De teerling lijkt geworpen in Zaïre. De rebellen van Kabila hebben na goed zes maanden bijna zonder slag of stoot de helft van het grondgebied veroverd. Washington, en tenslotte ook Parijs en Brussel hebben Mobutu aangemaand om te onderhandelen, of zelfs op te stappen. De orde en rust in het rebellengebied, en de goede contacten van Kabila met buitenlandse mijnbouwmaatschappijen laten veronderstellen dat een wissel Mobutu/Kabila een goede operatie is voor het Westen.Dit staat echter allemaal verre van vast.
De enorme Westers troepenconcentratie in Congo-Brazzaville, de Centraal-Afrikaanse Republiek en op V.S.-oorlogsschepen voor de Zaïrese kust, voorspelt niet veel goeds. "Er zijn meer Amerikaanse troepen dan echt nodig is om de blanken te beschermen", zo gaf ex-premier Mark Eyskens in De Zevende Dag (TV1, 13 april) toe. Het imperialisme beoogt een machtswissel op twee essentiële voorwaarden.
De eerste conditie luidt zo: geen revolutionaire verandering, op het ritme van een enthousiaste Zaïrese bevolking, die met stakingen en deelname aan de militaire operaties haar stempel op de omwenteling drukt. Het Westen wil een onderhandelde, gefaseerde machtswissel, geconsacreerd via de stembrief. Staatssecretaris Moreel verwoordde het zo: "Nous soutenons toute négociation entre le gouvernement (de Mobutu-GS) et monsieur Kabila qui amènera à une pacification. (...) Il faut une prévention de tout ce qui peut coûter encore des larmes et du sang au peuple zaïrois." (RTBF, L'Hebdo, 13 april).
"We ondersteunen elke onderhandeling tussen de regering (van Mobutu-GS) en mener Kabila die tot pacificatie leidt. (..) We moeten alles vermijden wat nog bloed en tranen kan kosten van de Zaïrese bevolking."
De tweede voorwaarde is even bealngrijk. Clinton, Chirac en Dehaene willen een compromis tussen de rebellen en het oude regime. Al hun schone woorden over respect voor het democratische overgangsproces dat sinds 1990 de politieke klasse in Kinshasa bezighoudt (de instelling van een meerpartijensysteem, maar met een parlement en een leger dat door de mobutisten wordt gecontroleerd) is erop gericht om twee wezenlijk pijlers van het oude bewind in het nieuwe te integreren. Die pijlers zijn: de 'gezonde' delen van het staatsapparaat (bepaalde generaals en legereenheden) én de Zairese burgerij. Beide zijn essentiële bestanddelen voor een stabiel neocoloniaal bestel. Het Westen wil dus de leiding van de machtswissel in vertrouwde handen leggen, de gevaarlijke dynamiek van de rebellie breken, en de rol van de arbeiders en boeren beperken tot toeschouwers - die enkel bij verkiezingen de samenstelling van een nieuwe elite moeten bekrachtigen. De imperialistische staten zijn bereid om Mobutu op te offeren, maar niet het repressie-apparaat en de burgerij, waarvan hij hun uiteindelijke vertegenwoordiger was.
De Westerse militaire ontplooiing in Midden-Afrika dient derhalve als drukkingsmiddel om Kabila tot een machtsdeling met het oude regime aan te zetten. En om zonodig te verhinderen dat dit laatste volledig zou weggevaagd worden door kombinatie van een rebellenoffensief en akties 'ville morte' van de volksbewoners van Kinshasa. Deze doelstelling formuleerde Eyskens zo " Als (bij gevechten in Kinshasa -GS) duizenden mensen zouden worden afgeslacht, dan ben ik ervan overtuigd dat de Amerikaanse president zijn troepen zou bevelen om tussen te komen." Waarop Eyskens in dat geval ook een Belgische interventie bepleitte: "Ik vind dat we zelf niet met gekruiste armen mogen blijven zitten." VLD-voorzitter en Mobutist van het eerste uur Decroo sloot zich enthousiast bij deze woorden aan."
De beslissende vervaldata van de Congoles-Zaïrese crisis liggen niet achter, maar voor ons. Zullen de rebellen de historische kans grijpen om het oude, neocoloniale bewind te verjagen, en op dat elan doorgaan en de weg vrij te maken voor de zelforganisatie van de Congolese massa's? Of zal de Alliantie de revolutionaire dynamiek in een neocoloniaal compromis begraven? Het imperialisme probeert met militaire en politieke initiatieven voor een 'humanitaire' interventie op de uitkomst van deze strijd te wegen. Als progressieven hebben we de plicht om niet aan de zijlijn toe te kijken, maar om maximale druk uit te oefenen tegen zo'n Westerse interventie.