Er zijn een hele hoop herstructureringen gepland in de auto-industrie. Er is wereldwijd reeds een overproductiecapaciteit van 21 miljoen wagens, in '99 wordt voorzien dat er een overproductiecapaciteit van 27 miljoen wagens zal zijn. Omwille van deze o verproductiecapaciteit zijn de constructeurs verplicht om de onderlinge concurrentie nog te vergroten: om hun wagens nog verkocht te krijgen moeten ze zo goedkoop mogelijk zijn, dus moeten er in het productieproces zo veel mogelijk bespaard worden.
Dit gebeurd door steeds verdere automatisering, die er voor moet zorgen dat steeds minder arbeiders nodig zijn om nog meer auto's te maken, door het arbeidsritme de hoogte in te drijven en flexibelere werkuren in te voeren, die er voor zorgen dat de capaciteit van de fabriek ten vollen benut wordt. Ook bij de toeleveranciers moet er op hun beurt ook drastisch bespaard worden; de stukken moeten zo weinig mogelijk kosten. De enige manier om dit te kunnen bereiken is weer door ook in deze bedrijven meer flexibiliteit,... in te voeren. Al deze maatregelen brengen dan wel lagere productiekosten te weeg, maar zorgen tegelijkertijd voor een nog hogere productiecapaciteit.
Op de koop toe is het voor de constructeurs goedkoper om nieuwe fabrieken te openen dan om te investeren in de bestaande fabrieken. Zo kwam het voor Renault goedkoper uit om de fabriek in Vilvoorde te sluiten en enkele nieuwe te openen in Brazilië en Rusland, dan om te investeren in Vilvoorde. In andere fabrieken krijgen de arbeiders te horen dat ze voor de keuze staan: massale inleveringen slikken of op straat gezet worden.
Dit alles heeft ook als gevolg dat de grote merken beter in staat zijn om de investeringen te doen die nodig zijn om de kosten naar beneden te brengen, de kleinere worden in versneld tempo door hen opgeslorpt. Na Volvo, dat door Ford is overgenomen, hebben ook merken als BMW en Honda te kennen gegeven dat ze open staan voor gesprekken voor eventuele overnames. Deze gaan natuurlijk met enorme besparingen gepaard, zo zouden geïnteresseerden in BMW eisen dat de fabriek van Rover (in handen van BMW) in Longbridge gesloten moet worden, wat een verlies van meer dan 50.000 banen zou betekenen!
Al die overproductiecapaciteit en automatisering zou er net voor moeten zorgen dat het werk voor de arbeiders aangenamer wordt: het lastigere werk overgenomen door de machines, een serieuze arbeidsduurvermindering en werktijden aangepast aan de persoonlijke situaties van de arbeiders, maar hier valt voor de patroons natuurlijk geen winst uit te halen. Het is de taak van de vakbondsleiding om dit alles af te dwingen, maar helaas stapt de vakbondstop volledig mee in de logica die het kapitalistische systeem met zich meebrengt en helpt ze zelfs mee met het protest van haar eigen basis tegen de politiek van de patroons te onderdrukken. Als de delegees en de vakbondsmilitanten willen vermijden dat er ook in België massale afdankingen volgen, zullen ze hiertegen moeten protesteren binnen de vakbonden. Om hen in deze strijd te verenigen heeft de delegatie van de Forges de Clabecq de Beweging voor VakbondsVernieuwing opgericht door arbeiders uit zowel ABVV als ACV. Eenheid van alle arbeiders uit de auto-industrie, uit de verschillende fabrieken en uit de verschillende vakbonden is een noodzaak om de logica van besparingen door de bazen te breken.