uit de TELEGRAAF van 19 januari 2001
door Frank Woestenburg
INZELL, vrijdag - De laatste dagen voor een groot toernooi zijn voor Marianne Timmer nooit de gezelligste dagen van het schaatsseizoen. Zaken die haar doorgaans niet of nauwelijks storen, vormen dan ineens een bron van ergernis. Ook in Inzell, aan de vooravond van de WK-sprint, wordt de schaatster uit de DSB-ploeg het liefst met rust gelaten. Mensen die iets te vasthoudend haar aandacht vragen bijvoorbeeld: Pff, ze moet er even niets van hebben.
De spanning van de competitie werpt bij weinig schaatsers zo nadrukkelijk haar schaduw vooruit als bij Timmer. "Ik kan voor sommige mensen minder prettig zijn, zo kort voor een toernooi", realiseert ze zich.
"In de winter leef ik meer in mijn eigen wereldje dan 's zomers. Een topsporter is heel perfectionistisch en dus vooral met zichzelf bezig. Dat geldt zeker voor mij, maar egoïstisch ben ik daardoor nog niet. Ik vind het nu best gezellig om bijvoorbeeld met mijn ouders wat te kletsen. Of met Egbert en Guusje. Lekker ontspannen. Maar verder wil ik zo min mogelijk aan mijn hoofd hebben.
Het is Timmer ten voeten uit. Bij de tweevoudig olympisch kampioene draait alles om bet goede gevoel. Op de momenten dat het er echt om gaat, staat Timmer er meestal, maar daarentegen laten de prestaties in tussenliggende periodes nogal eens fors te wensen over. "Je kan niet elke week top zijn. Dus dan kan je maar beter zorgen dat je de topvorm te pakken hebt als het echt moet. Het heeft met spanning, concentratie en motivatie te maken. Die grote schommelingen heb ik altijd al gehad, ook toen ik nog echt jong was."
Egbert van 't Oever kent Timmer (26) als geen ander. De 73-jarige veteraan geldt als haar trainer en, waarschijnlijk nog meer, als haar vertrouwensman. "Bij Marianne gebeurt er wat als er 'WK' of 'OS' achter een wedstrijd staat. Zij is niet een figuur die elke week van het jaar hard kan schaatsen. Ze schaatst in pieken en dalen. En dat pieken doet ze meestal op de juiste momenten. Daar ga ik nu ook maar weer vanuit." Zowel Timmer als Van 't Oever denkt voorzichtig aan een podiumplaats in Inzell. Het zou voor de Sappemeerse een topprestatie betekenen, zeker gezien haar wisselvallige voorseizoen. Op de NK afstanden in Den Haag zakte begin november de DSB-ploeg van Timmer, Ids Postma en Jan Bos nog collectief door het ijs en bij de Wereldbekers sprint, in Seoel en Nagano, bestond er ook nog een flink gat tussen Timmer en de wereldtop. Pas eind december, bij de NK sprint in Heerenveen, liet Timmer zich weer van haar goede kant zien. Ze heroverde de titel op Andrea Nuyt. Timmer: "De NK afstanden betekende een tegenvaller, omdat de hele ploeg het gevoel had er klaar voor te zijn. Maar dat was het begin van het seizoen en een schaatsseizoen duurt tegenwoordig zes maanden. En daarin kan zo ontzettend veel veranderen. Wie weet nu nog wat er allemaal op de NK afstanden is gebeurd? Wij hebben na afloop van dat toernooi overlegd en wat dingetjes aangepast. Sindsdien is het alleen maar beter gegaan."
Toch blijft ze vooral een schaatster van uitersten. De ene dag alles, de volgende dag niets. Typerend was in dat opzicht de Wereldbeker sprint van afgelopen seizoen in Warschau. Op de eerste duizend meter eindigde ze als negentiende, de tweede won ze.
Van 't Oever:" Warschau was koud en sfeerloos, en het ijs was slecht. Op zo'n moment is bij Marianne de inspiratie al snel weg. Dan laat ze zich iets teveel meeslepen door haar eigen gevoel. Na de eerste duizend meter heb ik haar gezegd dat Warschau dan misschien wel geen leuke stad is, maar dat een eerste prijs een eerste prijs is." In de periode dat de prestaties tegenvallen, baalt Timmer van haar extreme natuur. "En dan is schaatsen ook echt niet leuk meer." Maar tegelijkertijd realiseert ze zich dat haar extreme wisselvalligheid ook extreme uitschieters naar boven oplevert, waardoor ze in '98 bij de Olympische Spelen van Nagano ineens tweemaal op de hoogste trede van het podium mocht plaatsnemen. Van 't Oever zou desondanks graag zien dat Timmer constanter leert presteren. "Op basis van haar vermogen zou Marianne bij alle Wereldbekers in de top zeven moeten rijden. Dat is voor haar zelf ook leuker. Ik vind dat ze het eigenlijk aan haar stand verplicht is om dat ook te gaan laten zien."
Voorlopig wacht echter eerst de WK-sprint op het buitenijs van Inzell. Timmer vindt het moeilijk om aan te geven hoe ze ervoor staat. Ze ondervindt sinds twee weken wat hinder van een stijve heup, maar dat zal van weinig invloed zijn op haar prestaties, stelt ze. "Je weet niet waar je staat ten opzichte van je concurrentie, want er is weinig vergelijkingsmateriaal. Maar dit is een toernooi waar je als schaatsster het hele jaar mee bezig bent, waarvoor je dus in vorm moet zijn. Ja, ik heb het gevoel dat ik er wel redelijk klaar voor ben. Vorig jaar werd ik derde. Een treetje hoger zou leuker zijn. Ik hoop alleen niet dat het gaat sneeuwen; dat is niets voor mij."