Dit jaar herdenken we de tachtigste verjaardag van de Oktoberrevolutie, de voornaamste gebeurtenis in de geschiedenis van de moderne arbeidersbeweging en een belangrijke bron van de ideeën die Militant Links voorlegt aan de arbeiders en de jongeren van vandaag. Deze pagina’s handelen over de voorgeschiedenis ervan tot aan het eerste bedrijf van de Revolutie van 1917: de februari-omwenteling. 

De paradox van de Russische Revolutie

"Het fundamentele, meest bestendige kenmerk van de geschiedenis van Rusland", schrijft Leon Trotsky in zijn Geschiedenis van de Russische Revolutie, "is zijn vertraagde ontwikkeling met de daaruit voortspruitende ekonomische achterlijkheid, primitieve maatschappijvormen en laag kultuurnivo."

Door een samenloop van klimatologische, geografische en historische omstandigheden sukkelde het beschavingsproces in Rusland het westen met een grote achterstand achterna . Aardrijkskundig gezien lag het land niet enkel open voor de Oostelijke winden die in de winter temperaturen tot -40 graden brengen en in de zomer een verstikkende droogte, maar ook voor de barbaarse steppevolkeren uit Azië die op hun rooftochten telkens weer elk beschavingswerk ontredderden.

De uitgestrektheid van Rusland speelde in het haar nadeel. Waar in West-Europa en Oost-Azië de groeiende bevolkingsdichtheid de mensen dwong tot steeds produktievere landbouwmethodes, keken de Russen uit op een bijna onuitputtelijke voorraad landbouwgrond. De produktiviteitstijging in de landbouw is echter, althans in de periode voor de industriële revolutie, de voornaamste stuwkracht achter het beschavingsproces. Het stelde Europa in de middeleeuwen in staat om een aangroeiende stedelijke bevolking van ambachtslieden en handelaars te onderhouden die de handwerktechnologie tot ontwikkeling brachten.

Bij het begin van de achttiende eeuw bedroeg de totale stedelijke bevolking van het onmetelijke Rusland niet meer dan 328.000 inwoners, minder dan het toenmalige Parijs. Tegen de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de industrialisering in West-Europa reeds voor een diepgaande transformatie van de maatschappij had gezorgd, behelsde de Russische plattelandsbevolking nog 90% van het totaal (86,75% in 1887). Op de drempel van de twintigste eeuw was het rijk van de tsaren nog een land van voornamelijk boeren en adelijke grootgrondbezitters.

Op het eerste zicht lijkt het in tegenspraak met de marxistische opvatting over de geschiedenis dat uitgerekend in Rusland de eerste socialistische revolutie slaagde. Volgens een starre en onjuiste toepassing van het marxisme had de eerste machtsovername moeten plaatsvinden in een ontwikkeld kapitalistisch land zoals Duitsland, Engeland,...

Het marxisme beschrijft echter het kapitalisme als een wereldsysteem, als een ekonomische maatschappijvorm die de produktie van de wereldbevolking samensmeedt tot één grote internationale keten van warenproduktie en-ruil. Een ketting breekt het eerst in haar zwakste schakel. Zelfs toen de toevloed van buitenlands kapitaal vanaf de jaren 1880 zorgde voor een stormachtige ontwikkeling van de industrie, bleef Rusland om verschillende redenen die zwakste schakel.

Arbeiders en boeren

Nog voor de ekonomische uitwisseling in Rusland gezorgd had voor een kapitalisme met een groot industrieel proletariaat, had de kulturele uitwisseling met Europa een burgerlijke intelligentia met socialistische ideeën voortgebracht.

Deze volksvrienden of Narodniki bevonden zich echter in een sociale realiteit waarin de vijand niet een moderne burgerij en de "vriend" geen moderne, georganiseerde klasse van loonarbeiders was. Volgens de Narodniki zouden de boeren met hun primitieve gemeenschapsekonomie o.l.v. de socialistische intellektuelen het juk van de tsaren en de grootgrondbezitters afwerpen en zonder kapitalistisch tussenstadium het socialisme instellen.

Deze ideeën leidden in de jaren 1872-’76 tot de "dolle" zomers: een massale uittocht van radikale jongeren naar het platteland om van daaruit door propaganda onder de boeren, het tsarisme ten val te brengen. De voorstellingswereld van de boer beperkte zich echter tot wat hem eeuwenlang door de priesters is ingeprent. Door zijn geïsoleerde levenswijze, zijn primitieve technologie, is hij niet in staat tot zelfstandig politiek denken. De boer is uit eigen beweging hoogstens in staat tot een revolte, maar nooit tot revolutie; daarvoor heeft hij de leiding van een andere klasse nodig. De Narodniki praatten gewoon boven hun hoofden heen en veelal waren het de boeren zelf die, met hun naieve toewijding aan "Rodnoi Odjetz" (vadertje tsaar), de volksvrienden overleverden aan de politie.

"Als de boeren niet meewillen", redeneerden de Narodniki, moeten we de klus zelf maar klaren. De keuze voor het individueel terrorisme leidde niet enkel tot de moord op tsaar Alexander II (1881), maar ook - in 1879 - tot een scheuring in de Narodnaya Volya (de Wil van het Volk). O.l.v. de 23-jarige Gyorgy Valentinovich Plechanow splitste een marxistische strekking af die de nutteloosheid van het individueel terrorisme inzag, maar evenmin terugwilde naar de vruchteloze dolle zomers.

Rusland, dacht Plechanow, moet een kapitalistisch stadium doormaken vooraleer men de socialistische revolutie aan de orde kan stellen. Bijgevolg zou de eerstvolgende revolutie niet socialistisch, maar burgerlijk-demokratisch zijn, zoals de Franse revolutie, zij het dan met de arbeidersklasse in de voorhoede i.p.v. de stedelijke liberale burgerij.

In 1883 stichtte Plechanow samen met Pavel Axelrod en Vera Zasselitsj in buitenlandse ballingschap de groep Bevrijding van de Arbeid, het embryo van de Russische Sociaal-Demokratische Arbeiderspartij (RSDAP).

De revolutie van 1905: 3 stromingen, 3 taktieken in de Russische arbeidersbeweging

De onvermijdelijkheid van het doordringen van de kapitalistische produktiewijze in Rusland was vanaf de jaren 1880 voorwerp van verhitte diskussie tussen de marxisten en de Narodniki.

In 1893 verscheen de brochure "Over het zogenaamde vraagstuk der markten" waarin het aan de gang zijn van de kapitalistische ontwikkeling aangetoond werd. Het was de schepping van een briljante in 1870 geboren jongeman, de broer van een in 1887 opgeknoopte Narodnik. De schrijver heette Vladimir Iljitsj Oeljanov, beter gekend onder één van zijn meer dan honderd schuilnamen: Lenin.

Vooral in het laatste decennium van de negentiende eeuw zag Rusland, onder impuls van buitenlandse investeerders, een snelle opkomst van het industrieel kapitalisme. Tussen 1890 en 1899 steeg de staalproduktie met 116%, de ontginning van aardolie met 180%, van steenkool met 131%,... "Gedurende de tien jaren van de industriële opleving van 1893-1902", schreef Trotsky , "nam het totale aandelenkapitaal met twee miljard roebel toe, terwijl het tussen 1854 en 1892 met slechts 900 miljoen roebel was toegenomen". (*)

Trotsky schreef deze woorden in 1906, een jaar na het eerste proefstuk van de Russische Revolutie. Voor 1905 geloofden nagenoeg alle Russische marxisten dat de Revolutie zou plaatsgrijpen in twee duidelijk onderscheiden etappes: een burgerlijk-demokratisch stadium, met een verdere kapitalistische ontwikkeling en vervolgens een socialistisch stadium. De revolutie van 1917 toont ons echter een doorlopend, ononderbroken proces van een burgerlijke revolutie die zich onmiddellijk omzet in een socialistische machtsovername.

De mensjewistische versie

Het stichtingskongres van de RSDAP van 1898 te Minsk verklaarde dat: "Hoe verder Oostwaarts men gaat in Europa, hoe zwakker, gemener en lafhartiger in de politieke zin de bourgeoisie zich toont en hoe groter de kulturele en politieke taken die op de schouders van het proletariaat vallen".

De politieke lafheid van de bourgeoisie was de weerspiegeling van haar maatschappelijke zwakte: de Russische burgerij was slechts een hulpstuk van de buitenlandse investeerders. De Russische arbeidersklasse echter nam op enkele jaren tijd de beste traditites van de Europese arbeidersbeweging over.

De Russische burgerij was politiek zwakker dan haar Engelse voorgangers in de zeventiende en de Franse in de achttiende eeuw; de arbeiderklase was sterker, zelfbewuster en beter georganiseerd dan het Europese proletariaat in de demokratische revoluties van 1830 en 1848. Dit alles op grond van een laattijdige ontwikkeling van het kapitalisme in Rusland.

Niettemin hielden een aantal leiders van de Russische socialisten -in het bijzonder deze die op grond van diskussies over partijstruktuur in 1903-1904 de minderheidsfraktie of mensjewistische stroming van de RSDAP vormden - vast aan het oude, door de praktijk voorbijgestreefde schema: revolutie o.l.v. een koalitie tussen liberale bourgeoisie en het proletariaat.

De theorie van Lenin

In januari 1905 staken de nederlagen van het tsaristische leger in de Russisch-Japanse oorlog en de bloeddorstige aanval van de kozakken op een vreedzame betoging van 200.000 Petersburgse arbeiders (de zogenaamde Bloedige Zondag - 9 januari 1905) de lont aan een golf van massastakingen en boerenrevoltes. De liberale burgerij greep dit aan om hun demokratische hervormingseisen voor te leggen aan tsaar Nicolaas II.

Reeds in juli schreef Lenin, intussen leider van de meerderheidsfraktie of de bolsjevieken: "De bourgeoisie zal als massa onvermijdelijk naar de kontrarevolutie, naar het absolutisme overlopen zodra haar enghartige, baatzuchtige belangen bevredigd zullen zijn, zodra zij zich van het konsekwente demokratisme zal hebben "afgekeerd"(en zij keert er zich reeds vanaf!). Wat overblijft is het volk, d.w.z. het proletariaat en de boeren.(**)

En inderdaad, banger voor de arbeiders dan voor de tsaar, wilden de liberalen de revolutie niet doordrijven tot de omverwerping van de monarchie en stelden zich tevreden met een marionettenparlement, de eerste Doema.

Lenins oplossing: de revolutie doorgevoerd door een "demokratische heerschappij van arbeiders en boeren", een revolutionair bewind zoals de energieke heerschappij van de kleine boeren, ambachtslieden en kleinhandelaars o.l.v. Robbespierre in 1792-’94, maar aangepast aan de Russische realiteit van "arbeiders en boeren". Kortom: een revolutie die burgerlijk is naar de inhoud maar proletarisch naar de vorm.

De visie van Trotsky: permanente revolutie

De revolutie van 1905 bereikte haar hoogtepunt met de algemene staking van oktober, met de oprichting van de Sovjet in St. Petersburg en de door de bolsjevieken geleide opstand in Moskou van 9 tot 31 december. De Sovjet van St. Petersburg was een uit zijn voegen getreden stakerskomitee: onder druk van de omstandigheden nam het heel wat andere taken op zijn schouders dan het louter koördineren van de staking; het was een politiek orgaan geworden.

Een algemene staking betekent - zeker als ze een tijd aanhoudt - de algehele verlamming van het openbare leven. De officiële staatsorganen hebben geen vat meer op de maatschappij; de arbeiders nemen de organisatie van de samenleving dan maar zelf in handen: het stakerskomitee organiseert de huisvuilophaling, de voedselvoorziening, de ordehandhaving,... begint zich te gedragen als een nieuwe staatsmacht... maar dan wel die van de arbeiders.

Trotsky, die in 1906 gebroken had met de mensjevieken maar niet akkoord ging met het gedisciplineerde partij-apparaat van Lenin, trok verreikende konklusies uit de ervaring met de Sovjet, waarvan hij de laatste 14 dagen de voorzitter was.

Nog afgezien van de vaagheid van de slogan "heerschappij van arbeiders en boeren" (wie zal de leiding hebben?), zo redeneert Trotsky, laat het verloop van de revolutie geen tussenstadium toe. Eens aan de macht zal de "Volksregering" gekonfronteerd worden met de taak om de belangen der koalitiepartners te verdedigen. De boeren zijn niet in staat om hun belangen zelfstandig te behartigen maar de arbeiders wel.

Zij zullen een oplossing voor de werkloosheid eisen. Werkloosheid is echter onvermijdelijk in het kapitalisme. Ze zullen eisen dat ze in bescherming genomen worden tegen bedrijfssluitingen. Maar een vrije beschikking over het bedrijf door zijn kapitalistische eigenaars is een fundamenteel kenmerk van de kapitalistische eigendom. De arbeiders zullen verbeteringen in hun levensstandaard verlangen van een regering die zich een regering van arbeiders en boeren noemt. Maar - zeker in een onderontwikkeld land - de natuurlijke ontplooiing van de "vrije markt"-wetten leidt juist tot een neerwaartse druk op de lonen.

Kortom: de arbeiders zullen de oplossing verwachten voor de problemen die eigen zijn aan het kapitalisme; maar de definitieve oplossing van deze problemen betekent niets anders dan... de overgang naar het demokratisch socialisme. En deze overgang kan slechts plaatsvinden onder de heerschappij van het proletariaat. De Russische revolutie zal misschien wel beginnen als een burgerlijk-demokratische revolutie maar tengevolge van de vooraanstaande rol van de loonarbeiders onmiddellijk moeten doorstoten tot de socialistische revolutie of ten prooi vallen aan de kontrarevolutie.

Trotsky’s perspektieven werden schitterend bevestigd door het verloop van de revolutie van 1917. Omgekeerd zien we, o.a. bij de sandinistische revolutie in Nicaragua, dat het vasthouden aan een "tussenstadium" leidt tot de ontmoediging van de arbeiders en de overwinning van de kontrarevolutie.

* Resultaten en Vooruitzichten, Feniks, 1985, p. 18)

** Tweeërlei Taktiek, Lenin, Keuze uit zijn werken, deel I, p. 234

De kontrarevolutie, de jaren van revolutionaire heropleving en de Eerste Wereldoorlog.

De jaren van reaktie, 1906-’11, bereikten een beslissend stadium met de staatsgreep van Stolypin op 3 juni 1907. Sedert het neerslaan van de Sovjet (14/12/1905) en de nederlaag van de Moskouse opstand heerste in Rusland een ongenadige politieterreur tegen elke vorm van arbeidersverzet. Het aantal deelnemers aan politieke stakingen liep terug van 1 843 000 in 1905 tot 4 000 in 1910.

Pas vanaf 1912 herpakte de arbeidersbeweging zich middels een aantal inspirerende stakingen die op een nationale solidariteit konden rekenen. AY Badayev, bolsjevistisch vertegenwoordiger in de vierde Doema beschrijft de politieke atmosfeer:

"Een marinekrijgsraad in Sebastopal had 17 matrozen ter dood veroordeeld en 106 tot dwangarbeid wegens samenzwering ter organisatie van een opstand. Binnen de week namen 60 000 Petersburgse arbeiders, ongeveer een vierde van het totaal, deel aan stakingen van één dag. In heel Rusland namen ongeveer een kwart miljoen mensen deel aan deze proteststaking. In sommige bedrijven in St-Petersburg werden demonstraties georganiseerd en arbeiders liepen met rode vlaggen door de straten terwijl ze revolutionaire liederen aanhieven."(*) .

In deze periode was het parlementaire werk van de bolsjevieken van groot belang. De parlementaire fraktie bracht steeds vaker de misdaden en het wanbeleid van de tsaristische bureaukratie onder de aandacht van een breed publiek. Nu het weer bergop ging met de revolutie was het parlementaire spreekgestoelte een niet te evenaren propaganda-orgaan geworden.

De heropleving van de revolutie werd bruusk afgebroken door de Eerste Wereldoorlog. De Bolsjevieken, sedert 1912 een aparte partij, waren de enigen die de oorlogsinspanningen radikaal verwierpen. Alle andere Europese arbeiderspartijen steunden de oorlogspolitiek van hun eigen burgerlijke regering.

De voltallige bolsjevistische Doema-fraktie werd onmiddellijk bij het uitbreken van de oorlog gearresteerd en verbannen naar Siberië Vanuit de politieke ballingschap waarin de nederlaag van de revolutie van 1905 hem gewongen had, trachtte Lenin tot tweemaal toe alle strekkingen van de Tweede Internationale die zich kritisch toonden tegen de oorlog te verenigen.

Het was gevaarlijk zijn anti-oorlogshouding openlijk te formuleren. In de begindagen van de oorlog was de Franse socialistische leider Jean Jaurès vermoord omwille van zijn tegenstand tegen de Eerste Wereldoorlog. De meeste vertegenwoordigers op de konferenties van Krenthal en Zimmerwald durfden zich dan ook nooit publiek uitspreken tegen de geïndustrialiseerde slachtpartij die toen over Europa raasde.

Slechts Lenin bleef zijn partijkaders opvoeden in de geest van het "revolutionaire defaitisme": het voortdurend uitleggen dat deze oorlog er één was in het belang van de grote ondernemingen; dat de belangen van de arbeiders in het vijandige leger dezelfde waren als die in het bevriende kamp en dat de eigen kapitalistenklasse de feitelijke vijand was.

Lenin kreeg gelijk: uit de verschrikkingen van de oorlog zou de revolutie als de feniks uit z’n as herrijzen.

* Badayev, Bolsheviks in the Tsarist Douma, Bookmarks, 1987, p.50).

Het doek valt

De deelname van Rusland aan de Eerste Wereldoorlog was één van de grootste humanitaire katastrofes sedert de rooftochten van de Mongolen in de middeleeuwen. In het eerste oorlogsjaar vielen aan Russische zijde reeds twee miljoen doden en gewonden. Het militaire apparaat van de tsaar ging finaal op zijn bek tegen de goed georganiseerde oorlogsmachine van het Duitse keizerrijk.

Met een bitter sarkasme vertelt Trotsky over het schrille kontrast tussen de oorlogsontberingen van de Russische arbeiders en boeren en de rekordomzet van juweliers en bonthandelaars, wier kliënteel zich vetmestte op frauduleus verkregen en slechts gedeeltelijk geleverde oorlogsbestellingen. Herinneren wij ons de hysterische beursscènes tijdens de Golfoorlog toen de indianendansen van de oliespekulanten in gelijke tred verliepen met de oorlogsinspanning.

Onbekwame Russische officieren joegen steeds jonger wordende lichtingen kanonnenvlees voor zich uit, de eerste rijen gewapend met geweren en wat munitie, de volgende vaak slechts voorzien van... afgezaagde bezemstelen.

Het was slechts een kwestie van tijd eer de oorlogsmoeheid van de soldaten zich begon te ontladen in woede-uitbarstingen waarbij officieren door hun manschappen gelyncht werden, in massale overgave aan het front en verbroederingen tussen Duitse en Russische soldaten.

Toen het jaar 1916 op zijn einde liep waren alle objektieve voorwaarden voor een revolutionaire opstand gerijpt. In kringen van adellijke officieren werd dan wel hardop gesproken over een staatsgreep om de orde te herstellen, maar een dergelijke onderneming zou de ondergang van het absolutisme alleen maar versneld hebben.

Het startsein voor de revolutie werd gegeven op 23 februari 1917, de internationale vrouwendag. Een spontane staking van textielarbeidsters in het tot Petrograd omgedoopte St. Petersburg liep uit op botsingen met de ordestrijdkrachten. Een dag later zwelde de beweging aan tot 200.000 deelnemers, op 25 februari verlamde een algemene staking heel Petrograd. De Doema negeerde het ontbindingsbevel van de tsaar door "onofficieel" samen te komen en op 27 februari werd de Sowjet van arbeiders- en soldatenafgevaardigden gevormd. Op 28 februari werden de ministers van de tsaar ingerekend. Een dag later riepen de arbeiders en soldaten van Moskou hun eigen Sovjet in het leven. Zelfs de kozakken hadden de zijde van het volk gekozen en sabelden de laatste regeringsgetrouwe politie-eenheden uiteen. Wanhopige pogingen van de tsaristische burokratie om de onderdrukking van de op stand te organiseren, kregen keer op keer van de garnizoenskommandanten te horen: "beschikbaren troepen:... geen."

De Militant
Hosted by www.Geocities.ws

1