tot een skelet. In de PvdA begint men zich dat stilaan te realiseren. Via allerlei organisatorische maatregelen probeert de leiding het politieke probleem te omzeilen. Dat zal niet lukken.

Intussen trekt de PvdA echter wel een aantal strijdbare arbeiders aan, enerzijds door de inzet van haar militanten, o.a. in Geneeskunde voor het Volk, anderzijds door een doorgedreven organisatorische stiptheid. Het zou een stommiteit zijn die arbeiders af te stoten op basis van het stalinisme en het sectarisme van de PvdA. Wij denken integendeel dat een linkse alliantie hen een perspectief kan bieden waardoor ze zich geleidelijk kunnen bevrijden van het sectarisme en het stalinisme. Dat doe je niet door hen uit te sluiten van deelname aan het debat.

Dit antwoord is een bijdrage en zeker geen afsluiting van de discussie.

Voor Mlinks,

Eric Byl

10 maart 2000

40. Reactie LIT: De gemeenteraadsverkiezingen

De kameraden van Mlinks hebben een oproep tot verschillende linkse organisaties gericht, waaronder de LIT, voor de vorming van een Linkse Alliantie, t.tz. "links van PS-Sp-Ecolo-Agalev", ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen in ons land. Ons standpunt hierover.

Wij zijn in principe niet tegen een alliantie van linkse partijen om gezamelijk lijsten naar voren te brengen tijdens een verkiezing. Tijdens de verkiezingen in Frankrijk waarbij 2 Trotskistische partijen, met name LO en LCR gezamenlijk deel genomen hebben ( en 5 verkozenen in het Europees Parlement hebben) hebben onze kameraden van deLIT in Frankrijk het initiatief ondersteund en opgeroepn om voor deze kandidaten te stemmen. Op het einde van de 80'er jaren, is de Argentijnse sectie van de LIT een electorale alliantie aangegaan (Frente del Pueblo) met de Communistische Partij, ondanks belangrijke meningsverschillen met deze partij, die de dictatuur van Videla ondersteund had.

Maar wij denken dat het initiatief van de kameraden niet datgene is wat onze klasse in België vandaag nodig heeft.

Wij zijn natuurlijk overtuigd van de noodzaak om de werknemers politiek te organiseren, om een eigen partij te vormen, van werknemers om hun klassebelangen te verdedigen, et om te eindigen tot de enige decisieve oplossing, het grijpen van de macht door de arbeidesrklasse in België en in de wereld.

De verkiezingen zijn een goede gelegenheid om in deze richting op te rukken. Men kan er voordeel uit halen als de klemtoon werkelijk gelegd wordt op de nood om een klasse-alternatief aan te bieden. Een alternatief eenvoudigweg " van links", of "linkser dan hetgeen voorheen misschien gediend zou hebben maar vandaag tot niets meer dient", biedt dit alternatief niet. Voor de werknemers zou deze zich eenvoudigweg situeren in de verlenging van de traditionele partijen, zelfs als dit in de verlenging is die hen zou overschrijden door links. De PS/SP is geen partij meer die de belangen van de werknemers verdedigt…laten we dus een beetje meer naar links gaan zoeken. De groenen hebben zich voorgesteld als links van de traditionele partijen, maar sinds ze in de regering zitten, hebben zij enkel desillusies teweeggebracht … laten we dus een beetje meer naar links opschuiven. De poging van Gauches Unies in 1994 is een voorbeeld van een politiek zonder reeël nut voor de werknemers, die hun politiek bewustzijn niet doet toenemen. En wij denken dat de electorale alliantie van Militant met de PC bij de wetgevende verkiezingen van het afgelopen jaar een ander voorbeeld is van een foutieve taktiek.

Daarentegen denken wij dat het initiatief van de lijst DEBOUT voor de Europese verkiezingen precies in de richting ging waar de werknemers juist nood aan hadden. Het komt er hem op aan om een inititiatief uitgaande van onze klasse op het politieke niveau te brengen., deze wil van een voorhoede van werknemers om zich te emanciperen van de bureaucratische voogdij, opgelegd niet enkel door de traditionele partijen maar ook door hun verlengstukken in het syndicaal apparaat. Het komt er hem op aan om een initaitief op het politieke niveau te brengen, dat niet ontstaan is om de demarcaties in de telefoonboeken van de bestaande formaties te trekken, maar dat ontstaan is uit een concrete strijd van de arbeiders te Clabecq en die zich kunnen uitbreiden heeft voor een ganse voorhoede, die er een voorbeeld in ziet. De frontale boycot van de PC t;o.v het initiatief DEBOUT zou een belangrijk element moeten zijn om de intenties van deze partij te evalueren om en "linkse alliantie" voor te stellen.

Ons voorstel bestaat er in om de krachten te bundelen om lessen te trekken uit het initiatief van de lijst DEBOUT, om deze eerste ervaring meer te ontwikkelen, nu in gans het land, om te vechten om ons te kunnen voorstellen, met alle kameraden die vandaag hun krachten en militant potentieel in de BVV verenigen - en misschien andere parallelle initiatieven - om gezamelijke lijsten te kunnen voorstellen, met een programma waarvan de grondslagen samenvallen met deze initiatieven die de voorhoede, die de lijst DEBOUT mogelijk gemaakt heeft, bezield hebben en nog steeds bezielen.

Les élections communales

Les camarades de militant ont adressé un appel à différentes organisations de gauche, don’t la Ligue Internationale des Travailleurs en Belgique, pour la formation d'une "Alliance de gauche", c'est à dire " à gauche de PS-Sp-Ecolo-Agalev", à l'occasion des élections communales dans notre pays. Notre point de vue.

Nous ne sommes pas par principe contre une alliance de partis de gauche pour présenter ensemble des listes dans une élection. Lors des élections en france où deux partis trotskistes, Lutte Ouvrière et La Ligue Communiste Révolutionnaire ont participé ensemble ( et ont obtenu 5 délégués au parlement européen) nos camarades de la LIT en france ont appuyé l'initiative et appelé à voter ses candidats. A la fin des années 80, le parti argentin de la LIT a fait une alliance électorale (Frente del Pueblo) avec le Parti Communiste, en dépit d'importantes divergences avec ce parti, qui avait soutenu la dictature de Videla.

Mais nous pensons que l'initaitive des camarades n'est pas ce don’t a besoin notre classe aujourd'hui en Belgique.

Nous sommes évidemment convaincu de la nécessité pour les travailleurs de s'organiser politiquement, de former un parti propre, de travailleurs, pour défendre leurs intérêts de classe, et arriver à la seule solution réellement décisive, la prise du pouvoir par la classe ouvrière, en Belgique et dans le monde.

Les élections sont une bonne occasion pour avncer dans cette direction. On peut en profiter si l'accent est réellement mis sur le besoin d'offrir une alternative de classe. Une laternative simplement de "gauche", ou "plus à gauche de ce qui avant aurait peut-être servi mais qui aujourd'hui ne sert plus", n'offre pas cette alternative. Pour les travailleurs, elle se situerait simplement dans le prolongement des partis traditionnelsd, même si c'est dans le prolongement qui les déborderait par la gauche. Le PS/SP n'est plus un parti qui défend les intérêts des travailleurs … allons donc chercher un peu plus à gauche. Les écolo se sont présentés comme à gauche des partis traditionnels, mais depuis qu'ils sont au gouvernement, ils ont désillusionné…. Allons donc un peu plus à gauche. La tentative de Gauches Unies en 1994 est un exemple de cette politique sans utilité réelle pour les travailleurs, qui ne fait pas avancer leur conscience ploitique. Et nous pensons que l'alliance électorale de Militant avec le Parti Communiste aux élections législatives de l'année passée est un autre exemple de cette tactique erronée.

Par contre, nous pensons que l'initiative de la liste DEBOUT pour les élections européennes allait précisément dans le sens de ce don’t les travailleurs ont besoin. Il s'agit d'éléver au plan politique une initaitive issue de notre classe, cette volonté d'une avnt-garde de travilleurs de s'émanciper de la tutelle bureaucratique imposé non seulement par les partis traditionnels mais aussi par leurs prolongements dans l'appareil syndical. Il s'agit d'éléver au paln politique une initiative qui n'est pas née de tracer des démarcations dans l'annuaire des formations existantes, mais qui est née d'une lutte concrète des travailleurs à Clabecq et qui a pu s'élargir à toute une avant-garde qui y voit un exemple. Le boycott frontal du parti Communiste contre l'initiative DEBOUT devrait d'ailleurs être un élément important pour évaluer les intentions de ce parti de présenter une "allinace de gauche".

Notre proposition est d'unir les forces pour tirer les leçons de l'initiative de la liste DEBOUT, pour développer d'avantage cette première expérience, maintent dans tout le pays, et de se battre pour pouvoir présenter, avec tous les camarades qui aujourd'hui unissent leurs forces et leur potentiel militant dans le Mouvement pour le Renouveau Syndical - et peut-être d'autres initaitives parallèlesz -pour présenter des listes ensemble, avec un programme don’t les bases se confondent avec celles qui ont animé et continuent à animer l'avant-garde qui a fait possible la liste DEBOUT.

 

42. Reactie Mouvement des Travailleurs

14 februari 2000

Ter attentie van F. Bliki (kopie aan Guy Van Sinoy en Jean Peltier)

Beste kameraden,

Wij hebben uw oproep voor een Linkse Alliantie in het zicht van de volgende gemeenteraadsverkiezingen goed ontvangen onder de vorm van een omzendbrief waarvan vermeld staat dat hij aan de MDt geadresseerd is. Wij willen er in enkele punten een antwoord op formuleren.

1) Uw oproep richt zich tot verschillende organisaties, maar het is duidelijk dat er een organisatie is die een bijzondere laats inneemt, met name de PC op wiens lijsten verschillende van Uw leden aanwezig waren tijdens de verekiezingen van juni 99. U weet echter dat de PC de steun genoten heeft van 3 PS afgevaardigden waardoor de Pc de mogelijkheid geboden werd lijsten neer te leggen bij de Europese verkiezingen, op dezelfde datum, waardoor de wettelijke 5000 handtekeningen niet moesten verzameld worden. Van de kant van deze afgevaardigden gaat het hier niet om een daad van disciplineloosheid omdat de beslissing om deze steun aan de PC toe te kennen werden genomen tijdens een veregadering van het PS-bureau. Men heeft het recht om zich af te vragen waarom de leiding van de PS het nuttig geacht heeft om zo de PC te reanimeren.

Jean-Claude Raillon, kopman van de PC-lijst te Charleroi bij de laatste wetgevende verkiezingen gaf reeds een deel van het antwoorden door het volgende te verklaren:" Wij hebben geen belang bij het verzwakken van de PS. Wij moeten links versterken door ons te richten naar zij, die sinds jaren ploitiek afgehaakt hebben" (Le Matin 16/2/99). Waarom hebben deze kiezers afgehaakt, tenzij omwille van de plotiek die gevoerd werd door de leiding van PS en SP, die men volgens de verantwoordelijke niet mocht verzwakken?

2) Uw oproep geeft op dit ogenblik geen enkele indicatie naar de politieke objectieven die men zou wensen neer te leggen bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen maar geeft daarentegen als voorbeeld "partijen of allianties links van de sociaal-democratie en de groenen" in Europa , die aanzienlijke verkiesresultaten behaalden. In uw ogen zijn deze voorbeelden blijkbaar referenties. Bovendien lijkt het ons belangrijk om deze voorbeelden te analyseren - op basis van de feiten en niet op basis van het discours- te beginnen met drie gevallen , die aangehaald werden als voorbeelden en die wij niet kiezen louter omwille van het toeval maar in functie van hun politiek belang bij de eerste twee gevallen en bij het derde geval omwille van het feit dat dit sterk gemediatiseerd werd.

a) Communistische Herstichting in Italië. Desondanks moet men vaststellen dat deze organisatie zijn parlementaire steun gegeven heeft bij de installatie van de regering Prodi, die aan de basis zal liggen van het algehele offensief ter ointwrichting van de sociale veroveringen in Italië om op die manier de toegang van Italië tot de Euro toe te laten. In november 1997 na hevig tekeer te zijn gegaan tegen de begroting, stemden de verkozenen van Communistische Herstichting deze wetten. AFP rapporteerde dit toentertijd als volgt " de bijzonder strenge financiënwet (…). Het objectief blijft om streng de uitgaven onder controle te houden om op die manier de openbare schuld te herleiden tot 2.8% van het BBP en om zo aan Italië toe te laten om vanaf 1 januari 1999 deel te nemen aan de eenheidsmunt." Gewis en zeker, sindsdien is Communistsiche Herstichting uiteengebarsten ( zijn twee vleugels kaderen zich nog steeds in het respect voor het verdrag van Maastricht), maar het blijft een feit dat deze organisatie zijnn parlementaire steun gegeven heeft op een moment waarop deze absoluut noodzakelijk was om dit anti-sociale offensief zonder weerga te kunnen lanceren.

b) Izquierda Unida in Spanje. Er zijn vele zaken te zeggen over wat de politiek van deze organisatie gedurende de laatste jaren was, maar de huidige toestand laat ons toe om de zaak te resumeren tot een enkel feit:" De Spaanse socialisten en de coalitie van Verenigd Links ( UI, gedomineerd door de communisten) hebben maandag een voor-akkoord afgesloten met het zicht op een alliantie (…). Marathon-voorbesprekingen hebben toeglaten om de grote lijnen bekend te maken van een gemeenschappelijk politiek programma dat , in de veronderstelling van een overwinning van de linkerzijde, zal uitmonden in de vorming van een regering onder het premierschap van Joaquin Almunia, leider van de PSOE." (La Libre Belgique, 1 februari 2000). Moet men hier nog aan toevoegen dat dit programma zich onder de strengste respect voor de convergentiecriteria van het verdrag van Maastricht inschrijft?

c) De lijst LO-LCR in Frankrijk. Frankrijk is bijzonder doordat de regering (La Gauche plurielle) is samengesteld uit verschillende socialistische tendenzen (PS en de Mouvement des citoyens), de PCF en de groenen. Net zoals elders - en dikwijls meer dan elders - schrijft deze regering zich ook in in de directieven van de EU (privatiseringen van de openbare diensten, dereglementering, e.a ...) Een van de instrumenten van het anti-sociale offensief van de regering is de wet Aubry , bekend als de "35-urenwet". In werkelijkheid is deze wet een ontwrichtingsoperatie van het arbeidscontract, van de vermindering van de lonen en van de bijdragen aan de SZ, van het op jaar basis stellen van de arbeidstijd, en van het in vraagstellen van de syndicale afvaardiging in de bedrijven ( hoewel zij in de tijd als voorbeeld werd gesteld door de PC en de SAP). In september 99, werd de regering Jospin geconfronteerd met een dubbel probleem. Enerzijds, de tweede wet Aubry goedkeuren, die verworpen werd door een stijgend aantal syndicalisten, met name van de CGT. Anderzijdss , de aankondiging van 10% van de werknemers bij Michelin. De PCF besliste toentertijd om een nationale manifestatie te organiseren op 16 oktober 99 te Parijs. De Europese verkozenen van LO (Laguiller) en LCR (Krivine) besloten om er aan deel te nemen. Le Soir (18/10/99) maakte er de balans van onder de titel " 'Parade-Links' tegen de werkloosheid , maar niet tegen Lionel Jospin". Le Soir gaf het volgende commentaar:" In deze optocht voor werk, was het minder t.o.v de regering dan t.o.v het patronaat dat men fulmineerde.(…) Ziedaar goed nieuws voor de Franse socialisten (…) Communisten, aanhangers van Chevènement en groenen marcheerden hand in hand met de trotskisten van Laguiller en Krivine: dit (…) kon de meerderheid in wanorde brengen. Stel U eens een ogenblik voor dat dit 'Parade-Links' Matignon aangevallen had! Er was niet meer nodig om de coalitie te doen beven op haar grondvesten." Drie dagen later, stemde de meerderheid "Gauche plurielle " de tweede wet Aubry. De betoging ondersteund door Laguiller-Krivine had dus gediend om het ongenoegen te kanaliseren om zo de regering beter te ondersteunen. Waartoe dienen verkozenen (bovendien in een Europees "parlement" dat geen enkele tastbare macht heeft) die zich inschrijven in zo'n operatie.

d) Deze drie voorbeelden lijken ons duidelijk te illustreren wat de praktische toepassing van de politiek die bekend staat als de "Derde weg" en gelanceerd werd door Clinton en Blair, inhoudt. Zij bestaat erin om de plannen van sociale achteruitgang te laten doorgaan en tegelijkertijd de risico's van de confrontatie met de vakbonden te verkleinen en om op directe wijze (zijnde via de regering) of op indirecte wijze (door parlementaire steun) de partijen van "officieel links" (PS en PC) te laten deelnemen aan de macht en om hun te beschermen door op hun "linkerzijde" (links van links, zoals men vaak zegt) een opposite te construeren die het gezamelijke kader respecteert (rol die de lijst LO-LCr in Frankrijk speelt en waarvan de PS-)leiding wenst dat ze gespeeld wordt door de PC in België, dat is de reden waarom de PC gereanimeerd werd).

Wat ons betreft, wij hebben niet "Mouvement de défense des travailleurs" gecreërdom ons in te schakelen in een apparaat ter verdediging van de instituties en de EU. Wij hebben natuurlijk het diepste respect en het grootste verlangen tot eenheid met alle arbeidersmilitanten, wat ook hun politieke achtergrond weze (socialistisch, communistisch, …) en die werkelijk hun klasse willen helpen om haar veroveringen en haar rechten te verdedigen. Wij denken dat dit slechts kan gerealiseerd worden in volledige onafhankelijkheid van de regeringen en de partijen die haar samenstellen, net zoals de instituties van de EU.

Daarentegn, de politieke krachten waarvan wij zojuist hun houding onderzocht hebben en die U als voorbeeld aanhaalt, situeren zich in hun acties in het kader van de convergentiecriteria voor de Euro, die het resultaat zijn van het verdrag van Maastricht. Wij stellen vast dat uw oproep op dit punt doof is terwijl daarentegn elke arbeidersmilitant goed ziet dat dit verdrag aan de basis ligt vannde algehele golf van dereglementeringen die uitmondt in het breken van de werkgelegenheid en de sociale rechten in België.

3) Uw oproep omschrijft de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000 als " de belangrijkste politieke gebeurtenis van het jaar", hetgeen ons tamelijk verbazingwekkend schijnt. Wat ons betreft, lijkt ons het" belangrijkste politieke evenement van het jaar " de opkomst zijnde aanval van de regering tegen de sociale zekerheid, de openbare diensten, het arbeidscontract, de democratische vrijheden. Wij ondersteunen bijvoorbeeld de oproep gelanceerd door syndicalisten en geadresseerd aan de nationale instanties van ABVV en ACV opdat zij een nationale campagne zouden organiseren ter verdeging van de besturen en de openbare diensten et het statuut van het openbaar ambt." Wij zijn voor de meest brede eenheid rond dit objectief en het is het kader van het praktische gevecht dat men de initiatieven kan beoordelen die moeten genomen worden met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen en ook met wie deze initiatieven moeten genomen worden.

4) Deze meest brede eenheid in het dagelijske gevecht voor de verdediging van de sociale rechten, van de SZ, van de openbare diensten, gaat alle militanten van de arbeidswereld aan qie willen ageren tegen de regeringspolitiek, met inbegrip van de syndicale militanten, geaffilieerd aan de PS en die nochtans meegegaan zijn in het in conflict treden met "hun" ministers. Of Uw oproep wil zich enkel richten tot de krachten, die zich zelf uitroepen of die U beschouwt als "links van PS en Ecolo" om UW zinssnede te hernemen. Ttz. Dat Uw oproep zich richt aan iedereen behalve aan de socialistische werknemers die nog altijd de meerdereheid van de georganiseerde werknemers vormen. Als de bourgeoisie er als aan gedaan heeft om de PS en de SP aan de macht te houden, ondanks het verlies van 34% van hun kiezers sinds 1987, dan is dit omdat de leiding van deze partijen de sleutel is van het anti-sociale offensief. Omwille van historische redenen heeft zij een bevoorrechte band met het ABVV. Wij denken dat een arbeiders eenheidsfront zich moet richten aan alle socialistische werknemers om hun te helpen een regering te bevechten waarin "hun" ministers zetelen, om hun te helpen om de onafhankelijkheid van het ABVV op te leggen t.o.v de regering (zonder de plaats van het ACV te onderschatten, die noichtans niet identisch is). Wij vinden deze bezorgdheid niet terug in uw oproep waarvan de methode eerder schijnt te zijn om niet te gaan jagen om de gronden van de SP en de PS. Dit komt neer om de "ontevredenen" te willen organiseren, die niet meer in de SP en de PS zijn en zij die er nog altijd zijn te isoleren hetgeen uiteindelijk slechts de leidingen van PS en SP kan helpen om hun greep op de arbeidersbasis ( en syndicale basis) van hun partijen te behouden. Wij zien niet in hoe de hypothetische verschijning van een electorale kracht , die als voorbeld de ergste politieken in Europa stelt ( omdat zij de meest huichelachtige zijn) deze werknemers en militanten zou kunnen helpen om een uitweg te vinden tegen de huidige politiek, tegen dewelke zij willen weerstand bieden.

Omwille van het gehel van redenen uitengezet in deze brief, heeft het leidinggevend comité van MDT, dat bijeengekomen is op 11 februari, beslist dat onze beweging zich niet kan scharen achter uw oproep omdat deze in tegenspraak is met de basisprincipoes waarop onze beweging gegrondvest is.

Beste kameraden, hierbij onze broederlijke groeten

Voor de MDT

Philippe Larsimont

Rue Defrécheux, 115, 4040 Herstal

Mouvement de défense des travailleurs - MDT

Militant

BP 2

9000 Gand 21

 

Le 14 février 2000

 

A l'attention de F. Bliki (copie à Guy van Sinoy et Jean Peltier)

Chers camarades,

Nous avons bien reçu votre "appel à la formation d'une Alliance de Gauche" en vue des prochaines élections communales, sous la forme d'une lettre circulaire mentionnant qu'il est notamment adressé au MDT. Nous souhaitons y répondre en quelques points.

1) Votre appel s'adresse à différentes organisations , mais il est évident qu'il en est une qui occupe une place particulière, c'est le PC sur les listes duquel certains de vos membres étaient présents lors des élections législatives de juin 99. Vous n'ignorez pas que le PC a bénéficié de l'appui de trois députés PS qui lui ont ainsi permis de déposer des listes aux élections européennes, à cette même date, sans devoir réunir les 5.000 signatures légalisées nécessaires. Il ne s'agit pas de la part de ces députés d'un acte d'indiscipline puisque la décision d'accorder ce soutien au PC a été prise lors d'une réunion du bureau du PS. On est en droit de se demander pourquoi la direction du PS a jugé utile de ranimer ainsi le PC.

Jean-Claude Raillon, tête de liste du PC à Charleroi aux dernières élections législatives donnait un élément de réponse en déclarant: " Nous n'avons pas intérêt à affaiblir le PS. Nous devons renforcer la gauche en nous adressant à ceux qui se sont déconstruits politiquement depuis des années" (Le Matin 16/2/99). Pourqoui ces électeurs se sont-ils "deconstruits", sinon à cause de la politique de la direction du PS et du SP qu'il ne faudrait pas affaiblir selon ce responsible du PC?

2) Votre appel ne donne à ce stade aucune indication sur les objectifs politiques des listes qu'il souhaiterait voir déposer aux prochaines élections communales mais donne par contre en exemple "des partis ou des alliances à gauche de la social-démocratie et des verts" en Europe engrangeant "des résultats électoraux appréciables". Ces exemples sont visiblement des "références" à vos yeux. Aussi, il nous parait important de les analyser - sur base des faits et non pas des discours - à partir de trois cas repris dans ces "exemples" que nous ne choisissons pas au hasard mais en fonction de leur poids politique pour les deux premiers et du fait qu'il a été fortement médiatisé pour le troisième.

a) Refondation Communiste en Italie. Force est de constater que cette organisation a apporté son soutien parlementaire à la mise en place du gouvernement Prodi qui aura été à la base de toute l'offensive de dislocation des conquêtes sociales en Italie afin de permettre l'entrée de celle-ci dans l'euro. En novembre 1997 après avoir fait des déclarations incendiaires contre le budget, les élus de Refondation communiste votaient, comme le rapportait l'AFP à l'époque, " la loi de finances particulièrement rigoureuse(..). L'objectief demeure de contenir strictement les dépenses afin de réduire le décit public à 2.8% du PIB et permettre ainsi à l'Italie de particper, dès le 1er janvier 1999, à la monnaie unique". Certes, depuis, Refondation communiste a explosé (ses deux composantes continuant d'ailleurs à se situer dans le cadre du respect du traité de Maastricht), mais il n'en reste pas moins que cette organisation a offert son appui parlementaire au moment où celui-ci était indispensable pour que puisse être lancée cette offensive antisociale sans précédent.

b) Izquierda Unida en Espagne. Il y aurait beaucoup de choses à dire de ce qu'a été la politique de cette organisation ces dernièeres années, mais l'actualité nous permet de résumer la question par un seul fait: "Les socialistes espagnols et la coaltion de la Gauche Unie (UI, dominée par les communistes) ont conclu lundi un accord-cadre en vue d'une alliance (…). Des pourparlers-marathon ont permis de dégager les grandes lignes d'un programme politique commun, qui dans l'hypothèse d'une victoire de la gauche, débouchera sur la formation d'un gouvernement sous la présidence de Joaquin Almunia, chef du PSOE." (La Libre Belgique, 1er février 2000). Faut-il ajouter que ce programme s'inscrit dans le strict respect des critères de convergence du traité de Maastricht?

c) La Liste LO-LCR en France. La France a la particularité d'avoir au pouvoir un gouvernement de la "gauche plurielle" composé de différentes tendances socialistes (PS et Mouvement des citoyens), du PCF et des verts. Comme ailleurs -et parfois plus qu'ailleurs- ce gouvernement inscrit son action dans les directives de l'Union européenne (privatisations des services publics, déréglementation, etc.). Un des instruments de l'offensive antisociale du gouvernement est la loi Aubry dite "des 35 heures". En réalité, cette loi est une entreprise de dislocation du contrat de travail, de diminution des salaires et des cotisations à la sécu, d'annualisation du temps de travail et de remise en cause de la représentation syndicale dans les entreprises ( bien qu'elle ait été en son temps donnée en exemple pour la Belgique par le PC et le POS). En septembre 99, le gouvernement Jospin se trouve confronté à un double problème. D'une aprt, faire passer la deuxième loi Aubry rejetée par un nombre croissant de syndicalistes, notamment de la CGT. D'autre part, l'annonce de la suppression de 10% des effectifs de Michelin. Le PCF décide alors de convoquer une manifestation nationale le 16 octobre '99 à Paris. Les élus européens de LO (Laguiller) et LCR (Krivine) décident d'y particper. Le Soir (18/10/99) en fait le compte-rendu sous le titre "Une 'gauche parade' contre le chômage, pas contre Lionel Jospin."(..) En voilà une bonne nouvelle pour les socialistes français! (..) Communistes, chévénementistes et Verts marchant main dans la main avec les trotskystes Laguiller et Krivine: cela risquait (..) de faire désordre la majorité. Imaginez un seul instant que cette "gauche-parade" s'en soit prise à Matignon! Il n'en aurait pas fallu davantage pour faire trembler la coalition sur ses bases". Trois jours plus tard, la majorité "gauche plurielle" vote la deuxième loi Aubry. La manifestation soutenue par Laguiller-Krivine a donc servi à canaliser le mécontentement pour mieux soutenir le gouvernement. A quoi servent des élus ( de surcroît dans un "parlement européen qui n'a aucun pouvoir réel) qui s'insèrent dans une telle opération?

d) Ces trois exemples nous paraissent illustrer la mise en appliquation pratique de la politique dite de la "troisième voie" lancée par Clinton et Blair. Elle consiste, pour faire passer les plans de recul social en diminuant les risques de confrontation avec les yndicats, à faire particper au pouvoir, directement (en étant au gouvernement) ou indirectement (par un soutien parlementaire), les partis de la "gauche officielle" (PS et PC), et à les protéger en constituant sur "leur gauche" ( à la " gauche de la gauche" dit-on parfois) une opposition qui respecte ce cadre d'ensemble (rôle que joue la liste LO-LCR en france et que la direction du PS veut voir jouer au PC en Belgique, raison pur laquelle elle l'a ranimé).

Pour notre part, nous n'avons pas créé le Mouvement de défense des travailleurs pour nous inscrire dans un tel dispositif de protection des institutions et de l'Union européenne. Nous avons bien entendu le plus profond respect et le plus grand désir d'unité avec tous les militants ouvriers , quelle que soit leur origine ploitique (socialiste, communiste, etc.) qui veulent vraiment aider leur classe à défendre ses conquêtes et ses droits. Nous pensons que cela ne peut se faire qu'en toute indépendance des gouvernements et des partis qui les composent, comme des institutions de l'Union européenne.

A l'inverse, les forces plotiques don’t nous venons d'examiner le comportement pratique et que vous donnez en exemple, situent leur action dans le cadre des critères de convergence pour l'euro résultant du traité de Maastricht. Nous constatons que votre appel est muet sur ce point alors que tout militant ouvrier voit bien que ce traité est à la source de toute vague de déréglementation qui about it à casser l'emploi et les droits sociaux en Belgique.

3) Votre appel qualifie les élections communales d'octobre 2000 de "principal événement politique de l'année", ce qui nous paraît assez étonnant. Il nous semble quant à nous que le "principal événement politique de l'année", c'est l'attaque en cours du gouvernement contre la sécurité sociale, les services publics, le contrat de travail, les libertés démocratiques. Pour notre part, nous osutenons par exmple un appel lancé par les syndicalistes et adressé aux instances nationales de la FGTB et de la CSC "pour qu'ils organisent une Campagne nationale en défense des administrations et services publics et du statut de la fonction publique". Nous sommes pour l'unité la plus large sur cet objectif et c'est dans le cadre de ce combat pratique que l'on peut apprécier les initaitives à prendre en rapport avec les élections communales, et avec qui les prendre.

4) Cette unité la plus large dans le combat quotidien pour la défense des dropits sociaux, de la sécu, des services publics, concerne tous les milita,nts du monde du travail qui veulent agir contre la politique du gouvernement, y compris les militants syndicaux affiliés au PS et qui pourtant sont amenés à entrer en conflit avec "leurs" ministres. Or votre appel veut s'adresser exclusivement aux forces qui s'auto-proclament ou que vous considérez " à la gauche du PS et d'Ecolo" pour reprendre votre expression; c'est-à-dire qu'il s'adresse à tout le monde sauf aux travailleurs socilaistes qui forment encore la majorité des travailleurs organisés. Si la bourgeoisie a tout fait pour maintenir au pouvoir le PS et le SP, en dépit de la perte de 34% de leurs électeurs depuis 1987, c'est parce que la direction de ces partis est la clé de l'offensive antisociale. Cela parce que pour des raisons historiques , elle a un lien priviligié avec la FGTB. Nous pensons qu'une politique de front unique ouvrier doit s'adresser à tous les travailleurs socialistes pour les aider à combattre un gouvernement où siègent "leurs" ministres, pour les aider à imposer l'indépendence de la FGTB vis-à-vis du gouvernement (sans sous-estimer la place du CSC qui n'est cependant pas identique). Nous ne retrouvons pas cette préocupation dans votre appel don’t la méthode semble être de ne surtout pas "aller chasser sur les terres" du Ps et du SP. Cela revient à vouloir organiser les "mécontents" qui ne sont plus au PS ou au SP en les isolant de ceux qui y sont toujours, ce qui finalement ne peut qu'aider les directions du PS et du SP à maintenir leur emprise sur la base ouvrière ( et syndicaliste) de leurs partis. Nous ne voyons pas en quoi l'apparition hypothétique d'une force électorale donnant en exemple les pires politiques (parce que les plus sournoises) d'Europe pourrait aider ces travailleurs et militants à trouver une issue contre la politique actuelle à laquelle ils veulent résister.

Pour l'ensemble des raisons exposées dans cette lettre, le comité directeur du MDT réuni ce 11 février, a décidé que notre mouvement ne peut se rallier à votre appel parce qu'il est en contradiction avec les principes de base sur lesquels notre mouvement s'est constitué.

Recevez, chers camarades, nos salutations fraternelles.

 

Pour le MDT

Philippe Larsimont

Rue Defrécheux, 115, 4040 Herstal

Hosted by www.Geocities.ws

1