Elk jaar opnieuw gaan duizenden jongeren tijdens de zomermaanden als jobstudent aan de slag: voor velen hun eerste kennismaking met loonarbeid. Vaak laat deze een bittere nasmaak na. Er wordt overvloedig misbruik gemaakt van de onwetendheid van jobstudenten, van hiaten in de wetgeving en het gebrek aan sankties voor de werkgever als iets niet in orde is.
Vorig jaar werkten 293.000 jongeren met een jobstudentenkontrakt, een stijging met 59.000 tegenover '94. Hoeveel studenten er werkten zonder kontrakt is onmogelijk in te schatten. Maar er wordt algemeen aangenomen dat er enkele tienduizenden zwartwerkers zijn. Waarom? Omdat zij dat willen?
Tot vorig jaar was er geen enkel (financieel) voordeel voor de jobstudent om zwartwerk te verrichten. Zwartwerkers hebben het nadeel dat ze zonder kontrakt overgeleverd zijn aan de totale willekeur van de werkgever. Vooral veiligheid van jobstudenten is nog altijd een probleem, de laatste cijfers spreken over zo'n 2.500 arbeidsongevallen per jaar waar jobstudenten bij betrokken zijn.
Het belang van jobstudentenarbeid in de ekonomie stijgt. In '95 sloten 25.711 werkgevers jobstudentenkontrakten af, 4.583 meer dan in '93. Werkgevers doen een toenemend beroep op goedkope studentenarbeid. De tijd dat jobstudenten enkel in de zomerperiode ingezet werden, is lang voorbij. Avondwerk, weekendlabeur, overuren,... worden in toenemende mate door jobstudenten gedaan.
Jongeren die in afwachting van een vaste job genoodzaakt zijn interim te werken, weten waarover we praten. Zij moeten zich vooral tijdens de schoolvakanties geen illusies meer maken. Gregg, Adia, Flex, Interlabor, en andere interimbureaus verhuren de goedkopere jobstudent en laten de gewone interimkracht in de kou staan. In '95 werden 78.098 jongeren via een interimbureau als jobstudent tewerkgesteld.
Vanaf 1 januari 1997 moeten alle studenten die tijdens de zomermaanden juli, augustus en september maximum één maand als jobstudent werken een "solidariteitsbijdrage" van 2,5% op hun brutoloon betalen. De werkgeversbijdrage bedraagt 5%.
Arbeiders betalen echter een RSZ-bijdrage van 13,07% en de werkgeversbijdrage bedraagt tussen de 32 en 40%. Het verschil blijft dus nog altijd groot. Om de konkurrentie tussen gewone arbeiders en goedkope jobstudenten weg te nemen zouden de jobstudenten evenveel moeten verdienen en evenveel bijdragen aan de Sociale Zekerheid, met uiteraard dezelfde rechten als een gewone arbeider.
De bijdrage die arbeiders afstaan - direkt de 13,07% RSZ-bijdrage en indirekt de werkgeversbijdrage - geeft hen rechten: recht op pensioen, werkloosheidsuitkering, ziektegeld, kinderbijslag, enz... Jobstudenten krijgen voor hun bijdrage niets in de plaats. Hun 2,5% verdwijnt in de spaarpot van de Sociale Zekerheid. Een spaarpot waar de regering elk jaar procentueel minder insteekt en waar jobstudenten nu voor betalen.
Dit is met andere woorden een pure besparingsmaatregel die volgens de heren regeerders zo'n 750 miljoen frank moet opbrengen. Ook de jobstudent is niet langer veilig voor de besparingswoede.