De Militant sprak met een kerkbezetter in Gent. We vroegen hem waarom hij gevlucht was.
"Ik had een erg kleine boerderij in Kenya. Ik kon er amper van overleven, want ik kon niet meer land kopen. Tijdens de kolonisatie hadden de Britten al ons land afgepakt en na de onafhankelijk in 1963 hebben ze het ons niet teruggegeven maar verkocht aan de meest biedenden. De rijken konden zich land veroorloven, maar voor ons veranderde er weinig. Ik slaagde erin een klein stuk land (van 6 are) te kopen in het Molo-district, waar verschillende stammen samenleven. Dit gebied is echter dicht bij het grondgebied van de Kalenjini-stam van president Daniel Arap Moi. De leiders van die stam proberen zoveel mogelijk grond te verwerven. Daarvoor kopen ze stukken op, maar meestal gaan ze brutaler te werk en verplichten ze mensen om weg te gaan. Hele dorpen worden uitgebrand en uitgemoord. In sommige dorpen worden alle mannen vermoord, omdat zij als kleine boeren wat grond bezitten. Als je je daartegen verzet proberen agenten van Moi je te elimineren. Zo vluchtte m'n broer naar een ander dorp, kilometers ver weg, maar hij werd er al heel vlug opgespoord door agenten van Moi en werd vermoord. Daarom had ik weinig keuze, ik moest wel het land uitvluchten. Het was dat, of me gewoon laten afslachten. Iedereen die opkomt tegen de heersende partij van Moi loopt een enorm risico. Politieke activisten vormen een gevaar voor de president en worden dus uitgeschakeld."
"Ik vluchtte daarom naar Duitsland en kreeg er tijdelijke papieren. Daarna wilden ze me echter uitwijzen. Ik stond opnieuw voor de keuze: illegaal worden of me laten afslachten in Kenya. Zo ben ik uiteindelijk hier in Gent terechtgekomen."
"We moeten onze situatie bekendmaken, de mensen moeten weten wat onze problemen zijn en door hen bewust te maken en zo brede steun te krijgen moeten we verandering afdwingen. Dat is de reden waarom we hier in deze kerk actie voeren."