Mars voor Werk 

70.000 betogers in Tubize

De betoging van de openbare diensten op woensdag 29 januari verzamelde 30.000 syndikale militanten in Brussel. Dat is een sukses, vooral gezien de syndikale apparaten nauwelijks gemobiliseerd hadden. Op het einde van december kondigde de Tribune, maand blad van ACOD-onderwijs, de aktiedag aan. De nationale intersektorale verantwoordelijken beperkten zich - bij navraag - echter tot: "het is te vroeg om te zeggen...", "niets is officieel vastgelegd", enz. Dat alsnog 30.000 militanten kwamen opdagen getuigt van het diepe ongenoegen vanwege de basis ondanks de inertie van de leiding.

In Tubize kreeg de syndikale delegatie een halve week later op 2 februari het dubbele aantal betogers samen: bijna 70.000! Er waren verschillende redenen voor dit sukses: het enorme gevoel van solidariteit in heel het land met de arbeiders van Clabecq in de strijd voor werk, een revolte tegen de neo-liberale dogma’s die ons dagelijks door de regering en de media over het hoofd worden gegooid ("kompetetiviteit", "privatiseringen","Maastrichtnormen",...), de onzekerheid over de toekomst voor onze kinderen, het weigeren langer te aanvaarden dat de zwaksten in onze maatschappij door armoede en geweld geraakt worden.

Ook belangrijk was dat de witte komitees en de ouders van de verdwenen kinderen mee de oproep van de arbeiders van Clabecq ondersteunden. Hun oproep heeft de mobilisatie versterkt maar vooral kreëerde het een belangrijke symbolische band tussen de Witte Mars en de Mars voor Werk. De kinderen zijn de eerste slachtoffers in een maatschappij die hen die de rijkdom produceren tot de werkloosheid veroordeelt.

De spontane aktiviteiten van honderden mensen die zich inzetten voor zoektochten naar de verdwenen kinderen (o.a. de vzw Marc en Corinne) was een eerste teken van een beweging die ontstond buiten de traditionele strukturen in de samenleving. De enorme steunbeweging die ontstond na het afzetten van onderzoeksrechter Connerotte - spontane stakingen en enorme betogingen van jongeren - en de Witte Mars bevestigde het verderzetten van dit proces.

Met de Mars voor Werk werd echter een nieuwe stap voorwaarts gezet omdat deze mars zich bevindt op het terrein van de traditionele arbeidersbeweging: de vakbonden en de arbeiderspartijen. Je moet Michel Nollet - verlaten op het plein voor de Forges - of Philippe Busquin - uitgejouwd door de massa’s - gezien hebben op de mars, om te begrijpen hoe enorm de kloof is die de basis - vastberaden om niet langer het onaanvaardbare te aanvaarden - van de top van de versteende apparaten onderscheidt.

"We moeten volwassen arbeiders worden. We moeten ons niet langer tevreden stellen met van het ene vakbondskongres naar het andere te gaan om bij het buitengaan vast te stellen dat enkel hetzelfde werd herhaald als we de vorige malen hadden gehoord. Deze Mars moet het begin worden van de overwinning van de arbeiders.Als we onze kinderen hebben kunnen redden uit de uitbuiting in de mijnen, in de textiel en in de andere fabrieken, moeten we ook voorkomen dat ze voor gelijk welk doel worden uitgebuit. Er is geen verschil tussen sociale rechtvaardigheid en rechtvaardigheid in het algemeen". Roberto D’Orazio op de Mars voor Werk

De Militant
Hosted by www.Geocities.ws

1