Massale opstand in Albanië 

Sinds half januari zijn er zware onlusten in Albanië, het armste land van Europa. Wat begon als een beweging van enorme betogingen van mensen die al hun spaarcentjes verloren hadden in frauduleuze "investeringsmechanismen", is uitgemond in een heuse gewapende volksopstand. Er wordt druk onderhandeld over een eventuele buitenlandse interventie, maar de Westerse mogendheden zijn hierover sterk verdeeld en weinig enthousiast. Italië en Griekenland worden overstroomd door duizenden Albanezen op de vlucht.

Albanië werd in '46 een stalinistische eenpartijstaat o.l.v. partizanenleider Enver Hoxha. Na een tijdje kwam het land los van de Sovjet-dominantie, het steunde nog een korte periode op China, maar uiteindelijk was Albanië decennialang een totaal geïsoleerd (en straatarm) gebied.

In '91 kwam een pro-kapitalistisch regime aan de macht. Net zoals in andere ex-stalinistische landen werd de nieuwe heersende klasse samengesteld uit burokraten die tijdig hun kar hadden gekeerd en nieuwe "dynamische" ondernemers, een mooie term voor mafieuze oplichters en gangsters. Ze werden op korte tijd steenrijk met de korrupte privatiseringsgolf, enthousiast toegejuichd door de internationale financiële instellingen.

De autoritaire president Sali Berisha, gesteund door de Westerse mogendheden, moest mei vorig jaar zijn toevlucht nemen tot geweld, bedreigingen en verkiezingsfraude om nog herverkozen te worden. Zijn regering is zeer nauw betrokken bij de piramidespelen. Dit was de lont in het kruitvat.

Het protest woedt het hevigst in het zuiden van Albanië en vooral in de stad Vlore. Nu zijn in het noorden ook zware onlusten ontstaan en wordt de hoofdstad Tirana zelf bedreigd. Het leger is volop aan het muiten en laat haar wapens achter voor de rebellen. Het gevreesde repressie-apparaat en de geheime politie slagen er niet in deze revolte te onderdrukken.

Het laatste redmiddel van Berisha lijkt voorlopig een nieuw korps van politieagenten, die 15 keer meer verdienen dan het gemiddelde loon. Blijkbaar heeft het westen hem vlug nog een vette enveloppe toegestopt, liever dan zelf tussen te komen in een wespennest waar iedereen met een kalasjnikov rondloopt.

De officiële oppositie bestaat uit een samenraapsel van de ex-"kommunisten" en een paar liberale en nationalistische groepen. Evenals in andere ex-stalinistische landen verdedigt geen enkele partij de belangen van de Albanese arbeiders en arme boeren. De oppositie heeft enige eis nieuwe verkiezingen.

Intussen benoemde de president de ex-kommunist Fino tot premier. Maar de bevolking zelf, en vooral het rebellenleger dat vanuit het zuiden opmarcheert, gaat veel verder. Op dit moment is het nog onduidelijk wie de leiding neemt in deze beweging. Het lijkt er echter op dat het vooral ex-militairen en andere dubieuze krijgsheren zijn. Ook de invloed van de lokale drugsmafia (de voorbije jaren de sterkst groeiende ekonomische sektor in Albanië) lijkt aanzienlijk.

De enige weg vooruit is dat de arbeiders de macht zelf in handen nemen via demokratische raden opgericht in de gebieden waar de regering verjaagd is. Deze zouden dan de directe elementaire noden van de bevolking moeten organiseren: het verzekeren van voedsel, gezondheidszorg, elektriciteit, transport en openbare veiligheid.

Dit zou het perspektief kunnen openen voor een arbeidersstaat die de ekonomie opnieuw socialiseert, ook al werd dit socialistisch idee in Albanië de laatste 50 jaar zwaar gediskrediteerd. Toch kan enkel hierdoor een einde gemaakt worden aan de miserie in Albanië en tegelijkertijd een perspektief gesteld worden voor de rest van de Balkanregio.

De Militant
Hosted by www.Geocities.ws

1