In zeven maanden schakelde Kabila's Alliantie Mobutu's repressie-apparaat uit. Daarmee verdween een belangrijke pijler waarop de neokoloniale orde in Kongo sinds 1960 rustte. Maar het Westen beschikt nog over veel middelen om verdere stappen naar een echte nationale bevrijding en onafhankelijkheid te verhinderen.
Door Geert Seynaeve
De propaganda-oorlog rond Tshisekedi en de "civiele maatschappij" is slechts een voorproefje van de krachtmeting met het Westen die Kongo te wachten staat als het proces van nationale bevrijding zich verderzet. Bepalend is de mate waarin de Kongolese bevolking zelf een aktieve politieke rol gaat spelen.
De laatste jaren vervulde Tshisekedi de rol van Mobutu-opposant, hoewel hij eigenlijk een architekt van het regime is. Na Mobutu's eerste coup van '60 was hij de eerste om strenge maatregelen voor te stellen tegen ex-premier Lumumba. Nadien bekleedde hij steeds topfunkties in het regime: vanaf '64 bij de Nationale Bank; minister van Binnenlandse Zaken ('65-'67); mede-auteur van de grondwet; minister van Justitie en van het Plan ('68-'69); PB-lid van de eenheidspartij MPR ('70-'72); volkskommissaris voor Oost-Kasaï ('70, '75 en '77); vice-voorzitter van de Assemblée ('70, '72-'74).
De Shaba-oorlogen ('77-'78) hadden aangetoond hoezeer het regime was uitgehold. Met het Westerse fiat werkte Tshisekedi aan een "konstruktieve oppositie". Interpellaties en de oprichting in '82 van de UDPS leverden hem arrestaties en verbanningen op. Nu eens gaf de UDPS halfslachtige steun aan protesten; dan weer werd de integratie gevraagd als tendens binnen de MPR (in '87). Bovenal rekende de UDPS op het Westen.
Gekonfronteerd met groeiende onvrede riep Mobutu in '90 de Derde Republiek uit. Hij subsidieerde tientallen partijtjes die in Kinshasa parlementje speelden. Eind '91, en opnieuw in '92 Tshisekedi bereid om onder Mobutu een regering te vormen. Zodra hij aan Mobutu's macht raakte, werd hij afgezet. Om druk uit te oefenen werd Kinshasa af en toe lam gelegd. De "villes mortes" bezorgen de UDPS prestige en aanhang. Maar als "verantwoordelijke" oppositie weigerde ze de bevolking te mobiliseren voor de omverwerping van de diktatuur. Eind '96 koos hij niet de kant van Kabila, maar riep aan Mobutu's ziekbed op om te "bidden opdat president Mobutu al zijn krachten zou terugvinden".
Nu het Mobutu-regime is weggevaagd, steunt het Westen Tshisekedi's aanspraak op de macht. De kliek rond Tshisekedi schuwt leugens noch racistische demagogie tegen de Alliantie en tegen al wie Swahili spreekt. Maar het leven van de Kinois is verbeterd. Er is een eind gemaakt aan afpersing en extreme korruptie. De voedselprijzen zijn gedaald en de lonen worden uitbetaald. Vandaar het mislukken van de kontrarevolutionaire demonstraties. Tshisekedi's marginalisering symboliseert de ondergang van het Westers projekt om rond de parasitaire Kongolese burgerij een mobutisme zonder Mobutu in te stellen.