Eind september werd Beaulieu-topman Jan De Clerck aangehouden op beschuldiging van "bendevorming, schriftvervalsing, oplichting en het witwassen van zwart geld"(De Morgen, 20/9/’97). Wat de methoden en technieken van het "dynamisch ondernemerschap" betreft, kon De Clerck duidelijk met de besten mee.
De familie De Clerck werkte zich destijds in de nationale belangstelling met de massale speuraktie die naar aanleiding van de verdwijning van rijkeluiszoontje "Anthonyke" op touw werd gezet. De politieke en andere kontakten van de rijken in het staatsapparaat maken dat dit apparaat steeds weer in de houding springt wanneer het kapitaal met de vingers knipt. Het mag een klein wonder heten als dit soort fraudedossiers toch nog terdege worden uitgespit.
De Clerck stond bekend als een gewiekst en gewetenloos commerçant. In de dossiers Fabelta en Verlipack drukte hij op onregelmatige wijze overheidssubsidies achterover. De voorbije jaren bekwaamde de West-Vlaamse bedrijfsleider zich in het op zetten van zwart geld-circuits. Witgewassen geld werd dan opnieuw geïnvesteerd in het privé-bezit van de familie.
Deze onthullingen tonen opnieuw de dekadentie van de rijken aan, een klub die naar buitenuit wel een trits konservatieve deugden als bindmiddel voor de samenleving propageert maar zelf aaneenhangt van de korruptie en de slinkse intriges.