Op 12 januari werden de beurzen voor de zoveelste keer in de voorbije achttien maanden opgeschrikt door slecht nieuws. In de golf van muntdevaluaties van "groei"-markten was het ditmaal de beurt aan Brazilië om de waarde van haar munt te laten dalen. Een korte maar hevige paniek op de beurzen werd op enkele dagen goedgemaakt door een tegenbeweging die de beurzen terugstuwde naar hun euforische hoogten.
De analyse van De Morgen was typerend voor de Belgische pers : «de wet van Murphy heeft weer toegeslagen, en ditmaal danste hij de samba». We hoeven ons dus geen zorgen te maken, meer dan een beetje malchance is het niet. Maar het moet gezegd dat «de wet van Murphy» dan toch wel bijzonder systematisch te werk gaat: na Thailand, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen, Zuid-Korea, Japan en Rusland belandt nu ook Brazilië in een crisis. En China staat al te wachten om het rijtje te vervoegen. Zowat alle «groei-markten» zijn in recessie (hun economie is al meer dan een half jaar aan het inkrimpen). De economische crisis die 18 maanden geleden in Zuid-Oost Azië is uitgebroken, slaat in steeds grotere delen van de wereld toe.
De problemen in Brazilië zijn niet nieuw. In 1998 kromp de economie reeds met 0,5%. Na jaren van zeer hoge inflatie (waarbij de real, de nationale munt, aan waarde verliest t.o.v. andere munten zoals de dollar, met als gevolg enorme prijsstijgingen), stelde de regering Cardosa alles in het werk om de waarde van de real te koppelen aan de dollar. De maatregelen die hiervoor nodig waren, ondermijnden echter tegelijkertijd de economie. Zware besparingsplannen (ter waarde van 650 miljard BF in 1998) en privatiseringen van overheidsdiensten lieten weinig meer dan een skelet van openbare diensten en sociale zekerheid recht. De bevolking werd in de armoede gedumpt (met een record aantal werklozen) en kon de geproduceerde goederen niet meer kopen, of in de woorden van burgerlijke economen: "de binnenlandse koopkracht verminderde sterk". Bovendien gaf de koppeling van de real aan de dollar de munt op de internationale markten wel een vaste waarde, maar werden de gewone Brazilianen nog steeds geconfronteerd met een «sluipende inflatie» die de prijzen de pan uit deed rijzen. Wat de Braziliaanse goederen duur maakte in export en buitenlandse goederen aantrekkelijk maakte om in te voeren.
Met het uitbreken van de crisis in Zuid-Oost Azië werden de Braziliaanse problemen versterkt. Door de devaluaties werden de producten uit die regio nog goedkoper, terwijl de Braziliaanse uitvoer weer duurder werd. Bovendien is de economie van Brazilië en heel Latijns-Amerika sterk gericht op de uitvoer van grondstoffen (bijna 50% van de uitvoer). Het inkrimpen van de economieën in Zuid-Oost Azië maakte dat er minder vraag was naar grondstoffen en dat die prijzen dus daalden.
Dit alles leidde tot een situatie waar kapitalisten minder beleggingen deden in de Braziliaanse economie (omdat ze dachten dat de real overschat werd in waarde, waardoor hun beleggingen in real in realiteit minder waard zouden zijn dan wat ze ervoor moesten betalen). Om toch nog aan geld te raken, was de Braziliaanse regering verplicht haar interestvoeten tot waanzinnige hoogten (45% tot 50%) op te drijven. Een hoge interest betekent hoge winst voor een kapitalist die geld leent aan de Braziliaanse overheid,... Iets wat de Braziliaanse regering, met een overheidsschuld van meer dan 12.000 miljard BF, zich niet kon permitteren: zij moet immers ook die hoge interest betalen op haar eigen schulden. Het eindigde ermee dat een van de deelstaten aan de Braziliaanse regering meedeelde niet langer zijn schuld te kunnen afbetalen, waardoor kapitaal massaal het land uitvluchtte naar veiliger oorden. De regering was gedwongen de koppeling aan de dollar los te laten en even later de real te laten vlotten (waardoor hij na twee weken al 30% in waarde was gedaald). Ze hoopte zo de interestvoeten naar beneden te halen waardoor haar schulden weer betaalbaar(der) zouden worden. Helaas, de ontkoppeling van de real werd eerder gezien als een teken van zwakte, kapitaal vlucht nog steeds het land uit a rato van 20.000 miljard BF per dag. De interestvoeten dalen dan ook niet echt. Terwijl de beurzen volop profiteren van de «koopjes» die momenteel te doen zijn (door de lage waardering van de real) en dus «floreren», zijn in realiteit de problemen enkel nog versterkt. De bevolking van Brazilië betaalt voor een derde keer het gelag: na besparingen op haar kosten en stijgende prijzen, wordt ze nu uitbetaald in een waardeloze munt tijdens een economische crisis die miljoenen jobs gaat eisen. De speculanten blazen ondertussen hun zeepbel van overgewaardeerde beurswaarden lustig verder op, niet gehinderd door wat er in de echte wereld aan de gang is. Maar de recessie in Brazilië is een zoveelste teken aan de wand dat de zeepbel op springen staat en dat ook de kapitalisten in de komende maanden een weinig zachte landing op de grond zullen maken.
Hebben de problemen in Brazilië gevolgen voor de rest van de wereld? Brazilië is de grootste economie van Latijns-Amerika (43% van de economie van het continent), nummer 8 in de wereld. Chili, met een zwaar op export van grondstoffen gerichte economie, raakte vorig jaar al in de problemen. De speculanten hebben al een aanval gelanceerd op de Argentijnse munt, een devaluatie kan ook daar niet lang meer uitblijven. Het verdict van vooraanstaande economen als Gavyn Davies is duidelijk: "wij staan voor een zware recessie in heel Latijns-Amerika - met een daling van de productie van 4 à 5% - en de VS zal in de klappen delen". Latijns-Amerika was de snelst groeiende goederenmarkt voor de VS - zo'n 20% van de VS-export. De crisis in Zuid-Oost Azië veroorzaakte al een recessie in de industriële productie van de VS en het is duidelijk dat de crisis in Latijns-Amerika deze recessie nog zullen versterken. De dollar, die de voorbije maanden al voortdurend aan waarde verloor, zal nog verder dalen. Een zwakke dollar betekent dat speculanten een "veiliger" belegging zoeken in een sterke euro, wat de concurrentiepositie van Europa verzwakt en de Europese export in gevaar brengt. Bovendien hebben Amerikaanse (zo'n 2.500 miljard BF) maar vooral Europese banken (5.300 miljard BF aan leningen) zwaar geïnvesteerd in Latijns-Amerika, geld dat ze bij deze wel als verloren kunnen beschouwen. De crisis in Brazilië brengt ook Europa weer een stap dichter bij een wereldrecessie.
De kloof tussen rijk en arm is nu de grootste in heel Latijns-Amerika
* volgens officiële cijfers soeperen de 10% rijksten 47% van de rijkdom van het land op, terwijl de 10% armsten het moeten doen met minder dan 1% van het totale inkomen.
* 70% van de bevolking leeft van een inkomen van minder dan 7000 BF/maand, terwijl de topambtenaren onder de regering Cordosa kunnen rekenen op een mandloon van 1,2 miljoen BF
* slechts één op vijf van de arme kinderen in Brazilië kan lager onderwijs genieten
* de levensverwachting in Brazilië is het laagst voor het hele continent
* de regering heeft nog eens besparingen aangekondigd van 35miljard BF in de gezondheidszorg en 2,3 miljard in het onderwijs
De gevolgen van de crisis in Zuid-Oost Azië voor de gewone bevolking worden nu in volle omvang duidelijk: in Indonesië is het aantal armen van 24 miljoen naar 42 miljoen gestegen. De werkloosheid in de hele regio verveelvoudigde. Het is duidelijk dat de kapitalisten trachten de rekening voor de crisis op de bevolking af te schuiven.