Algerijnse arbeidersbeweging tussen hamer en aanbeeld

Begin oktober werd de wereld opnieuw opgeschrikt door de brute realiteit van de Algerijnse burgeroorlog. De terroristische gruweldaden van het islam-fundamentalistische GIA zijn geen teken van sterkte, maar van zwakte en politieke lafheid. Tegelijkertijd tonen ze de dringende noodzaak aan van een op de arbeiders en arme boeren steunend klasse-alternatief. Ontwikkelingen in deze richting worden bemoeilijkt door de Arabische ervaring met een repressieve misvorming van het "socialisme": in Algerije kreeg die decennialang gestalte in het op militaire leest geschoeide FLN- regime.

In 1830 wordt het gebied ingepalmd door het Franse imperialisme. Het koloniale bewind onderdrukte de oorspronkelijke moslim-bevolking op een brutale manier: moskeeën werden omgebouwd tot kerken, de beste stukken grond vielen in handen van de Franse settlers. Een bittere onafhankelijkheidsoorlog dwingt De Gaulle, de toenmalige Franse president, tot toegevingen: in '62 schrijft hij een volksraadpleging uit die de vestiging van een onafhankelijk Algerije bekrachtigt.

De nationale bevrijding werd bekomen op basis van een door het FLN (Front de Liberation Nationale) gevoerde plattelandsguerilla, met weinig of geen inbreng van de werkende bevolking in de steden. Het nieuwe regime bestond uit de FLN-legerleiding: de arbeiders en arme boeren kregen nooit de kans om de demokratisch verkozen organen te kreëeren die hun deelname aan het nieuwe, "socialistische" regime konden garanderen. Ekonomische planning bracht sociale vooruitgang, maar stootte uiteindelijk op de grenzen van het burokratisch-militaristisch FLN-bewind.

Populair ongenoegen tegenover wanbeheer, korruptie en repressie zette het regime eind jaren '80 op een spoor van "demokratische hervormingen". Tijdens de nationale verkiezingen van december '91 dreigden de islam-fundamentalisten van het FIS, bij gebrek aan een alternatief en op basis van het sociale imago dat ze door religieuze liefdadigheid hadden opgebouwd, echter een overweldigende overwinning te behalen. Voor de militairen was dit het sein om opnieuw de touwtjes stevig in handen te nemen. Westerse politici ondersteunden dit uit vrees voor een heruitgave van het Iraanse Khomeini-regime. De burgeroorlog kostte inmiddels het leven aan tienduizenden Algerijnen.

Binnen het frauduleuze regime van president Zeroual staan twee strekkingen tegenover elkaar: een fraktie die de islamisten van GIA en FIS militair volledig van de kaart wil vegen en een stroming die - met de steun van het Westen - naar een komprom is zoekt met meer gematigde islamisten. Een mogelijke staatsgreep vanwege de militaire haviken is zeker niet uitgesloten.

Een heropleving van de sociale strijd zou de tussen het repressieve regime en de islam-fundamentalisten geknelde arbeidersbeweging een nieuw politiek perspektief kunnen bieden. In juli voerden arbeiders van de vrachtwagenfabriek Rouiba aktie tegen de dreiging van massa-ontslagen. Deze akties brachten 30.000 man op straat. Hoewel nog versnipperd, leidde deze hernieuwde arbeidersstrijd op sommige plaatsen tot de vorming van embryonale vakbondslichamen. Dit kan een begin zijn van de bewuste organisatie van de Algerijnse arbeidersklasse, die enkel op basis van een anti-kapitalistisch programma haar levenssituatie fundamenteel kan veranderen.



De Militant
Hosted by www.Geocities.ws

1