Nu de regering het begrotingstekort teruggedrongen heeft tot 2,8%, dus onder de Maastrichtnorm, is ze van plan haar prioriteiten te verleggen. Bovenaan het verlanglijstje staat een "Sociaal Raamakkoord", meteen de derde poging om een nieuw sociaal pakt door te voeren.
De inhoud is bekend: lastenvermindering voor de patroons, meer flexibiliteit en een loonnorm ter vervanging van de loonstop die werd ingevoerd met het Globaal Plan en afliep eind '96. Het komt er nu op aan het geheel op een voor de bevolking aanvaardbare manier te verpakken. Die taak komt toe aan de media.
De voorbije weken werden in artikels en reportages de Aziatische lonen, arbeidstijd en "arbeidsethos" aangeprezen. Daarnaast besteedde de pers veel aandacht aan een Britse studie waaruit moest blijken dat het bruto-uurloon in België hoger is dan in de rest van de Europese Unie. Inzake netto-uurloon komt ons land slechts op een gedeelde vierde plaats. Konklusie: de brutolonen, inkomensbelasting en sociale zekerheidsbijdragen moeten omlaag en ook de evolutie van de nettolonen moet in toom gehouden worden.
Daarmee zijn alle argumenten in stelling gebracht. Nu nog de vakbonden over de streep trekken. Dit zou geen onoverkomelijk probleem mogen zijn. De vakbondsleidingen hebben reeds lang de kapitalistische logika aanvaard. Ze gaan ervan uit dat de stabiliteit van deze regering en de sociale vrede de beste garanties bieden om mee te praten over sociale begeleiding wanneer de noodzakelijke herstruktureringen worden doorgevoerd.
Tegenover het overlegsyndikalisme van de leiding staat echter een stroming die weet dat deze strategie enkel onderbetaalde en onstabiele jobs, werkloosheid en armoede oplevert. Binnen de vakbondsstrukturen is deze stroming ondervertegenwoordigd, maar aan de basis is haar impakt niet gering. Haar zwakte was echter haar gebrek aan organisatie. Toch slaagde ze erin iedere vorige poging om een nieuw sociaal pakt af te sluiten op een njet van de basis te doen stranden.
Door haar voorbeeldige strijd werd de syndikale delegatie van Forges de Clabecq hiervan de meest zichtbare exponent. Dit stelde haar in staat deze stroming te organiseren in een tendens: de Beweging voor Vakbondsvernieuwing (BVV).
Hoever sommige vakbondsleiders willen gaan in het doordrukken van hun overlegstrategie werd geïllustreerd door Mia De Vits. Toen het "toekomstkontrakt voor de werkgelegenheid" door de basis werd weggestemd, dreigde ze met een communautaire splitsing van het ABVV in een poging om de strijdsyndikalisten te chanteren.
Recent speelde de nieuwe VEV-voorzitter Karel Vinck, bijgesprongen door Vlaams minister-president Van Den Brande, hierop in met zijn voorstel om op Vlaams nivo een akkoord te onderhandelen indien de Waalse syndikalisten dwars zouden liggen.
Zover is het uiteindelijk nog niet. De uitslag van het vervalste referendum bij Clabecq heeft regering en patronaat nieuwe hoop gegeven. Via de media werd een regelrechte aanval ingezet tegen "de D'Orazio's" die vasthouden aan een oubollig strijdsyndikalisme". De delegatie werd gewelddadigheid, egoïsme en gebrek aan realisme verweten. Curator Zenner werd uitgeroepen tot "morele overwinnaar". Geen woord over de 850 gezinnen die dankzij de inzet van de delegatie ontsnappen aan de werkloosheid.
"De vakbonden moeten zich aanpassen aan de nieuwe syndikale cultuur die vereist is in een globale ekonomie", luidt het verdikt van de media. Daarmee kiezen ze duidelijk positie voor het overlegsyndikalisme, tegen de strijdsyndikalisten. De inzet is niet gering, het voortbestaan van alle verworvenheden van de arbeiders staat op het spel. Meer dan ooit is het nodig de zijde van Clabecq en de BVV te kiezen.