De voorbije weken koncentreerden de nieuwsberichten over Albanië zich op de "humanitaire" militaire interventie. 6000 soldaten uit 8 verschillende landen, gedomineerd door Italië en Frankrijk, trokken het Balkanlandje binnen, zogezegd "om de humanitaire hulpverlening te ondersteunen".
Hetzelfde liedje als altijd wanneer het westen ergens militair ingrijpt om de belangen van de heersende klasse te verdedigen. In Italië kwam het trouwens ei zo na tot een regeringskrisis toen Rifondazione Comunista de interventie weigerde te ondersteunen, waardoor premier Dini de steun van het rechtse blok van Silvio Berlusconi nodig had.
Maar hoe staat het intussen in Albanië zelf? In het vorig nummer schetsten we de achtergronden van de revolte: de stalinistische burokratie die de Albanezen decennialang in achterlijkheid en isolatie hield en elk mogelijkheid tot een gezonde ontwikkeling van de planekonomie verstikte; de onmogelijkheid van het ekonomisch herstel op kapitalistische basis; het diktatoriaal regime van de "demokratische partij" van president Sali Berisha dat de verkiezingen had vervalst en de steun van dit regime aan de mafiaburgerij die i.s.m. haar Italiaanse kollega's de frauduleuze piramidespelen opzette.
In maart kwam het tot een eskalatie van geweld. Het zuiden is nu al wekenlang in open revolte tegen de hoofdstad Tirana. De macht is er in handen van lokale komitees, die jammer genoeg gedomineerd worden door ex-legerofficieren, gangsters en andere gedeklasseerde elementen.
Bovendien heeft elke stad haar eigen militie, haar eigen programma en is elke koördinatie zoek, hoewel verschillende komitees samen het "Nationaal Front voor de Redding van het Volk" vormden, dat heterogeen samengesteld en zwak lijkt.
Vandaar dat het konflikt voorlopig in een patstelling lijkt te komen. In het noorden heeft Berisha nog veel invloed. Zelf is hij afkomstig is van de klan van de Gegen, die dominant is in het noorden (in het zuiden zitten de zogenaamde Tosken; het gaat hier slechts om kleine verschillen in dialekt en gewoontes) en die hij sinds hij aan de macht kwam rijkelijk met postjes en voordelen bedeelde. Hij is te zwak om het opstandige zuiden te heroveren, dat zelf te zwak is om verder naar het noorden op te trekken.
Het westers imperialisme heeft nog altijd geen duidelijke strategie. Ze zullen misschien later op andere paarden wedden dan Berisha, zoals de ex-"kommunistische" socialistische partij. Voorlopig is hun eerste zorg, en zeker die van buurlanden als Italië en Griekenland, om de stabiliteit te herstellen, de vluchtelingenstroom te stoppen en het volk te ontwapenen. Vandaar de interventie. De meeste Albanezen zijn hier echter tegenstander van.
De meerderheid van de opstandelingen zijn arbeiders, jongeren en arme boeren. Hun zwakte wordt verklaard door het gebrek aan organisatie en klassebewustzijn. Ze weten waar ze tegen zijn (Berisha en zijn mafia), maar hebben geen alternatief. Ook de Unie van Onafhankelijke Vakbonden, die in de Albanese stakingsbeweging tegen het stalinisme in '91-'92 een belangrijke rol speelde, brengt geen duidelijk programma naar voor.
Socialistische ideeën zijn in Oost-Europa begrijpelijkerwijze gediskrediteerd. Overal heerst een enorme ideologische verwarring. Gezien er geen demokratische raden van arbeiders en boeren opkomen in deze revolte, vullen andere sociale krachten het politieke vacuüm, met name de reaktionaire krijgsheren en mafiosi, die riskeren het land en de hele balkanregio opnieuw in blinde etnische, regionale of godsdienstige tegenstellingen te verscheuren.
De opstand zal doodbloeden wanneer de meerderheid van de bevolking het anarchistisch geweld moe is en politieke krachten zal steunen die opkomen voor een herstel van orde en rust. Onder patronage van het westen zal men dan een acceptabeler bourgeois-regime dan dat van Berisha instellen.
Op langere termijn zullen de arbeiders in de voormalige stalinistische landen zich echter in de strijd moeten herscheppen tot een sociale klasse met eigen vakbonden en partijen. Een ding is alvast duidelijk: de komst van de kapitalistische marktekonomie is een ramp geweest.