Van 15 tot 17 oktober kongresseerde de Landelijke Bediendencentrale/Nationaal Verbond van Kaderpersoneel, het Nederlandstalige "noordergewest" van de bediendencentrale van het ACV. Zo'n 700 deelnemers diskussieerden er in werkgroepen rond 12 thema's. Werkgelegenheid stond daarbij centraal.
door Geert Seynaeve en Christine Lambrechts
In groep 9 rond "deeltijdse arbeid" werd de 32-urenweek besproken. Geen enkel sektoraal LBC-eisenprogramma voor '97-'98 vermeldde de kongresresolutie 21.6 over de 32-urenweek (zonder loonverlies, met bijkomende tewerkstelling, zonder flexibiliteitstoename of hoger arbeidsritme). De nieuwe ontwerptekst formuleerde zelfs een voorbehoud over de haalbaarheid ervan, gezien de loonnorm, het "gebrek aan syndikaal draagvlak om dit te realiseren" en omdat dan "alle middelen... bij loonsonder handelingen... uitsluitend daartoe moeten worden aangewend".
Om deze "dubbelzinnigheid" te beëindigen werden twee alternatieven voorgesteld. Deze zwakten de eis af tot een "nastrevenswaardige doelstelling... over een langere periode" of als "één van de middelen... voor arbeidsherverdeling", onderhandelbaar "per sektor" met "hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk loonbehoud".
(citaten uit "Sleutelen aan Werkgelegenheid - De ontwerpkrachtlijnen." Kongresdokumenten LBC/NVK-kongres '97 en uit de aangenomen kongresresoluties.)
Verdere kongresstandpunten betroffen een beter sociaal statuut voor deeltijds werk, sankties tegen overuren en een bijkomende financiering van de sociale zekerheid door de belasting op vennootschappen, vermogens en technologie.
Dergelijke progressieve stellingnames van de ACV-bediendenbond vallen niet uit de lucht. Ze weerspiegelen de socio-ekonomische evolutie in Vlaanderen sinds de jaren '70 met het toenemend gewicht van hoger geschoolde arbeidskrachten en de opkomst van de "diensten-" en "non-profit-sektoren".
Verschillende strijdbewegingen rond milieu en derde wereld, de antirakettenbeweging, de "witte woede",... hadden vooral in deze sociale lagen hun weerslag. De "jongere" LBC-militanten én vrijgestelden stelden zich eveneens syndikaal strijdbaarder op en dit vertaalt zich ook in de leidende organen. Voor de nieuwe, progressieve algemeen sekretaris, Jef Mampuys (ex-voorzitter van de ACV-vorminsdienst) zal het echter moeilijk blijven om niet verst(r)ikt te raken in het konservatisme van de ACV-top en van sommige beroepscentrales.
Het belang van dit LBC-kongres kan niet genoeg onderstreept worden. Het vergt nog wel een grote inspanning om alle LBC-militanten en -leden rond de eis van de 32-urenweek zonder loonsverlies daadwerkelijk te mobiliseren. Zelfs in "goeddraaiende" grote bedrijven zullen de onderhandelingen met akties moeten gepaard gaan. In moeilijke sektoren met zwakke syndikale inplanting, bijvoorbeeld de zelfstandige kleinhandel (waar de 40-urenweek nog de regel is of 39 uur in winkels met meer dan 20 personeelsleden), zullen brede (solidariteits-)akties nodig zijn.
Maar met zijn 230.000 leden weegt de LBC natuurlijk zwaarder door op de sociale krachtsverhoudingen dan de kleinere Franstalige bediendenbond CNE (ongeveer 70.000 leden), die de laatste jaren eveneens de 32-urenweek naar voor schoof. Meteen ligt de mogelijkheid open voor interprofessionele, nationale akties in gemeenschappelijk vakbondsfront zodat van arbeidsduurvermindering en het scheppen van werk eindelijk werk wordt gemaakt.