| Abessijn |
| De kop : is nooit rond of scherp, een middelmatig driehoekige vorm met vriendelijke contouren. De snuit, gemarkeerd door een lichte inkeping, is noch scherp en puntig noch vierkant. De oren zijn vrij groot in verhouding, zeer komvormig, alert, enigzins puntig - met een kwastje. Heldere, grote ogen ver uit elkaar, absoluut niet scheel kijkend, misschien naar het oosten starend als hij in het westen is. Kenmerkend zijn de potloodmarkeringen onder zijn ogen. Lichaam : gemiddelde lengte, licht met prettige spierbundeling. De poten, voor langer dan achter, zijn dun met fijne botten. De voeten zijn klein, ovaal en compact - een lichtvoetig dier. De staart is dik, lang en waaiert smaller uit. Vacht : kort, fijn gestructeerd, half lang, veerkrachtig bij aanraking en behoorlijk dicht. Kleur : roze, rode en blauwe vachtkleuren hebben een dubbele of drievoudige afwisseling met contrasterende donkere en lichte kleurbanden. Roze-bruin wordt afwisselend met verschillende tinten zwart of donkerbruin; het wordt wel eens gebrand sienna genoemd. De rode kleuren worden afwisseld met chocoladebruin, met een dieprode ondervacht; de kleur is over het geheel warm. Blauwe vachten zijn zacht blauw-grijs, met donkergrijs-blauwe afwisseling in tinten; de ondervacht is ivoorkleurig. Geelbruin, een kleur die door sommigen verenigen geaccepteerd wordt, is een warm rozeachtig vaalgeel afwisseld met een donkerder tint rozeachtig vaalgeel; de ondervacht is van een bleke havermout-kleur. Bij alle vier de kleuren is de ondervacht helder. De ogen zijn goudkleurig of groen, met een voorkeur voor rijke, diepe kleuren. De puntjes van de staart zijn donker gekleurd. De oorsprong : het huidige Abessijnen-ras, dat lijkt op de Afrikaanse wilde kat (Felis Libyca), komt voort uit selectieven fokpraktijken van vroege Britse liefhebbers. Hoewel het een oud en puur ras is vergeleken met veel andere rassen, is het onwaarschijnlijk dat de Abessijn een directe, ononderbroken afstammeling is van de uit de tombes in Egypte. 'Zula' was een van de vele katten-souvenirs die uit Abessini� werden ingepikt door Britse officieren die tijdens de onrustige jaren 1860 dienden in noordelijk Afrika. Het ras werd het eerst erkend in 1882 in Engeland en werd de 'Britisch ticked' (tick=afwisselen) genoemd. 1919 markeert de formatie van de Abessijnse katten club en de adoptie van de naam Abessijn. Addis Abeba, geboren 1935, was de eerste in Amerika geboren Abessijn. Karakter : de Abessijn, die snel van begrip, intelligent en goed opvoedbaar is, is ook nog eens oplettend en snapt een heleboel. Sociaal gedrag wordt in een adem genoemd met de extroverte deugniet: deze katten zijn enorm aanhankelijk en hebben veel talent. Het zijn waardige grappenmakers en troostende minstrelen. Verzorging : af en toe borstelen om de losse haren te verwijderen en regelmatig knippen van de nagels is alles wat u hoeft te doen om dit gladharige ras te verzorgen. |
![]() |
![]() |
![]() |