26e Vrouwendag
Vrouwen en geld
Het post-feminisme wil ons doen geloven dat vrouwen alle rechten hebben verworven en dat het vanaf nu enkel van de individuele kapaciteiten en wilskracht van vrouwen afhangt of ze "het maken" of niet. Inderdaad vinden we meer dan vroeger vrouwen terug op enkele "hogere" posten in het bedrijfsleven en zelfs in de politieke wereld. Maar hoe zit het met ons, de overgrote meerderheid van vrouwen?
Uiteraard heeft de strijd van de vrouwenbeweging - en meer nog die van de arbeidersbeweging - belangrijke veranderingen en verbeteringen in het leven van vrouwen voortgebracht. Het wordt als normaal beschouwd dat vrouwen studies aan gaan, buitenshuis werken, eigen interesses aan de dag leggen.
Een vergelijking: in '47 startte slechts 29,5% van de vrouwen met een beroepsloopbaan, in '87 was dat gestegen tot 77,2%. Het huwelijk is veel minder dan vroeger een overstap van de ene voogd, de vader, naar de andere voogd, de echt genoot. Meer en meer vrouwen leven na het verlaten van de ouderlijke woning een periode alleen. Echtscheiding wordt niet meer als een stigma gezien. Abortus wordt - beperkt - toegestaan. De welvaartstaat en de uitbouw van openbare diensten heeft het leven van duizenden vrouwen gemakkelijker gemaakt.
Maar...
Positie op de arbeidsmarkt
We zien over de hele wereld een toename van het percentage vrouwen op de arbeidsmarkt, zo ook in België. Een belangrijke oorzaak hiervan is de verschuiving van tewerkstelling in de zware industrie waar vooral mannen werken naar de dienstensektor (73% van de vrouwen werken in de dienstensektor).
Tussen '81 en '95 kwamen er in Vlaanderen 271.000 jobs bij. Die stijging moet uitsluitend aan de dienstensektor worden toegeschreven aangezien de tewerkstelling in de industrie in diezelfde periode met 81.000 daalde. Vrouwen maken in België 40% van de beroepsbevolking uit tegenover 23,4% in '47. In Brussel, waar de dienstensektor een belangrijker plaats inneemt, groeide tussen '81 en '92 de vrouwelijke beroepsbevolking met 4,2% terwijl de mannelijke kromp met meer dan 10%. In het Brusselse Gewest maakten vrouwen in '92 al de helft van de beroepsbevolking uit.
Meer vrouwen werken, maar hoe werken ze en voor welk loon? De verschuiving van mannelijke tewerkstelling naar vrouwelijke gaat gepaard met de verschuiving van redelijk goedbetaalde, min of meer vaste jobs naar zeer slecht betaalde, totaal onzekere en superflexibele jobs. In '94 werkte 28,3% van de aktieve vrouwelijke bevolking deeltijds (tegenover 5,6% in '61).
- statistiek: pg. 58 SP.
Voor mannen is dit 2%! Uit een RVA-rapport uit '89 bleek ook dat vrouwen het overgrote merendeel van de nepstatuten op zich nemen: 86% van de BTK's (bijzonder tijdelijk kader), 78% van de DAC's (derde arbeidscircuit) en 65,2% van de TWW's (tewerkgestelde werklozen).
Vrouwenloopbanen zijn aanzienlijk korter. De werkloosheidsgraad onder vrouwen blijft dubbel zo hoog als onder mannen
-statistiek p.59 SP.
Vrouwen blijven vooral ook langer werkloos: in '89 waren 62,9% van de langdurig werklozen vrouwen. Gezien de dubbele dagtaak waar vrouwen nog steeds mee te maken hebben (vrouwen doen het overgrote deel van de huishoudelijke arbeid zelfs als ze een voltijdse baan hebben), maken vooral vrouwen gebruik van de mogelijkheden tot loopbaanonderbreking:
cijfers voor april '90:
- privé-sektor: 17.995 vrouwen op een totaal van 21.318 loopbaanonderbrekers
- openbare sektor: 22.143 vrouwen op een totaal van 25.874 loopbaanonderbrekers.
Waar een mannenloopbaan gemiddeld 38 jaar duurt, is dat bij vrouwen slechts 26 jaar met alle gevolgen vandien (pensioenrechten bijvoorbeeld).
Reken daarbij dat vrouwenlonen gemiddeld slechts 73% van mannenlonen bedragen en je ziet een duidelijk afgetekende diskriminatie. Deeltijds werk werd niet zomaar gekreëerd, het werd gekreëerd in die sektoren waar voornamel ijk vrouwen werken (denken we bijvoorbeeld aan ziekenhuizen en bejaardentehuizen; de helft van de deeltijdse tewerkstelling situeert zich bij de bedienden). Ondanks de grote toename van het deeltijds werk steeg het aantal Belgen dat wekelijks meer dan 41 uur werkt in de periode van '90 tot '94 met 37,8%. Waar vooral mannen gedwongen worden meer uren te werken, worden de deeltijdse jobs voor 80% door vrouwen uitgevoerd.
Vrouwen worden dus niet zomaar terug naar de haard gestuurd. Enerzijds heeft dit te maken met de behoeften van de arbeidsmarkt (goedkope en flexibele werknemers), anderzijds met het feit dat het klassieke gezin aan belang heeft ingeboet: het aantal gezinnen waarvan het gezinshoofd een vrouw is, stijgt voortdurend.
(statistiek volkstellingen NIS).
In '60 was 56% van de vrouwen tussen de 20 en de 34 jaar huisvrouw, in '85 was dat nog 19%. Het is niet meer zo gemakkelijk om vrouwen terug volledig naar de haard te sturen, maar het deeltijds werk biedt een prachtige oplossing voor het patronaat: een flexibele arbeidsreserve die de pieken in de produktie opvangt en aan de kant kan worden gezet wanneer zij niet meer nodig zijn én die tegelijkertijd de besparingen in sociale zekerheid en dienstverlening (zorg voor kinderen, zieken, bejaarden,...) kan opvangen. Vrouwen worden deeltijds terug naar de haard gestuurd met een inkomen dat ofwel afhankelijkheid van het inkomen van de partner ofwel armoede betekent!
Besparingen in de sociale zekerheid vooral op zweet en zenuwen van vrouwen
Vrouwen worden het hardst geraakt door de besparingen die de laatste jaren onze sociale zekerheid beetje bij beetje verwoesten. Rechtstreeks zoals blijkt uit de schorsingen in de werkloosheidsuitkeringen, maar ook onrechtstreeks door de afbouw van bijvoorbeeld medische verzorging.
De werkloosheidsuitkeringen werden oorspronkelijk beschouwd als een individueel recht met gezinsgerichtheid van de uitkeringen wat uiteraard in het nadeel van vrouwen speelt. Dit betekent dat de uitkering afhankelijk is van het feit of de uitkeringsgerechtigde gezinshoofd, alleenstaande of samenwonende is.
statistiek pg. ii Brug
De meerderheid van de "samenwonenden" zijn vrouwen. Vooral zij werden de laatste jaren hard geraakt door de verstrenging van artikel 143/80. Het harde schorsingsbeleid maakt dat het recht op uitkeringen bij werkloosheid een lachertje is geworden voor een enorm aantal vrouwen.
Tussen '80-'88 leverden de werklozen 24% van hun koopkracht in, variërend van ca 10% voor een gezinshoofd tot 49% voor een samenwonende. Probeer maar eens te overleven met 21.000 fr. per maand als allenstaande werkloze of een zekere onafhankelijkheid te behouden met 12.532 fr. per maand als samenwonende - als je ondertussen al niet gewoon geschorst bent.
In '91 schorste de RVA 9% van alle uitkeringsgerechtigde volledig werklozen en onvrijwillig deeltijdsen. In '93 bereiken we al een schorsingspercentage van 17%. De ongelijkheid van vrouwen en mannen neemt in dit proces overhands toe : in '91 verdubbelt het aandeel van geschorste vrouwen in vergelijking met hun aandeel in de werkloosheid terwijl bij mannen dit percentage konstant blijft. In '93 verdubbelt het nog eens voor de vrouwen.
De sankties van onbepaalde duur vormen tot '90 een gemiddeld aandeel van 45% in de totaliteit van de sankties. Tussen '90 en '93 steeg dit aandeel spektakulair tot 80%. Vooral vrouwen worden geschorst voor onbepaalde duur: 89% in '93. Dit is vooral te wijten aan artikel 143/80 dat zich aandient als een schorsingsmachine voor vrouwen (in '91 waren 91,6% van de schorsingen o.b.v. dit artikel vrouwen).
De lagere lonen en kortere loopbanen maken dat vrouwen ook na de pensioengerechtigde leeftijd met een lager inkomen dan dat van mannen moeten rondkomen. Dat was zo voor de pensioenhervorming die vrouwen "gelijk stelde" met mannen (ook vrouwen moeten nu een loopbaan van 45 jaar achter de rug hebben i.p.v. 40 jaar). Dit zal nog meer het geval zijn nu absoluut geen rekening meer gehouden wordt met de feitelijke ongelijkheid van vrouwen op de arbeidsmarkt. De "gelijkschakeling" is niets meer dan een regelrechte inlevering in de pensioenen voor vrouwen en een verharding van de diskriminatie.
Naar de weduwen toe stellen zich niet onmiddellijk specifieke inkomensproblemen gezien via de afgeleide rechten (het verkrijgen van een overlevingspensioen o.b.v. van de loopbaan van de overleden echtgenoot) zij betrekkelijk goed beschermd zijn. Voor de alleenstaande vrouwen (ongehuwd of gescheiden) is de situatie echter anders. Een aantal kan genieten van het Gewaarborgd Inkomen (een uitkering van maximaal 17.303 fr.). In '90 maakten 105.236 personen hierop aanspraak. Voor 16.633 onder hen was dit het enige inkomen, 14.285 hiervan (86,18%) waren vrouwen, bijna alle ongehuwd.
Problemen zijn er ook voor alleenstaande vrouwen die een rustpensioen genieten. Indien zij een volledige loopbaan doorlopen hebben, is het gemiddelde verschil in pensioenen minimaal. Een volledige loopbaan is voor de meeste vrouwen echter een droom, en is dat nog meer geworden door de recente pensioenhervorming.
Gezien de gemiddelde lonen voor vrouwen lager liggen, zien we dat zeer weinig vrouwen aanspraak kunnen maken op het maximumpensioen: het gemiddelde pensioen voor arbeidsters bedroeg in '90 216.611 (o.b.v. de 40/40-berekening) tegen 331.139 (o.b.v. de 45/45-berekening) voor arbeiders.
kader De Militant
Hier zien we de rechtstreekse inleveringen van vrouwen: de lagere (en lager wordende) uitkeringen. Vrouwen worden echter ook op een andere manier geraakt door de niet ophoudende besparingen in de sociale zekerheid. Vooral door de besparingen in de gezondheidszorg (kortere verblijven in ziekenhuizen, geringe uitbouw en hoge kosten van thuisverzorging, dure bejaardenopvang,...) komen terug steeds meer zorglasten op de al dan niet buitenshuis werkende vrouw te liggen. Een voorbeeld voor de bejaardenzorg.
Door de afbouw van de professionele verzorging (bejaardentehuizen en thuiszorg) komt de nadruk steeds meer op mantelzorg (verzorging door "de omgeving", in casu de familie) te liggen. 64% van de belangrijkste verzorgers in de mantel zorg zijn vrouwen, meestal de partner, vaak de dochter of schoondochter. Het afbouwen van formele, gesubsidieerde instellingen en diensten (onder het mom van het versterken van de "solidariteit binnen het gezin") dupeert bovendien in de eerste plaats de kansarmen. Goed funktionerende en kollektief gefinancierde professionele verzorgingsdiensten maken dat de bejaarde niet meer louter afhankelijk is van de beschikbaarheid en de financiële mogelijkheden van zijn familieleden. De draagkracht van die mantelzorg vermindert ook gestaag: verdunning van het gezin, de woonsituatie waardoor inwonen niet evident is en het buitenshuis werken van de vrouw zijn daar belangrijke elementen in. De regering houdt hiermee echter weinig of geen rekening.
Ook professionele verzorging is echter voornamelijk een vrouwenzaak (89,45% van de verpleegkundigen zijn vrouwen, voor bejaardenhelpers is dit nagenoeg 100%). Het hoeft ons niet te verbazen - in een maatschappij die zo weinig mogelijk geld wil spenderen aan de zwakkeren - dat voor deze jobs de laagste lonen worden uitbetaald en dat tegenover de slechtst denkbare arbeidsomstandigheden (nachtwerk, flexibele uren,...). Het aantal kandidaat-verpleegkundigen daalt dan ook gestaag.
Resultaat van de slechte positie van vrouwen op de arbeidsmarkt én de besparingen in de sociale zekerheid is dan ook dat armoede bij vrouwen toeneemt. Niet alleen blijkt dat de meerderheid van de bestaansminimumtrekkers uit vrouwen bestaat, dat verschil neemt ook verder toe!
tabel p. 39 SP
Hiertegen vechten is bittere noodzaak!
Financiële afhankelijkheid van de partner blijft voor heel wat vrouwen een feit, armoede raakt meer vrouwen dan mannen. Zolang dit verschil niet weggewerkt is (en het gaat de laatste jaren eerder de omgekeerde richting uit) zullen andere problemen vrouwen blijven teisteren: prostitutie, ekonomische dwang om bij een gewelddadige partner te blijven, een achtergestelde status op de werkplaats,...
Ook de mogelijkheden om te vechten zijn voor vrouwen meer beperkt: door de dubbele dagtaak maar ook - en vooral - door het werken in allerlei onzekere statuten (tijdelijke arbeid, interimwerk, deeltijds werk, PWA's,...) is het relatief moeilijker om vrouwen op de werkvloer te organiseren. De vakbonden zullen hier dringend een antwoord op moeten formuleren, ook gezien het feit dat jongeren in eenzelfde situatie terechtkomen. Dit bedreigt op zijn beurt dan weer de kracht van de vakbonden voor wat betreft de verdediging van de "zekere" jobs (bestaan die nog?!).
Vrouwen laten zich echter niet zomaar doen. De laatste jaren kondigen heel wat typische "vrouwensektoren" zich aan als nieuwe strijdsektoren: denken we maar aan de ziekenhuizen en het onderwijs. Hun verhoogde zelfvertrouwen op vlak van werk en inkomen uit zich ook in een verhoogd zelfvertrouwen tegenover de diskriminaties die hen in het gezins- en gevoelsleven raken. In Groot-Brittannië uitte zich dat in het sukses van Campaign Against Domestic Violence, een initiatief van de Socialist Party, toen nog Militant Labour (onze zusterorganisatie in Groot-Brittannië). CADV verkreeg reeds de steun van alle grote vakbonden.
In België, bij gebrek aan een organisatie die hieraan aandacht besteedt en vrouwen in een strijdbare kampanje organiseert, uitte zich dat voornamelijk in een reeks wetsvoorstellen à la Miet Smet. De kern van deze voorstellen bestaat steeds uit hogere straffen voor daders van geweld op vrouwen en kinderen, wat weinig of geen aarde aan de dijk zal brengen. Het gaat er hem niet om mannen meer te straffen, maar om het verwijderen van de maatschappelijke oorzaken van geweld op en diskriminatie van vrouwen. De burgerij behoudt met graagte de verdeling man-vrouw binnen de arbeidersklasse: het gezin speelt een disciplinerende rol op jongeren én arbeiders, de ondergeschikte positie van vrouwen staat toe de arbeidsomstandigheden te ondermijnen en de sociale zekerheid en allerhande openbare diensten af te bouwen,... Verdeel en heers is zoals steeds de boodschap van regering en patronaat.
Dat vrouwen meer op de voorgrond komen in allerlei vormen van maatschappelijk verzet werd duidelijk aangetoond door de witte beweging: duizenden huisvrouwen die hun hele leven afwezig bleven op het politieke terrein, kwamen de straat op om rechtvaardigheid te eisen.
Vrouwen moeten zich verzetten én zich organiseren om dit verzet in goede banen te leiden. De vakbonden spelen daar een belangrijke rol in. De vakbonden zijn echter niet vrij van de maatschappelijke vooroordelen en de ondergeschikte positie van vrouwen in de maatschappij weerspiegelt zich ook in die organisaties. Het is dan ook belangrijk dat vrouwen bewust druk uitoefenen om de vakbonden te dwingen rekening te houden met hun positie en dus ook de strijd aan te gaan niet enkel tegen de ongebreidelde uitbreiding van nepstatuten en nepjobs, maar ook tegen de afbraak van kinderopvang, gezondheidszorg,...
Neen, het onderkennnen van de nog steeds ondergeschikte positie van vrouwen heeft niets te maken met "klaagfeminisme", maar met de overtuiging dat de strijd nog niet ten einde is en de noodzaak om te vechten nog steeds groot is.
Militant Links eist:
- Een oplossing voor werkloosheid en armoede:
* 32-urenweek nu, zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen!
* Een minimumloon van 45.000 fr. netto per maand voor iedereen!
* Afschaffing van alle nepstatuten, van PWA's, van interimarbeid en de omzetting ervan in echte jobs met echte en zekere kontrakten!
* Terugschroeving van alle besparingen in de sociale zekerheid!
Sociale zekerheid moet terug een individueel recht worden. Uitkeringen mogen niet afhankelijk zijn van het gezinsinkomen. Kinderbijslag moet de werkelijke kosten dekken.
- Betere werkomstandigheden:
* Een einde aan de flexibiliteit opgelegd door de bazen!
De beste manier voor vrouwen om "gezin en arbeid te harmoniseren" bestaat erin vaste uurroosters te hebben.
* Afschaffing van de nachtarbeid voor vrouwen en mannen!
Nachtarbeid is schadelijk voor het menselijk organisme en voor de sociale kontakten. In die sektoren waar nachtarbeid maatschappelijk noodzakelijk is (vb. ziekenhuizen en andere zorginstellingen) moeten specifieke uurroosters gelden (minder uren!).
* Zwangerschapsverlof van minimum zes maanden met behoud van het volle loon en met blijvende werkzekerheid!
- Om vrouwen te verlossen van de drukkende last van de dubbele dagtaak:
* Vermaatschappelijking van het huishuidelijk werk door de organisatie van kollektieve voorzieningen!
- degelijke en gratis kinderopvang
- degelijke en gratis gezondheidszorg via een nationale openbare gezondheidsdienst
- betaalbare en kwaliteitsvolle restaurants, traiteurs, wasserijen en andere diensten
Deze kollektieve diensten moeten georganiseerd worden door de gemeentelijke overheden en onder kontrole staan van de werkers en de gebruikers.
- Echte onafhankelijkheid betekent ook:
* Recht op wonen: een massaal programma van sociale woningbouw en stadsrenovatie om in degelijke woningen met alle noodzakelijke voorzieningen voor iedereen te voorzien!
De huurprijzen in de privé-sektor zijn gebaseerd op de hogere lonen van mannen. Vrouwen komen dan ook vaak in minderwaardige woningen terecht. Vergeten we niet dat in 39% van de woningen in Vlaanderen gezondheidsproblemen bestaan .
* Echtscheiding vrij op vraag van één van de partners!
Een einde aan de vernederende en geldverslindende procedures. Het recht op een eigen (voldoende) inkomen via arbeid of sociale zekerheidsuitkeringen, aangevuld met een kinderbijslag die de werkelijke kosten dekt, moet een einde kunnen maken aan de vernederende blijvende afhankelijkheid van het inkomen van de man via alimentatiegeld.
* Abortus uit het strafrecht!
De vrouw moet hierover zelf kunnen beslissen. In de meeste gevallen gaan financiële problemen schuil achter de beslissing tot abortus. Voor een vrouw met geringe financiële middelen is het krijgen van een kind een aanzienlijk armoederisiko. Contraceptiva zouden vrij verkrijgbaar en gratis moeten zijn.
* Meer middelen voor de uitbouw van strukturen voor opvang van mishandelde vrouwen en kinderen!
Momenteel bestaan in heel België 15 vluchthuizen met een gemiddelde kapaciteit van 15 personen (kinderen inbegrepen!). Dat staat totaal niet in verhouding met zelfs de officiële (te laag geschatte) cijfers i.v.m. mishandeling binnen het gezin. Die opvang moet gratis zijn. Een goede begeleiding, zowel op ekonomisch, juridisch als sociaal vlak is noodzakelijk. Betere daderbegeleiding dringt zich op.
* Het recht van vrouwen om zich te verdedigen tegen gewelddadig gedrag!
Nu houdt de legale invulling van "zelfverdediging" in de strafwet geen rekening met de specifieke situatie van geweld binnen het gezin. Zelfverdediging moet in dit kader niet steeds een onmiddellijke reaktie op een fysieke aanval zijn, de aanwezigheid van een konstante reële bedreiging moet in rekening worden gebracht.
* Sensibiliserings- en weerbaarheidskampanjes rond geweld op vrouwen op scholen en in de werkplaatsen!
De maatschappij zoals ze nu is georganiseerd, wil dit niet financieren. Het is geen kwestie van gebrek aan middelen: bedrijfswinsten rijzen de pan uit. Jaarlijks betaalt België 800 miljard aan rentelasten op de overheidsschuld en de fiskale fraude wordt op 450 à 600 miljard per jaar geschat. Nationalisatie van de sleutelsektoren van de ekonomie, in het bijzonder de banken en de holdings, onder arbeiderskontrole dringt zich op bij ieder programma ter verbetering van de levens omstandigheden van de meerderheid van de bevolking. Voor een maatschappij waarin de behoeften van de meerderheid centraal staan en niet langer de winsten van een handvol rijken.