Egyptische Mau
Kop : de kop heeft geen vlakke stukken en heeft een voorzichtige wigvorm, enigzins rond.     Elegante contouren die beginnen bij de brug van de neus, zijn duidelijk in profiel.
De snuit is niet puntig of kort.     De enigzins puntige oren van de Mau zijn vrij groot en alert, met een puur roze tint in het binnenoor.     De ogen zijn amandelvormig, groot en lopen scheef af naar de oren; ze zijn niet rond of echt Oosters.

Lichaam : redelijk lang, met goede spieren, altijd in aanminning evenwicht.     De poten zijn in proportie met het lichaam; de achterpoten zijn langer dan de voorpoten.
De voeten zijn klein, bijna rond.     De staart is dik aan de basis, van gemiddelde lengte, enigzins smaller uitlopend.

Vacht : fijn en zijdeachtig van structuur; een glanzende weerschijn is kenmerkend voor het ras.      De vacht is dicht en veerkrachtig, en bestaat uit halflange haren.

Kleur : zilver-, brons-, tin- en rookkleurig zijn de kleurvariaties van de Mau.     Hoewel ze niet veel voorkomen wordt op het moment ook aan kaneel, blauw en lila gewerkt.     De zilverkleur wordt beschreven als koolkleurige markeringen tegen een bleekzilveren achtergrond.     Brons is eigenlijk een chocolate tabby met bruine vlekken op een honinggele achtergrond.     Een wit basispatroon met donkergrijze met zwarte vlekken is de rookkleur.     Geelbruin tot bruin met grijze of bruine markeringen is de tinkleur.     Het patroon van de Mau, dat bij alle kleuren hetzelfde is, vormt een opvallend contrast tussen de basis en de markeringen.     Het voorhoofd is gegraveerd met een duidelijk waarneembare 'M' en fronsmarkeringen; een streep over de rug, een zwaar gestreepte staart, wangen met mascara-streepjes gemarkeerd en een 'vestknoop' op de onderbuik zijn ook altijd aanwezig.

Oorsprong : Mau : Egyptisch; kat.     Welke naam zou de directe band met Egypte en vroeger beter kunnen suggereren.
In werkelijkheid is het ras te traceren in Amerika tijdens de jaren vijftig, toen er exemplaren werden ge�mporteerd uit Cairo, waarbij ze de Verenigde Staten bereikten via Itali� in de koninklijke manden van de verbannen prinses Troubetskoy.     De Amerikaanse acceptatie van het ras begon in 1968.     Tegenwoordig wordt de Mau van harte erkend in Noord-Amerika en Europa, met de altijd aanwezige uitzondering van Groot Brittanni�.     Claims van het ras op de directe afstamming van katten uit het oude Egypte worden betwijfeld, terwijl andere claims hem plaatsen als afstammeling van een wilde Afrikaanse kat.

Karakter : het ras is actief en intelligent, houdt van aandacht en laat zijn devotie voor directe familie niet snel merken.
Het is een lenige jager met een vogelachtige stem, en het ras heeft een zeer katachtig karakter.

Verzorging : hoewel de vacht weinig meer nodig heeft dan de gewone verzorging van kortharen, is de Mau wel gevoelig voor plotselinge verschillen in temperatuur.

Hosted by www.Geocities.ws

1